Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Saturdag den 4 October 1834


De Raad door den Heere President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenswoordig.

Door den Heer President werdt ter tafel gebragt eene bij hem ingekomen aanklachte gedaan door den zaalopziener J. Meijer tegen de wees Jacobus Beekman, wegens vervreemding van eene gebrijde borstrok.

De Raad heeft den aangeklaagde doen binnen staan om hem hier over te horen.
Hij zegt die te hebben uitgetrokken en daar van te hebben gebrijd een paar Sokken, en Hand Schoenen-
Dit gezegden de Raad allezints logenachtig voorkomende, moet het daar voor houden hij die of mee heeft verkocht of verwaarloosd- waar over men hem als toen noch eens heeft onderhouden- en is als toen in bekentenis gekomen, hij die had verkocht –

De Raad heeft hem doen buiten staan om over de aan hem op te leggen straf te delibereren.

De Raad heeft besloten zoo als dezelve besluit bij dezen om den aangeklaagde

als hebbende Art. 3 van het Reglement van Tucht overtreden vervat bij § 8 “Ontvreemding van eens anders goed of dat der Maatschappij, tot welk laatste mede gerekend wordt te behooren de eigen kleeding der kinderen en de bij hen in gebruik zijnde koloniale goederen.”
waar op bij meergemeld reglement van tucht en wel bij Art. 4 is toegepast de straf van “Dubbelde vergoeding van het ontvreemde en verwaarloosde, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met de Boeijen aan.”

te condemneren tot opsluiting in de strafkamer voor den tijd van vier dagen om den anderen dag te water en brood en hem te debiteren op zijn 1/3 krediet bij de maatschappij voor de somma van Drie Guldens en Twintig Cent, zijnde de dubbelde waarde van het door hem verkochte-

En is hier van Proces verbaal opgemaakt, waar op men de gecondemneerde heeft doen binnen staan en is na aan hem gedane voorlezing dit door den Heere President met alle de Leden der Raad ondertekend-

Gedaan te Veenhuizen 1e Gesticht op dag en datum als boven is gemeld.
J. Poelman, adj dir
Laarman ond dir
G.H. Kuipers ond dir
L. Vrieze, zaalopziener
J.H. Kloekers, zaalopziener

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag