Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen bij het 1e Gesticht Veenhuizen

Zitting van Saturdag den 12 November 1834


De Raad door den Heer President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenswoordig.

Door den Heere President werd aan de Raad kennis gegeven dat de wees Hendrik van der Landen die op den 12 dezes was weggelopen weder om was terug gebragt.

De Raad heeft den beschuldigden doen binnen staan om hem hier over te horen.
Hij heeft bekend de Kolonie in Stilte te hebben verlaten, doch dat hij van zijn Ontvluchting berouw gevoelende, weder om na het Gesticht wilde terug keeren, zoo nader is gebleken waarlijk het geval was.
De Raad heeft hem doen buiten staan om over de aan hem op te leggen straf te delibereren.

Den Heere President in aanmerking nemende de jongheid van den aangeklaagden, en dat zijne begane misdaad een stap van onbezonnenheid was, en er zoo het overig niets op zijn gedrag was aan te merken, heeft aan de Raad voorgesteld om hem van de straf bij Art. 4 van het Reglement van Tucht (op Desertie) bepaalde kwijtschelding te doen,

de Raad heeft in het gevoelend van den Heere President toegestemd, echter onder voorbehoud van hem te debiteren op zijn 1/3 krediet voor een somma van 75 ct (vijf en zeventig cent) voor betaalde verpleging kosten bij zijn overbrenging van Frederiksoord naar herwaarts, waar toe hem de raad condemneerd bij deze – waar van Proces verbaal is opgemaakt.

Hem hebbende doen binnen staan, zijn  hem de gevolgen van Verdere Overtreding in het ernstichtst onder het oog gehouden-

waarna hem dit Proces Verbaal is voorgelezen-

hetwelk door den Heere President met alle de Leden der Raad is ondertekend waar op de raad is gescheiden tot een Volgende Zitting-

Gedaan te Veenhuizen 1e Gesticht op dag en datum als in het hoofd dezes is gemeld.
J. Poelman
Laarman
G.H. Kuipers, ond dir
L. Vrieze, zaalopziener
J.H. Kloekers, zaalopziener

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag