Raad van Policie en Tucht voor veteranen huisgezinnen bij het 3e Gesticht te Veenhuizen, op den 2e Junij 1847

Alle Leden zijn tegenwoordig.

Wordt voorgeroepen:

1e D: Rubinga, die beschuldigd wordt door den bedelaars kolonist Hartman eenig katoen van hem te hebben gekocht dat hij, Hartman ontvreemd had van de fabrijk aan het 2e Gesticht.-

De President aan Rubinga gezegde beschuldiging voorhoudende, verklaart hij niet schuldig te zijn daar geen katoen, hoe gering ook, van hem Hartman ontvangen te hebben en waarin hij blijft volharden, hoe ook, de President hem de verklaring van Hartman op het hart drukt en den misdaad voorhoudt.

De Raad kan zich niet overtuigen dat Rubinga inderdaad schuldig is, daar er geene verdere bewijzen tegen hem zijn.-

En, is de Raad, dus eenparig van oordeel Rubinga, op voorzegde beschuldiging niet te kunnen vonnissen, latende hem Rubinga, na met eene gepaste toespraak heengaan.



2e de Veteranen Weduwe Freeling, die in verdenking ligt, zich in eene Zwangere toestand te bevinden, ten gevolge onzedelijke omgang met anderen.

De President stelt aan haar de gezegde beschuldiging voor, waarop zij ontkent zwanger te zijn, en geene onzedelijke omgang met den een of ander gehad te hebben.

De Raad is echter van oordeel dat er kentekenen genoeg bestaan, dat zij zwanger is, en verklaart haar mitsdien schuldig, aan gehoudene onzedelijke omgang en, gezien hebbende het Reglement van Policie en Tucht art 2 Lett f en art 3 § 2, houdende bepaling van straf op het misdrijf: onzedelijke omgang met, of verleiding tot onzedelijkheid van anderen, Besluit: met eenparige Stemmen om Vrouw Freeling voorn., den straf op te leggen van overplaatsing naar de Strafkolonie te Ommerschans, voor eene onbepaalde tijd waarop de goedkeuring der Permanente Commissie zal worden ingewacht,- daarbij de vrijheid nemende aan de Permanente Commissie ter gunste van haar voor te stellen, (en wel om de 5 kinderen wille, die alle nog zeer jeugdig zijn) art: 23 der additionele artikelen van gezegd Reglement, bij uitzondering, zoo mogelijk niet op haar toe te passen, verzoekende de Raad als nog, in belang van dit gezin, de Permanente Commissie, om haar van verwijdering uit de Koloniën vrij te laten.

De Weduwe Freeling binnen geroepen zijnde, wordt haar het besluit der Raad mede gedeeld.

De Raad gaat hierna uiteen

De President
S. B. Drijber

De Leden
van Swinkhuijsen Kapt.
Bosma.
J. Hartman Sergt
De Secretaris J. Visscher

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag