Extract uit de Notulen van het verhandelde in den raad van Tucht voor weezen, vondelingen en verlatene kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Dingsdag den 29 December 1845


Present
C. W. Rensing,  president
Leden    A. M. J. Textor    G. H. Kuipers    L. Vrieze    J. van de Ven
J. F. Morriën, secretaris,

De raad door den president geconvoceerd zijnde, waren alle de leden tegenwoordig.

Door den president word aan de raad kennelijk gemaakt ontvreemding van 1 pond Haver de gort ad f.-23 bij dag in het magazijn door den wees Anthonius Kiesling Bis N. 324 oud 18 Jaar van Zijpe.

Willebrordus Buijsen sub N. 748, oud 21 Jaar, van ’s Gravenhage, verkoop van kleeding, als: een Onderbroek aan iemand te Zuidvelde, een Hemd en een Borstrok aan iemand te Smilde, en een Buis aan een onbekende, zijnde deze goederen gezamenlijk waardig volgens tarief f 7.90.

Hermanus Tits, N. 94 PK, oud 11 Jaar, van Groningen, wegens desertie voor de 2e maal.


De raad heeft den aangeklaagden doen binnen staan om hen ten deze te horen.

Daar de eerste twee artikel 3 van het reglement van tucht hadden overtreden vervat onder § 8 “Ontvreemding, verwaarloozing en beschadiging van eens anders goed of dat der Maatschappij,  tot welk laatste mede gerekend wordt te behooren de eigen kleeding der kinderen en de bij hen in gebruik zijnde koloniale goederen.”
Waarop art 4 § 8 de straf bepaald “Ontvreemding, verwaarlozing en beschadiging van eens anders goed.
Dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met de boeijen aan.

Wijders H. Tits overtreding van art 3 vervat onder § 2, zich zonder verlof uit de Koloniën verwijderen, waarop art:4 § 2 de straf bepaald, Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met de boeijen aan.

Met algemeen stemmen heeft den raad de straffen opgelegd aan:

A. Kiesling, dubbele vergoeding van het ontvreemde ad f -.23 en dus f. -.46 op rekening zijnde roververdiensten, alsmede opsluiting in de strafkamer voor den tijd van acht dagen.

W. Buizing  die zich reeds schuldig gemaakt heeft 1 maal aan pogingen tot desertie en eens volvoerd, volgens proces verbalen van den 15 Julij 1842 & 21 November 1844, en thans de goederen van anderen en de zijnen verkoopt, in weerwil van de wenken hem zijdelinks op dit kwaad gegeven, een jongeling toont te zijn bijna voor geene teregtwijzing of verbetering vatbaar, een slecht voorbeeld geeft aan anderen zelfs dit kwaad uit eigen belang tracht aan te kweken, geacht mag worden hoogst schadelijk op de beginselen van Jongeren te werken, waarom de raad van Tucht besloten heeft aan de P.C. voor te stellen een verwijzing van hem naar de strafkoloniën Ommerschans voor eenen onbepaalden tijd, en hem te belasten voor de dubbelde vergoeding van het ontvreemde en verkochte ten bedrage van f 15.80

H. Tits opsluiting in de strafkamer voor den tijd van 8 dagen om den anderen dag te water en brood met de boeijen aan.

De gecondemneerden hebbende doen binnen staan zijn deze vonnissen hen voorgelezen, waarna men hen heeft laten aftreden, waarvan proces verbaal is opgemaakt.

Op rondvraag van den president niemand der leden iets meer hebbende voor te stellen, sluit de vergadering.

Aldus opgemaakt als boven is vermeld en ondertekend door de onderstaande:
C. W. Rensing, President
A. M. J. Textor, G. H. Kuipers, L. Vrieze & J. van de Ven, Leden
J. F. Morriën, Secretaris

Voor Extract Conform
De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag