Eerste gesticht Veenhuizen

Proces verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen

Zitting van Zaturdag den 6 April, 1844


Present
J. Poelman, President
Leden: A. Textor, G. Kuipers, J. van der Ven, Meijer bij absentie van de Zaalopziener L. Vrieze
Morriën, Secretaris

De Raad door den president geconvoceerd zijnde waren allen de Leden tegenwoordig.

De president opent de vergadering en deeld aan en raad het voorgevallenen op den 2e dezer mede, waarbij in den na de middag van dinsdag de jongens weigerden naar het werk te gaan,
even als het een ieder der Leden bekend is, dat zij staande dat verzet krachtig het Gesticht zijn uitgedreven geworden,
en na eenig gehoor te hebben gegeven aan eene billijk geuite wensch; namelijk; dat aan hen de oververdiensten mogten worden uitbetaald, zijn ze allen aan het werk gegaan,
aan welk bovengemeld verzoek in den avond van dien dag gedeeltelijk is voldaan, uit hoofde der niet genoegzame voorraad van Koloniale Munt; intusschen hadden zich aan het hoofd der beweging gesteld Jan Vergeer P.K. 64 en Johannes Wijnand Jonkman P.K. 74
een paar baldadige kwade jongens, die het gelijk is wat ze doen, en aanhang vinden onder de zulken die zich gaarne scharen onder zoo een paar voorvechters

het allezins noodig is deze Jongelingen met nog eenen Johan Frederik Bolling N1877 dien zich daags voor deze ongeregeldheden schuldig had gemaakt aan misbruik van sterken drank en na het voorgevallene zich niet ontzien heeft om aan dezen en genen ambtenaar die tot handhaving van het gezag had, den snede gemaakt een pak slagen toe te zeggen,

voor eenen onbepaalden tijd van hier naar de Strafkoloniën Ommerschans te verwijderen, waar zij natuurlijk onder een strengeren tucht komen, op de overblijvers eene vreesachtige indruk zal maken en bijdraagt om den goeden orde alhier te bewaren.

Hendrik Jacobus van Heijl  N1159 en Frederik Karel Haldiman N905 twee van het complot der genen welke in het Magazijn hebben ingebroken gehad en gestolen, hebben zich zonder permissie van het land naar Westervelde begeven en aldaar vemoedelijk (zonder dat zij zulks hebben bekend) van de nog zoek zijnde gestolene goederen verkocht, een paar groote deugnieten, geheel verkeerd onder kinderen geplaatst en misbruik makende van alle de vrijheden die bij een kindergesticht bestaan.

Zoo heeft de raad met algemeene stemmen het voorstel van den Heere president aangenomen om ook deze twee jongens met de drie voorgenoemde aan de P.C. voor te dragen hare goedkeuring te hechten, aan de verwijzing dezer 5 jongelingen voor eenen onbepaalden tijd naar de Strafkolonie Ommerschans.

Geen der Leden meer iets voor te stellen hebbende, sluit de president de vergadering, waarvan proces verbaal is opgemaakt, dag en datum als boven

(Was getekend): de President en allen Leden
Voor Copie Conform
De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag