Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in den Raad van Tucht voor weezen, Vondelingen en verlatene Kinderen bij het Eerste Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Vrijdag den 19 Mei 1843


Present
J. Poelman president
Leden: A. Textor, G. Kuipers, L. Vrieze, J. van de Ven
L. Coelen secretaris


De raad door den President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenwoordig.

De president opent de vergadering en deeld aan de raad mede den hierbij gevoegde brief van zijnen Ambtgenoot bij het 3 Gesticht en tevens de Overplaatsing van den aan dat Gesticht gedetacheerde wees G.G. Valck en van daar in de eerste dagen dezer maand gedeserteerd.

De raad doet den aangeklaagde binnen staan om hem te horen:

Blijkens den mede hier bij gevoegden brief van H.H. Regenten over de Stadsbestedelingen van Amsterdam den aangeklaagde met den ontslagene mede geloopen zijnde is er niets ter zijner verontschuldiging in te brengen.

De raad heeft hem dus doen buiten staan om over de aan hem op te leggen Straf te delibereren.

Daar hij Art 3 van het Reglement van Tucht had overtreden vervat sub § 2 Zich zonder verlof uit de koloniën verwijderen, waarop Art 4 van gemeld reglement van tucht de Straf bepaald,

Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met de boeyen aan.

Met algemeene stemmen heeft de raad den aangeklaagde gecondemneerd tot opsluiting in de straf kamer voor den tijd van zes dagen om den anderen dag te water en brood.

De gecondemneerde hebbende doen binnen staan is dit vonnis hem voorgelezen,
waar van Proces verbaal is opgemaakt

Op rondvraag van den President niemand der Leden iets hebbende voor te stellen, wordt de vergadering gesloten.

Aldus opgemaakt te Veenhuizen op dag en datum als boven is gemeld.
was get. J. Poelman, Pres
A. Textor, G. Kuipers, L. Vrieze, J. van de Ven, Leden,
lager stond L. Coelen, secretaris

Voor Extract Conform,
De secretaris, L. Coelen


Bijlage 1: Brief van de Inrichting voor Stadsbestedelingen in Amsterdam


Amsterdam den 13 Mei 1843

Ontdekt hebbende dat Gijsbertus Gerardus Valck, overbrenger dezes, uit Veenhuizen weggeloopen en met de ontslagenen is mede gelopen, is hem door ons aangeraden en aangezegd geworden, heden derwaarts terug te reizen, ten einde niet als Deserteur aangemerkt en vermeld te worden; waar om hij dan ook, als ten andere om daardoor zoo mogelijk zijne straf verminderd of opgeheven te zullen zien, heeft hij zich daartoe geredelijk bereid verklaard, en zal hem zulks dan ook, vertrouwen wij, ter zijner aanbeveeling daartoe mogen strekken; en wel te meer daar het ons toeschijnt deze Jongling veel ambitie heeft om met vlijt, voor zijn onderhoud te willen arbeiden, en hij ook daartoe zeker zoo goed geschikt zoude zijn, als wel velen der herwaarts gekomenen, over welke wij ter oorzake hunner late komst alhier, als in het bijzonder om derzelver mindere geschiktheid dan voornoemden Jongling, wij ons deugdelijk bezorgd maken.

Wij hebben de Eer te zijn
Regenten over de Stadsbestedelingen
Hk  Rijfsnijder
President


Bijlage 2: Brief van onderdirecteur Bosma van het derde gesticht


Veenhuizen 17 Mei 1843

Gisteren ontving ik bijgaanden brief met den Wees G. van der Valck die in der tijd met de ontslagene gedeserteerd is.

Ik heb vermeent dezen Jongeling ten Uwent te moeten overplaatsen, omdat hij thans niet in de katoenspinnerij kan geplaatst worden.

De Adjunct Directeur
Bij absentie
De onder Directeur
Bosma

Aan den Heere J. Poelman,
Adjunct Directeur bij het 1e Gesticht
F.S.v.P

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag