Raad van tucht voor weeskinderen

Vergadering van den Raad van Tucht bij het 3e Etablissement te Veenhuizen op den 25 Februarij 1831


De Raad

Gelezen de klagten,

1e tegen de wees H. Visser welke van den wees H. Gaarlink een paar kousen heeft ontvreemd en uitgetrokken, doch de saijet aan den eigenaar weder terug gegeven.


2e tegen den wees J. Koorn bij wien door den Zaalopziener twee paren zokken zijn bevonden welke hij van Meisjes heeft ontvreemd, en door den Zaalopziener terug gegeven.-

Gehoord de beklaagdens welke niets ter hunner verschoning kunnen inbrengen.

Gehoord den Zaalopziener Scherer, zich beklaagende dat gezegde J. Koorn een regt ondeugdelijk sujet is welke zich tegen alle orde en gehoorzaamheid te weer stelt.

Overwegend dat H. Visser dit zijn eersten misdrijf en daar bij overigens een geschikt sujet is.-

Overwegend dat ofschoon J. Koorn ook dit zijn eersten misdrijf is, doch tevens geen berouw betoond over het begane feit, en buiten dien een ondeugend voorwerp.

Gezien het Reglement van Tucht gearresteerd bij besluit der P.C. dd 8 Julij 1829 N. 19

Veroordeeld

1e de Wees Koorn tot 6 maal 24 uuren strafkamer arrest om den anderen dag te water en brood

2e de Wees H. Visser tot 2 dagen strafkamer arrest om den anderen dag water en brood

Aldus gearresteerd op dato als boven

De President en Leeden
A. de Geus, C. Hulst, L. NBandering, J. Emmelot, van der Kamp

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag