Weeskinderen derde gesticht Veenhuizen

Vergadering van den Raad van Tucht op den 7e Junij 1830


De Leden zij allen tegenwoordig behalve den Onder Directeur buiten L. Nijenbandering, welke door ziekte verhinderd is geworden.-

De bij den Voorzitter ingekomen klagten door den zaalopziener Jeune opgemaakt tegen den wees A. Steiger wegens het agterhouden en niet willen opgeven van eenige zijner kleedingstukken, bij gelegenheid van het opmaken van den Staat van Kleeding, wordt voorgenomen.-

De zaalopziener Jeune gehoord, welke verklaard dat A. Steiger uitdrukkelijk verklaard heeft zijne eigene kleedingstukken niet te willen opgeven, en niet alleen aan hem zaalopziener, maar even min aan den Adjunct of Onder Directeur, en dat hij dezelve liever verbrande.-

De beklaagden kan geene redenen tot verontschuldiging hoegenaamd inbrengen.-

In aanmerking nemende dat den WelEd Gestr Here Inspecteur der Koloniën bij deszelfs inspectie over den beklaagden zeer ontevreden is geweest, en bevolen heeft hem naar uitwijzing van den Raad van Tucht te straffen.-

De Leden zijn van gevoelen dat de persoon van A. Steiger moet gestraft worden met eene opsluiting in de strafkamer voor den tijd van 3 nachten, overeenkomstig art 4 van het Reglement van Tucht.-

Aldus gearresteerd op dato als boven
De President en Leeden

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag