Weeskinderen Veenhuizen-3

Raad van Tucht van den 25 Januarij 1830


Art 1
De Leeden alle tegenwoordig zijnde, zoo word de Raad door den President geöpend

Art 2
Door den Zaalopziener Bloemeijer word ter kennisse van den Raad gebragt dat de Weezen C. Som, E. Edeling, M. Poot, M. Arzijn & T. Himmelfachen hunne mutzen hebben versneden tot poppegoed.

Art 3
De Raad is van oordeel dat boven vermelde weezen als nog zoo jong zijnde, voor dit maal met eene serieuse correctie worden vrij gekend van de straf anders volgens het Reglement van Tucht op hun lieden van toepassing.

Art 4
Door den Adjunkt Directeur & Onder Directeur binnen word ter kennisse van de Raad gebragt dat door hun gedurende de afgelopende week strafkamer arrest is opgelegd geworden voor den tijd van 2 maal 24 uuren aan de ondervermelde Weezen, ter zake van zich bij gelegenheid van het nieuwe jaar, of de nieuwjaarsdag van het Gesticht te hebben verwijderd, des nachts uitgebleven, en bij de boeren in de naburige streeken hebben rondgeloopen, als
aan G. J. van Erkel, J. J. Singler, J. F. Scheller & A. G. Straal

De Raad neemt in aanmerking dat de straf dient toegepast te worden op art 4, 2e onderdeel van het Reglement van Tucht waarvan de straf van 1 tot 8 dagen bepaald word, alsmede dat de strenge koude oorzaak is geweest, dat de opsluiting slegts 2 maal 24 uur heeft plaats gehad.-
De Raad verwijst al zoo de bovengenoemde Weezen tot opsluiting in de strafkamer wegens boven aangehaald artikel voor den tijd van 5 maal 24 uuren, zullende de reeds ondergane straf hier toe in mindering strekken.

Art 5
Alsmede wordt door den Zaalopziener Jeune eene klagte ingediend, houdende dat de Weezen F. Nieuwkerk. F. van Vuren en J. J. Singler zich hebben schuldig gemaakt aan het ontvreemden van aardappelen uit de kuilen op het veld aanwezig.-

Art 6
De Raad verwijst de weezen F. Nieuwkerk & J. J. Singler als bij herhaling zich aan misdaad schuldig gemaakt, volgens art 4, 2e onderdeel van het Reglement tot opsluiting in de strafkamer, de eerste voor 8 maal 24 uur en de tweede voor 6 maal 24 uuren, om den anderen dag te water & brood, en met boeijen aan, benevens F. van Vuren als voor de 1e maal voor 4 maal 24 uuren.-

Art 7
Voorts wordt door den Zaalopziener Bloemeijer aangeklaagd den wees Martina Parras, welke zich niet ontzien had hem Zaalopziener uit te schelden, met onderscheidene beledigende vuile uitdrukkingen.
De Raad verwijst bovengenoemde wees op grond van getuigen tot opsluiting in de strafkamer voor den tijd van 2 maal 24 uuren, om den anderen dag te water & brood, volgens art 4, 1e onderdeel van het Reglement van Tucht.-

Art 8
De Zaalopzieners van de in dezen betrokkene Weezen worden respectivelijk met de executie der in dezen bepaalde straffen belast.-

Aldus gearresteerd op dato als boven

De President & Leeden
A.de Geus, C. Hulst, L. N. Bandering, N. V. v d Kampen, J. Emmelot
Ter ordonnantie van dezelve
De Secretaris

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag