Extract uit de Notulen van het verhandelde in den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en verlaten Kinderen, bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Donderdag den 19 November 1846


Present
C. W. Rensing,  voorzitter
Leden van den Raad:    G. Kuipers     A. Textor    J. Meijer    A. v.d. Berg,
J. F. Morriën, Secretaris

De Raad geconvoceerd zijnde, wordt door den President geopend.

De President maakt den Raad bekend de desertie van de onderstaande Weezen, als van

Jacob Spek, N. 1883, oud 18 Jaar van Grootebroek (desertie voor de 3e maal)

Egge Hendriks Flap, N. 1210, oud 15 Jaar van Haarlem (desertie voor de 2e maal)

Willem Hendrik Eijs, N. 1084, oud 18 Jaar van Haarlem (desertie voor de 2e maal)

Franciscus Korswagen, N. 1306, oud 16 Jaar van Haarlem (desertie voor de 3e maal)

Franciscus Bernardus Kuipers, N. 381, oud 18 Jaar van Vlissingen (desertie voor de 1e maal)

Barend de Vos, N. 1753 van ’s Gravenhage (desertie voor de 1e maal)


De President beveelt dat allen successivelijk binnen komen om gehoord te worden.

De eerste geeft voor dat zijne makkers in de zaal hem steeds plaagden.- en de overigen met voornemen hun familiën te bezoeken, wijders vraagt de President, wat hun bewogen heeft hunne kleeding stukken te verkoopen, en wel aan de Weezen

Jacob Spek verkoop van
2 Borstrokken 1 Taille f 4.-
1 Broek 1 Taille f 2.70
1 pr kousen 1 Taille f 1.10
1 doek 1 Taille f -.35
1 pet 1 Taille f -.80
  = f 8.95

Franciscus Korswagen
1 Broek f 3.45
1 pet f -.80
= f 3.25

Waarop beiden geheel het stilzwijgen bewaarden, vermoedelijk om reisgeld te hebben, en overigens hier op niets ter hunner verschoning hadden in te brengen.
Wordt besloten dat zij kunnen aftreden.

Gezien Art 3 § 2 van het Reglement van Tucht alwaar staat omschreven “Zich zonder verlof uit de koloniën te verwijderen”, waarop bij Art 4 § 2 de straf bepaald wordt:
“Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met de boeijen aan.”

De President vraagt het gevoelen van ieder Lid in het bijzonder.

Met eenparige stemmen wordt besloten te straffen:

De Vier eerstgenoemden met opsluiting in de strafkamer voor den tijd van acht dagen, om den anderen dag te water en brood met de boeijen aan. Vervolgens hunne rekening oververdiensten te belasten als

J. Spek, wegens betaalde premie en transportkosten f 10.50, wegens verkoop van kleeding stukken f 17.90, zamen f 28.40

E. H. Flap, wegens betaalde premie en transportkosten f 4.20, wegens verkoop van kleeding stukken ----, zamen f 4.20

W. H. Eijs, wegens betaalde premie en transportkosten f 4.20, wegens verkoop van kleeding stukken ----, zamen f 4.20

F. Korswagen kosteloos terug gebragt, wegens verkoop van kleeding stukken f 6.50, zamen f 6.50

F. B. Kuipers, id id id
                  
B. de Vos, id id id
 
En de beide laatstgenoemden namelijk F. B. Kuipers en B. de Vos met 8 dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water en brood.

Men gebood dat zij allen moesten binnen staan en las hun dit vonnis voor.

Niets meer te behandelen zijnde wordt de vergadering gesloten.

Aldus opgemaakt op datum als in het hoofd dezes vermeld en ondertekend door:
(wget) C. W. Rensing, President
Leden: G. Kuipers, A. Textor,   J. Meijer, A. van den Berg
J. F. Morriën, Secretaris

Voor Eensluidend afschrift
 De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag