Proces verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Saturdag den 26 October 1839


De raad door den President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenswoordig.

Door den President werd aan de raad mede gedeeld de terug voering van desertie van den bestedelingen Albert de Boer den 16 dezer andermaal weggelopen en van Joseph Keesenberg den 29e September gedeserteerd.

De raad heeft beide aangeklaagden ieder in het bijzonder doen binnen staan en gehoord. Albert de Boer blijft hardnekkig aandringen om andermaal naar de Ommerschans te worden verplaatst, ook Joseph Kesenberg, een jongeling, die voor geene goede vermaningen vatbaaar schijnt, verlangd ook wederom naar de Ommerschans te worden verplaatst,
Zelfs heeft hij aan den Veldwachter die hem heeft opgebrachte te kennen gegeven dat men hem, zoo dra zich de gelegenheid op doed, niet te Veenhuizen zoude houden, maar dadelijk zoude trachten te ontvluchten.-

De raad heeft hen doen buiten staan om over de aan hen op te leggen straf te delibereren.

daar zij Art 3 van het reglement van Tucht hadden overtreden vervat bij § 2 Zich zonder verlof uit de koloniën verwijderen, waar op Art 4 van gemeld reglement sub § 2 de straf toepast  Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met de Boeyen aan.

De raad in aanmerking nemende dat genoemde jongelingen voor geen vermaning vatbaar zijn, in overweging nemende dat er reeds is betaald

voor de Boer f. 4,50 voor premie en transportkosten, zie proces verbaal van den 2 Mei 1836

en voor Joseph Keesenberg volgens proces verbaal van den 21 Maart 1837 f. 12,- dat met weder weg te lopen dit vernieuwde kosten voor de Permanente Commissie zoude veroorzaken,

Zoo heeft den raad besloten zoo als dezelve besluit bij deze, om naar aanlijding van Art 9 van genoemd reglement de Permanente Commissie voor te stellen deze jongelingen uit het gesticht te verwijderen en over te plaatsen in de Straf Kolonie de Ommerschans; en hen opnieuw op hun 1/3 te goed bij de maatschappij te Debiteren

en wel Albert de Boer voor betaald aan K. Oosterwoud f. -,85 en id aan den Veldwachter Stavast f. 4,50 = te samen f 5,35.

en Joseph Keezenberg voor betaalde premie en transport voor ééne Somma van f. 14,- (Zegge Veertien Gulden).

Waar van proces verbaal is opgemaakt het geen naar gedane voorlezing door den President met alle de Leden der raad is Ondertekend.

Gedaan te Veenhuizen op dag en datum als boven is gemeld.
Poelman, pres
Textor   
Kuipers
L. Vrieze
H.F. Kalfs
L. Coelen, secr.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag