Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van den 13 Julij 1858


Tegenwoordig zijn:
C. W. Rensing, Pt.
G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën, Sect.

De Voorzitter opent de Raad, alle de leden zijn tegenwoordig.

Worden geroepen en verschijnen:

Meinderdina van der Beek gedetacheerde N23 die pogingen heeft aangewend, om zonder bekomen verlof naar Groningen te gaan, om hare famille aldaar te bezoeken.

P. J. van Duiven bestedeling No. 46 P.K
., die zich tegen de orders van den Onder Directeur Heidema heeft verzet, en hem onder uitbraking van het allerverschrikkelijkste vloekwoord, gedreigd heeft aantevallen.

B. Wettstein en J. E. H. Dans No. 200 en 287 beide wegens weigering van werk.

Gezien art 3, 4 en 9 van het Reglement van Tucht voor Weezen

Overwegende dat het gebeurde met van Duiven gestrengelijk dient gestraft te worden, ten einde het gezag van de Plaatselijke Directie te handhaven; hij is een der brutaalste jongens van het gesticht, altijd ontevreden, norsch en wederstrevig.-

Gehoord het gevoelen van ieder lid in het bijzonder

Wordt besloten te straffen als volgt:

M. van der Beek, B. Wettstein en J. E. H. Dans met opsluiting in de strafkamer voor den tijd van 8 dagen, de beide laatstgenoemden om den anderen dag te water en brood, en P. van Duiven met eene verwijzing naar het 2e Gesticht voor den tijd van zes maanden onder goedkeuring van het Beheer.

De opgenoemden, die gedurende de beraadslagingen hebben buiten gestaan, worden binnen geroepen en ontvangen hun vonnis.-

Niemand der leden iets meerders hebbende voor te dragen, wordt de Raad gesloten.

Aldus gedaan op dato als in het hoofd dezes vermeld.-
De President en Leden
(was getekend)
C. W. Rensing, Pt
G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman

Voor Copie Conform
De Secretaris
J. F. Morriën


Dwars op de laatste pagina staat:
Geb 7 Dec 1839
aangek 29 Oct 1853
geplaatst op contract met Reg: van het Gecomb Wees en Armenhuis te Bergen op Zoom


Bijlage: reactie van de gecommitteerde der regering


No
7
’s Gravenhage, den 24 Augs 1858

De Gecomm der Regering bij de Maats V Weld enz.

Gelezen den brief van den Dir der Kolonien van den 10 dezer N 2240 en de daarbij ingezonden Processen verbaal van de Raden van Tucht bij de Gestichten te Ommerschans en Veenhuizen over de maand Julij ll.

Besluit

Aan den Directeur voorn te schrijven als volgt:

Blijkens het proces verbaal van den Raad van Tucht bij het Gesticht te Veenhuizen van den 13 Julij ll., mij onder anderen geworden bij Uwen brief van den 10 dezer N 2240 is de bestedeling P. J. van Duiven N533B verwezen om gedurende den tijd van zes maanden te worden overgeplaatst naar het 2e Gesticht.

Vermits echter bij dat Proces verbaal niet zijn vermeld de Notulen, blijkens welke de bestedeling vroeger om wangedrag vruchteloos is gestraft geworden, hoedanige aanhaling den grondslag der verwijzing moet uitmaken, zoo verzoek ik U mij in verband tot het door den Raad van Tucht aangehaalde art 9 van het Reglement daarvan alsnog opgave te verstrekken.-

de Gecomm enz

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 24- augustus 1858 N7, invnr 895

Notities bij het zittingsverslag