Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht voor Weezen

Zitting van den 11 Mei 1852


Tegenwoordig
C. W. Rensing, President
Leden: A. Textor, G. Kuipers, L. Vrieze, J. van de Ven
en J. F. Morriën, secretaris

De Raad vergaderd zijnde, waren alle de leden tegenwoordig.

Wordt gehoord den wees Gerrit Fokken N552, deserteur voor de 1e maal, die te kennen heeft gegeven alleen te zijn weg geloopen met het doel om zijne Familie te willen bezoeken;- dat echter niet als eene geldende verschoning door den Raad kan aangenomen worden.

Gezien art 3 § 4 van het reglement van Tucht, waar op bij art: 4 § 2 de straf bepaald wordt van: “opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met de boeijen aan”:

Wordt besloten:

bovengenoemde wees G. Fokken te straffen met acht dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water en brood, en zijne rekening oververdiensten te belasten met f 4,25 voor betaalde premie en transport kosten.-

Overigens niets meer te behandelen zijnde, wordt de Raad gesloten.

Aldus opgemaakt op dato als boven en onderteekend door:
C. W. Rensing, President
leden: A. Textor, G. Kuipers, L. Vrieze, J. van de Ven
en J. F. Morriën, secrt

Voor copie conform
De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 22 juni 1852 N2, invnr 728

Notities bij het zittingsverslag