Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Vrelatene Kinderen bij het 1e gesticht te Veenhuizen

Zitting van Zaturdag den 3e November 1838


De Raad door den President geconvoceert zijnde, waren alle de leden tegenwoordig.

Door den President werdt aan den Raad kennelijk gemaakt aanklagte tegen de wees A.G.H. Klaasen beschuldigd wegens ontvreemding van 50 ct.

De raad heeft den aangeklaagde doen binnen staan om haar ten deze te horen.

daar zij bekende dat de aanklachte conform de waarheid was en niets  ter harre Verschoning hebbende in te brengen heft de raad haar doen buiten staan om over de haar op te leggen straf te delibereren.

Daar zij Art 3 § 8 van het reglement van tucht had overtreden “Ontvreemding, verwaarloozing en beschadiging van eens anders goed of dat der Maatschappij,  tot welk laatste mede gerekend wordt te behooren de eigen kleeding der kinderen en de bij hen in gebruik zijnde goederen”

De Raad heeft bij algemeene stemmen besloten zoo als dezelve besluit bij deze van de aangeklaagde te condemneren volgens Art. 4 van gezegd Reglement § 8 “Ontvreemding, verwaarlozing en beschadiging van eens anders goed
Dubbele vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met boeijen aan.”

tot opsluiting in de strafkamer voor den tijd van vier dagen om den anderen dag te water en brood en haar te debiteren voor de dubbelde waarde van het ontvreemde,

waarna men de gecondemneerde heeft doen binnen staan, zijnde dit vonnis haar voorgelezen, waarvan Proces Verbaal is gedresseerd hetgeen door den President met alle de leden der Raad is ondertekend.

te Veenhuizen 1e Gesticht op dag en datum als boven is gemeld.
Poelman, pres.
Textor
Kuipers
Meijer
J. van de Ven
L. Coelen, secr.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag