Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatenen Kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Saturdag den 14 November 1835


De Raad door den President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenswoordig.

Door den President werdt aan de Raad te kennen gegeven eene bij hem ingekomen aanklachte door de zaalopziener van der Mei de Bie tegen de weezen Johanna Kirast(?), Catharina Miserius en Alida de Groot  beschuldigd van onderling te hebben gevochten in de zalen-

De raad heeft de aangklaagde doen binnen staan om hen hier over te horen.-

Zelfs bekennende dat de aanklacht convorm de waarheid was heeft men hen doen buiten staan om over de hen op te leggen straf te delibereren-

Daar zij Art 3 van het reglement van tucht hebben overtreden als dus omschreven
    En jegens anderen
§ 9 Vechten, slaan, schelden en baldadigheden begaan
    Waarop bij Art 4 van datzelfde reglement de straf wordt toegekend-
9. Vechten, slaan, schelden en baldadigheden bedrijven
    Opsluiting van een tot drie nachten in de strafkamer en, bij herhaling, van een tot acht dagen, om den anderen dag te water en brood

Om hen ingevolge dit artikel te condemneren tot opsluiting voor den tijd van twee nachten in de strafkamer.

De beschuldigde hebbende doen binnen staan is hen deze uitspraak van den Raad kennelijk gemaakt door het voorlezen van dit Verbaal en na dat dit was ondertekend door den President met alle de leden der Raad is dezelve voor gescheiden verklaard en geadjourneerd tot een volgende Zitting

Gedaan aan het eerste Gesticht te Veenhuizen op dag en datum als feit zijnde???
J. Poelman, adj dir
Laarman
Kuipers, ond
J: Danens
Meijer
L. Coelen, secr.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag