Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Saturdag den 10 December 1836


De Raad door den Heere President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenswoordig.

Door den Heere President werd aan de Raad kennelijk gemaakt eene bij hem ingekomen aanklachte tegen de wees Joseph Kesenberg beschuldig van diefstal van ter Somma Van Een Gulden Tien Centen –

De Raad heeft den aangeklaagde doen binnen staan om hem ten deze te horen, daar men het geld bij hem heeft gevonden/ zijnde even na het begaan der misdaad betrapt/ konde hij niets ter zijner Verontschuldiging in brengen maar bekend de aanklachte conform de waarheid.-

De Raad heeft hem doen buiten staan om over de aan hem op te leggen straf te delibereren.

Daar hij Art 3 van het reglement van Tucht heeft overtreden Vervat sub § 8 Ontvreemding, verwaarloozing en beschadiging van eens anders goed of dat der Maatschappij,  tot welk laatste mede gerekend wordt te behooren de eigen kleeding der kinderen en de bij hen in gebruik zijnde koloniale goederen.- 

Zoo heeft de Raad op voordragt van de President met algemene stemmen na aanleiding van Art 4 van meergemeld reglement onder sub § 8 omschreven
Ontvreemding, verwaarlozing en beschadiging van eens anders goed
Dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met de boeijen aan.-

hem gecondemneerd tot opsluiting in de strafkamer voor den tijd van acht dagen om den anderen dag te water en brood met de boeijen aan/zijnde een herhaling van dezelfde misdaad, zie proces verbaal van de 28e November 1835 en hem tevens te debiteren voor fl. 2,20 op zijn 1/3 te goed bij de maatschappij voor het bedrag den dubbelde waarde van het ontvreemde.

Verlangende de Raad dat aan dit vonnis onverwijld Executie worde gegeven, waar van Proces Verbaal is geformeerd.

Na dat men de gecondemneerde had oen binnen staan is dit hem voorgelezen na getekend te zijn door den Heer President met alle de Leden der raad.

Gedaan te Veenhuizen, dag en datum als boven is gemeld.

J. Poelman, pres
Textor
Kuipers, ond
Van der Meij de Bie
Bak
L. Coelen, secr

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag