Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN



6 maart 1829: Buitengewoon gunstige gezondheidstoestand en een voorstel om waterzuiveringsapparaten zelf te gaan maken

Van het navolgende verslag van de directeur heb ik slechts fragmenten. De brief is gedateerd 6 maart 1829, draagt het nummer N140A en bevindt zich in invnr 96 de scans 46-48:


Bij dezen heb ik de eer de Permanente Kommissie te rapporteren, dat ik dezer dagen te Veenhuizen zijnde, den Staat der gezondheid in de onderscheidene Etablissementen aldaar, maar vooral in het 3e buitengewoon gunstig heb gevonden: zijnde dan ook het getal der overledene in de laatste voorgaande maand in vergelijking van vroegere maanden niet noemenswaardig blijkens het Algemeen Mutatie Rapport over februari hier bij gevoegd: ook waren kleding, voeding, order en zindelijkheid en bij gevolg tevredenheid in alle gestichten naar wensch, en heb daarop geen aanmerking behoeve te maken.

(…)

Jammer is het dat dezen anders gunstige omstandigheden, ten kosten van buitengewone geldelijke uitgaven worden verkregen, zijnde alle artikelen van eerste behoefte als rogge, aardappel, gort, erwten en boonen, olij en zeep, veel duurder dan gewoonelijk, en moet zelfs zo als ik vroeger reeds heb gemeld de turf worden aangekogt, en bij het aanhoudend gesloten water per as getransporteerd.

 Ook in de fabrieken wordt doelmatig gearbeid, zijnde er in elk der 3 gestichten meer dan 1000 ellen wit voerlaken voorhanden die alleen behoeve te worden geverwd, om dadelijk tot kledingstukken te worden geconfectioneerd; - terwijl het noodige linnen door ons wordt aangekogt en derwaarts gezonden.

De waterzuiveringsmachines werkt thans weder geregeld, hoewel met minder kragt dan voorheen, een derzelve vroeger geheel geen waterdoorlatende heeft de Heer de Geus dezelve uit een genomen, om de oorzaak daarvan te onderzoeken, en bij die gelegenheid meenen te ontdekken, dat diergelijke machines zeer eenvoudig zijn zaamgesteld en gemakkelijk voor één geringe prijs kunnen worden vervaardigd: gen. Adjt Dir berekend dit op niet meer dan f 18 a f 20.-.

Het komt mij voor niet ongepast te zijn ZijnEdl te authoriseren daarvan eene proeve te neemen, wijl dit eene zoo geringe som vordert, en ingeval het niet mogt gelukken de kuip toch tot onderscheidene eindens eene waarde behoudt.

Betreffende de landbouw, zal ik niet behoeven te melden dat wij daarin ook te Veenhuizen door de aanhoudende winter zeer zijn verhinderd, en er gedurende ruim twee maanden niets is verrigt, waardoor het te vrezen is, dat in het aanstaande voorjaar de werkzaamheden menigvuldig zullen zijn, en wij alleen bij zeer gunstig weder durven hopen het ten agtergeraakte te zullen inwinnen.

Het vee te Veenh. is in zeer goede staat, en de rogge vertoond zich als niets te hebben geleden.

(…)

De zaalopziener Nieuwenhuis, een tweede huwelijk wenschende aantegaan, met Johanna dogter van den veteraan J.J. Tetlar heeft daartoe de toestemming der Perm. Komm. gevraagd. Ik neem de vrijheid haar te advijseeren die te verleenen, alzoo het voor eenen zaalopziener beter is gehuwd dan ongehuwd te weezen, en op het gedrag van voornoemde Johanna niets is aan te merken.

(...)