Extract uit de Notulen van het verhandelde in den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en verlaten Kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van den 20 Augustus 1853


Present
C. W. Rensing, Presd
Leden van den Raad: J. F. Morriën, W. Heidema, , L. Vrieze, A v d Berg
J. F. Morriën, secretaris

Door den president bij eengeroepen zijnde, waren alle de Leden tegenwoordig.

worden voorgenomen:

M. Mark N1639
(door den fabrijk baas, wegens ongehoorzaamheid, brutaliteit en luiheid op de fabrijk aangeklaagd)

Zij had voor den raad verschenen zijnde geene aanneembare redenen ter harer verontschuldiging in te brengen.

Reeds onderscheidene malen is dit meisje, voor deze zelfde zaak gestraft geworden, waar om de raad besloot haar nu volgens art 4 § 3 te straffen in plaats der in genoemd artikel aangeven straffen, met 8 dagen opsluiting in de strafkamer, haar tevens te kennen gevende, dat bij herhaling van het door haar bedrevene, deze straf verzwaard zoude worden met onthouding van gekookte spijzen en daar voor water & brood.


W. van Roosmalen N637 en
J. N. Velzeboer N27
(beiden uit Wateren gedeserteerd, en vanuit Amsterdam door den Heer Beudeker, Boekhouder der Administratie over de Stads bestedelingen aldaar aan den Bode J. Schutte ter overbrenging naar het Instituut mede te geven, van waar zij door den Instituteur naar herwaards opgezonden zijn om voor de Raad van Tucht alhier te verschijnen)

gevraagd zijnde, welke redenen zij vermeenden te hebben om het Instituut heimelijk te verlaten, gaven zij voor, aldaar niet te kunnen aarden.

Het gevoelen der raad hier op ingenomen zijnde, werd besloten, beide voornoemde Weezen te straffen volgens Art 4 § 2 met 8 dagen opsluiting in de strafkamer, zijnde hunne rekening oververdiensten niet belast geworden, daar zij kosteloos alhier zijn aangebragt.


J. Eskens N1666
(beschuldigd kinderen die naar de R. K. leering gingen op de publieke weg geslagen te hebben.)

Hij bekende dit te hebben gedaan, voorgevende zij hem uitgescholden hadden.

De raad deze verschoning niet kunnende aannemen, te meer daar hij zich reeds meer malen aan dit feit schuldig had gemaakt, besloot met eenparige stemmen op hem toe te passen de straf vervat in Art 4 § 9 weshalve zij hem veroordeelde tot 8 dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water & brood


D. Baruch N50
(ontvreemding van 25 Cent aan zijne zaalmakker)

Niet tegenstaande hij in den beginne dit feit hardnekkig bleef ontkennen, beleed hij toch later het zelve gepleegd te hebben.

Waar op de Raad besloot hem ingevolge Art 4 8 te straffen met dubbele vergoeding van het ontvreemde en gedurende 4 dagen opsluiting in de strafkamer, zijnde hij nadrukkelijk door den raad vermaand geworden zich voortaan aan deze misdaad niet meerder schuldig te maken, daar de gevolgen van deze voor hem onberekenbaar ongeluk zoude veroorzaken.


C. F. van Paaschen N84 P.K.
(door den portier der voorpoort met sterken drank aangehouden, die hij in het Gesticht trachte te brengen)

Hij beleed dit feit, voorgevende zijne Zaalmakkers bij gelegenheid der Speeldag te willen tracteren.

De raad, het hoogst strafbare van deze daad hem ernstig onder het oog gebragt hebbende welke gevolgen hij  niet berekend had, besloot hem voor dit maal te straffen ingevolge Art 4 § 6 met acht dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water en brood, zijnde de hoogste straf en dus op hem toegepast, tevens met de verzekering dat indien hij zich op nieuw verstouten mogt dit feit te herhalen, hij aan de P.C. voorgedragen zoude worden tot overplaatsing naar de Ommerschans.


I. R. Ides N512
(door den Onder Directeur buiten aangeklaagd als hebbende kinderen, die onder zijne bevelen landwerk verrigten te hebben geslagen)

Na het feit beleden te hebben, is de Raad overgegaan op hem Art 4 § 9 toe te passen en heeft besloten hem te straffen met acht dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water en brood, zijnde de hoogste straf op hem toegepast, daar hij als een zeer ondeugend brutaal en onhandelbaar sujet bekend staat, wordende hem tevens met den inhoud van Art 9 bekend gemaakt, het welk bij verdere door hem gepleegd wordende soortgelijke handelingen, ten strengsten van toepassing zal worden gemaakt.

De Raad wordt gesloten
Aldus opgemaakt op datum als in hoofd dezes vermeld en onderteekend door
(wgt) C. W. Rensing, Pred
Leden  van den Raad: J. F. Morriën ,W. Heidema, L. Vrieze, A. v d Berg
J. F. Morriën, secretaris

voor copie conform
de secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 26 september 1853 N6, invnr 762

Notities bij het zittingsverslag