Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN





De aanbesteding van het eerste gesticht te Veenhuizen op 10 mei 1823, waarbij niemand het wil bouwen voor het gewenste bedrag en er verder onderhandeld moet worden

Het begint met de tekst van een advertentie die wordt geplaatst in diverse dagbladen. De tekst van die advertentie staat op invnr 65 scan 198 en luidt als volgt:

De Direkteur der koloniŽn der Maatschappij van Weldadigheid, als daartoe behoorlijk door de Permanente Kommissie van genoemde Maatschappij geautoriseerd, zal op zaturdag den 10 meij aanstaande in het logement te Frederiksoord aanbesteden het maken van een geheel nieuw

HOOFD-GEBOUW,

tot plaatsing van vijftien honderd personen, te Veenhuizen gemeente Norgh, provintie Dren≠the.
De bestekken zullen twaalf dagen te voren ter lezing liggen op het Bureau der Permanente Kommissie te S' Hage, en op dat van den Direkteur, te Frederiksoord. Voorts te Leeuwarden in het Heeren Loge≠ment bij Poelman; te Groningen in het Post≠huis bij van der Molen; te Zwolle in het Hee≠ren Logement bij Harmsen; te Assen bij Don≠ker, en te Veenhuizen in de herberg aldaar.
Zullende 4 dagen voor de besteding, aanwijzing in loco geschieden, en nader in≠formatie bij den Direkteur voornoemd te be≠komen zijn.

Frederiksoord den 19e april 1823
de Direkteur der Kolonien.

Boven de begroting

Het eerste verslag van die openbare aanbesteding komt 11 mei 1823 van de directeur der koloniŽn, invnr 65 scan 472. Men is niet tevreden:

Eindelijk met bijvoeging der inschrijvingsbilletten der Permanente Kommissie te informeren dat bij de publieke uitbesteding op gisteren, het hoofdgebouw te Veenhuizen werd aangenomen voor É 58850. door den Heer Oosterloo. Deeze somme verre boven de begroting zijnde, zijn wij dadelijk met een ander aannemer in onderhandeling getreden. ZHEdGest. den Heer 2e Adsessor zal den uitslag, welke ik geloof voldoende te zullen zijn, op heden of morgen de Permanente Kommissie mededeelen.

Bijgevoegd bij de brief zijn elf inschrijfbiljetten van aannemers, invnr 65 scans 477-491, plus de 'verdwaalde' scans 446-448. Het hoogste bod is met É 76.000 van aannemer Nuis die bij de bouw van de Ommerschans zwaar het schip was ingegaan. Ik heb die inschrijvingen ooit eens artistiek uitgespreid:


In onderhandeling

Diezelfde dag al, dus 11 mei 1823, laat Johannes van den Bosch weten dat hij druk in onderhandeling is, invnr 65 scan 472. Met 'cautie' bedoelt hij borg. Hij noemt de naam van de aannemer niet, maar het is dus Harm Jannes Wind uit Oldemark, die oorspronkelijk voor 64.000 gulden had ingeschreven:

De publieke aanbesteding heeft gisteren plaats gehad en is uitgevallen gelijk verwagt had, dat is veel te hoog gemeend(?), namentlijk op ruim 58 duizend guldens door Oosterlo.
Er waren veele aannemers die tot 75 duizend guldens gevraagd hebben.
Ik stel voor de aanbesteding niet te gunnen.
Ik ben reeds in onderhandeling met een bekwaam man die de vereischte cautie stellen kan.
Deze heeft reeds den aanbouw op 54 duizend guldens aangeboden, met eenige wijzigingen echter in de conditie, of liever in de wijze van betaling.
Wij winnen voor É2500- op de materialen en nog É500 gis ik dat op de overschietende zal kunnen worden geprofiteerd, zo dat dan in effectie het gebouw maar op É51,000- zou komen te staan.
Ik heb aangewezen zo hij het voor 53/m zal aannemen ik daar van een voorstel aan de Kommissie doen zal.
Ik ben overtuijgd dat het daar voor gebouwd kan worden, de materialen na het tarif berekent en daar de materialen dagelijks met kragt worden aangevoert bestaan er geen reden om zich te overhaasten.
Met betuiging van hoogachting heb ik de eer te zijn

UWelEd DWDienaar
J. van den Bosch

Overeenstemming

En de volgende dag meldt Johannes van den Bosch (als gebruikelijk niet altijd helemaal leesbaar) dat hij en aannemer Wind er uit zijn gekomen, met enige hulp van de schout van Vledder Jacobus Stephanus van Royen, invnr 65 scans 501-502:

Frederiksoord den 12 mey 1823

WelEdele Heeren!

Met Herman Wint onder borgtogt van de Heer Stephanus van Royen overeengekomen zijnde, wegens het opbouwen van het instituut te Veenhuyzen voor een som van É53,000-, heb ik de eer het kontrakt deswegens aangegaan hier neffens aan de bekragtiging der Permanente Kommissie te onderwerpen.
De posten met een kruisje op neffens gaande staat voorkomende zijn reeds gekogt met de kosten van het transport daar onder gerekent voor de sommen daar bij opgegeven.
De niet geschiede moeten nog gekogt worden en zijn op den staat gebragt voor de zelfde som als op de begroting.
Daar op echter denken wij bij koop nog circa É500- te kunnen uitwinnen, en als dan zullen de gezamentlijke materialen É38,000- kosten.
Op de begroting is daar voor opgebragt É40788- en dus zal daar op geprofiteerd worden É2788- en derhalve het gebouw slechts É50212- kosten.
Inderdaad een zeer gering artikel(?) boven het gecalculeerde.
De oorzaak waar van de gevolgde handelwijze zo veel voordeeliger is dan eene publieke uitbesteding is voornamentlijk hier in gelegen dat de leveranciers aan een aannemer leverende, geene betaling erlangen dan na voltooide arbeid en dus 3, 4 tot 5 prct. rekenen voor rente en een gelijke som voor niseld(?), dewijl de aannemer ongelukkig slagende niet zelden bankkosten te wagten heeft.
In de tweede plaats rekende den aannemer ook 5 prct. van alle uitschotten die hij te doen heeft.
Ook deze vervallen door de termijnen van betaling te verkorten, en eindelijk ten derde daar een kleine aannemer zich met minder winst vergenoegd als een grote en de calculatien groter worden naar mate de uitschotten minder groot zijn.
Zo is dit ook een grond waar om men op de thans gevestigde wijze goedkoper arbeid als met eene uitbreiding op een groot plan.
Men is daartegen tevens beter gedient om dat een kleine aannemer altijd zelf op het werk zijnde, het zeker beter surveilleerd, en dus minder bedrogen word daar hij het gevaar van t bedriegen zelve draagd.
Met een solide borg is de risico voor ons althans niet groter als wij met eene grotere onderneming zouden gelopen hebben.
Ik proponeer derhalve het voorgestelde kontrakt te approberen en blijf met betuiging van hoogachting

UWelEd DWDienaar
J. van den Bosch

Besluit

Voor de overige leden van de permanente commissie valt er dan niet veel meer te doen dan instemmend knikken. Volgens het brievenboek met invnr 20 (daarvan zijn geen scans) besluiten ze op 28 mei 1823 tot:

De approbatie van het kontrakt van aanbesteding van het gebouw te Veenhuizen, met toezending van hetzelve en der daarbij behoorende nota, en aanbeveling van de surveillance over het werk.