Proces Verbaal van het verhandelde bij den Rad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Saturdag den 20e february 1836


De Raad door den President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenswoordig.

Door den President werdt aan de  Raad kennelijk gemaakt eene  aanklagte tegen de Weezen Dirrek Swenneker, en Johanna Catharina van Busselen eerst genoemde beschuldigd van de wees Nicolaas Lobodaan te hebben ontvreemd Twee Gulden en Dertig Cents in Zilvergeld  en van de wees Jan Meijer Drees Vijfenzeventig Cents in koloniale munt. en de laatst genoemde van ontvreemding van de wees D. Rijnsberger de Somma van Zeventig Cents in koloniale Munt.

De Raad heeft hen  ieder  in het bijzonder doen binnen staan om hen ten deze te horen.- Overtuigd zijnde van de misdaad en uit hunner eige bekentenis gebleken zijnde dat zij zich schuldig hadden gemaakt aan diefstal, zoo heeft de raad hen doen buiten staan om over de aan hen op te leggen straf te delibereren.-

Daar zij beiden Art 3 van het Reglement van Tucht hadden overtreden vervat bij § 8
En jegens anderen
Ontvreemding, verwaarloozing en beschadiging van eens anders goed of dat der Maatschappij,  tot welk laatste mede gerekend wordt te behooren de eigen kleeding der kinderen en de bij hen in gebruik zijnde koloniale goederen, waarop bij Art 4 § 8 de straf is toegekend van

Ontvreemding, verwaarlozing en beschadiging van eens anders goed
Dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met boeijen aan-

Zoo heeft de Raad bij meerderheid van stemmen gecondemneerd als Dirk Zwenneker tot opsluiting in de strafkamer voor den tijd van acht dagen om den anderen dag te water en brood (het ontvreemde geld bij hem gevonden zijnde is dit de eigenaars teruggegeven)

Johanna Catharina van Busselen voor den tijd van drie dagen om den anderen dag te water en brood en haar te debiteren op haar een derde te goed bij de maatschappij den somma van Zestig Cents zijnde de dubbelde vergoeding van het ontvreemde (daar er Veertig Cents bij haar zijnde gevonden dat de eigenaar was gerestitueerd)

men heeft de gecondemneerde doen binnen staan en is na aan hen gedane voorlezing dit verbaal met den president door alle de leden der raad ondertekend.
en is de raad gescheiden tot eene nadere zitting te zijn  geadjourneerd.

Gedaan te Veenhuizen op dag en datum als boven is gemeld

Poelman, adj dir
Laarman
Kuipers
Bak
van der Mey de Bie

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag