Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en verlaten Kinderen bij het 1 Gesticht te Veenhuizen

Zitting van den 3 Julij 1852


Present
C. W. Rensing, Pre
Leden van den Raad: A. Textor, G. Kuipers, L. Vrieze, J. van de Ven
J. F. Morriën, Secrt

Alle de leden zijn tegenwoordig

wordt voorgenomen:

Pieter den Hertog
N 1381 deserteur van het Instituut te Wateren, alhier aangebragt en voor den raad te regt staande

Johannes van Maanen N 698, door den Zaalopziener aangeklaagd, buiten de Kolonie te hebben verkocht, een zwart voerlaken broek ter waarde van f 2,20

De eerste geeft voor te Wateren volstrekt niet te kunnen zijn en is daar om ontvlugt, de laatste heeft niets ter zijner verontschuldiging in te brengen.

Men laat hen  buiten staan om over hun te raadplegen.

Gezien Art 3 § 2 van het reglement van Tucht (voor zoo veel den Wees P. den Hertog betreft) en Art 3 § 8 omtrent de zaak van J. van Maanen.

Waarop Art 4 §2 & 8 de straf bepaald

Besluit

De Wees P. den Hertog te straffen met 8 dagen opsluiting in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en ook denzelve vervolgens hier te houden en niet naar Wateren terug te plaatsen, waar toe den Instituteur zijn verlangen heeft te kennen gegeven
en de wees J. van Maanen mede te straffen als voren en daar en boven, met vergoeding der dubbele waarde van de verkochte broek ad f 4,40, welk bedrag op rekening van zijn te goed hebbende oververdiensten zal gebragt worden.

De gevonnisden wordt den uitspraak van de raad medegedeeld.

De President sluit de vergadering.

Aldus opgemaakt op datum als in hoofd dezes vermeld en onderteekend door
(wgt) C. W. Rensing, President
leden van den raad: A. Textor, G. Kuipers, L. Vrieze, J. van de Ven
J. F. Morriën, secretaris

Voor copie conform
de Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 24 augustus 1852 N11, invnr 733

Notities bij het zittingsverslag