Raad van tucht voor weeskinderen

Vergadering van de raad van Tucht binnen het 3e Gesticht op den 20 November 1830


De Raad wordt door den president geopend.-


De Onder Directeur brengt ter kennisse van de Raad, dat door hem 3 maal 24 uur strafkamer arrest is opgelegd geworden aan Anthonia van der Mark wegens het verwijderen van dit gesticht zonder verlof.


Verders neemt de Raad de ingekomene klagte van den zaalopziener van der Kamp voor, waar in de Weezen E. Akker en J. Baukes worden beschuldigd van met elkander gevochten te hebben, terwijl Baukes daar en boven de som van 20 Cent ontvreemd heeft van den wees A. Klok, hetwelk zij bekend gedaan te hebben.-

De Raad vind E. Akker schuldig aan het haar ten laste gelegde en verwijst haar tot 3 maal 24  uur strafkamer arrest, terwijl J. Baukes, hoe wel niet zoo zeer schuldig aan de vechterij, gestraft wordt voor 3 maal 24 uur strafkamer arrest om den anderen dag te water en brood, benevens tot  dubbele vergoeding van het ontvreemde.-


Eene tweede klagte tegen de Weezen F. van der Spek en C. Eindhoven, wordt behandeld, de eerste heeft zich zonder permissie naar Norch begeven, terwijl Eindhoven zijn koussen zoude uitgetrokken hebben om er handschoenen van te breiden.-
Zij worden beiden schuldig bevonden.

De Raad condemneerd van der Spek als voor de 3e maal voor de Raad zijnde voor 8 maal 24 uur in de strafkamer om den anderen dag te water en brood met de boeijen aan, en de wees C. Eindhoven voor de 2e maal voor de Raad zijnde voor 8 maal 24 uur in de strafkamer om den anderen dag te water en brood.-


De Weezen F. J. van Barenen en L. G. Mud hebben zich schuldig gemaakt aan het ontvreemden van koussen en worden daarvoor gestraft met eene opsluiting in de strafkamer voor den tijd van 8 x 24 uur om den anderen dag te water en brood, en de laatstgenoemde als bij herhaling met de boeijen aan; alsmede tot dubbele vergoeding.-


Den Wees J. Batstra wordt wegens het verkoopen van zijn borstrok aan een ontslagen wees voor 8 x 24 uur in de strafkamer geplaatst om den anderen dag te water en brood.-


Den Wees W. de ???? heeft al weder koussen van het droog hek?? weggenomen waarvoor hij gestraft wordt met 6 maal 24 uur strafkamer arrest om den anderen dag te water en brood, bovendien tot dubbelde vergoeding van het ontvreemde.-


De Weezen A. Verkruijssen en A. Stijger hebben zich niet ontzien de strafkamer van binnen te beschadigen door het uitbreeken van traliewerk.-
A. Verkruijssen wordt onschuldig bevonden, terwijl A. Stijger als de dader daar aan gestraft word met 8 maal 24 uur strafkamer arrest om den anderen dag te water en brood met de boeijen aan, benevens dubbele vergoeding van het beschadigde.-


Den Wees G. Kuit wordt wegens het verkoopen van zijn schoenen aan een ontslagen wees gestraft voor 8 maal 24 uur in de strafkamer om den anderen dag te water en brood.-

Alle vorenstaande straffen gewezen overeenkomstig het Reglement van Tucht voor de weezen, vondelingen en verlatene kinderen gearresteerd den 8 Julij 1829.-

Aldus gearresteerd op dato als boven

De President en Leeden
A. de Geus, C. Hulst, L. NBandering, J. Emmelot, van der Kamp
Rensing, secr.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag