Extract uit de notulen van het verhandelde in den Raad van Tucht voor weezen, vondelingen & verlatene kinderen bij het 1e Gesticht Veenhuizen

Zitting van Vrijdag den 7 November 1845


Present
C. W. Rensing,  president
Leden    A. M. J. Textor    G. H. Kuipers    L. Vrieze    J. van de Ven
J. F. Morriën, secretaris,

De raad door den president geconvoceerd zijnde, waren al de leden tegenwoordig.

De president ôpent de vergadering en maakt aan den raad bekend de onderstaande misdrijven door de navolgende Weezen bedreven, als:

Jozina Hakkenburg, oud 19 Jaar van Rotterdam, geregistreerd sub N. 133, verzet en ongehoorzaamheid in de school tegen den kwekeling P. van der Beij.

Johannes Keerwolf, oud 16 Jaar, van Haarlem, geregistreerd sub N. 990, verkoop van een Hemd aan den wees Petrus Kersten, oud 19 Jaar van Amsterdam, geregistreerd sub N. 1810.

Nicolaas IJermans , oud 19 Jaar van Leijden geregistreerd sub N. 233, wegens verkoop van een Borstrok aan iemand wonende te Smilde voor f -.40.

Jacob Latensteijn oud 16 Jaar van ’s Gravenhage, geregistreerd sub N. 2050, verkoop van twee buizen ieder ter waarde van f 3.50.

Arie Onrust oud 19 Jaar van ’s Gravenhage geregistreerd sub N. 768, wegens desertie onverschillig en trouweloos gedrag, vergezeld met verkoop van eens anders goed, en geleende gelden van zijne makkers.


De raad heeft ieder hunner na vervolg doen binnen staan en gehoord, allen hadden zij niets ter hunner verontschuldiging in te brengen, waar na de raad hen heeft doen buiten staan om over de aan hen op te leggen straf te delibereeren.


J. Hakkenburg overtreding van art:3 § 1, van het bestaande reglement van Tucht, waarop artikel 4 § 1 de straf bepaald:
Ongehoorzaamheid enz
Opsluiting van een tot drie nachten in de strafkamer en bij herhaling van een tot acht dagen, om den anderen dag te water en brood.

J. Keerwolf, P. Kersten, N. IJzermans & J. Latensteijn allen overtreding van art 3 § 8 van genoemd reglement, waarop art 4 § 8 de straf bepaald,
Ontvreemding, verwaarlozing en beschadiging van eens anders goed
Dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met de boeijen aan.

En A. Onrust overtreding van artikel 3 § 1, 2 en 8 van genoemd reglement, waarop art 4 § 1 de straf bepaald,
Ongehoorzaamheid enz:
Opsluiting van een tot drie nachten in de strafkamer en bij herhaling van een tot acht dagen, om den anderen dag te water en brood, en § 2 wegens verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met de boeijen aan, en § 8 Ontvreemding, verwaarlozing en beschadiging van eens anders goed;- Dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met de boeijen aan:


Met algemeene stemmen heeft de raad de straffen opgelegd, als aan:

J. Hakkenburg, opsluiting voor eene nacht in de strafkamer, en haar tevens ernstig onderhouden

J. Keerwolf, opsluiting voor acht dagen in de strafkamer om den anderen dag te water en brood

P. Kersten, dubbelde  vergoeding van f -.15 en dus f -.30 op zij tegoed hebbende oververdiensten, en het hemd aan Keerwolf weder af te staan.

N. IJzermans, dubbelde vergoeding van f -.40 en dus f -.80 op zijn tegoed hebbende oververdiensten, benevens opsluiting voor den tijd van 8 dagen om den anderen dag te water en brood.

J. Latensteijn, dubbelde vergoeding van f 3.50 en dus f 7.- op zijn tegoed hebbende oververdiensten, benevens opsluiting voor den tijd van 8 dagen om den anderen dag te water en brood.

A. Onrust, opsluiting in de strafkamer voor den tijd van 8 dagen in de strafkamer om den anderen dag te water en brood,-


De gecondemneerden hebbende doen binnen staan , zijn deze vonnissen hen voorgelezen, waar na men hen heeft laten aftreden, en waar van proces  verbaal is opgemaakt.

Op rondvraag van den president, niemand der leden iets meer hebbende voor te stellen, sluit de vergadering-

Aldus opgemaakt als boven is vermeld en ondertekend door de onderstaande:
C. W. Rensing, President, A. M. J. Textor, G. H. Kuipers, L. Vrieze & J. van de Ven, Leden
J. F. Morriën, Secretaris

Voor Extract Conform
De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag