Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Saturdag den 13 September 1834


De Raad door den Heere President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenswoordig.

Door den Heere President werd aan de raad kennelijk gemaakt de terugkomst van de wees Klaas Zeilstra N1578 dewelken op den 27 Augustus JL zonder voorkennis de kolonie had verlaten.-

De Raad heeft den aangeklaagde doen binnen staan om hem hier over te horen.
Hij heeft voorgegeven van zijn Zuster een brief te hebben ontvangen waarin hem werd gemeld de terugkomst van zijn vader dewelke als Schutter zoude zijn uitgetrokken en die hem had bewogen zich voor eenige dagen in stilte te verwijderen uit vreze hem verlof zoude zijn geweigerd geworden.
Op gedane aanvraag na genoemde brief gaf hij voor den zelve verloren te hebben.-

De Raad heeft hem doen buiten staan om hier nader over te delibereren.-

De Raad kan de boven aangehaalde verontschuldiging voor geene waarheid aannemen maar beschoud den zelve door de zamenhang van omstandigheden als een louter verdigtsel te meer daar hij op den 15 September jl door middel tot Overklimming met nog een wees genaamd Jan Kloosterman N. 1646 was ontvlucht en de 16 daar aan volgende was terug gebragt. (Zie proces verbaal van 16 Sept: 1833)

De Raad heeft na gedane Deliberatie den aangeklaagde gecondemneerd

als hebbende Art. 3 van het Reglement van Tucht overtreden vervat bij § 2 ”Zich zonder verlof uit de kolonie te verwijderen” waar bij Art. 4 de straf is toegekend en wel “Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met boeyen aan.”

tot opsluiting in de strafkamer voor den tijd van zes dagen om den anderen dag te water en Brood met de Boeyen aan, als zijnde herhaling van dezelfde misdaad.-

Waar op men de gecondemneerde heeft doen binnen staan en is na gedaane voorlezing van dit vonnis waar aan de Raad verlangd dat onmiddellijk executie worde gegeven het zelve door de President met alle de leden der raad ondertekend.

Gedaan te Veenhuizen op dag datum en Jaar als boven is gemeld
Poelman
Laarman ond dir
G.H. Kuipers, Ond.
L. Vrieze, zaalopziener
J.H. Kloekers, zaalopziener
L. Coelen, secr.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag