Extract uit de notulen van het verhandelde in den raad van Tucht voor weezen, vondelingen en verlatene kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Zaturdag den 20 December 1845


Present
C. W. Rensing,  president
Leden    A. M. J. Textor    G. H. Kuipers    L. Vrieze    J. van de Ven
J. F. Morriën, secretaris,

De raad door den president bij een geroepen zijnde, waren alle de leden tegenwoordig.

De president opent de vergadering en maakt den raad bekend de navolgende feiten door de onderstaande bedreven:

Neeltje de Bruin, oud 19 Jaar van Rotterdam, sub, N. 664
Maria van der Pollen, oud 22 Jaar van Amsterdam, sub N. 935
Alida Klinenhage, oud 22 Jaar van Amsterdam, sub N. 215
allen ontvreemding van saijet op de fabriek ieder ter waarde van f -.50ct.

Wijders Johannes Koel, oud 18 Jaar van ’s Gravenhage sub N. 750, uit Groningen van desertie terug gebragt; zijnde hij op den 15 April JL ontvlugt, en den 15 Julij Jl finaal afgevoerd.


De raad heeft hen na vervolg doen binnen staan en hen gehoord; alle hadden zij niets ter hunner verontschuldiging in te brengen, waarna men hen liet aftreden om over de aan hen op te leggen straffen te delibereren.

De drie eerstgenoemden, overtreding van artikel 3 § 8, waarop artikel 4 § 8 de straf bepaald op het misdrijf van ontvreemding, verwaarloozing en beschadiging van eens anders goed.
Dubbele vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met de boeijen aan.
En J. Koel overtreding van art: 3 § 2 waarop art: 4 § 2 de straf bepaald, “verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met de boeijen aan.

Met algemeene stemmen heeft de raad de straffen opgelegd aan de Bruin, van der Pollen en Klinenhage, ieder opsluiting in de strafkamer voor den tijd van 4 dagen, benevens hen ieder te debiteren voor f 1.- op rekening van hun te goed hebbende oververdiensten, zijnde dubbelde vergoeding van het ontvreemde.

En Koel, opsluiting in de strafkamer voor den tijd van acht dagen, wijders hem te debiteren op rekening oververdiensten voor f 3.-, zijnde voor betaalde desertie kosten.

De gecondemneerden hebbende doen binnen staan, zijn deze vonnissen hen voorgelezen, waarna men hen heeft laten aftreden, en waarvan proces verbaal is opgemaakt.

Op rondvraag van den president niemand der leden iets meer hebbende voor te stellen, sluit de vergadering.

Aldus opgemaakt als boven is vermeld en ondertekend door de Onderstaande:
C. W. Rensing, President
A. M. J. Textor, G. H. Kuipers, L. Vrieze & J. van de Ven, Leden
J. F. Morriën, Secretaris

Voor Extract Conform
De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag