Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelinge en Verlatene Kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Saturdag den 24 December 1836


De Raad door den President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenswoordig,

Door den President werd aan de Raad kennelijk gemaakt eene bij hem ingekomen aanklagte tegen de zo volgende weezen als
Joseph Kesenberg,
Leendert Landrok,
Eldert Voorthuizen,
Pieter Spiering
,
Carel Buges,
Hartog Landman en
Christaan Schreuder
de welken waren geapprehendeerd door den Zaalopziener Akkerman Bak op den avond van 20e dezer beladen met eene hoeveelheid wortelen die zij hadden ontvreemd uit de kuil waarin zij gekuild waren voor de Winter-

Tegen de Jongelingen Hendrik Kuiper en Hendrik Fox wegens te zoek maken of verwaarlosing hunner borstrokken

En

Tegen Johannes Krom die den 19e dezer was weggelopen en den 20 daar aan volgende was terug gebragt.

De Raad heeft de negen eerst genoemde Jongelingen doen binnen staan en hen ieder in het bijzonder wegens het hen ten laste gelegde gehoord,

zij bekenden allen aan de misdaad waar over zij waren aangeklaagd schuldig te zijn, waar op de President hen heeft doen buiten staan om over te gaan tot de op hen op te leggen straffen.

daar zij alle Art 3 van het reglement van tucht hadden overtreden in deze woorden omschreven onder § 8
En jegens anderen
“Ontvreemding, verwaarloozing en beschadiging van eens anders goed of dat der Maatschappij, tot welk laatste mede gerekend wordt te behooren de eigen kleeding der kinderen en de bij hen in gebruik zijnde koloniale goederen”
waar op de straf bij Art 4 is gesteld Sub § 8
Ontvreemding, verwaarlozing en beschadiging van eens anders goed
Dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met boeijen aan.

Zoo heeft de Raad bij algemeene stemmen op voordragt van de President gecondemneerd. – als

Leendert Landrok, Eldert Voorthuisen, Pieter Spiering, Hartog Landman en Christiaan Schreuder tot opsluiting in de strafkamer voor den tijd van acht dagen om den anderen dag te water en brood en

Joseph Keesenberg en Carel Buges  tot dezelfde straf maar met de Boeyen aan, Zijnde voor eerst genoemde herhaling voor de derde maal van dezelfde misdaad, blijkens proces verbaal van 28 Nov: 10 dezes en heden en die van de tweede genoemde de tweede maal blijkens proces verbaal van 19 Sept. 1835 en heden

Tevens alle zeven ieder in het bijzonder te debiteren op hun 1/3 te goed bij de maatschappij voor de Somma van Eene Gulden, zijnde waarde dubbel van het Ontvreemde.-

Hendrik Kuiper en Hendrik Fox tot opsluiting in de strafkamer voor acht dagen om den anderen dag te water en brood en tevens hen te debiteren den boete voor Twee Gulde Vijftig Centen ieder in het bijzonder, zijnde de dubbelde vergoeding van het Ontvreemde of Verwaarloosde.

De Raad heeft vervolgens gehoord Johannes Krom die bekend met voorbedachten rade met de als noch Voortvluchtend zijnde Sjoerd Harms Wenings en Pieter Helder op den 20 de kolonien te hebben verlaten met voornemen van desertie, doch dat hij buiten het gebied van dezelve was aangehouden en terug gevoerd.
De Raad heeft hem doen buiten staan om over de hem op te leggen straf te Delibereren.

Daar hij Art 3 van het Reglement van Tucht had overtreden vervat bij § 2 Zich zonder verlof uit de koloniën verwijderen, waar op Art 4 de straf bij(sub??)§ 2 toekend “Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met boeyen aan.”

Gemelde J. Krom te condemneren tot opsluiting in de strafkamer voor acht dagen om den anderen dag te water en brood en hem te debiteren op zijn 1/3 op oververdiensten voor de Somma van Drie Guldens wegens uitbetaalde Premie bij zijn Arrestatie.-

De Raad verlangd dat aan deze vonnisse executie zal worden gegeven, waar van Proces verbaal is gedresseerd het geen door den President met alle leden is ondertekend.

Na de gecondemneerde te hebben doen binnen staan is door de secretaris hun vonnis voorgelezen.

Gedaan te Veenhuizen 1e Gesticht op dag en datum als boven is gemeld.

J. Poelman, pres
Textor
Kuiper, ond
Van der Meij de Bie
Bak
L. Coelen, secr.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag