Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, vondelingen en Verlatene kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Saturdag den 3 January 1835


De Raad door den Heere Præsident geconvoceert zijnde waren alle de Leden der Raad tegenswoordig.

Tengevolge Art 2 van het Reglement van Tucht voor Gestichten van Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen, behorende bij de Resolutie van den Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid van den 8 July 1829, N. 19, heeft den Heere Præsident de Leden der Raad Laurens Vrieze en Jan Hendrik Kloekers (Zaalopzieners) ontslagen: en voor dit dienst jaar in hunne plaats brengend, de Zaalopzieners Jan Danens en Jacob Meijer.

Na dat de twee nieuwe Leden zitting in de Raad hadden genomen, werd door den Heer Præsident ter tafel gebragt aanklachte tegen de wees Pieter Redeker beschuldigd van ontvreemding van Twee peyen broeken en Een borstrok.

De Raad heeft den aangeklaagde doen binnen staan om hem hier over te horen; bekend hebbende dat hij zich aan de hem ten laste gelegde misdaad had schuldig gemaakt en dus niets ter zijner Verontschuldiging had in te brengen, heeft de raad hem doen buiten staan om over de aan hem op te leggen straf te delibereren-

daar den aangeklaagde Art 3 van gezegd Reglement heeft overtreden vervat bij § 8 “Ontvreemding van eens anders goed of dat der Maatschappij, tot welk laatste mede gerekend wordt te behooren de eigene kleeding der kinderen en de bij hen in gebruik zijnde koloniale goederen.” waarop bij Art 4 van meergemeld* is toegekend de straf van “Dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met de boeijen aan.”-

om hem te condemneeren tot opsluiting in de strafkamer voor den tijd van acht agtereenvolgende dagen om den anderen dag te water en brood en hem te Debiteren op zijn 1/3 krediet bij de Maatschappij voor den somma van Een en Twintig Guldens en Tien Cent, fl. 21,10, zijnde het bedrag (dubbelde) van het ontvreemde.

En is hiervan Proces verbaal gedresseerd waar aan de Raad verlangd dat onverwijld Executie worde gegeven, waar op men den gecondemneerde heeft doen binnen staan en is na aan hem gedaane voorlezing dit tegenswoordige verbaal met alle de Leden door de Heer President ondertekend.

Te Veenhuizen aan het 1e Gesticht, op dag, datum en Jaar als boven is gemeld
J. Poelman, adj dir
K. Laarman, onderdir
G.H. Kuipers, ond
J: Danens, zaalopziener
J. Meijer, Z. opziener
L. Coelen, secr.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag