Weeskinderen

Kolonie Veenhuizen                3e Etablissement

Vergadering van de Raad van Tucht op
den 26 Junij 1830


De Leeden allen tegenwoordig zijnde, zoo wordt de Raad door den President geopend.-

Wordt voorgenomen:

1e De aanklagte tegen de Weezen Antonij Stijger, C. Maurits & A. S. Baas beschuldigd, de eerste wegens het verholen houden van een hoofd peuluw welke hij van de beide laatstgenoemden bekomen had.-

De beschuldigden gehoord en wel A. Stijger welke te kennen geeft het peuluw van de beide laatst genoemden ontvangen te hebben, terwijl Maurits en Baas voorgeven, dat het door hun gevonden is  op  ’t binnenplein van ’t Gesticht.-

In aanmerking nemende dat A. Stijger wel bekend was, dat hij dergelijke goederen, welke het eigendom der Maatschappij zijn, niet mogt behouden, maar dezelve had moeten terug brengen bij de Directie van het Gesticht en waar door hij alzoo strafbaar is, even als de beide laatst genoemden strafbaar zijn, wegens het ontvreemden van het meergenoemde hoofdpeuluw, daar hun voorgeven van hetzelve gevonden te hebben bezijden de waarheid is bevonden.

De Raad verwijst A. Stijger tot dubbelde vergoeding van het verholene, aangezien hij veel ouder dan de beide anderen is, en dus beter zijne verpligting in dezen had moeten kennen; als mede tot strafkamer arrest voor den tijd van 8 dagen, welke detensie de Raad vermeend ten vollen op hem te moeten toepassen, daar hij in betrekking van kamerwagt juist gehouden is voor die misdrijven te waken, die hier door hem zelven bedreven worden, alsmede de Weezen Maurits & Baas ieder voor 4 nagten strafkamer arrest.-


2e De aanklagte tegen den Wees A. Adelaar bij dewelke al mede een peuluw is gevonden, en wie zich daar omtrend niet konde verontschuldigen.-
De Raad heeft ook deze wees voor 2 nagten in de strafkamer verwezen, als mede tot dubbelde vergoeding van het ontvreemde.-

3e De aanklagte tegen de Weezen Lentink, Broekman, Kruid, Eindhoven & Sikkens welke zich niet ontzien hebben de tuinvruchten met kwade oogmerken te bezoeken, en dien tengevolge schade in dezelve hebben aangerigt.-
De beklaagden kunnen zich niet verontschuldigen.-

In aanmerking nemende dat Broekman en Sikkens ten tweede male voor de Raad zijn om gelijk misdrijf.-

De Raad verwijst alzoo met unanieme stemmen Lentink & Broekman ieder voor 8 dagen, de laatste als bij herhaling met de boeijen aan en om den anderen dag te water en brood.-

Kruid en Sikkens ieder voor 4 nagten de laatste met de boeijen aan, en die uit hoofde van zijne jongheid van de volle straf voor dit maal nog verschoond wordt!

4e De aanklagten tegen de weezen G. Sloot en A. Montfoord, welke eenige aardappelen uit de menage hadden weggenomen, en die voor zich hadden laten kooken.-
De beklaagden bekennen hunnen misstap.-

In aanmerking nemende dat Montfoord ten tweede maale voor deze Raad verschijnt.-
In aanmerking nemende dat Sloot zig altijd zeer goed gedragen heeft, doch dat zij in dezen door Montfoord is verleid geworden; almede dat zij nauwelijks van eene Zware Ziekte is hersteld.-

De Raad verwijst Montfoord voor 8 dagen strafkamer arrest, om den anderen dag te water en brood, terwijl Sloot om vorenstaande consideratiën voor dit maal met eene serieuse correctie ongestraft zal blijven.-

Bovenstaande straffen toegepast op art 4 8e onderdeel van het Reglement van Tucht voor de Weezen, Vondelingen enz.

De respective Zaalopzieners worden met de dadelijke executie hier van belast.-

Aldus gearresteerd op dato als boven

De President & Leeden
A.de Geus, C. Hulst, L. Nijenbandering, J. Emmelot, van der Kamp

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag