Raad van tucht voor weeskinderen bij Veenhuizen-3

Vergadering van den Raad op 6 October 1829


Art 1

De Leden zijn allen tegenwoordig.

Art 2

De President verklaart de Raad voor geopend.

Art 3

Er wordt door den Secretaris voorgelezen:

Eene klagte van den Zaalopziener van der Kamp ingebragt tegen de Weezen C. van Tienen, S. van Amstel, M. B. Smit, M. van Hoven & G. Tichelaar en houdende dat zij ieder een hunner hembden zouden verkocht, of ten minste met wetens zouden hebben te zoek gemaakt.

Art 4

De beklaagden kunnen geene verontschuldigingen inbrengen als dat zijl. voorgeven dat deeze hembden in de Waschzaal zijn te zoek geraakt.

Art 5

In aanmerking nemende dat het opzicht in de Waschzaal thans zodanig geregeld is, dat er geene kleedingstukken kunnen verloren raken en dus deeze verontschuldiging niets anders als uitvlugten moeten beschouwd worden.

Art 6

Gezien Art 4, 8e onderdeel van het Reglement van Tucht, op grond waarvan zijl. zullen behoren gestraft te worden.-

Art 7

De Raad verwijst de in dezen opgenoemde Weezen voor Vier dagen Strafkamer arrest om den anderen dag te water & brood.

Art 8

De Zaalopziener van der Kamp wordt met de executie hiervan belast.

Art 9

De Werkzaamheden afgelopen zijnde, zoo wordt de Raad gesloten.-

Aldus gearresteerd op dato als boven
De President & Leden
A.de Geus, C. Hulst, L. N. Bandering, J. Emmelot, N. W. van der Kamp

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag