Naar het overzicht
van stukken over WATEREN



Alle jongens die als kwekeling in het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding te Wateren geweest zijn plus de 'wasmeiden' op nummer

Het is met alle foute nummeringen in de registers nog een heel gepuzzel geweest maar ik geloof wel dat het nu klopt. Het maken van deze pagina heeft vooral gediend om alle data kloppend te krijgen. Twee opmerkingen vooraf:

Onbekende nummers

Er zijn drie jongens die op 28 juni 1824 vanuit de vrije koloniŽn naar het Instituut komen, maar die daar weer weg zijn vůůr de eerste lijst met kwekelingen op 1 april 1826. Zij moeten de kwekelingnummers 4, 11 en 15 gehad hebben, maar er valt niet te achterhalen welk van die nummers ze hebben gehad. Het gaat om:

■ Victor van Dijck die 19 juli 1825 met ontslag vertrekt.
■ Cornelis Horemans die al op 22 september 1824 naar Veenhuizen wordt gestuurd.
■ Hendrik van Kampen die ergens in de eerste helft van 1825 deserteert.

Daarnaast zijn er nummerloos:
■ Hermanus Huisman die 23 september 1824 uit het eerste gesticht te Veenhuizen komt, maar daar al op 12 oktober 1824 naar toe terug gestuurd wordt. Heel vreemd, als dit klopt is hij de enige wees uit Veenhuizen die al in 1824 naar Wateren is gekomen.

■ Alexander Schonewald komt 27 november 1827 naar het Instituut en vertrekt met ontslag op 15 juni 1829, maar in het enige stamboek waar hij in staat (invnr 1610) is men vergeten zijn kwekelingnummer te noteren.

En tenslotte hebben de twee eerste wasmeiden, Jeanneta Barbara Crambie en Johanna Maria Bruinebag, geen nummer, maar de wasmeiden worden op een andere pagina behandeld.

Het rommeltje rond 53-56

Over de eerstelingen die de kwekelingennummers 53 tot en met 56 hebben (Johan David Emeis, Johan Jacob Emeis, Pieter Johannes Hijgenaar en Johannes Hendrik Rompel) zijn wisselende geluiden. Wie in de ene bron nummer 53 heeft, heeft in een andere 56, nummers 55 en 54 worden steeds verwisseld, enzovoort. Als ik er nog een half jaar op ga zitten, kom ik er wel uit maar dat ga ik dus niet doen.
Deze vier staan nu op de plek waar ik ze het meest logisch vind, en ik weet niet of het wel klopt.

Dan nu de lijst:


Kwekelingnummer 1

■ De eerste die dit nummer draagt is Adriaan Kasper. Hij behoort tot de eerste stroom jongeren die op 28 juni 1824 vanuit de vrije koloniŽn te Wateren arriveren. Hij wordt ontslagen als kwekeling op 1 april 1832 om toe te treden tot het personeel van het Instituut.
■ De volgende nummer 1 is Willem Schruijer die op 7 juli 1832 uit Willemsoord hoeve 107 in Wateren komt en blijft tot hij 23 april 1839 met ontslag vertrekt.
■ Per 13 mei 1839 is het nummer van Pieter Frederik Snijder als die uit Veenhuizen komt en die na vijf jaar, op 13 april 1844 ontslagen wordt.
■ Op 2 mei 1844 komt vanuit Veenhuizen in het Instituut aan Willem Johannes Hazenbroek, die ook na vijf jaar met ontslag gaat: 7 april 1849.
■ Willem Benjamin Feltman is op particulier contract geplaatst maar komt 1 mei 1849 uit Veenhuizen. Na een mislukte desertie moet hij voor straf terug naar Veenhuizen op 27 september 1850.
■ Jan Daniel Hendrik Meijer komt 24 oktober 1850 uit Veenhuizen en blijft tot zijn ontslag op 1 april 1854.
■ Anthonij Johannes Krooneman komt 19 juni 1854 uit Veenhuizen en wordt ontslagen op 29 maart 1856.
■ De laatste met kwekelingnummer 1 is Daniel Jurriaans, die op 20 september 1856 uit Veenhuizen komt. Hij vertrekt met ontslag op 26 april 1860.

Kwekelingnummer 2

■ Johannes Hofman komt 28 juni 1824 uit de vrije koloniŽn naar het Instituut en staat op de lijst van 1 april 1826 met kwekelingnummer 2. Volgens het jaarverslag gaat hij daarna met ontslag, wat dan moet zijn vůůt 25 april 1826 als de volgende het kwekelingnummer 2 krijgt. Dat is:
■ Daniel Frederik Arpeau wordt 25 april 1826 buiten alle regelingen om door Johannes van den Bosch in de kolonie en in Wateren geplaatst. Hij vertrekt op 30 april 1834 als hij in militaire dienst gaat (maar daarna komt hij terug, zie nummer 48).
■ Zijn opvolger als nummer 2 is Benjamin Kips, die op 26 mei 1834 vanuit Veenhuizen het Instituut binnenkomt. Hij vertrekt met ontslag op 2 november 1838.
■ Diezelfde maand, 15 november 1838, komt uit Veenhuizen de volgende nummer 2, Frans Vishoek, die na een kleine vijf jaar, 4 augustus 1843, in militaire dienst gaat.
■ Cornelis van Luinen Hubert komt uit Veenhuizen en is vanaf 9 oktober 1843 nummer 2, maar dat duurt niet zo lang, op 26 juni 1844 gaat hij terug naar het kindergesticht te Veenhuizen.
■ Het duurt nog korter bij Hermanus Lambertus de Visser. Hij komt 12 juli 1844 aan uit Veenhuizen en vertrekt met ontslag op 1 oktober 1844.
■ Dan gaat het nummer 2 twee jaar lang naar een wasmeid. Petronella Elizabeth Mackay komt 8 oktober 1844 uit Veenhuizen en ze doet de was tot zij met ontslag gaat op 25 april 1846.
■ Christoffel Wijdoogen komt uit Veenhuizen op 30 april 1846. Hij gaat na een kleine drie jaar met ontslag op 18 april 1849.
■ Hendrik Baart komt op 1 mei 1849 uit Veenhuizen in Wateren, maar hij deserteert op 26 mei 1849 en ze krijgen hem niet te pakken.
■ Gerardus Keer komt uit Veenhuizen op 17 september 1849. Het jaar erop volgt zijn ontslag: 29 juni 1850.
■ Willem Adrianus Uijleman komt op 8 juli 1850 uit Veenhuizen en wordt ontslagen op 8 mei 1852.
■ Daarna komt op 18 mei 1852 uit Veenhuizen Cornelis Filippus Kroij en is het nummer van hem. Tot twee keer toe. Hij wordt ontslagen op 29 maart 1856 maar hij ...
■ ... keert terug en wordt 'weder opgenomen' op 12 mei 1856. Hij gaat opnieuw en nu definitief met ontslag op 9 juni 1856.
■ Dirk Johannes Goedhart komt uit Veenhuizen op 20 september 1856, maar moet daar in het kader van de afsplitsing op 30 augustus 1859 naar terug.
■ Tenslotte komt op 30 augustus 1859 uit Veenhuizen de op particulier contract geplaatste Johannes Hollegraaff, die op 10 november 1860 wordt overgeplaatst naar kolonie 1 hoeve 36.

Kwekelingnummer 3

■ Volgens de lijst van 1 april 1826 heeft eerst Adriaan Ceijs vanaf 28 juni 1824 het nummer 3, maar blijkbaar is hij een tijd van het Instituut weg en krijgt hij bij terugkomst het nummer 60, zie aldaar.
■ Hendrik de Munter komt uit Willemsoord met de allereersten op 28 juni 1824 naar Wateren en heeft eerst even het nummer 9 voordat hij nummer 3 krijgt. Hij wordt op 4 juli 1828 ontslagen, maar hij zal al eerder weggegaan zijn, want:
■ Jan Koenen komt uit de vrije koloniŽn op 27 november 1827. Hij treedt 3 of 11 oktober 1830 in militaire dienst.
■ De op particulier contract geplaatste Pieter Jager komt 3 of 8 oktober 1830 uit het derde gesticht te Veenhuizen. Hij gaat op 5 augustus 1833 terug naar Veenhuizen om daar als ondermeester te werken.
■ Johan Philip Schneider komt uit Veenhuizen op 23 september 1833 en wordt het jaar erop ontslagen: 13 mei 1834.
■ Louis Nicolaas van Herfden komt later die maand, 26 mei 1834 uit Veenhuizen. Hij wordt van de lijst afgevoerd op 2 januari 1838 omdat hij sinds september 1837 van verlof is achtergebleven.
■ Hendrik Mentink komt uit Willemsoord hoeve 85 op 1 april 1838 en blijft maar vierenhalve maand tot zijn ontslag om naar familie te gaan op 30 september 1838.
■ Karel Alexander Grootsen komt op 15 november 1838 uit Veenhuizen. Hij wordt een kleine vijf jaar later ontslagen op 17 augustus 1843.
■ Hendrik Cornelis Keizer komt uit Veenhuizen op 21 november 1843 en vertrekt vierenhalf jaar later om in militaire dienst te gaan: 20 maart 1848.
■ Pieter van Veen komt 11 mei 1848 uit Veenhuizen, maar gaat daar op 30 juli 1853 naar toe terug.
■ De op particulier contract geplaatste Daniel van Scheers komt uit Veenhuizen op 8 september 1853 en wordt zo'n vierenhalf jaar later ontslagen op 21 april 1858.
■ Dan gaat het nummer 3 naar de wasmeid Esther Mooijman die op 1 juli 1858 uit Veenhuizen komt. Ze wast tot haar ontslag op 30 maart 1859.
■ Als laatste met dit nummer komt de op particulier contract geplaatste Roelf Freerks op 19 mei 1859 van Frederiksoord hoeve 147. Hij wordt op 27 oktober 1860 teruggeplaatst naar Frederiksoord hoeve 5a.

Kwekelingnummer 4

■ Er zal nog iemand vůůr gezeten hebben op dit nummer, maar de eerste die ik zeker weet is:
■ Anthonie Vreugdenburg komt 29 september 1825 (aanname) uit Veenhuizen. Hij wordt 5 mei 1829 ontslagen.
■ Willem Putman komt uit Frederiksoord hoeve 22 volgens invnr 1584 op 19 maart 1830 maar volgens invnr 1544 en de kolonistendatabase (en die geloof ik) op 10 november 1829 naar Wateren. Hij gaat met ontslag op 20 maart 1838.
■ Karel Anton Bugers komt 9 april 1838 uit het derde gesticht te Veenhuizen en gaat naar het eerste gesticht te Veenhuizen op 14 oktober 1839.
■ Diezelfde dag, 14 oktober 1839, komt Johannes Jacobus de Haas uit Veenhuizen, maar hij gaat daar op 1 februari 1841 naar toe terug omdat hij ziekelijk is en geneeskundige hulp nodig heeft. De behandeling slaagt en hij keert later terug, zie nummer 18.
■ Fokke de Swart komt uit Veenhuizen op 29 maart 1841, maar hij wordt verbannen naar de strafkolonie op de Ommerschans op 13 november 1843.
■ Dirk Frederik Telder komt 21 november 1843 uit Veenhuizen en blijft drieŽnhalf jaar tot zijn ontslag op 31 maart 1847.
■ Albertus Bierenbroodspot komt op 29 mei 1847 uit Veenhuizen en blijft bijna vier jaar, tot zijn ontslag op 2 april 1851.
■ Opvolger is Leendert van der Waal die op 29 januari 1852 vanuit Wilhelminaoord hoeve 83 naar Wateren komt. Hij gaat met ontslag op 3 november 1855.
■ De laatste drager van kwekelingnummer 4 is de op particulier contract gevestigde Hendrik SchrŲder die op 29 november 1855 uit Veenhuizen komt. Hij vertrekt als een van de allerlaatsten, op 30 december 1860, naar Willemsoord hoeve 7 of 70.

Kwekelingnummer 5

■ Jacob Kwaak komt 28 juni 1824 vanuit Frederiksoord naar Wateren. Hij gaat naar het eerste gesticht te Veenhuizen op 23 juli 1831 waar ik niet kan zien wat hij daar gaat doen.
■ Fredericus Temmen komt 27 augustus 1831 uit het eerste gesticht te Veenhuizen. Hij wordt als hoeveknecht naar de Ommerschans overgeplaatst op 19 november 1833. Later zal hij terug komen, zie nummer 20.
■ Martinus Vink komt op 24 november 1833 vanuit Schiedam rechtstreeks naar het Instituut. Na zes jaar moet hij in militaire dienst op 20 september 1839, maar daarna komt hij terug, zie nummer 18.
■ David de Gee komt uit Veenhuizen op 14 oktober 1839. Ook hij moet in militaire dienst, op 4 augustus 1843.
■ Reinier van Nispen komt 19 maart 1844 terug van zijn werk als hoeveknecht op boerderij nummer 6 bij de Ommerschans. Daarna wordt geconstateerd dat dit een 'abusive inschrijving' is en Van Nispen gaat verder bij nummer 61.
■ Jacob Scherpenzeel komt 12 mei 1845 uit Veenhuizen. Hij moet na een desertie voor straf terug op 15 maart 1850.
■ Meteen komt op 18 maart 1850 uit Veenhuizen Isaak Pekelder, maar hij gaat daar weer naar toe terug op 14 september 1850.
■ Dezelfde dag, dus 14 september 1850, komt Gerhardus Steffers uit Veenhuizen. Hij blijft tot zijn ontslag op 3 juli 1852.
■ Dirk Frederik Moora komt later die maand, 19 juli 1852, uit Veenhuizen. Zijn ontslag is op 22 februari 1854.
■ Vervolgens wordt kwekelingnummer 5 gegeven aan wasmeiden. Eerst Johanna Rijke, die op 20 april 1854 uit Veenhuizen komt en de was doet tot haar ontslag op 1 mei 1855 (deze ontslagdatum wordt bevestigd door invnr 1389, dus de ontslagdatum 10 Mei 1855 in toegang 0137.01 invnr 652 is onjuist).
■ Er wordt vier weken geen was gedaan, maar voor het begint te stinken komt op 29 mei 1855 Suzanna Jacoba Boeda. Er staat niet waarvandaan, maar zij is wees te Veenhuizen, dus daar zal ze vandaan komen. Zij gaat na een klein jaar wassen met ontslag op 2 april 1856.
■ Dan is het nummer 5 weer voor kwekelingen. Willem Mooij arriveert te Wateren op 24 mei 1856 vanuit Veenhuizen, maar hij gaat daar op 12 augustus 1857 weer naar toe.
■ Christiaan Janse komt op 17 augustus 1857 uit Veenhuizen, blijft twee jaar en moet in het kader van de afsplitsing van de koloniŽn 30 augustus 1859 terug naar Veenhuizen.
■ Diezelfde dag, dus 30 augustus 1859, komt de op particulier contract gevestigde Roelof Hunderman, die al vijf maanden later zijn ontslag heeft op 23 januari 1860.
■ Op 10 mei 1860 komt dan nog als laatste nummer 5 vanuit Frederiksoord hoeve 121 de ook op particulier contract geplaatste Johanna Hendrika (die ik lang heb aangezien voor Johannes Hendrikus) Zwaanstra als wasmeid. Zij wordt op 30 augustus 1860 overgeplaatst naar Frederiksoord.

Kwekelingnummer 6

■ Nicolaas Hofman komt 28 juni 1824 uit Frederiksoord naar het Instituut. Hij wordt als kwekeling ontslagen op 31 augustus 1833 omdat hij wordt opgenomen in het ambtenarenbestand.
■ Joost Dirks Fenema komt uit het eerste gesticht te Veenhuizen op 23 september 1833. Hij blijft ruim achtenhalf jaar tot zijn ontslag op 25 april 1842.
■ Johannes Gerardus Wingman komt 9 mei 1845 uit Veenhuizen en gaat met ontslag op 15 april 1848. Daarna zijn de verblijfsperiodes van op dit nummer gevestigde kwekelingen rommeliger en meestal korter.
■ Petrus Annes Dijkstra komt uit Veenhuizen op 10 mei 1848, maar moet daar na een desertiepoging op 20 augustus 1848 naar terug.
■ Johannes Hekhuizen komt 27 september 1848 uit Veenhuizen, maar gaat al met ontslag op 7 juli 1849.
■ Pieter den Hertog komt uit Veenhuizen op 17 september 1849, maar moet na een desertiepoging terug naar Veenhuizen op 3 juli 1852.
■ Antonie van Hengstum komt 19 juli 1852 uit Veenhuizen, maar moet daar na 'onbehoorlijk gedrag tijdens zijn verlof te Amsterdam' naar terug op 29 mei 1855.
■ Lodewijk Wilhelm Henricus Mulder komt uit Veenhuizen op 4 juni 1855, maar gaat al terug op 25 september 1855.
■ Jacob Martinus Brons komt 29 november 1855 uit Veenhuizen, maar gaat terug op 12 februari 1856.
■ Johannes Roeraarde komt uit Veenhuizen op 27 februari 1856. Na een desertiepoging enkele maanden na aankomst omdat hij in Wateren niet kan aarden, moet hij toch blijven tot hij op 13 oktober 1859 wordt ontslagen.
■ De laatste met kwekelingnummer 6 is Johannes Molier, particulier geplaatst door een of andere hervormde gemeente en die heeft al een eind 1859 ingevoerde code waardoor ik niets over hem kan opzoeken. Hij komt bij aankomst in de koloniŽn op 24 november 1859 meteen naar Wateren. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar Frederiksoord.

Kwekelingnummer 7

■ Aldert Molenaar komt 28 juni 1824 uit de vrije koloniŽn en deserteert ergens in 1826/1827.
■ Jan Haijkens komt vanuit Wilhelminaoord hoeve 100 op 27 november 1827 naar Wateren. Hij gaat na vijfenhalf jaar met ontslag op 22 april 1833.
■ Willem Rozeboom komt 5 juni 1833 uit Veenhuizen, voor de tweede keer, zie nr 60. Hij wordt ontslagen op 4 april 1835.
■ Adriaan Hendrikse keert terug (zie nummer 26) uit de militaire dienst op 9 mei 1835. Hij wordt op 31 juli 1836 overgeplaatst naar Frederiksoord hoeve 27 en behoort voortaan tot het ambtenarencorps (zie bij personeel).
■ Jacob Tjakkes komt uit het derde gesticht te Veenhuizen op 29 augustus 1836. Hij wordt een kleine vier jaar later ontslagen op 11 juli 1840.
■ Franciscus Petrus Ruppert komt negen dagen later, 20 juli 1840, dan nog met de foute achternaam Provoost, uit Veenhuizen en gaat daar naar toe terug op 11 november 1843.
■ Johannes Smits komt uit Veenhuizen op 2 mei 1844 en blijft bijna zes jaar tot zijn ontslag op 6 april 1850.
■ Willem Frederik Offerman komt precies zes jaar na zijn voorganger op 2 mei 1850 uit Veenhuizen en gaat na drie jaar met ontslag op 9 april 1853.
■ Johannes Jacobus Helder komt uit Veenhuizen op 8 september 1853 en wordt na vijfenhalf jaar ontslagen op 2 april 1859.
■ De op particulier contract gevestigde Johannes van Santen komt uit Frederiksoord hoeve 127 op 28 april 1859. Hij wordt 27 oktober 1860 teruggeplaatst naar Frederiksoord hoeve 15.

Kwekelingnummer 8

■ Willem de Munter komt vanuit Willemsoord op 28 juni 1824 naar Wateren. Hij wordt 6 september 1829 ontslagen.
■ Willem de Ruiter komt uit Frederiksoord hoeve 22 op 10 november 1829 en gaat na achtenhalf jaar met ontslag op 20 maart 1838.
■ Reinier van Nispen komt 9 april 1838 uit Veenhuizen. Na vijf jaar vertrekt hij als hoeveknecht naar een van de boerderijen bij de Ommerschans, 14 juni 1843. Hij keert later terug, zie nummers 5 en 61.
■ Gerardus van Maanen komt vijf dagen later uit Veenhuizen, 19 juni 1843. Hij wordt ontslagen op 7 april 1845.
■ Hendrik Coldewijn komt een week later, op 14 april 1845, uit Veenhuizen, maar gaat daar naar toe terug op 5 maart 1847.
■ Antonie Hekhuizen komt uit Veenhuizen op 27 september 1848. Volgens invnr 1583 gaat hij 4 juni 1853 met ontslag, volgens invnr 1611 moet hij 31 mei 1853 in militaire dienst, ik geloof de laatste bron.
■ Teunis Schols komt later die maand, 16 juni 1853, uit Veenhuizen. Hij wordt ontslagen op 3 april 1858.
■ Reindert op 't Land komt uit Veenhuizen op 19 augustus 1858, maar moet in het kader van de afsplitsing op 30 augustus 1859 terug naar Veenhuizen.
■ De laatste met kwekelingnummer 8 is de op particulier contract geplaatste Roelof Bruning die op 30 augustus 1859 aankomt vanuit Veenhuizen. Hij wordt van 27 oktober 1859 tot 3 mei 1860 tijdelijk geplaatst in Frederiksoord, keert dan terug in Wateren en wordt uiteindelijk op 27 oktober 1860 overgeplaatst naar Willemsoord hoeve 7.

Kwekelingnummer 9

■ Hendrik de Munter heeft volgens de lijst van 1 april 1826 vanaf 28 juni 1824 het nummer 9, maar heeft in het register van 1 november 1829 het nummer 3, zie aldaar.
■ Pierre Etienne Chartier de Fontenille komt op 24 mei 1828 vanuit Veenhuizen. Hij wordt 27 augustus 1830 ontslagen.
■ Christiaan Struwe komt op 3 oktober 1830 uit Veenhuizen, maar gaat daar 1 maart 1835 naar terug.
■ Jezias Huning komt de volgende dag, 2 maart 1835, uit het eerste gesticht te Veenhuizen. Hij wordt hoeveknecht op een van de grote boerderijen bij de Ommerschans op 3 mei 1839.
■ Christiaan Klets komt 13 mei 1839 uit Veenhuizen. Hij wordt van de lijst afgevoerd als op 10 november 1842 wordt vastgesteld dat hij van verlof is achtergebleven.
■ Jacobus Johannes Wagenaar wordt 4 januari 1843 overgenomen van het eerste gesticht te Veenhuizen, hij gaat 19 juni 1847 in militaire dienst.
■ Jeronimus Augustinus Johannes Kummel komt 28 juni 1847 voor de tweede keer, zie nummer 81, in het Instituut na een minder geslaagd verblijf bij de weduwe Beenen. Hij gaat in militaire dienst op 20 maart 1848.
■ Paulus Johannes Kraft komt 10 mei 1848 uit Veenhuizen en ook hij gaat in militaire dienst, op 1 juni 1850.
■ Jan Heurigh komt 17 juni 1850 uit Veenhuizen, maar gaat al na elf dagen terug naar het kindergesticht op 28 juni 1850.
■ Johannes Vreedenburg redt het ietsje, maar niet veel langer: aankomst in het Instituut op 8 juli 1850, terugkeer naar Veenhuizen op 14 september 1850.
■ Antonie Engels komt diezelfde dag, 14 september 1850, uit Veenhuizen en gaat 29 januari 1851 terug.
■ Hendrik van der Laan komt 7 maart 1851 en blijft langer dan zijn voorgangers. Hij gaat met ontslag op 9 april 1853.
■ Bernard Jans komt dan op 8 september 1853 uit Veenhuizen en hoeft pas bij de afsplitsing, op 24 december 1859, terug. Daarna blijft nummer 9 ongebruikt.

Kwekelingnummer 10

■ Martinus Rosebeek hoort bij de eerste lichting die op 28 juni 1824 in het Instituut komt. Hij wordt op 2 augustus 1830 overgeplaatst naar Willemsoord hoeve 70.
■ Jacobus Burg komt op 3 oktober 1830 uit het eerste gesticht te Veenhuizen. Hij verlaat de koloniŽn met ontslag op 13 mei 1834.
■ Johannes Wilhelm Hameijer komt uit Veenhuizen op 26 mei 1834. Hij blijft vijf jaar tot hij op 20 september 1839 in militaire dienst moet (maar komt daarna terug, zie nummer 57).
■ Gerardus Bos komt uit Frederiksoord hoeve 16 op 12 december 1839. Hij blijft een dikke acht jaar en werkt de laatste tijd als wijkmeester te Wateren tot zijn ontslag op 26 februari 1848.
■ Cornelis Gerardus Blom komt 13 maart 1848 uit Veenhuizen. Zijn ontslag valt op 10 juni 1850.
■ Jan de Jong komt 17 juni 1850, dus een week later, uit Veenhuizen. Hij gaat echter terug op 14 september 1850.
■ De volgende die kortstondig uit Veenhuizen komt is Hendrik Kion. Aankomst in het Instituut 14 september 1850. Retour naar Veenhuizen 14 februari 1851.
■ Derk Broekhuysen komt 7 maart 1851 uit Veenhuizen. Hij blijft tot zijn ontslag op 11 april 1855.
■ Arent Garsen komt uit Veenhuizen op 5 juli 1855. Zijn ontslag is het volgende jaar, op 24 oktober 1856.
■ De laatste met kwekelingnummer 10 is Laurens van der Waal die op 6 november 1856 aankomt uit Wilhelminaoord. Hij wordt 3 december 1860 naar die kolonie teruggeplaatst.

Kwekelingnummer 11

■ Er zal nog iemand vůůr gezeten hebben op dit nummer, maar de eerste die ik zeker weet is:
■ Coenrad Margarethus Wendel komt op 29 september 1825 (aanname) uit Veenhuizen, hij gaat 13 juli 1829 met ontslag.
■ Willem der Nederlanden komt op 10 november 1829 (aanname) vanuit Frederiksoord hoeve 52, maar wordt al 15 maart 1830 teruggeplaatst naar diezelfde hoeve.
■ Pieter Jans de Boer komt op 8 oktober 1830 uit Veenhuizen en gaat met ontslag op 13 Mei 1831.
■ Jan Schouten komt, tegelijk met zijn broer Arie (zie nummer 66) op 2 november 1831 vanuit kolonie 3 hoeve 51 naar Wateren, maar ze moeten allebei op 14 juli 1832 weer terug, Jan gaat dan naar kolonie 3 hoeve 34.
■ De nieuwe nummer 11 is Janus Meijer Drees, die dan nog overal en ook in Wateren te boek staat als Janus Meijer. Hij komt 16 juli 1832 (aanname) vanuit Veenhuizen maar hij beschikt dan blijkbaar al over onderwijscapaciteiten, want hij gaat al op 4 september 1832 naar Wilhelminaoord hoeve 83 van waar hij in het koloniale onderwijs actief is. Zijn officiŽle ontslag is pas op 1 april 1835.
■ Andries Pieter Jan Everhard Walter komt 1 juni 1835 uit Veenhuizen. Hij wordt 1 november 1837 overgeplaatst naar de kolonie Frederiksoord hoeve 84 waar hij als ondermeester werkzaam gaat zijn.
■ Evert Huibrecht Verschoor komt op 4 december 1837 uit Veenhuizen. Hij wordt van de lijst geschrapt als op 20 januari 1841 geconstateerd wordt dat hij van verlof is achtergebleven.
■ Karel Middelhoff komt uit Veenhuizen op 29 maart 1841. Hij gaat 27 juli 1844 als boerenknecht naar de weduwe Beenen op hoeve 1 van Groot Wateren. Na een tijdje komt hij terug, zie nummer 71.
■ Martinus Cornelis Adrianus van Steenveld komt 14 april 1845 uit Veenhuizen en blijft bijna vijf jaar tot zijn ontslag op 6 april 1850.
■ Zijn opvolger is Pieter Christiaan Spitsmaker, ook uit Veenhuizen, aankomst 2 mei 1850, vertrek met ontslag 11 mei 1853.
■ Frederik Veltenaar komt de volgende dag, dus 12 mei 1853, uit Veenhuizen, maar gaat al met ontslag op 6 oktober 1853.
■ David van Dijke komt 2 februari 1854 uit Veenhuizen. Deze op particulier contract geplaatste wees is ook de laatste met kwekelingnummer 11. Hij blijft zes jaar en wordt op 31 maart 1860 ontslagen.

Kwekelingnummer 12

■ Kornelis de Voort gaat vanuit Willemsoord op 28 juni 1824 naar het Instituut. Hij blijft tot zijn ontslag op 6 november 1830.
■ Jan Menzes de Wil komt uit het eerste gesticht te Veenhuizen op 26 maart 1831. Hij gaat op 12 oktober 1837 naar de kolonie Frederiksoord, vermoedelijk (maar dat weet ik niet zeker) vanwege een betrekking.
■ Tijs Kettenis komt 30 oktober 1837 uit Veenhuizen. Hij gaat met ontslag op 11 mei 1839.
■ Hendrikus Enninga komt uit Veenhuizen op 13 mei 1839. Hij gaat na vijf jaar met ontslag, op 21 mei 1844.
■ Johannes Willem Ribbe komt 12 juli 1844 uit Veenhuizen en blijkt een succes. Hij vertrekt tussentijds op 8 oktober 1844 naar Veenhuizen, vermoedelijk om al iets in het onderwijs te doen, en...
■ ... keert 31 oktober 1844 terug en gaat op 27 januari 1849 als ondermeester naar het eerste gesticht te Veenhuizen.
■ Julius Leonhardt komt uit Veenhuizen op 29 maart 1849 en blijft tot zijn ontslag op 8 mei 1852.
■ Tien dagen later komt Abraham van der Laan. Aankomst vanuit Veenhuizen 18 mei 1852, ontslag 29 maart 1856.
■ Hendrik Diderik le Gras komt voor de opvolging op 24 mei 1856 uit Veenhuizen, maar moet op 16 april 1859 daar in het kader van de afsplitsing naar toe terug.
■ Dan komt de op particulier contract geplaatste George Friederich van Lettow drie dagen later, 19 april 1859, uit Veenhuizen. Hij is de laatste met kwekelingnummer 12. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar Wilhelminaoord.

Kwekelingnummer 13

■ Evert Koeleman komt 28 juni 1824 uit de vrije koloniŽn en deserteert ergens in 1826 (na de lijst van 1 april 1826 en vůůr een brief van 19 oktober 1826) van de kolonie.
■ Daarna komt Johannes Rijnders op 27 november 1827 uit Frederiksoord en hij blijft tot zijn ontslag op 27 augustus 1831.
■ Jan Busch komt uit het eerste gesticht te Veenhuizen op diezelfde 27 augustus 1831. Hij staat op de lijst van kwekelingen van 26 maart 1832 in invnr 1544, maar moet vůůr 16 juli 1832 (want dan wordt zijn nummer overgenomen) uit Wateren vertrokken en naar Veenhuizen teruggegaan zijn. Aanname 16 juli 1832.
■ Pieter Duurman komt op 16 juli 1832 uit het eerste gesticht te Veenhuizen en gaat op 13 december 1836 naar Frederiksoord om daar als 'schrijver' te werken.
■ Johannes van der Laan komt 22 december 1836 uit Veenhuizen. Na een gevalletje brandstichting moet hij 10 juni 1839 terug naar Veenhuizen.
■ Johan Frederik Lodewijk Spallinger komt de volgende dag, 11 juni 1839, uit Veenhuizen en blijft er tot hij op 3 juli 1843 zijn militaire dienstplicht gaat vervullen.
■ Barend Huijsers komt uit Veenhuizen op 2 mei 1844. Hij moet echter 28 maart 1846 na diefstalletjes naar de Ommerschans.
■ Cornelis van Maanen komt uit Veenhuizen op 30 april 1846. Na een desertiepoging een maand later blijft hij tot zijn ontslag op 29 maart 1851.
■ Jan Harttekamp is er uit Veenhuizen ter opvolging op 3 mei 1851, maar hij gaat 5 oktober 1852 weer terug naar het eerste gesticht.
■ Anthony Abraham Gijsbert Troost komt uit Veenhuizen op 19 maart 1853 en blijft tot zijn ontslag op 20 oktober 1855.
■ Dan komt Gerrit Gobel op 29 november 1855 uit Veenhuizen, maar daar moet hij 30 augustus 1859 naar terug in het kader van de afsplitsing.   
■ Zijn plaats wordt ingenomen door de laatste met kwekelingnummer 13, Anne Boersma, een 'koloniekind', die op 30 augustus 1859 aankomt. Hij heeft een nieuw soort code, namelijk G310, waarvan ik geen idee heb wat het betekent. Hij wordt 30 december 1860 overgeplaatst naar Willemsoord.

Kwekelingnummer 14

■ Christiaan Bangers komt met de allereersten op 28 juni 1824 uit Willemsoord naar het Instituut. Hij wordt 3 februari 1830 ontslagen.
■ Jan Pieter van ingen komt uit het eerste gesticht te Veenhuizen op 3 oktober 1830. Hij gaat in militaire dienst op 8 september 1834. Hij zal daarna terugkeren, zie nummer 34.
■ Johan Wilhelm Engelsma komt 2 maart 1835 uit Veenhuizen en gaat vijf jaar later in militaire dienst op 11 juli 1840.
■ Jakobus Luijting komt uit Veenhuizen op 20 juli 1840. Hij gaat met ontslag om bij familie te wonen op 13 augustus 1842.
■ Johannes Valbracht komt 26 september 1842 uit Veenhuizen, maar moet na een desertiepoging op 7 oktober 1842 terug naar Veenhuizen.
■ Gerrit de Smeet keert twee dagen later, 9 oktober 1842 terug uit militaire dienst, zie nummer 49. Hij vertrekt met ontslag op 4 juli 1843.
■ Johannes Postma komt 2 mei 1844 uit Veenhuizen, maar wordt op 8 september 1848 verbannen naar de strafkolonie.
■ Willem Wesseldijk arriveert later die maand op 27 september 1848 te Wateren. Hij komt uit Veenhuizen en hij gaat 6 juli 1850 met ontslag.
■ De volgende nummer 14 is FranÁois Johannes Wilhelmus Heghuizen. Aankomst uit Veenhuizen op 8 juli 1850, maar hij gaat snel, 14 september 1850, al weer terug.
■ Diezelfde dag, 14 september 1850, is Johannes van Leeuwen er vanuit Veenhuizen. Hij vertrekt met ontslag op 4 november 1852.
■ Er zit eerst een gat van tweeŽnhalf jaar. Dan komt op 19 maart 1855 uit Veenhuizen Stephanus de Groene. Hij blijft drie jaar en vier dagen in Wateren, ontslag 23 maart 1858.
■ Op 12 april 1858 komt de op particulier contract geplaatste Willem Harting uit Veenhuizen. Hij is ook de laatste met het nummer 14 en verlaat de kolonie met ontslag op 31 maart 1860.

Kwekelingnummer 15

■ Er zal nog iemand vůůr gezeten hebben op dit nummer, maar de eerste die ik zeker weet is:
■ Jacob Johannes van Roijen komt 29 september 1825 (aanname) uit Veenhuizen. Hij wordt 15 augustus 1829 ontslagen en 'als aspirant tot de sterkte der ambtenaren opgenomen'.
■ Johannus Timoteus Smit komt uit Willemsoord hoeve 97 op 10 november 1829 en blijft zevenenhalf jaar tot hij wordt ontslagen op 6 mei 1837.
■ Pieter van der Pek komt 19 augustus 1837 uit Veenhuizen en gaat een kleine vier jaar later met ontslag op 26 juni 1841.
■ Arie Onrust komt uit Veenhuizen op 28 juni 1841 en moet na een mislukte desertiepoging terug naar dat gesticht op 1 november 1845.
■ Pas op 30 april 1846 komt Pieter Cornelis Kramer uit Veenhuizen, maar hij gaat 13 januari 1849 weer terug naar Veenhuizen.
■ De volgende nummer 15 is Bart Jacobus Loef, die 29 maart 1849 uit Veenhuizen komt. Na twee jaar vertrekt hij met ontslag: 2 april 1851.
■ Dan gaat het nummer naar een wasmeid. Jannetje van den Broeke komt 25 maart 1852 uit Veenhuizen en doet bijna een jaar lang de was. Ze gaat op 15 maart 1853 terug naar Veenhuizen.
■ Dan zijn het weer kwekelingen. Caspar SchrŲder komt 19 maart 1853 uit Veenhuizen. Op 1 april 1859, dus na zes jaar, wordt hij 'voor de N.M. ontslagen', oftewel hij gaat zijn dienstplicht vervullen.
■ De op particulier contract geplaatste Karel Wolters komt van Veenhuizen op 19 april 1859. Hij wordt 14 januari 1860 ontslagen.

Kwekelingnummer 16

■ Johannes van Stijn komt 28 juni 1824 uit de vrije koloniŽn en gaat Ī 1827 met ontslag.
■ Zacharias Kligge komt op 27 november 1827 uit Wilhelminaoord hoeve 10. Hij wordt 7 januari 1830 'te Groningen in Militaire Dienst ingelijfd'.
■ Teunis van Doesburg komt op 11 maart 1830 uit Veenhuizen. Het wezenregister meldt dat hij al na een jaar, op 14 mei 1831, met ontslag gaat, volgens Van Wolda, invnr 124 scan 346, voor de militaire dienst.
■ Willem Drebbe komt uit het eerste gesticht te Veenhuizen op 27 augustus 1831, hij gaat terug naar Veenhuizen, maar dan het derde gesticht, op 1 oktober 1834, mogelijk met een onderwijsbedoeling, maar dat weet ik niet zeker.
■ Gerrit van Kampen komt op 2 maart 1835 uit Veenhuizen, en blijft zes jaar, tot hij wordt ontslagen op 3 april 1841.
■ Dan wordt nummer 16 even toegekend aan een wasmeid. Antje Selbits komt uit Veenhuizen op 29 april 1841 en doet maar liefst drie jaar de was. Zij vertrekt met ontslag op 21 mei 1844.
■ Daarna zijn het steeds kwekelingen. Christiaan David Swagerman komt op 12 juli 1844 uit Veenhuizen en blijft bijna vijf jaar. Hij gaat met ontslag op 19 mei 1849.
■ Jan Trompetter komt uit Veenhuizen op 1 juni 1849. Hij is eerder al eens in het Instituut geweest, zie nummer 30. Net als de vorige keer gaat hij na een tijdje terug naar Veenhuizen, op 30 september 1850.
■ Barend Beumer komt 24 oktober 1850 uit Veenhuizen en blijft vierenhalf jaar tot hij wordt ontslagen op 11 april 1855.
■ Johannes Hendrik Roelofs komt uit Veenhuizen op 26 februari 1856, maar moet in het kader van de afsplitsing terug naar Veenhuizen op 30 augustus 1859.
■ De laatste met kwekelingnummer 16 is de op particulier contract gevestigde Marten Jans Boersma, die de onbegrijpelijke code G 311 heeft en op 20 augustus 1859 aankomt vanuit Veenhuizen. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar Wilhelminaoord hoeve 97.

Kwekelingnummer 17

■ Leendert Hoedjes komt als een van de eersten uit Willemsoord naar het Instituut op 28 juni 1824. Hij treedt 1 augustus 1830 vrijwillig in militaire dienst.
■ Adriaan Huijse komt 3 oktober 1830 uit het eerste gesticht te Veenhuizen. Hij gaat in militaire dienst op 30 april 1835.
■ Jan Mulder (er zijn er twee met die naam, zie nummer 44) komt uit het derde gesticht te Veenhuizen op 30 mei 1835. Hij gaat in militaire dienst op 23 maart 1838.
■ Johannes van den Heuvel komt uit het derde gesticht te Veenhuizen op 9 april 1838. Hij gaat wordt 27 december 1839 overgeplaatst naar Frederiksoord hoeve 2, als assistent van de boekhouder van Frederiksoord.
■ Jeremias Wieleger komt 13 januari 1840 uit Veenhuizen en blijft meer dan vijf jaar tot zijn ontslag op 5 april 1845.
■ Dirk van Heumen komt uit Veenhuizen op 14 april 1845, maar gaat op 23 april 1845 razendsnel retour naar Veenhuizen. Volgens mij is dit de snelste retourzending onder de kwekelingen.
■ Jan Walrave komt 12 mei 1845 van Veenhuizen en gaat 5 maart 1847 terug naar Veenhuizen, maar ik weet niet waarom. Hij zal later terugkomen, zie nummer 20.
■ Louwerens Stormmesand komt bij zijn aankomst in de koloniŽn op 24 maart 1847 gelijk naar Wateren. Hij wordt op 5 augustus 1852 gedetacheerd op de Ommerschans, waar hij volgens invnr 1389 werkt als 'adsistent op de fabrijk'.
■ Johannes Nicolaas Velseboer komt 2 september 1852 uit Veenhuizen. Hij deserteert 12 augustus 1853, wordt 21 augustus 1853 teruggebracht en gaat diezelfde dag terug naar Veenhuizen.
■ Als opvolger komt op 8 september 1853 uit Veenhuizen Aart ter Hal, die na vijfenhalf jaar met ontslag vertrekt: 2 april 1859.
■ De laatste met kwekelingnummer 17 is de op particulier contract geplaatste Freerk Nicolaas Freerks, die vanuit Veenhuizen op 30 augustus 1859 in het Instituut aankomt. Hij wordt 27 oktober 1860 overgeplaatst naar Frederiksoord.

Kwekelingnummer 18

■ Nicolaas van Heusden hoort bij de eerste hoop die op 28 juni 1824 uit de vrije koloniŽn naar Wateren trekt. Hij wordt op 17 januari 1828 overgeplaatst om op het Algemeen Bureau van de koloniŽn te gaan werken, maar zijn officiŽle ontslag volgt pas op 1 maart 1833.
■ Jan van der Plaats komt uit Willemsoord hoeve 154 op 1 mei 1833. Dit is zijn tweede keer, zie nummer 30. Hij wordt 21 januari 1834 overgeplaatst naar Willemsoord hoeve 29.
■ Sibbele Romkes Bakker komt 26 mei 1834 uit Veenhuizen en blijft bijna zes jaar tot hij wordt ontslagen op 10 april 1840.
■ Diezelfde dag, 10 april 1840, keert Martinus Vink terug (in het register de correcte notitie 'had bevorens nummer 5') uit militaire dienst. Hij wordt ontslagen en als ambtenaar aangesteld op 1 oktober 1841.
■ Johannes Jacobus de Haas komt op 9 mei 1842 terug, zie nummer 4, uit Veenhuizen waar hij geneeskundige hulp gehad heeft en gaat na drie jaar met ontslag op 5 April 1845.
■ De wees met de eenvoudige naam Jan Appels komt 14 april 1845 uit Veenhuizen. Hij moet 20 maart 1848 in militaire dienst.
■ Georg Ros komt 10 mei 1848 uit Veenhuizen en blijft meer dan vijf jaar tot zijn ontslag op 25 augustus 1853.
■ Petrus Johannes Bos komt twee weken later, 8 september 1853, uit Veenhuizen en blijft tot zijn ontslag op 3 april 1858.
■ Dan komt Teunis Gerbrand Verhoef op 18 oktober 1858 uit Veenhuizen, maar hij moet vanwege de afsplitsing op 30 augustus 1859 terug naar Veenhuizen.
■ De laatste met kwekelingnummer 18 is de op particulier contract gevestigde Cornelis Steenpoorte die op 30 augustus 1859 aankomt vanuit Veenhuizen. Hij vertrekt met ontslag op 28 augustus 1860.

Kwekelingnummer 19

■ Christiaan Bšrenfinger komt uit Willemsoord op 28 juni 1824 naar het Instituut. Hij wordt op 17 januari 1828 overgeplaatst om op het Algemeen Bureau van de koloniŽn te gaan werken, maar zijn officiŽle ontslag volgt pas op 1 maart 1833.
■ Jacobus Frederikus Numan komt 23 september 1833 uit het eerste gesticht te Veenhuizen en blijft een kleine acht jaar tot hij in militaire dienst moet op 6 mei 1841.
■ Albertus Rientjes komt uit Veenhuizen op 28 juni 1841 en wordt ontslagen op 28 februari 1843.
■ Johannes van Eijbergen komt 23 maart 1843 uit Veenhuizen en blijft acht jaar tot zijn ontslag op 29 maart 1851.
■ Jan Nicolaas Warnar komt uit Veenhuizen op 3 mei 1851 en wordt na een kleine drie jaar ontslagen op 1 april 1854.
■ Gerrit Wegman komt op 21 augustus 1854 vanuit Veenhuizen als laatste drager van nummer 19. Hij blijft tot hij op 12 juni 1860 verdrinkt en overlijdt.

Kwekelingnummer 20

■ Frederik Hanneman hoort bij de eerste lichting die op 28 juni 1824 uit de vrije koloniŽn naar het Instituut komt. Hij gaat op 17 april 1832 over naar Willemsoord hoeve 57 om als ondermeester te werken.
■ Gerrit Reeman komt uit het eerste gesticht te Veenhuizen op 16 juli 1832 en gaat naar Frederiksoord hoeve 72 op 21 oktober 1835. Net als zijn voorganger om in het koloniale onderwijs te werken.
■ Fredericus Temmen keert terug van zijn werk op de Ommerschans, zie nummer 5, op 22 februari 1836. Hij wordt ontslagen op 5 april 1837.
■ Jan Pijper komt uit Willemsoord hoeve 58 op 10 april 1837. Hij wordt vanwege een gevalletje brandstichting teruggeplaatst naar Willemsoord hoeve 62 op 10 juni 1839.
■ Abraham Slingerland komt 11 juni 1839 uit Veenhuizen. Hij wordt na vier jaar ontslagen op 4 juli 1843.
■ Karel Postma komt uit Veenhuizen op 2 mei 1844 en gaat met ontslag op 15 juni 1848.
■ Jan Walrave komt voor de tweede maal uit Veenhuizen, zie nummer 17, op 20 juli 1848. Volgens de ene bron is hij 13 april 1850 ontslagen, volgens een andere is hij van verlof achtergebleven op 31 oktober 1850.
■ Antonie Johannes van Hengstum komt 7 maart 1851 uit Veenhuizen. Hij gaat met ontslag op 9 april 1853.
■ Hendrik Willem Klopping komt uit Veenhuizen op 2 februari 1854 en blijft tot zijn ontslag op 19 augustus 1857.
■ De op particulier contract geplaatste Jan Walburg komt als laatste nummer 20 uit Veenhuizen op 12 april 1858. Hij deserteert van de kolonie op 8 oktober 1859.

Kwekelingnummer 21

■ Jan Post hoort bij de eerste lichting die uit de vrije koloniŽn komt op 28 juni 1824. Hij wordt 10 augustus 1829 ontslagen, en 'als aspirant geemployeerde tot de sterkte der ambtenaren opgenomen'.
■ Willem Zahn komt uit de vrije koloniŽn op 10 november 1829 naar het Instituut, maar hij wordt 2 augustus 1830 al overgeplaatst naar Willemsoord hoeve 57. Er zijn geen aanwijzingen dat daar een baantje wacht, dus waarschijnlijk was het vervolgonderwijs niet zo'n succes.
■ Willem Labree komt 26 maart 1831 uit het eerste gesticht te Veenhuizen, hij gaat daar naar toe terug op 8 juli 1834. Ik weet niet of dat voor een baantje is of voor straf.
■ Tjitse de Jong komt uit Veenhuizen op 2 maart 1835. Hij blijft maar liefst zeven jaar tot zijn ontslag op 25 april 1842.
■ Adrianus van der Werf komt 9 mei 1842 uit Veenhuizen en blijft tot zijn ontslag op 21 maart 1846.
■ Karel Heinrich Weber komt uit Veenhuizen op 30 april 1846 en blijft zeven jaar lang. Hij wordt ontslagen op 9 april 1853.
■ Albert Hendriksen arriveert te Wateren op 17 februari 1854. Het jaar erop wordt hij ontslagen: 29 mei 1855.
■ Vanuit Veenhuizen komt Willem Gerrit Holzel op 26 februari 1856. Hij blijft tot zijn ontslag op 2 april 1859.
■ Abraham Zuidhoff, geplaatst op een particulier contract, komt 28 april 1859 vanuit Wilhelminaoord hoeve 37. Hij is de laatste die het nummer 21 draagt. Hij verlaat de koloniŽn als hij op 24 maart 1860 wordt ontslagen.

Kwekelingnummer 22

■ Pieter Karel van Gemert hoort bij de eerste lichting die op 28 juni 1824 uit de vrije koloniŽn komt. Hij gaat 7 april 1828 naar Veenhuizen om er te werken als 'opziener over de landbouw' en zijn officiŽle ontslag als kwekeling is op 21 juli 1829.
■ Eliza Jan Trap komt uit Willemsoord hoeve 51 op 10 november 1829 en moet zevenenhalf jaar later in militaire dienst op 21 juli 1837.
■ Anthonie Meijer is in de koloniŽn geplaatst op kosten van de permanente commissie omdat hij de zoon is van een overleden personeelslid en hij komt op 19 augustus 1837 vanuit het derde gesticht te Veenhuizen naar het Instituut. Na een jaar vertrekt hij om bij familie te gaan wonen: 10 juni 1838.
■ Johannes Jacobus Retel komt uit Veenhuizen op 20 juni 1838. Hij wordt ontslagen op 11 februari 1841.
■ Jan van der Waals komt 29 maart 1841 uit Veenhuizen en gaat vijf jaar later met ontslag op 21 maart 1846.
■ Barteld Zonderkop komt uit Veenhuizen op 30 april 1846, maar gaat weer terug naar Veenhuizen op 5 maart 1847.
■ Luppe van Slooten komt 29 mei 1847 uit Veenhuizen, maar moet daar na een desertiepoging op 10 december 1847 naar terug.
■ Marinus Goeree komt 20 december 1847 uit Veenhuizen, maar gaat daar 20 augustus 1848 weer naar toe terug.
■ Dirk Storkhorst komt 27 september 1848 uit Veenhuizen en wordt op 28 april 1849 ontslagen.
■ Christiaan Kraft blijft langer. Aankomst uit Veenhuizen 1 mei 1849, ontslag 9 april 1853.
■ Op 17 februari 1854 kom de op particulier contract geplaatste Albert Jetzes uit Veenhuizen. Hij is de laatste die het kwekelingnummer 22 voert. Hij blijft er tot hij op 30 december 1860 wordt overgeplaatst naar Willemsoord.

Kwekelingnummer 23

■ Gerrit van Tuil komt (aanname) 28 juni 1824 uit de vrije koloniŽn. Er is in 1826 sprake van dat hij opziener bij het eerste gesticht te Veenhuizen zal worden, maar hij vertrekt al met ontslag op 27 juli 1826.
■ George Hendrik Kligge komt op 27 november 1827 uit Wilhelminaoord hoeve 10. Hij wordt volgens invnr 124 scan 346 op 31 mei 1831 'voor de militaire dienst ontslagen'.
■ Pieter Wakker komt 27 augustus 1831 uit het eerste gesticht te Veenhuizen. Het moet van korte duur zijn. Hij staat op de lijst van kwekelingen van 26 maart 1832 in invnr 1544, maar moet vůůr 16 juli 1832 uit Wateren vertrokken en naar Veenhuizen teruggegaan zijn omdat zijn nummer dan wordt overgenomen. Aanname 16 juli 1832.
■ Want die dag, 16 juli 1832, komt uit het eerste gesticht te Veenhuizen Jan Gerardus Engelbert. Hij blijft een kleine zes jaar tot hij wordt ontslagen op 5 april 1838.
■ Willem Kits komt later die maand, 26 april 1838, uit het derde gesticht te Veenhuizen. Hij gaat in militaire dienst op 15 juli 1841, keert daarvan eerst terug op 1 september 1841, maar gaat dan echt in dienst op 25 mei 1842.
■ Frans Voskuil komt dan uit Veenhuizen op 2 september 1842, maar gaat daar naar toe terug op 17 maart 1843.
■ Simon Johannes Kloos komt zes dagen later, op 23 maart 1843, uit Veenhuizen. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 5 juni 1847.
■ Lucas Hermanus Buden komt 3 juli 1847 uit Veenhuizen en blijft tot zijn ontslag op 29 juni 1850.
■ Petrus Recepis komt op 14 september 1850 uit Veenhuizen, maar gaat daar op 14 februari 1851 naar terug.
■ Jacobus Cornelis van der Vecht komt 17 maart 1851 als volgende nummer 23 uit Veenhuizen en blijft drie jaar tot zijn ontslag op 1 april 1854.
■ Jan Jacobus Thiel komt 21 augustus 1854 uit Veenhuizen, maar moet 12 februari 1856 weer terug.
■ Johannes Simon van Zon wordt hier even ingeschreven maar dat is een administratieve fout en hij wordt 'overgebracht op nummer 27'.
■ Het nummer 23 gaat dan naar de wasmeid Maria Helena de Klerk, op 14 april 1856 uit Veenhuizen gekomen. Na een dik jaar wassen gaat zij op 19 juni 1857 met ontslag
■ De op particulier contract geplaatste Arie Hellendoorn komt 15 juni 1857 vanuit Veenhuizen. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar Wilhelminaoord.

Kwekelingnummer 24

■ Johannes Verwer komt 28 juni 1824 (aanname) vanuit de vrije koloniŽn naar het Instituut. Hij wordt 10 augustus 1829 als kwekeling ontslagen om als 'aspirant geemployeerde tot de sterkte der ambtenaren' toe te treden.
■ Carel Willem van der Koogh is de nieuwe nummer 24 als hij 10 november 1829 uit de vrije koloniŽn komt. Hij gaat 30 september 1831 in militaire dienst.
■ Leijn Jobse komt tegelijk met Johannes Jobse (zie nummer 30) op 6 oktober 1831 te Wateren vanuit Willemsoord hoeve 79. Maar hij moet (tegelijk met Johannes Jobse) op 21 januari 1834 weer weg, hij gaat naar kolonie 3 hoeve 20. Hij komt later in het jaar terug, zie nummer 41.
■ Willem Boebes komt uit Veenhuizen op 26 mei 1834. Na zes jaar moet hij in militaire dienst op 11 juli 1840.
■ Adolf Aarse komt negen dagen later, 20 juli 1840, uit Veenhuizen. Ook hij moet, op 12 mei 1845, in militaire dienst maar hij keert daar later van terug, zie nummer 30.
■ Arend Times Kannegieter komt diezelfde dag, 12 mei 1845, uit Veenhuizen en blijft zes jaar, tot zijn ontslag op 21 mei 1851.
■ Later dat jaar komt Johannes de Snoo uit Veenhuizen, 10 juli 1851. Hij wordt ontslagen op 2 april 1853.
■ Willem Pieter Lambooy komt 20 april 1854 uit Veenhuizen en mag ondanks een desertiepoging in 1855 blijven tot hij in het kader van de afsplitsing op 30 augustus 1859 terug naar Veenhuizen moet.
■ De laatste met kwekelingnummer 24 is de op particulier contract geplaatste Nicolaas Kuipers die op 5 september 1859 aankomt uit Wilhelminaoord hoeve 65. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar Frederiksoord.

Kwekelingnummer 25

■ Cornelis Johannes Magchielse komt 28 juni 1824 vanuit de vrije koloniŽn naar het Instituut. Hij wordt 30 april 1833 ontslagen.
■ Lodevicus Philippus Craus wordt (invnr 140 scan 507:) '23 september 1833 overgenomen van het 1e gesticht'. Hij gaat weer naar Veenhuizen op 27 september 1838.
■ Martinus Kieviet komt uit Veenhuizen op dezelfde dag, 27 september 1838, en gaat weer terug naar Veenhuizen op 25 juni 1841.
■ Wilhelmus Leopold komt 28 juni 1841, dus drie dagen later, uit Veenhuizen en blijft een kleine vier jaar. Hij wordt ontslagen op 5 april 1845.
■ Martinus Enchelmaijer komt negen dagen later uit Veenhuizen op 14 april 1845 en verlaat de koloniŽn met ontslag op 1 april 1851.
■ Carel Christiaan van der Ven komt 10 juli 1851 uit Veenhuizen. Hij blijft een kleine vijf jaar tot zijn ontslag op 29 maart 1856.
■ Later dat jaar komt Jan Muiderman uit Veenhuizen; 20 september 1856. Hij wordt na tweeŽnhalf jaar ontslagen op 1 april 1859.
■ De op particulier contract geplaatste Wolter Wolters komt 19 april 1859 van Veenhuizen. Hij wordt 14 januari 1860 ontslagen.

Kwekelingnummer 26

■ Adriaan Hendrikse komt op 28 juni 1824 (aanname) vanuit de vrije koloniŽn. Hij moet 3 oktober 1830 in militaire dienst (maar zal later terugkomen, zie nummer 7)
■ Jacob IJzaaks Sasburg komt uit het derde gesticht te Veenhuizen op 8 oktober 1830. Hij gaat op 23 april 1832 naar het eerste gesticht om daar les te geven.
■ Andries Vrieze komt op 16 juli 1832 uit het eerste gesticht te Veenhuizen. Hij wordt ontslagen op 13 april 1835.
■ Koenraad van Herfden komt uit Veenhuizen op 13 augustus 1835. Hij gaat naar het derde gesticht te Veenhuizen op 25 juni 1841 om te werken bij de net geÔnstalleerde stoommachine.
■ Jacobus Eelker komt 28 juni 1841 uit Veenhuizen. Hij gaat met ontslag op 8 april 1846.
■ Pieter Ferdinand Laurentius Provost komt uit Veenhuizen op 30 april 1846. Hij wordt ontslagen op 6 april 1850.
■ Zacheus Zoetigheid komt uit Veenhuizen op 2 mei 1850. Hij gaat met ontslag  op 8 mei 1852.
■ Daniel Kok komt 19 juli 1852 uit Veenhuizen. Hij wordt ontslagen op 8 juni 1857.
■ De laatste met kwekelingnummer 26 is de op particulier contract gevestigde Cornelis Anthonie Hoonings die op 15 juni 1857 aankomt. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar kolonie 1.

Kwekelingnummer 27

■ Jacob Heiligers komt (aanname) 28 juni 1824 uit de vrije koloniŽn en vertrekt met ontslag op 2 augustus 1827.
■ Andries Frederik Simons komt op 27 november 1827 uit Wilhelminaoord en blijft tot hij op 22 oktober 1832 in militaire dienst moet.
■ Jan Willem Albert Luca komt uit Veenhuizen op 2 april 1833. Hij wordt ontslagen op 16 april 1836.
■ Willem Frederik Blommaart komt de volgende dag, 17 april 1836, uit Veenhuizen. Hij blijft heel lang schaapherderen, tot zijn ontslag op 12 mei 1845.
■ Nicolaas Louis Lassance komt uit Veenhuizen op dezelfde dag, 12 mei 1845. Hij wordt na vier jaar en ťťn week ontslagen op 19 mei 1849.
■ Petrus Hulleker komt 1 juni 1849 uit Veenhuizen en gaat na een kleine drie jaar met ontslag op 8 mei 1852,
■ Gerardus Jacobus Kooning komt uit Veenhuizen op 2 september 1852. Hij wordt na bijna vier jaar ontslagen op 30 augustus 1856.
■ De laatste met kwekelingnummer 27 is Johannes Simon van Zon die op particulier contract in Veenhuizen is ondergebracht en van wiens registratie invnr 1583 een zootje maakt. Hij komt op 20 april 1857 aan en blijft tot hij op 3 december 1860 wordt overgeplaatst naar Wilhelminaoord.

Kwekelingnummer 28

■ Frans de Korte komt vanuit de vrije koloniŽn op 28 juni 1824 naar het Instituut. Hij moet in militaire dienst op 24 juli 1831.
■ Frederik Hendrik Bentkemper komt uit het eerste gesticht te Veenhuizen op 27 augustus 1831. Ook hij moet in militaire dienst, op 29 april 1837.
■ Derk Suiveer komt 19 augustus 1837 uit Veenhuizen. Hij gaat naar het derde gesticht te Veenhuizen op 4 mei 1838, maar ik weet niet of dat voor een baantje is.
■ Anthonie Edel komt uit Veenhuizen op dezelfde dag, 4 mei 1838. Hij wordt na een kleine drie jaar ontslagen op 3 april 1841.
■ Gerardus Nieslus komt 17 mei 1841 uit Veenhuizen en blijft zeven jaar, tot zijn ontslag op 20 mei 1848.
■ Johannes van Klaver komt uit Veenhuizen op 20 juni 1848. Hij gaat met ontslag op 2 april 1851.
■ Jacob Eliam komt 10 juli 1851 uit Veenhuizen en blijft een kleine zeven jaar. Hij wordt ontslagen op 3 april 1858.
■ Johannes Hendrik Lammering keert 25 oktober 1858 uit de militaire dienst terug, zie nummer 57. Hij wordt ontslagen op 1 mei 1859.
■ De laatste met kwekelingnummer 28 is de op particulier contract geplaatste Henri Louis Eduard de Richemont die op 16 juni 1859 aankomt van Frederiksoord hoeve 6 en op 3 december 1860 wordt teruggeplaatst naar Frederiksoord.

Kwekelingnummer 29

■ Antonie Jacob van Alphen komt 28 juni 1824 (aanname) uit de vrije koloniŽn naar het Instituut. Hij wordt op 29 mei 1830 uit de koloniŽn ontslagen.
■ Harmen Aukesma komt uit het derde gesticht te Veenhuizen op 3 (invnr 1409) of 8 (invnr 1544) oktober 1830. Hij gaat weer naar dat derde gesticht op 21 januari 1834, maar of dat voor een baantje is weet ik niet.
■ Johan Coenraad Jekel komt 26 mei 1834 uit Veenhuizen. Hij deserteert succesvol op 23 oktober 1836.
■ Hendrik William Tompson komt uit Willemsoord hoeve 70 op 15 maart 1837. Hij blijft vijf jaar en wordt ontslagen op 2 april 1842.
■ Jacobus van der Waals blijft nog een jaartje langer. Hij komt 9 mei 1842 uit Veenhuizen en gaat met ontslag op 20 mei 1848.
■ Johannes Ferkenius komt uit Veenhuizen op 20 juli 1848 en wordt ontslagen op 29 juni 1850.
■ Johannes Slinger is er heel kort. Hij komt uit Veenhuizen op 14 september 1850 en wordt al ontslagen op 12 oktober 1850.
■ Manuel Schut is er wel iets, maar niet heel veel langer. Hij komt 24 oktober 1850 uit Veenhuizen en gaat met ontslag op 2 april 1851.
■ Hermanus Lofveldt komt 4 mei 1852 uit Veenhuizen, maar wordt op 16 november 1856 verbannen naar de strafkolonie op de Ommerschans.
■ Johannes Petrus Sandstra komt uit Veenhuizen op 20 april 1857, maar moet op 30 augustus 1859 vanwege de afsplitsing terug naar Veenhuizen.
■ De op particulier contract gevestigde Cornelis van Vliet komt als laatste drager van nummer 29 op 5 september 1859 van Wilhelminaoord hoeve 37. Al op 5 december 1859, dus dat heeft nog niets te maken met de sluiting van het Instiuut, wordt hij overgeplaatst naar Wilhelminaoord hoeve 71.

Kwekelingnummer 30

■ Casper de Pijpers komt 28 juni 1824 (aanname) vanuit de vrije koloniŽn naar het Instituut. Hij wordt 25 juli 1829 ontslagen.
■ Jan van der Plaats komt 10 november 1829 ook uit de vrije koloniŽn. Hij gaat 6 oktober 1831 naar Willemsoord hoeve 42. Hij zal later nog eens terug komen, zie nummer 18.
■ Johannes Jobse komt (tegelijk met Leijn Jobse, zie nummer 24) op diezelfde 6 oktober 1831 naar Wateren vanuit kolonie 3 hoeve 79. Maar hij moet (tegelijk met Leijn Jobse) op 21 januari 1834 weer weg, hij gaat naar kolonie 3 hoeve 67. Hij komt later in het jaar terug, zie nummer 57.
■ Johannes Pieter Roelofswaart komt uit Veenhuizen op 26 mei 1834. Hij blijft echter 10 augustus 1835 van verlof achter en wordt op 10 december 1835 uit de boeken geschrapt.
■ Noach Scheffener keert terug (zie nummer 33) uit militaire dienst op 1 maart 1836 en wordt op kosten van de permanente commissie weer opgenomen. Hij gaat als hoeveknecht op 17 april 1837 naar de hoevenaar Kramer (maar volgens invnr 1373 gaat hij naar H 13 en daar woont niet Kramer maar Verwer) te Ommerschans.
■ Jan Trompetter komt uit Veenhuizen op 27 april 1837, maar hij gaat daar weer naar terug op 4 mei 1838. Hij zal later nog eens komen, zie nummer 16.
■ Jan Westerduin komt diezelfde dag, 4 mei 1838, uit Veenhuizen en blijft vier jaar, tot zijn ontslag op 13 juli 1842.
■ Jan Jurgens komt op 24 september 1842 uit Veenhuizen, maar hij overlijdt (door verdrinking) op 13 juni 1845.
■ Adolf Aarse keert op 26 augustus 1845 terug, zie nummer 24, van het vervullen van zijn dienstplicht. Hij wordt ontslagen op 24 maart 1846.
■ Johannes Annes Dijkstra komt uit Veenhuizen op 30 april 1846, maar moet na een desertiepoging terug naar Veenhuizen op 17 augustus 1848.
■ Dan zit er een wasmeid verstopt tussen de kwekelingen. Doore Reijer trouwt in 1858 met een man, dus ze is zeker vrouw. Zij komt 20 november 1848 uit Veenhuizen en blijft drieŽnhalf jaar wassen tot haar ontslag op 30 april 1852.
■ Jacob Feenstra komt uit Veenhuizen op 4 mei 1852, maar gaat daar weer naar terug op 22 februari 1853.
■ Ook Willem van Roosmalen moet na een desertiepoging al snel terug. Uit Veenhuizen in Wateren op 19 maart 1853. Retour van Wateren naar Veenhuizen 21 augustus 1853.
■ Jacobus Slokker komt uit Veenhuizen op 20 april 1854. Hij blijft op een dag na vijf jaar want hij wordt ontslagen op 19 April 1859.
■ De op particulier contract gevestigde Harmen Smit komt 28 april 1859 uit Wilhelminaoord hoeve 71. Hij wordt 3 december 1860 teruggeplaatst naar Wilhelminaoord.

Kwekelingnummer 31

■ Jan van Huizen komt 29 september 1825 (aanname) uit Veenhuizen. Hij wordt op 27 september 1829 ontslagen.
■ Coenraad Jager komt op 10 november 1829 vanuit de vrije koloniŽn naar Wateren. Op 25 oktober 1834 gaat hij weg naar Frederiksoord hoeve 12, vermoedelijk om als ondermeester te werken (hij komt een half jaar later terug, zie nummer 49).
■ Rommert van der Meulen komt uit Veenhuizen op 2 maart 1835. Hij blijft zeven jaar tot zijn ontslag op 25 april 1842.
■ Jacob Cardinaal komt 9 mei 1842 uit Veenhuizen en blijft een kleine vijf jaar. Hij wordt ontslagen op 31 maart 1847.
■ Dirk Pieter Bakker komt uit Veenhuizen op 29 mei 1847, maar hij gaat alweer terug op 11 november 1847.
■ Johannes Hendrik Bitter komt daarop 20 december 1847 uit Veenhuizen en blijft bijna zes jaar tot hij 25 augustus 1853 in militaire dienst moet.
■ De op particulier contract geplaatste Willem van Lettow komt 15 mei 1854 van Veenhuizen. Ondanks twee desertiepogingen blijft hij tot hij 3 december 1860 wordt overgeplaatst naar Wilhelminaoord.

Kwekelingnummer 32

■ Pieter de Jong komt 29 september 1825 (aanname) uit het eerste gesticht te Veenhuizen. Hij wordt 3 oktober 1830 'tot de Militairen Dienst opgeroepen en ingelijfd'.
■ Hendrik Emeis komt uit het derde gesticht te Veenhuizen op 3 (invnr 1408) of 8 (invnr 1544) oktober 1830. Na drieŽnhalf jaar wordt hij ontslagen: 12 april 1834.
■ Jan Sprock komt de maand erop op 26 mei 1834 uit Veenhuizen en blijft bijna zes jaar tot zijn ontslag op 11 april 1840.
■ Evert Kalfsterman komt rechtstreeks vanuit Amsterdam in het Instituut op 2 juli 1840. Het contract voor zijn plaatsing houdt 30 september 1842 op, wat betekent dat hij vertrekt.
■ Jan Berkenkamp komt 1 juni 1843 uit Veenhuizen, maar wordt het jaar erop op 1 juni 1844 ontslagen.
■ Frits Henri Campagne komt uit Veenhuizen op 12 juli 1844 en blijft een kleine vijf jaar tot zijn ontslag op 19 mei 1849.
■ Al snel komt Harmannus Hendriks uit Veenhuizen: 1 juni 1849. Hij wordt ontslagen op 9 april 1853.
■ Willem Anthonie van Tongeren komt het jaar daarop, 15 mei 1854, uit Veenhuizen. Hij moet in het kader van de afsplitsing op 1 oktober 1859 terug naar Veenhuizen.
■ Adrianus Albert Hartog is de enige kwekeling die in de koloniŽn is geplaatst op de 'tweede helft van het contract van 16-19 juni 1826'. Hij komt 3 oktober 1859 van Frederiksoord hoeve 4 en gaat in het kader van de afsplitsing op 24 december 1859 naar het tweede gesticht te Veenhuizen. Daarna wordt nummer 32 niet meer gebruikt.

Kwekelingnummer 33

■ Noach Scheffener komt 29 september 1825 (aanname) uit het kindergesticht te Veenhuizen. Hij wordt 3 oktober 1830 'tot de Militaire Dienst opgeroepen en ingelijfd'. Daarna zal hij terugkomen, zie nummer 30.
■ Franciscus Leonardus Abdon komt 8 oktober 1830 uit het derde gesticht te Veenhuizen. Hij staat op de lijst van kwekelingen van 26 maart 1832 in invnr 1544, maar moet vůůr 16 juli 1832 uit Wateren vertrokken en naar Veenhuizen teruggegaan zijn, want dan wordt zijn nummer overgenomen. Aanname 16 juli 1832.
■ Lukas Steunenburg komt op 16 juli 1832 uit het eerste gesticht te Veenhuizen. Hij wordt ontslagen op 5 april 1836.
■ Gerrit Hoornsman komt uit Veenhuizen op 11 april 1836 en blijft meer dan vijf jaar tot zijn ontslag op 18 september 1841.
■ Gerrit Wijnand Warnar komt 9 mei 1842 uit Veenhuizen en blijft bijna zes jaar. Ontslag 27 april 1848.
■ Cornelis van Veen (er zijn er twee met die naam, zie nummer 78) komt uit Veenhuizen op 10 mei 1848. Hij deserteert op 5 maart 1850 van de kolonie en blijkbaar met succes.
■ Ferdinand Weijdener komt als zijn opvolger op 17 juni 1850 uit Veenhuizen, maar gaat daar op 14 februari 1851 naar toe terug.
■ Gerrit Jacob van der Vecht komt uit Veenhuizen op 17 maart 1851 en wordt na vier jaar ontslagen op 11 april 1855.
■ De op particulier contract gevestigde Pieter Hubertus van Scheers komt 3 mei 1856 uit Veenhuizen. Hij wordt in verband met de sluiting van het Instituut op 3 december 1860 overgeplaatst naar Willemsoord.

Kwekelingnummer 34

■ Pieter van der Linden komt 29 september 1825 (aanname) uit Veenhuizen en blijft bijna vier jaar, tot zijn ontslag op 27 september 1829.
■ Willem Frederik van Vliet komt uit de kolonie Willemsoord op 10 november 1829. Hij gaat in militaire dienst op 8 september 1834.
■ De volgende heeft dezelfde voornamen, maar dan omgekeerd. Frederik Willem Dirker komt 2 maart 1835 uit Veenhuizen. Hij gaat daar naar toe terug op 5 augustus 1839 om als ondermeester te werken.
■ Jan Pieter van Ingen keert op 5 augustus 1839 terug na het vervullen van zijn militaire dienstplicht, zie ook nummer 14. Hij blijft echter niet lang en vertrekt al op 30 oktober 1839 omdat hem een hele mooie baan wacht.
■ Johannes Wilhelmus Storch komt uit Veenhuizen op 13 januari 1840. Hij kan heel mooi dichten, maar gaat met ontslag op 13 april 1844.
■ Barend de Vos komt op 2 mei 1844 uit Veenhuizen. Hij moet na een desertiepoging op 19 november 1846 terug naar Veenhuizen.
■ Antoine Nicolaas Fortanier komt uit Wilhelminaoord op 9 januari 1847 en gaat al op 19 juni 1847 naar het derde gesticht te Veenhuizen waar hij als ondermeester gaat werken.
■ Herman Johannes Flutsch komt uit Veenhuizen op 3 juli 1847. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 21 november 1848.
■ Johannes Reppel komt zes dagen later op 27 november 1848 uit Veenhuizen en blijft tot hij wordt ontslagen op 6 september 1852.
■ Johannes Stijnis komt uit Veenhuizen op 4 oktober 1852. Hij deserteert op 9 oktober 1853 en ze krijgen hem niet weer te pakken.
■ Willem Smits komt 15 mei 1854 uit Veenhuizen, maar gaat 24 juni 1854 al weer terug.
■ Hendricus Honings komt uit Veenhuizen op 17 april 1855 en blijft tot zijn ontslag op 26 april 1859.
■ De op particulier contract geplaatste Antoon de Vries komt van hoeve 65 van Wilhelminaoord op 19 mei 1859. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar kolonie 3.

Kwekelingnummer 35

■ Thomas de Jong komt 29 september 1825 (invnr 1544) uit het kindergesticht te Veenhuizen, hij wordt 29 september 1831 benoemd tot voorlopig onderinstituteur, maar vertrekt met ontslag op 22 maart 1833.
■ Johannes Hendrikus van der Linden komt op 2 april 1833 uit het eerste gesticht te Veenhuizen en gaat in militaire dienst op 15 juli 1836.
■ Pieter Stuurman komt uit Veenhuizen dertien dagen later op 28 juli 1836. Hij vertrekt met ontslag op 15 april 1839.
■ Johannes Hermanus Lammers komt diezelfde dag, 15 april 1839, uit Veenhuizen en blijft tot zijn ontslag op 13 april 1844.
■ Dan gaat het nummer naar een wasmeid. Maria van den Eikel komt 11 mei 1844 uit Veenhuizen, maar gaat hetzelfde jaar, op 4 oktober 1844, met ontslag.
■ Jozef Pedro komt als kwekeling uit Veenhuizen op 14 april 1845. Hij moet na twee diefstalletjes terug naar Veenhuizen op 15 maart 1849.
■ Jan Has komt later die maand, 29 maart 1849, uit Veenhuizen en wordt een jaar later, op 27 april 1850 ontslagen.
■ Johannes Dirks komt uit Veenhuizen op 2 mei 1850. Hij deserteert op 20 augustus van dat jaar, is 25 augustus weer terug en gaat 14 september 1850 terug naar Veenhuizen.
■ Gerrit Hollink komt diezelfde dag, 14 september 1850, uit Veenhuizen. Zijn ontslag van de kolonie vindt plaats op 2 april 1851.
■ Hendrik Johannes Alstein komt uit Veenhuizen op 4 mei 1852. Hij deserteert 23 mei 1854, maar is diezelfde dag al weer terug en mag blijkbaar blijven. Hij gaat met ontslag op 3 april 1858.
■ Tenslotte gaat het nummer weer naar een wasmeid. Adriana Margaretha Diesbergen komt uit Veenhuizen op 30 maart 1859. Ze blijft tot haar ontslag op 21 mei 1860.

Kwekelingnummer 36

■ Johan Adam Roller komt op 29 september 1825 (aanname) van Veenhuizen. Hij wordt ontslagen op 8 juni 1831, volgens invnr 124 scan 346 om in militaire dienst te gaan.
■ Jacobus Duijzend komt uit het eerste gesticht te Veenhuizen op 27 augustus 1831. Hij gaat met ontslag op 5 april 1836.
■ Dirk Naarstig komt zes dagen later op 11 april 1836 uit Veenhuizen. Hij wordt na vijf jaar ontslagen op 24 april 1841.
■ Johannes Nicolaas Welling komt uit het eerste gesticht te Veenhuizen op 28 juni 1841. Hij moet in militaire dienst op 21 mei 1844.
■ Christiaan Martinus Groebe komt 12 juli 1844 uit Veenhuizen. Hij blijft zes jaar en negen maanden tot zijn ontslag op 2 april 1851.
■ Hendrik Dekker komt uit Veenhuizen op 4 mei 1852. Hij gaat met ontslag op 29 maart 1856.
■ Als laatste drager van nummer 36 komt de op partivulier contract gevestigde Pieter Wieringa op 20 april 1857 uit Veenhuizen. Hij wordt 'den 3 December 1860 overgeplaatst naar kolonie No 3'.

Kwekelingnummer 37

■ Frederik Vos komt uit Veenhuizen op 29 september 1825 (aanname). Hij gaat 8 juni 1831 met ontslag, volgens invnr 124 scan 346 om in militaire dienst te gaan.
■ Johannes Frederik Droom komt 27 augustus 1831 uit het eerste gesticht te Veenhuizen. Hij staat op de lijst van kwekelingen van 26 maart 1832 in invnr 1544, maar moet vůůr 16 juli 1832 uit Wateren vertrokken en naar Veenhuizen teruggegaan zijn, want dan wordt zijn nummer overgenomen. Aanname 16 juli 1832.
■ Jacobus van Diement komt op 16 juli 1832 uit het eerste gesticht te Veenhuizen en gaat daar op 1 oktober 1834 weer naar toe.
■ Johannes Pillipes komt uit Veenhuizen op 2 maart 1835. Hij gaat na ruim zeven jaar, op 27 oktober 1842 naar hoeve 32 van Frederiksoord, maar wat hij daar voor werk gaat doen is mij niet bekend.
■ Pieter Offee komt uit Veenhuizen op 1 juni 1843. Hij moet in militaire dienst op 12 juni 1847.
■ Antonie Rapers komt 3 juli 1847 uit Veenhuizen, maar gaat daar weer naar terug op 10 december 1847.
■ Cornelis Kok komt uit Veenhuizen op 20 december 1847. Hij blijft vijfenhalf jaar tot zijn ontslag op 11 mei 1853.
■ Johannes Hermanus Suurhoff komt op 12 mei 1853 uit Veenhuizen. Hij wordt na vijf jaar ontslagen op 3 april 1858.
■ Als laatste drager van nummer 37 komt de op particulier contract geplaatste Jan Casper Bakker uit Veenhuizen op 19 april 1859. Hij wordt 10 november 1860 overgeplaatst naar Frederiksoord, (gelijk met z'n broer, nr 38)

Kwekelingnummer 38

■ Abraham Mulder komt 19 september 1825 (aanname) vanuit Veenhuizen naar het Instituut, waar hij overlijdt op 11 december 1831.
■ Frans Hermanus Andree blijkt later Frans Hermanus van Rhoden te heten. Hij komt 23 februari 1832 vanuit kolonie 3 hoeve 29 naar Wateren. Hij gaat 1 mei 1838 als hoeveknecht naar een van de boerderijen op het terrein rond de Ommerschans.
■ Abraham Daniel Dinkla komt uit Veenhuizen op 4 mei 1838. Hij blijft tot zijn ontslag vier jaar later op 21 mei 1842.
■ Jan Hulst komt 24 september 1842 uit Veenhuizen en wordt een kleine zes jaar later ontslagen, op 20 mei 1848.
■ Johannes Weber komt uit Veenhuizen op 20 juli 1848 en moet na vijf jaar zijn militaire dienstplicht vervullen, 27 september 1853.
■ Johan Hendrik Hofman volgt hem op als nummer 38. Aankomst uit Veenhuizen op 15 mei 1854, ontslag op 28 maart 1857.
■ Dan gaat het nummer naar wasmeiden. Catharina Johanna Rademaker blijft slechts kort. Zij komt uit Veenhuizen op 23 mei 1857 en gaat weer terug naar Veenhuizen op 31 juli 1857.
■ Berendina Johanna Konijnenburg wast veel langer. Aankomst uit Veenhuizen op 31 juli 1857 en ontslag op 1 juli 1858.
■ De laatste met nummer 38 is de op particulier contract gevestigde Willem Bakker die op 19 april 1859 uit Veenhuizen komt. Hij wordt 10 november 1860 (gelijk met z'n broer, nr 37) overgeplaatst naar de kolonie Frederiksoord.

Kwekelingnummer 39

■ Johannes van Brandenburg komt 29 september 1825 (aanname) uit Veenhuizen. Hij moet 3 oktober 1830 in dienst, maar dat wordt pas geformaliseerd met zijn ontslag op 16 maart 1831.
■ Jan van der Mark komt uit het eerste gesticht te Veenhuizen op 26 maart 1831. Hij staat op de lijst van kwekelingen van 26 maart 1832 in invnr 1544, maar moet vůůr 16 juli 1832 uit Wateren vertrokken en naar Veenhuizen teruggegaan zijn, want dan wordt zijn nummer overgenomen. Aanname 16 juli 1832.
■ Jacob IJzaaks de Reus komt op 16 juli 1832 uit het eerste gesticht te Veenhuizen. Hij wordt ontslagen op 26 april 1835.
■ Willem Helm komt uit hoeve 7 van Frederiksoord op 15 augustus 1835. Hij gaat naar diezelfde hoeve terug op 26 maart 1836.
■ Johan Daniel Ochse Roodarmer komt uit Veenhuizen op 11 april 1836 en moet in militaire dienst op 15 mei 1838.
■ Antonius Retel komt 20 augustus 1838 uit Veenhuizen en moet in militaire dienst op 7 juli 1845.
■ Gerhardus Adrianus Pillipes keert terug (zie nummer 65) van zijn militaire dienst op 26 augustus 1845. Hij blijft nu anderhalf jaar tot zijn ontslag op 31 maart 1847.
■ Geerd Simons Brunia is op 29 mei 1847 vanuit Veenhuizen zijn opvolger. Hij vertrekt later dat jaar al met ontslag: 28 oktober 1847.
■ Jan Andries Borgstede komt 6 november 1847 uit Veenhuizen. Hij gaat op 27 september 1849 naar Frederiksoord (tegelijk met zijn broer, zie nummer 59), maar het is niet bekend waarom hij wordt overgeplaatst.
■ Hendrik de Puijt komt 4 maart 1850 uit Veenhuizen. Hij deserteert van de kolonie op 2 juni 1850 en ze krijgen hem niet weer te pakken.
■ Barend Pillipes komt uit Veenhuizen op 14 september 1850. Hij gaat al op 2 april 1851 met ontslag.
■ Johannes Verhagen komt uit Veenhuizen op 4 mei 1852, maar hij overlijdt op 19 april 1853.
■ Hendrik Brink komt op 28 april 1853 uit Veenhuizen en vertrekt na een kleine vier jaar met ontslag op 28 maart 1857.
■ De laatste met nummer 39 is de op particulier contract gevestigde Frederik SchrŲder die uit Veenhuizen komt op 15 juni 1857. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar de kolonie Frederiksoord.

Kwekelingnummer 40

■ Diderik Martinus Mulkes komt 29 september 1825 (aanname) uit Veenhuizen. Hij is 'zedert 24 Mei 1828 van verlof agtergebleven, 'maar die mutatie wordt pas verwerkt op 29 april 1829.
■ Eijsse Aman Houwman komt uit de vrije koloniŽn op 10 november 1829 en blijft tot hij in militaire dienst moet op 12 juli 1833.
■ Hendrik Maij komt uit Veenhuizen op 23 september 1833. Na vijfenhalf jaar gaat hij op 20 april 1839 naar hoeve 84 van Frederiksoord, waar hij aan de slag gaat als ondermeester.
■ Andries Adriaanse komt 13 mei 1839 uit Veenhuizen en blijft ruim zes jaar tot zijn ontslag op 12 mei 1845.
■ Willem Bock komt uit Veenhuizen op diezelfde 12 mei 1845. Hij gaat met ontslag op 31 maart 1847.
■ Marinus Goossen komt 29 mei 1847 uit Veenhuizen. Hij deserteert van de kolonie op 16 augustus 1847 en ze krijgen hem niet weer te pakken.
■ Jan Willem Mostertman komt uit Veenhuizen op 20 december 1847. Hij overlijdt 4 juni 1848.
■ Willem Hendrik Lieder komt uit Veenhuizen op 20 juli 1848. Hij wordt ontslagen op 29 juni 1850.
■ Bernardus Lampenmaker komt twee maanden later, 14 september 1850, uit Veenhuizen. Het register meldt: 'Lampenmaker ontslagen den 8 mei 1852'.
■ Gerrit Fokken komt 2 september 1852 uit Veenhuizen en wordt na drieŽnhalf jaar ontslagen op 29 maart 1856.
■ Cornelis Everwinnink komt uit Veenhuizen op 24 mei 1856. Hij moet in het kader van de afsplitsing op 1 oktober 1859 terug.
■ De op particulier contract geplaatste Willem van Veldhuizen komt van hoeve 73 van Frederiksoord op 8 oktober 1859. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar kolonie 1.

Kwekelingnummer 41

■ Charles Munro komt 29 september 1825 (aanname) uit Veenhuizen. Volgens het wezenregister wordt hij op 8 juni 1831 ontslagen, volgens invnr 124 scan 346 om in militaire dienst te gaan..
■ Abraham Koeman komt uit het eerste gesticht te Veenhuizen op 27 augustus 1831. Hij wordt uitgeschreven als zijnde van verlof achtergebleven op 19 augustus 1833.
■ Dan komt Leijn Jobse voor de tweede keer (zie nummer 24 voor de eerste keer) naar Wateren. Aankomst 4 juli 1834 vanuit Willemsoord hoeve 20. Hij gaat in militaire dienst op 29 juli 1836.
■ Nog een wees met een bijzondere voornaam is Yeb Reinsma die uit Veenhuizen komt op 22 december 1836 en blijft tot zijn ontslag op 25 april 1842.
■ Dirk Siemons komt 9 mei 1842 uit Veenhuizen en wordt na een kleine zes jaar ontslagen: 27 april 1848.
■ Andries Johannes Thomas Roelofs komt uit Veenhuizen op 10 mei 1848, maar keert daar naar toe terug op 3 augustus 1850.
■ Geert Feenstra volgt hem een maand later op. Aankomst vanuit Veenhuizen in het Instituut 14 september 1850. Zijn ontslag is op 12 mei 1852.
■ Later dat jaar komt Johannes Willem van Haamstede. Op 2 september 1852 uit Veenhuizen. Na vierenhalf jaar is zijn ontslag op 28 april 1857.
■ Leendert Verel komt 15 juni 1857 van Veenhuizen, maar moet daar in het kader van de afsplitsing op 1 oktober 1859 naar toe terug.
■ De op particulier contract gevestigde Derk Roskam komt twee dagen later, 3 oktober 1859, van Frederiksoord hoeve 104. Hij wordt 3 december 1860 teruggeplaatst naar Frederiksoord.

Kwekelingnummer 42

■ Jan de Bruin komt uit Veenhuizen op 29 september 1825 (aanname) en gaat in militaire dienst op 29 februari 1832.
■ De Bruin moet al eerder vertrokken zijn, want op 27 augustus 1831 komt al uit het eerste gesticht te Veenhuizen Jan Albert Kok. Hij gaat terug naar dat gesticht op 20 oktober 1837, maar niet bekend is waarom.
■ Johannes Cornelis Schenbert komt later die maand, 20 oktober 1837 uit Veenhuizen en blijft tot zijn ontslag op 4 april 1840.
■ Albert Poeze komt uit Veenhuizen op 13 augustus 1840. Hij gaat naar het derde gesticht te Veenhuizen op 25 juni 1841 om te werken bij de daar net geÔnstalleerde stoommachine.
■ Hendrik van der Wiel komt drie dagen later, 28 juni 1841 uit Veenhuizen en blijft bijna zes jaar, tot zijn ontslag op 31 maart 1847.
■ Jan de Vries komt uit Veenhuizen op 29 mei 1847 en blijft tot hij wordt ontslagen op 29 juni 1850.
■ Gijsbertus de Lange komt uit Veenhuizen op 14 september 1850. Hij gaat met ontslag op 28 juni 1852.
■ Gerhardus Hermanus Cornelis Blanken komt 4 oktober 1852 uit Veenhuizen. Na drie desertiepogingen wordt hij verbannen naar de strafkolonie op 5 juli 1856.
■ Hendrik Philip Mussman komt uit Veenhuizen op 20 april 1857 en moet in het kader van de afsplitsing terug naar Veenhuizen op 1 september 1859.
■ De eerste op nummer 42 die niet uit Veenhuizen komt is tevens de laatste drager van dit nummer. De op particulier contract geplaatste Stoffel de Jonge komt van hoeve 129 van Frederiksoord op 14 september 1859 en wordt op 28 augustus 1860 ontslagen.

Kwekelingnummer 43

■ Jan Janssen komt op 29 september 1825 (aanname) uit Veenhuizen. Hij deserteert uit Wateren op 22 mei 1831 en het duurt vijf maanden eer hij wordt teruggevoerd naar Veenhuizen. Daar houden ze hem dan.
■ Hendrik Sluiter komt uit het eerste gesticht te Veenhuizen op 27 augustus  1831. Hij blijft bijna vier jaar tot hij in militaire dienst moet op 15 juli 1835.
■ Johannes Teunis Hameijer komt 13 augustus 1835 uit Veenhuizen en gaat daar na exact zeven jaar op 13 augustus 1842 naar terug.
■ Ferdinand Hennebule komt uit Veenhuizen op 24 september 1842 en gaat daar op 5 juni 1847 naar terug.
■ Hendrik Hekhuizen komt uit Veenhuizen op 3 juli 1847. Hij blijft tot zijn ontslag op 30 april 1852.
■ Willem Verhagen komt 4 mei 1852 uit Veenhuizen. Hij wordt een kleine zes jaar later ontslagen: 28 april 1858.
■ De op particulier contract gevestigde Pleun de Heer komt 28 april 1859 uit Willemsoord hoeve 168. Hij wordt op 28 augustus 1860 ontslagen.

Kwekelingnummer 44

■ Jan Mulder (er zijn er twee met die naam, zie nummer 17) komt op 29 september 1825 uit Veenhuizen, Hij wordt ontslagen op 7 juli 1832, volgens Jan Hessel van Wolda om in militaire dienst te gaan.
■ Jacobus Vermaas komt op 16 juli 1832 uit het eerste gesticht te Veenhuizen. Hij wordt na vier jaar en negen maanden ontslagen op 6 april 1837.
■ Cornelis Andries de Wit komt uit Willemsoord op 18 april 1837 en blijft tot hij in militaire dienst moet op 26 juni 1841.
■ Johannes Meijer komt uit Frederiksoord op 23 juli 1841. Hij blijft bijna vijf jaar tot zijn ontslag op 2 mei 1846.
■ Gerardus Steffers komt 2 juni 1846 uit Veenhuizen. Hij gaat 5 maart 1847 naar het eerste gesticht te Veenhuizen (maar komt later terug, zie nr 5).
■ Willem Veltman komt uit Veenhuizen op 29 mei 1847. Hij wordt ontslagen op 29 juni 1850.
■ Hendrik van Dee keert terug (zie nummer 54) uit de militaire dienst op 22 september 1850. Hij gaat naar Veenhuizen op 28 oktober 1850.
■ Op 21 november 1850 is Hendrik van Dee weer op het Instituut. Totdat hij op 9 augustus 1852 wordt verbannen naar de strafkolonie op de Ommerschans.
■ Johannes Cornelis Antonie Bouman komt uit Veenhuizen op 4 oktober 1852 en wordt vanwege de afsplitsing na zesenhalf jaar teruggeplaatst naar Veenhuizen op 16 april 1859.
■ De op particulier contract gevestigde Willem Houtsma komt uit Willemsoord hoeve 88 op 28 april 1859. Hij wordt 27 oktober 1860 teruggeplaatst naar kolonie 3.

Kwekelingnummer 45

■ Abraham Albrecht komt 29 september 1825 (aanname) uit Veenhuizen. Hij wordt 21 februari 1831 overgeplaatst naar het derde gesticht te Veenhuizen, vermoedelijk om daar iets in het onderwijs te doen.
■ Jan Jans de Ruiter komt uit het eerste gesticht te Veenhuizen op 26 maart 1831. Na zes jaar moet hij in militaire dienst op 1 juli 1837 (daarna zal hij terugkomen, zie nummer 59).
■ Rijk Jonkman komt uit het derde gesticht te Veenhuizen op 19 augustus 1837. Na zeven jaar wordt hij ontslagen: 30 oktober 1844.
■ Daniel Keijzer komt 14 april 1845 uit Veenhuizen. Hij krijgt na vier jaar zijn ontslag op 28 juni 1849.
■ Andries van Geluk komt uit Veenhuizen op 4 maart 1850. Hij wordt ontslagen op 30 april 1852.
■ Everardus Jacobus ten Pierik komt 4 mei 1852 uit Veenhuizen. Hij moet na vijf jaar in militaire dienst op 16 juni 1857.
■ Carel Hendrik HŲlzel komt uit Veenhuizen op 17 augustus 1857. In het kader van de afsplitsing moet hij terug op 6 oktober 1859. Daarna wordt nummer 45 niet meer gebruikt.

Kwekelingnummer 46

■ Christiaan van Kesteren komt 29 september 1825 (aanname) uit Veenhuizen. Hij vertrekt 5 maart 1831 met verlof voor 3 maanden om een baan te zoeken en dat lukt blijkbaar want hij keert niet terug en wordt als ontslagen beschouwd.
■ Antonie Dirk van Assel komt uit het eerste gesticht te Veenhuizen op 27 augustus 1831. Hij moet na bijna vijf jaar in militaire dienst op 18 juli 1836.
■ Jan Kiel komt 28 juli 1836 uit Veenhuizen en blijft tot zijn ontslag op 8 januari 1839.
■ Evert Peelen komt uit Veenhuizen op 15 april 1839. Hij maakt bijna de zes jaar vol tot hij wordt ontslagen op 5 april 1845.
■ Otto Zoet komt 14 april 1845 uit Veenhuizen. Hij gaat daar weer naar toe terug op 5 maart 1847.
■ Fredericus Laurens Janssens komt uit Veenhuizen op 29 mei 1847, maar gaat daar al op 10 december 1847 naar terug.
■ Gabriel de Bruijn komt (dan nog onder de foutieve naam Gabriel van der Valk) op 10 mei 1848 uit Veenhuizen en blijft bijna zes jaar tot zijn ontslag op 8 april 1854.
■ Jacob Butterman komt uit Veenhuizen op 17 april 1855. Hij wordt twee jaar later ontslagen op 16 mei 1857.
■ Jan Willem Reijnen komt uit Veenhuizen op 17 augustus 1857. Hij moet in het kader van de afsplitsing terug op 24 december 1859 en daarna wordt nummer 46 niet meer gebruikt.

Kwekelingnummer 47

■ Emanuel Pokij, wiens naam ook als Fokij voorkomt, komt 29 september 1825 (aanname) uit Veenhuizen. Hij wordt 28 april 1831 aangesteld als ondermeester te Ommerschans.
■ Antonie Johannes Wedel komt uit het eerste gesticht te Veenhuizen op 27 augustus 1831. Hij gaat met ontslag op 5 april 1836.
■ Adrianus Hendrik van der Linden komt 11 april 1836 uit Veenhuizen, wordt ontslagen op 21 mei 1842, maar weer opgenomen op 7 augustus 1842, en tenslotte definitief ontslagen op 13 april 1844.
■ Christiaan Jacob Coldewijn komt uit Veenhuizen op 11 mei 1844 en gaat (tegelijk met zijn broer Hendrik, nummer 88) op 5 maart 1847 terug naar Veenhuizen.
■ Christiaan Wicart komt 29 mei 1847 uit Veenhuizen en gaat met ontslag op 4 juni 1850.
■ Wilhelm Mekke komt uit Veenhuizen op 17 juni 1850. Hij blijft bijna zeven jaar en wordt ontslagen op 28 april 1857.
■ De op particulier contract gevestigde Frederik Hendrik Hupkens komt op 12 april 1858 van Veenhuizen. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar kolonie 3.

Kwekelingnummer 48

■ Jan Oijen komt op 29 september 1825 (aanname) uit Veenhuizen. hij vertrekt al eerder om als ondermeester te werken (en daarom staat hij ook niet op de lijst van 26 maart 1832), maar zijn officiŽle ontslag is op 2 mei 1832.
■ Jacobus Emanuel komt op 16 juli 1832 uit het eerste gesticht te Veenhuizen. Hij moet op 13 augustus 1833 in militaire dienst (waar andere wezen heel boos over worden).
■ Abraham Waarsdijk komt uit Veenhuizen op 26 mei 1834. Na een desertie moet hij 10 juni 1839 terug naar Veenhuizen.
■ Daniel Frederik Arpeau keert 5 augustus 1839 terug (zie nummer 2) uit de militaire dienst, maar hij deserteert op 28 december 1839.
■ Bernardus George Thesing komt uit Veenhuizen op 13 januari 1840. Na vijf jaar moet hij in militaire dienst op 5 mei 1845.
■ Willem Smit komt 12 mei 1845 uit Veenhuizen en gaat na vijf jaar met ontslag op 29 juni 1850.
■ Hendrik Bloezee komt uit Veenhuizen op 24 oktober 1850. Hij wordt ontslagen op 11 april 1855.
■ Gerrit Mouriks komt 3 mei 1856 uit Veenhuizen en moet in het kader van de afsplitsing op 3 september 1859 terug naar Veenhuizen.
■ De op particulier contract geplaatste Klaas Roskam komt 14 september 1859 uit Frederiksoord hoeve 104. Hij wordt 3 december 1860 teruggeplaatst naar kolonie 1.

Kwekelingnummer 49

■ Pieter Wendelgeld komt 29 september 1825 (aanname) uit Veenhuizen. Hij is al eerder uit Wateren weg om als ondermeester te werken, maar zijn officiŽle ontslag is op 7 februari 1832.
■ Arnoldus Schruijer komt op 23 februari 1832 aan vanuit Willemsoord hoeve 58. Hij verlaat de koloniŽn met ontslag op 22 september 1835.
■ Opvolger als nummer 49 is de op 21 oktober 1835 vanuit Frederiksoord hoeve 72 aankomende Coenraad Jager, die voor de tweede keer komt (zie voor de eerste keer nummer 31). Hij wordt ontslagen op 6 mei 1837.
■ Hendrik Meulman komt uit het derde gesticht te Veenhuizen op 19 augustus 1837, maar gaat weer terug naar dat gesticht op 4 mei 1838.
■ Gerrit de Smeet komt op diezelfde dag, 4 mei 1838 (volgens invnr 1373; de in invnr 1582 genoemde 4 met 1837 zal abusief zijn) uit Veenhuizen. Hij moet 28 juni 1842 in militaire dienst, maar keert later terug, zie nummer 14.
■ Johannes George Wilhelmus Weber komt uit Veenhuizen op 24 september 1842. Hij blijft bijna zeven jaar tot zijn ontslag op 7 juli 1849.
■ Wilhelmus de Jonge komt 18 maart 1850 uit Veenhuizen. Hij gaat daar weer naar terug op 12 mei 1852.
■ Frederik Johannes Verhoeven komt uit Veenhuizen op 4 oktober 1852. Hij wordt ontslagen op 28 april 1857.
■ De op particulier contract geplaatste Jurjen Schilthuis komt uit Veenhuizen op 12 april 1858. Hij wordt 10 november 1860 overgeplaatst naar kolonie 1.

Kwekelingnummer 50

■ Jan Reeder komt 29 september 1825 uit het derde gesticht te Veenhuizen. Na zesenhalf jaar wordt hij ontslagen op 25 april 1832.
■ Gijsbertus van der Meulen komt op 16 juli 1832 uit het eerste gesticht te Veenhuizen en gaat met ontslag op 4 april 1835.
■ Hij wordt opgevolgd door zijn achternaamgenoot (maar geen familie) Maarten van der Meulen die op 11 september 1835 uit Veenhuizen komt. Hij vertrekt na zesenhalf jaar met ontslag op 25 april 1842.
■ Albert Steffens komt uit Veenhuizen op 9 mei 1842. Hij wordt na een kleine vier jaar ontslagen op 2 mei 1846.
■ Pieter Antonie Erkelens komt 2 juni 1846 uit Veenhuizen en blijft bijna vijf jaar tot zijn ontslag op 29 maart 1851.
■ Jan Broekhuizen komt uit Veenhuizen op 3 mei 1851. Het register meldt: 'Broekhuizen ontslagen den 1 April 1854'.
■ Rik Smit komt meer dan een jaar later als volgende nummer 50 op 17 april 1855 uit Veenhuizen, maar gaat daar weer naar terug op 12 februari 1856.
■ De wees met de typische vondelingennaam Cornelis Sneeuwjagt komt uit Veenhuizen op 3 mei 1856. Hij moet in het kader van de afsplitsing op 13 september 1859 terug naar Veenhuizen.
■ De op particulier contract geplaatste Wouter Kuipers komt twee dagen later, 15 september 1859 over uit Wilhelminaoord hoeve 67. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar kolonie 1.

Kwekelingnummer 51

■ Jan van der Wijngaard komt 29 september 1825 uit het eerste gesticht te Veenhuizen. Na zesenhalf jaar gaat hij met ontslag op 25 april 1832.
■ Jan Hornekker komt op 2 augustus 1832 uit het eerste gesticht te Veenhuizen en wordt ontslagen op 5 april 1836.
■ Willem Harings Westra komt uit Veenhuizen op 11 april 1836 en gaat na drie jaar met ontslag op 15 april 1839.
■ Willem Eerhart komt diezelfde dag, dus 15 april 1839, uit Veenhuizen, gaat tussentijds even werken in het derde gesticht en wordt als boerenknecht overgeplaatst naar hoeve 1 van Groot Wateren op 15 augustus 1842.
■ Arie Jan Melger komt 1 juni 1843 vanuit Veenhuizen en blijft bijna zes jaar, tot zijn ontslag op 28 april 1849.
■ De volgende nummer 51 is Abraham de Zoeten, aankomst 1 mei 1849 uit Veenhuizen, maar daar gaat hij weer naar terug op 14 september 1850.
■ Fredericus Johannes Patrijs komt een maand later, 24 oktober 1850, uit Veenhuizen en blijft vijfenhalf jaar tot zijn ontslag op 29 maart 1856.
■ Op 3 mei 1856 komt Hendricus Verhagen uit Veenhuizen als de volgende nummer 51. Hij wordt op 27 augustus 1859 ontslagen.
■ De op particulier contract geplaatste Albert Andries Everts komt enkele dagen later uit Willemsoord hoeve 74 op 5 september 1859. Hij wordt 10 november 1860 overgeplaatst naar kolonie 1.

Kwekelingnummer 52

■ De Amsterdamse wees Daniel Was, wiens achternaam ook voorkomt als Wasch, komt 29 september 1825 uit het derde gesticht te Veenhuizen. Hij is al werkzaam als ondermeester als hij wordt ontslagen op 10 maart 1833 en hij blijft daarna in het koloniale onderwijs.
■ Jacobus Soesbeek komt op 2 april 1833 uit het eerste gesticht te Veenhuizen en gaat met ontslag op 9 april 1836.
■ De volgende nummer 52 is Maarten Bos die uit Veenhuizen komt op 11 april 1836, maar hij overlijdt op 12 januari 1837.
■ Na een korte rouwperiode arriveert Adrianus Bijkerk vanuit Willemsoord hoeve 99 op 15 maart 1837. Hij gaat na een jaar op 5 april 1838 naar Willemsoord hoeve 111, maar ik weet niet wat hij daar gaat doen.
■ Jan Hendrik Pezhold komt later die maand op 26 april 1838 uit het derde gesticht te Veenhuizen en gaat na vier jaar met ontslag op 21 mei 1842.
■ Karel `Frederik Pieters Graafland komt een jaar later op 1 juni 1843 uit Veenhuizen en gaat na een kleine zes jaar met ontslag op 28 april 1849.
■ Meteen erop, op 1 mei 1849, komt uit Veenhuizen Jacobus Huijsing, die echter weer terug gaat naar het eerste gesticht op 28 februari 1851.
■ Arnold Hendrik Christiaan HŲlle komt 3 mei 1851 uit Veenhuizen en draagt nummer 52 tot zijn ontslag op 19 oktober 1852.
■ Een half jaar later wordt dit nummer toegekend aan een wasmeid. Op 19 maart 1853 komt Riemke Johannes Stuur uit Veenhuizen en zij gaat met ontslag op 6 april 1854.
■ Urias Verel komt 17 april 1855 uit Veenhuizen en hij blijft vier jaar tot zijn ontslag op 4 mei 1859.
■ Tenslotte komt de op particulier contract geplaatste Jacobus Johannes Calamť op 5 september 1859 van Willemsoord hoeve 168. Hij wordt 27 oktober 1860 teruggeplaatst naar kolonie 3.

Kwekelingnummer 53

■ Johan David Emeis komt 29 september 1825 (aanname) vanuit Veenhuizen, oefent in 1827 twee keer met deserteren en weet na de derde desertie op 2 augustus 1827 heel lang weg te blijven voor ze hem terug brengen naar Veenhuizen waar hij blijft.
■ Hendrik Arie Kornelis Lucouw komt vanuit Wilhelminaoord hoeve 58 op 27 november 1827 naar Wateren en blijft tot hij op 17 juli 1830 wordt ontslagen.
■ Cornelis Hendrik Lammerssen komt uit het derde gesticht te Veenhuizen op 10 april 1831. Hij staat op de lijst van kwekelingen van 26 maart 1832 in invnr 1544, maar moet vůůr 2 augustus 1832 uit Wateren vertrokken en naar Veenhuizen teruggegaan zijn, want dan wordt zijn nummer overgenomen. Aanname 2 augustus 1832.
■ De Amsterdamse wees Thomas Ewold komt op 2 augustus 1832 uit het eerste gesticht te Veenhuizen, maar gaat terug naar het derde gesticht aldaar op 10 december 1836.
■ Hendrik Retel komt diezelfde maand op 22 december 1836 uit Venhuizen. Na zevenenhalf jaar wordt hij ontslagen op 1 april 1844.
■ Frederik Wilhelmus Remer komt de volgende maand uit Veenhuizen op 11 mei 1844, maar hij moet na diefstalletjes naar de Ommerschans op 28 maart 1846.
■ Hartog Jansen komt een maand later op 30 april 1846 uit Veenhuizen. Hij gaat na zes jaar met ontslag op 8 mei 1852.
■ Op 4 oktober 1852 komt Pieter Kok uit Veenhuizen, maar hij gaat 22 februari 1853 alweer terug naar Veenhuizen.
■ Thomas Zondervan volgt hem een half jaar later op en blijft vier jaar. Aankomst uit Veenhuizen 28 april 1853, ontslag 28 april 1857.
■ Pas een jaar later, 12 april 1858, komt Willem Dweelaard uit Veenhuizen als volgende nummer 53. Hij moet in het kader van de afsplitsing op 1 oktober 1859 terug naar Veenhuizen.
■ De op particulier contract geplaatste Christinus Blaauw komt twee dagen later op 3 oktober 1859 van Frederiksoord hoeve 147. Hij wordt 10 november 1860 teruggeplaatst naar kolonie 1.

Kwekelingnummer 54

■ Johan Jacob Emeis komt uit het derde gesticht te Veenhuizen op 29 september 1825. Na zesenhalf jaar wordt hij ontslagen op 25 april 1832.
■ Jan Veder komt op 2 augustus 1832 uit het eerste gesticht te Veenhuizen. Hij vertrekt als hij in militaire dienst moet op 29 april 1837.
■ De volgend Jan op nummer 54 is Jan Maat die uit Veenhuizen komt op 30 oktober 1837. Na tweeŽnhalfjaar wordt hij ontslagen op 4 april 1840.
■ Zacharias Jansen komt 13 augustus 1840 uit Veenhuizen en blijft vierenhalf jaar. Ontslag 11 maart 1845.
■ Hendrik van Dee komt 12 mei 1845 uit Veenhuizen, maar moet in militaire dienst op 13 juni 1850 (daarna komt hij terug, zie nummer 44).
■ Stephen Jan Willem Arnold Franken komt vier dagen later, op 17 juni 1850, uit Veenhuizen. Hij wordt ontslagen op 6 oktober 1852.
■ Dan komt Johannes Fredericus Diekman op 28 april 1853 uit Veenhuizen en hij blijft bijna vijf jaar tot zijn ontslag op 3 april 1858.
■ De op particulier contract gevestigde Jan van den Bos komt uit Willemsoord hoeve 168 op 28 april 1859. Hij wordt 27 oktober 1860 teruggeplaatst naar kolonie 3.

Kwekelingnummer 55

■ Pieter Johannes Hijgenaar, soms Heijgenaar, komt 29 september 1825 (aanname) uit Veenhuizen, wordt volgens Invnr 1408 op 20 april 1831 als ondermeester overgeplaatst naar Willemsoord.
■ Klaas Klooker komt 27 augustus 1831 uit het eerste gesticht te Veenhuizen. Hij gaat in militaire dienst op 28 april 1833, keert daarvan terug op 9 mei 1833, en gaat opnieuw in dienst op 20 juli 1833.
■ Jan Kloosterman komt uit Veenhuizen op 26 mei 1834. Na wat heen en weer met zijn oude woonplaats wordt hij ontslagen op 28 september 1839.
■ Joseph Bighetti, die eerst Piketti heet, komt uit Veenhuizen op 13 januari 1840, maar gaat daar weer naar toe op 10 september 1844.
■ Johannes de Vries komt 12 mei 1845 uit Veenhuizen en gaat daar naar toe terug op 8 september 1849.
■ Hendrik Sandorp komt 2 mei 1850 uit Veenhuizen en wordt na een kleine drie jaar ontslagen op 9 april 1853.
■ Martinus Christiaan Johannes Ooms komt uit Veenhuizen op 17 april 1855, maar gaat al na vier dagen, op 21 april 1855, terug naar Veenhuizen.
■ Pieter Weijers komt 3 mei 1856 uit Veenhuizen maar moet in het kader van de afsplitsing op 13 september 1859 terug naar Veenhuizen.
■  De op particulier contract geplaatste Coenraad Andries Philips komt direct, op 14 of 15 september 1859 van Wilhelminaoord hoeve 99. Hij wordt 3 december 1860 teruggeplaatst naar kolonie 2.

Kwekelingnummer 56

■ Johannes Hendrik Rompel komt 29 september 1825 (aanname) uit Veenhuizen. Hij wordt 23 september 1830 overgeplaatst naar het eerste gesticht te Veenhuizen als assistent van de boekhouder-binnen.
■ Willem Maas komt als opvolger uit het eerste gesticht te Veenhuizen op 26 maart 1831. Hij blijft zes jaar tot hij in militaire dienst gaat op 28 juli 1837.
■ Met Evert Christiaan van Eindhoven wordt bedoeld Ernest Christiaan van Eindhoven die op 4 december 1837 naar het Instituut komt vanuit het derde gesticht te Veenhuizen. Hij gaat na meer dan zeven jaar in militaire dienst op 22 maart 1845.
■ Ernest Christiaan van Eindhoven keert terug van zijn diensttijd op 2 juni 1845. Hij verlaat de koloniŽn met ontslag op 26 juni 1847.
■ Hendrik Koeckes komt 3 juli 1847 uit Veenhuizen en gaat met ontslag op 23 maart 1850.
■ Lammert van Luinen Hubert komt uit Veenhuizen op 2 mei 1850 en wordt ontslagen op 23 april 1853.
■ Willem Hennes komt 17 april 1855 uit Veenhuizen en moet weg voor zijn militaire dienst op 2 april 1858.
■ De laatste met het nummer 56 is Willem Oostveen die 12 april 1858 van Veenhuizen komt en vanwege de afsplitsing op 24 december 1859 terugkeert naar Veenhuizen.

Kwekelingnummer 57

■ Franciscus Karel Willem Anse (in 1610 Anzer) komt 29 september 1825 (aanname) uit Veenhuizen. Hij wordt op 3 oktober 1830 'tot de Mil. Dienst opgeroepen en ingelijfd', al vindt het officiŽle ontslag pas 16 maart 1831 plaats.
■ Dirk Vermande komt volgens het stamboek van het derde gesticht te Veenhuizen met Invnr 1409 op 10 april 1831 naar het Instituut. Hij wordt ontslagen op 13 mei 1834.
■ Dan komt Johannes Jobse voor de tweede keer (zie voor de eerste keer nummer 30). Aankomst 27 juli 1834 vanuit Willemsoord hoeve 67. Op 13 november 1839 gaat hij ŗls boerenknecht naar hoeve 1 van Wateren bij de weduwe Beenen.
■ Johannes Wilhelm Hameijer keert terug uit de militaire dienst (zie nummer 10) op 5 februari 1840. Hij vertrekt met ontslag op 1 april 1841.
■ Hendrik Cornelis Ingenoot komt uit Veenhuizen op 17 mei 1841 en wordt na bijna zes jaar ontslagen op 24 april 1847.
■ Wilhelm Dres komt 29 mei 1847 uit Veenhuizen. Hij gaat na drie jaar met ontslag op 29 juni 1850.
■ Wilhelmus Johannes Kist komt uit Veenhuizen op 3 mei 1851, maar gaat daar weer naar terug op 31 juli 1852.
■ Johannes Hendrik Lammering komt 28 april 1853 uit Veenhuizen en blijft bijna vijf jaar tot zijn militaire dienst op 7 april 1858.
■ Aldert Laning komt uit Veenhuizen op 12 april 1858, maar moet in het kader van de afsplitsing op 1 oktober 1859 terug naar Veenhuizen.
■ De op particulier contract geplaatste Johannes Robach komt 3 oktober 1859 van Wilhelminaoord hoeve 11. Hij wordt 24 maart 1860 ontslagen.

Kwekelingnummer 58

■ De eerste drager van kwekelingnummer 58 is Tiemen Kanis die op 27 november 1827 uit Willemsoord komt. Hij wordt 1 mei 1829 opgeroepen voor de dienstplicht, keert 16 Mei terug en wordt 13 maart 1830 'ingelijfd'.
■ Ate Sakes Weima komt uit het derde gesticht te Veenhuizen op 10 april 1831. Hij deserteert met succes van de kolonie op 6 mei 1832.
■ Frederik Jans Vischer komt op 16 juli 1832 uit het eerste gesticht te Veenhuizen. Hij gaat in militaire dienst op 17 september 1835.
■ Aldert Pieters Hoekinga komt uit Veenhuizen op 11 april 1836. Hij wordt ontslagen op 5 april 1838.
■ Christiaan Frederik SchŲtler komt 4 mei 1838 uit Veenhuizen en gaat na vijf jaar in militaire dienst op 4 augustus 1843.
■ Wilhelmus Theodorus Hortus komt uit Veenhuizen op 11 mei 1844. Hij blijft een dikke vijf jaar tot zijn ontslag op 28 juni 1849.
■ Opvolger is George Hendrik van Brinkom, die op 2 mei 1850 uit Veenhuizen komt. Hij gaat 13 januari 1853 met ontslag.
■ Op 28 april 1853 komt uit Veenhuizen Jan Schmidt. Hij deserteert op 9 oktober 1853, maar wordt 24 oktober teruggebracht naar Veenhuizen.
■ Jan Schmidt krijgt een nieuwe kans in Wateren, waar hij op 7 november 1853 weer aankomt. Op 27 juni 1855 gaat hij alsnog terug naar Veenhuizen.
■ Cornelis van der Zwaan is vanuit Veenhuizen de nieuwe drager van nummer 58 per 3 mei 1856. Hij moet terug naar Veenhuizen op 1 oktober 1859 in het kader van de afsplitsing.
■ De op particulier contract gevestigde Lambertus van Rozendaal komt 2 oktober 1859 van Wilhelminaoord hoeve 71. Hij wordt 25 mei 1860 ontslagen.

Kwekelingnummer 59

■ De eerste drager van kwekelingnummer 59 is Albertus Johannes van Bolhuis die op 27 november 1827 uit Willemsoord komt. Op 20 maart 1831 loopt hij weg en treedt hij in militaire dienst.
■ Hendrik Gaarling komt uit het derde gesticht te Veenhuizen op 10 april 1831. Na vier jaar moet hij in militaire dienst op 15 juli 1835.
■ Pieter van der Meulen komt op 11 september 1835 uit Veenhuizen en gaat ook na vier jaar in militaire dienst op 15 juli 1839.
■ Jan Jans de Ruiter keert terug (zie nummer 45) uit militaire dienst en wordt op kosten van de permanente commissie weer opgenomen op 16 maart 1840. Hij gaat als boerenwerker naar hoeve 1 van Groot Wateren op 10 oktober 1840.
■ Hendrik Jan Redeker komt vijf dagen later uit het derde gesticht van Veenhuizen op 15 oktober 1840 en blijft tot zijn ontslag op 25 juni 1842.
■ Cornelis van Ooijen komt op 1 juni 1843 uit Veenhuizen. Hij wordt na vier jaar ontslagen op 25 september 1847.
■ Bernardus Borgstede komt uit Veenhuizen op 6 november 1847. Hij wordt om mij onbekende redenen overgeplaatst naar Frederiksoord (tegelijk met zijn broer, zie nummer 39) op 27 september 1849.
■ Simon Zoet komt 2 mei 1850 uit Veenhuizen en blijft een kleine drie jaar tot zijn ontslag op 9 april 1853.
■ Rutgerus Jansen komt uit Veenhuizen op 17 april 1855. Hij wordt ontslagen op 4 juni 1859.
■ De op particulier contract gevestigde Hendrik van der Velde komt 5 of 8 september 1859 van Frederiksoord hoeve 82. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar kolonie 3.

Kwekelingnummer 60

■ Op 28 juni 1824 komt Adriaan Ceijs uit Frederiksoord naar Wateren. Hij heeft eerst het nummer 3, maar gaat blijkbaar een tijdje van het Instituut weg en krijgt bij terugkomst het nummer 60. Hij wordt 5 februari 1830 overgeplaatst naar Frederiksoord hoeve 97, maar het is niet bekend waarom hij is overgeplaatst.
■ Opvolger is Willem Rozeboom die op 10 april 1831 vanuit Veenhuizen komt. Hij staat op de lijst van kwekelingen van 26 maart 1832 in invnr 1544, maar moet vůůr 2 augustus 1832 uit Wateren vertrokken en naar Veenhuizen teruggegaan zijn, want dan wordt zijn nummer overgenomen. Aanname 2 augustus 1832. Hij zal later terug komen, zie nummer 7.
■ Fedde Haaitse van der Meulen komt op 2 augustus 1832 vanuit het eerste gesticht te Veenhuizen. Hij gaat na vijf jaar op 28 oktober 1837 met ontslag.
■ Jan Roberti komt uit het derde gesticht te Veenhuizen op 4 december 1837. Hij moet een kleine vijf jaar later in militaire dienst op 26 augustus 1842.
■ Wiebe Joukes van der Meulen komt op 1 juni 1843 uit Veenhuizen en moet daar na een desertie naar terug op 6 september 1846.
■ Willem Koning komt uit Veenhuizen op 17 september 1846 en gaat daar naar toe terug op 14 september 1850.
■ Willem Christiaan Verhoeven komt 3 mei 1851 uit Veenhuizen en wordt na bijna vijf jaar ontslagen op 8 maart 1856.
■ George Frederik HŲlzel komt 3 mei 1856 van Veenhuizen en moet daar vanwege de afsplitsing op 1 oktober 1859 naar terug.
■ De op particulier contract geplaatste Hermanus Gerardus Johannes Mondriaan komt 3 oktober 1859 van Wilhelminaoord hoeve 8 en hij is volgens de registers op 24 februari 1860 'weggeloopen'.

Kwekelingnummer 61

■ De eerste drager van kwekelingnummer 61 is Christiaan Anton Schultz die vanuit kolonie 3 hoeve 33 op 10 november 1829 naar Wateren komt. Na tweeŽnhalf jaar gaat hij 25 april 1832 met ontslag.
■ Maarten Vermaas komt op 2 augustus 1832 uit het eerste gesticht te Veenhuizen. Hij blijft tot zijn ontslag op 15 augustus 1835.
■ Willem Hendrik Jordan komt op 11 april 1836 uit Veenhuizen en blijft negen jaar tot zijn ontslag op 12 mei 1845.
■ De eerst abusievelijk op nummer 5 ingeschreven Reinier van Nispen, die op 10 maart 1844 van de Ommerschans was gekomen, gaat op 9 oktober 1845 opnieuw als hoeveknecht naar de Ommerschans.
■ Diezelfde 9 oktober 1845 komt Jan Smit, die uit Utrecht, die blijkbaar als hoeveknecht op de Ommerschans gewerkt heeft, weer terug in het Instituut. Hij gaat met ontslag op 26 februari 1851.
■ Dan komt Johan Karel Gustaaf MŲller (de latere schrijver van De wees van Amsterdam) op 3 mei 1851 uit Veenhuizen. Hij geeft les op het schooltje in Groot Wateren en wordt ontslagen op 10 april 1855.
■ Willem Frederik Woonink komt 3 mei 1856 uit Veenhuizen, maar gaat daar op 12 september 1856 al weer naar terug.
■ Hermanus Anthonie Besseling komt uit Veenhuizen op 20 april 1857, maar moet daar in het kader van de afsplitsing op 24 december 1859 weer naar toe.

Kwekelingnummer 62

■ Op 10 november 1829 opent Jan Visser uit De Rijp het nummer 62 door uit de vrije koloniťn te komen. Na anderhalf jaar, op 6 maart 1831, vertrekt hij met ontslag.
■ Opvolger is Nicolaas Dirk Buijs die op 26 maart 1831 vanuit Veenhuizen komt. Hij blijft lang, tot hij in militaire dienst moet op 3 september 1838.
■ Wilhelmus ten Kate komt uit Veenhuizen op 27 september 1838. Hij wordt ontslagen op 3 april 1841.
■  Jan Antonie van den Berg komt 17 mei 1841 uit Veenhuizen en blijft zes jaar tot zijn ontslag op 31 maart 1847.
■ Gerrit Geardes komt uit Veenhuizen op 29 mei 1847, maar gaat daar weer naar toe terug op 29 juli 1848.
■ Rijk Reinders komt op 29 maart 1849 van Veenhuizen, maar wordt verbannen naar de strafkolonie bij het tweede gesticht op 9 augustus 1852.
■ Barend Scholte komt na uit Veenhuizen op 12 mei 1853. Hij vertrekt met ontslag op 7 mei 1857.
■ Carolus Johannes Stoutenbeek komt 12 april 1858 uit Veenhuizen en moet daar na een desertie weer naar toe op 5 juni 1859.
■ De op particulier contract gevestigde Jan Tollenaar komt 8 september 1859 van Frederiksoord hoeve 20. Hij wordt 27 oktober 1860 teruggeplaatst naar kolonie 1.  

Kwekelingnummer 63

■ De eerste met nummer 63 is Jacobus van Engelen die op 26 maart 1831 uit het eerste gesticht te Veenhuizen komt en terug gaat op 13 juni 1836 naar het derde gesticht aldaar.
■ De volgende dag, 14 juni 1836, komt Adriaan Arends uit Veenhuizen. Hij gaat weer terug op 28 oktober 1837.
■ Jurrie Lolkes van der Meer is na een gat van jaren zijn opvolger. Aankomst vanuit Veenhuizen op 29 maart 1841, terug naar Veenhuizen op 2 juni 1845.
■ Hermanus Mos komt 8 juni 1846 uit Veenhuizen, maar gaat daar naar toe terug op 5 maart 1847.
■ Een wees met de fraaie naam Gerardus de Koning van Oest komt 29 mei 1847 vanuit Veenhuizen. Hij gaat met ontslag op 22 mei 1848.
■ Barend Reinders is de volgende met nummer 63. Aankomst vanuit Veenhuizen op 20 juli 1848 en vertrek vanwege zijn ontslag op 2 april 1851.
■ Daarna volgt de vondeling Joost Sleutel, die 4 mei 1852 vanuit Veenhuizen aankomt en met ontslag gaat op 29 maart 1856.
■ Petrus Daniel Lodenkamp komt dan op 20 april 1857 uit Veenhuizen, maar moet daar vanwege de afsplitsing naar toe terug op 24 december 1859.

Kwekelingnummer 64

■ Nummer 64 begint met Lammert Brens die op 10 april 1831 uit het derde gesticht te Veenhuizen komt en weer weggaat als hij op 3 juli 1835 in militaire dienst moet.
■ Adriaan Veltman komt uit Veenhuizen op 11 april 1836, maar deserteert (zie De kinderkolonie) op 26 juli 1836.
■ Kers Menzes de Wit komt op 28 maart 1837 uit het derde gesticht te Veenhuizen, maar gaat daar naar toe terug op 4 mei 1838.
■  Evert Redeker komt ook uit het derde gesticht te Veenhuizen, op 15 oktober  1840. Na drieŽnhalf jaar wordt hij ontslagen op 5 april 1844.
■ Cornelis Johannes van den Berg komt 12 juli 1844 uit Veenhuizen en blijft bijna zes jaar. Ontslag op 22 mei 1850.
■ Johannes Coenraad Pronk komt uit Veenhuizen op 17 juni 1850, maar gaat terug naar Veenhuizen op 14 februari 1851.
■ Hendrik Frederik Reinke komt 3 mei 1851 uit Veenhuizen, maar ook hij gaat terug op 5 oktober 1852.
■ Langer blijft Jan Dirk Webbenhorst die 12 mei 1853 uit Veenhuizen komt en wordt ontslagen op 3 april 1858.
■ De op particulier contract gevestigde Dirk Roos komt uit Veenhuizen op 19 mei 1859. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar kolonie 1.

Kwekelingnummer 65

■ Nummer 65 begint met Abraham Visser die op 31 oktober 1831 uit Veenhuizen komt en blijft tot hij in militaire dienst gaat op 21 juli 1837.
■ Op 15 november 1838 komt uit Veenhuizen Gerhardus Adrianus Pillipes, die na zesenhalf jaar in militaire dienst gaat: 12 mei 1845 (hij keert daarna terug, zie nummer 39).
■ Dan staat bij dit nummer Andries Adriaanse die ook al bij nummer 40 staat met de aantekeningen 'zie N40 = wijkmeester' en dezelfde ontslagdatum (9 september 1846) die ook bij nummer 40 genoemd wordt, dus dit is een administratief onhandigheidje dat verder kan worden genegeerd.
■ Alexis Dubois komt uit Veenhuizen op 17 september 1846 en blijft vijfenhalf jaar tot hij wordt ontslagen op 30 april 1852.
■ Jacob Frederik Nijbakker komt 4 mei 1852 uit Veenhuizen en blijft bijna vijf jaar tot hij op 28 april 1857 wordt ontslagen.
■ Jan Govert Barend Janszoon komt uit Veenhuizen op 12 april 1858, maar moet in het kader van de afsplitsing terug naar Veenhuizen op 1 oktober 1859.
■ De op particulier contract geplaatste Frederik Lappain komt uit Willemsoord hoeve 23 op 3 oktober 1859. Hij wordt op 14 januari 1860 ontslagen.

Kwekelingnummer 66

■ Arie Schouten komt, tegelijk met zijn broer Jan (zie nummer 11) op 2 november 1831 vanuit Willemsoord hoeve 51 naar Wateren, maar ze gaan allebei op 14 juli 1832 weer terug naar Willemsoord.
■ Opvolger is Jan Ennes Neinoord die op 2 augustus 1832 uit het eerste gesticht te Veenhuizen komt en wordt ontslagen op 5 April 1837.
■ Gerardus Johannes de l'Orme komt op 6 (invnr 1355 scan 66) of 10 (invnr 1582) april 1837 uit Wilhelminaoord hoeve 68 en vertrekt weer naar Willemsoord hoeve 87 op 3 april 1841.
■ Martinus Kieviet komt uit het derde gesticht te Veenhuizen op 8 september 1841 en wordt ontslagen op 27 april 1843.
■ Jacobus Coldewijn komt 1 juni 1843 uit Veenhuizen en vertrekt met ontslag op 8 april 1846.
■ Egge Hendriks Flap komt uit Veenhuizen op 4 maart 1847, maar gaat daar al weer naar terug op 5 juni 1847.
■ Petrus Wijngaarden komt 6 november 1847 uit Veenhuizen. Hij deserteert van de kolonie op 6 mei 1848 en ze achterhalen hem niet.
■ Theodorus Marinus van Luijn komt uit Veenhuizen op 29 maart 1849 en ook hij weet met succes te deserteren op 16 mei 1849.
■ Cornelis Bauke de Vries komt 2 mei 1850 uit Veenhuizen. Hij deserteert minder succesvol, wordt teruggebracht en gaat op 22 oktober 1853 naar de strafkolonie op de Ommerschans.
■ Dat is van korte duur, want op 2 november 1853 is Cornelis Bauke de Vries weer in het Instituut. Hij blijft nu tot zijn ontslag op 24 maart 1856.
■ Barend Lirb komt 24 mei 1856 uit Veenhuizen, maar gaat daar op 20 augustus 1858 weer naar toe.
■ De op particulier contract geplaatste Pieter Frantzen komt 19 mei 1859 uit Willemsoord hoeve 135. Hij wordt 7 april 1860 ontslagen.

Kwekelingnummer 67

■ De eerste drager van nummer 67 is Andries Hombroek die op 2 november 1831 uit Willemsoord hoeve 58 komt en met ontslag weer weggaat op 15 mei 1835.
■ Jan Smit (die uit Amsterdam) komt uit Veenhuizen op 17 april 1836. Hij gaat als hoeveknecht naar de hoevenaars te Ommerschans op 3 mei 1839.
■ Johan Christoph Weidner is de volgende nummer 67. Aankomst uit Veenhuizen op 13 mei 1839. Hij wordt 'afgevoerd als van verlof achtergebleven 4 December 1841'.
■ Louis Bosman komt 9 mei 1842 uit Veenhuizen. Hij wordt na vijf jaar ontslagen op 31 mei 1847.
■ Antonie Brouwer komt uit Veenhuizen op 6 november 1847 en gaat met ontslag op 8 september 1848.
■ Ferdinand van Wiemen komt 29 maart 1849 uit Veenhuizen, maar wordt verbannen naar de strafkolonie op de Ommerschans op 7 juni 1851.
■ Dirk Vos komt uit Veenhuizen op 4 mei 1852 en wordt na een kleine vier jaar ontslagen op 29 maart 1856.
■ Jacob de Boer komt op 20 april 1857 uit Veenhuizen, maar moet daar in het kader van de afsplitsing op 30 augustus 1859 weer naar toe.
■ De op particulier contract geplaatste Hendrik Leendert de Heer komt 14 september 1859 van Willemsoord hoeve 168. Hij wordt 3 december 1860 teruggeplaatst naar Willemsoord.

Kwekelingnummer 68

■ Het nummer 68 wordt een tijd lang gebruikt om de wasmeiden te registreren en vermoedelijk heeft de 'nummerloze' wasmeid Johanna Margaretha Bruinebag ook dit nummer, maar dat is nergens aangetekend. Als eerste aangetekend is Dorothea Prince dir om te wassen uit het derde gesticht te Veenhuizen komt op 30 januari 1834. Zij gaat weer terug naar dat gesticht op 12 november 1834.
■ Gardina Krane Zeeneboom komt na een wasloze periode op 9 mei 1835 uit Wilhelminaoord hoeve 63. Ze vertrekt naar Wilhelminaoord hoeve 92 op 6 april 1837.
■ Johanna Sloons, ingeschreven als 'Cloos of Sloos', komt op diezelfde 6 april 1837 uit Wilhelminaoord hoeve 33. Genoteerd is dat Cloos of Sloos naar Frederiksoord hoeve 73 gaat op 6 augustus 1837, dus al na vier maanden.
■ In allerijl wordt dan Gardina Krane Zeeneboom teruggehaald. Ze is een dag eerder, 5 augustus 1837, weer uit Wilhelminaoord gekomen en wast drie maanden voor ze op 8 november 1837 terug gaat naar Wilhelminaoord.
■ Jacoba Hendrikse komt 23 juni 1838 uit Frederiksoord hoeve 64 om de was te doen, maar ze wordt 10 augustus 1838 volgens het register 'gehuwd ontslagen'.
■ Maria Bommelijn komt wassen uit Veenhuizen op 8 september 1838, tot aan haar ontslag op 31 maart 1840.
■ Adriana Schutzer komt uit Veenhuizen op 6 april 1840, maar wordt teruggestuurd naar Veenhuizen op 30 april 1841.
■ Daarna gaat het nummer 68 naar kwekelingen. Willem Louis Dettingmeijer komt uit Veenhuizen op 9 mei 1842 en blijft meer dan zes jaar tot hij wordt ontslagen op 10 augustus 1848.
■ Jan Buiter komt 1 juni 1849 uit Veenhuizen en blijft tot zijn ontslag op 9 april 1853.
■ Everhard Herman Stahl komt uit Veenhuizen op 17 april 1855. Hij wordt 14 april 1860 voor de Nationale Militie ontslagen, hij moet dus in militaire dienst.

Kwekelingnummer 69

■ De eerste drager van nummer 69 is Pieter Wuijster die op 2 maart 1832 uit Willemsoord hoeve 108 komt en weg gaat als hij op 22 september 1835 in militaire dienst moet.
■ Arend Jans de Ruiter komt uit Veenhuizen op 17 april 1836. Hij wordt volgens het register 'afgevoerd als van verlof achtergebleven 22 Juny 1839'.
■ Hendrik Louis Redeker komt 26 oktober 1840 uit het derde gesticht te Veenhuizen. Hij blijft drieŽnhalf jaar tot zijn ontslag op 20 april 1844.
■ Dan komt op dit nummer de wasmeid Cornelia Maria Huigh uit Veenhuizen op 6 oktober 1845 en dan gebeurt wat je in deze omstandigheden had kunnen voorspellen: ze raakt zwanger.
■ Bij gebrek aan andere registratie-mogelijkheden wordt haar op 5 september 1848 geboren gelijknamige kind Cornelia Maria Huigh ook op dit nummer ingeschreven. Moeder en kind gaan veertien dagen na de bevalling naar de strafkolonie in het tweede gesticht te Veenhuizen op 19 september 1848.
■ Dan is het nummer weer voor kwekelingen: Cornelis Voorn komt 1 mei 1849 uit Veenhuizen, maar gaat daar 14 september 1850 naar toe terug.
■ Gerrit Huntelaar komt uit Veenhuizen op 3 mei 1851. Hij gaat na vijf jaar met ontslag op 29 maart 1856.
■ FranÁois de Smet komt 20 april 1857 van Veenhuizen, maar moet daar in het kader van de afsplitsing op 30 augustus 1859 naar terug.
■ De op particulier contract geplaatste Jan Cornelis Dirks komt 19 september 1859 van Willemsoord hoeve 94. Hij wordt 3 december 1860 teruggeplaatst naar Willemsoord.

Kwekelingnummer 70

■ Nummer 70 begint met Felix Simon Antonides Swart. Hij komt 2 augustus 1832 uit het eerste gesticht Veenhuizen en vertrekt met ontslag op 4 april 1835.
■ Laurens Kwakkelaar komt 12 mei 1836 bij zijn aankomst in de koloniŽn rechtstreeks naar het Instituut en is de kwekeling die het langst in Wateren woont. Hij gaat pas met ontslag op 30 april 1847.
■ Jan Ruijs komt uit Veenhuizen op 10 mei 1848 en hij wordt ontslagen op 23 januari 1851.
■ Frederik Anjelier komt 3 mei 1851 uit Veenhuizen en gaat met ontslag op 9 april 1853.
■ Johannes ten Pierik komt uit Veenhuizen op 16 juni 1853. Hij moet na zes jaar in dienst dus hij wordt 'voor de Nationale Militie ontslagen den 9 Juny 1859'.
■ De op particulier contract geplaatste Frederik Hendrik Matthies komt 3 oktober 1859 van Willemsoord hoeve 8. Hij wordt 3 december 1860 teruggeplaatst naar Willemsoord.

Kwekelingnummer 71

■ Nummer 71 begint met Bastiaan Bijkerk die op 2 augustus 1832 uit het eerste gesticht te Veenhuizen komt en na zo'n vijfenhalf jaar wordt ontslagen op 31 maart 1838.
■ Jacobus Servaas komt uit Veenhuizen 15 april 1839 en blijft drie jaar tot zijn ontslag op 21 mei 1842.
■ Karel Middelhoff keert terug van de weduwe Beenen in Groot Wateren (zie nummer 11) op 30 oktober 1845. Hij verlaat het Instituut en de koloniŽn met ontslag op 28 september 1848.
■ Jan Brandenburg komt 1 mei 1849 van Veenhuizen. Hij wordt ontslagen op 2 april 1851.
■ Dirk van den Berg komt uit Veenhuizen op 4 mei 1852 en gaat na een kleine vijf jaar in militaire dienst op 1 april 1857.
■ Diederich Herman Vulling komt 20 april 1857 uit Veenhuizen en moet daar in het kader van de afsplitsing naar terug op 30 augustus 1859.
■ De op particulier contract gevestigde Karel Lodewijk Brouwer komt 3 oktober 1859 van Willemsoord hoeve 50. Hij is volgens het register op 21 april 1860 'weggeloopen'.

Kwekelingnummer 72

■ Nummer 72 begint met Johan Jacob Schneider die op 2 april 1833 uit het eerste gesticht te Veenhuizen komt en wordt ontslagen op 5 april 1836.
■ Casper Kramer komt uit Veenhuizen op 14 juni 1836, maar moet in militaire dienst op 26 oktober 1838.
■ Karel de Groot komt 13 mei 1839 uit Veenhuizen en wordt na een kleine vijf jaar ontslagen op 6 april 1844.
■ Antoon Berends Lenos komt uit Veenhuizen op 4 maart 1847, maar moet daar na een desertiepoging al weer naar terug op 25 april 1847.
■ Martinus Harmens komt 10 mei 1848 uit Veenhuizen, maar gaat daar 15 mei 1849 weer naar terug.
■ Frans Joseph Wiegard komt uit Veenhuizen op 1 mei 1849 en gaat retour Veenhuizen op 12 mei 1852.
■ Willem Hoogenberk komt 12 mei 1853 uit Veenhuizen, maar moet daar vanwege de afsplitsing naar terug op 24 december 1859.

Kwekelingnummer 73

■ Nummer 73 begint met Jacobus Prins die op 1 april 1833 uit het derde gesticht te Veenhuizen komt en in militaire dienst gaat op 28 juli 1837.
■ Jan Steneke komt uit Frederiksoord hoeve 30 op 8 december 1837 en blijft een kleine vierenhalf jaar tot zijn ontslag op 16 april 1842.
■ Jacob Zwarts komt uit Veenhuizen op 9 mei 1842. Hij gaat daar weg door in zeedienst te gaan op 23 mei 1846.
■ Berend Johannes van der Heuvel komt 4 maart 1847 uit Veenhuizen. Hij wordt ontslagen op 30 april 1852.
■ Arie Lugten komt uit Veenhuizen op 4 mei 1852. Na vijf jaar moet hij in militaire dienst op 1 juli 1857.
■ Willem Bouwer komt 12 april 1858 uit Veenhuizen en moet daar na een desertiepoging op 16 april 1859 naar terug.
■ De op particulier contract gevestigde Anthonius Gerardus Frantzen komt uit Willemsoord hoeve 132 op 19 mei 1859. Hij wordt 31 augustus 1860 ontslagen.

Kwekelingnummer 74

■ Nummer 74 begint met Sijmen Mooije die op 1 april 1833 uit het derde gesticht te Veenhuizen komt en wordt ontslagen op 9 april 1836.
■ Jacobus de Groot komt uit Veenhuizen op 14 juni 1836, maar wordt na een desertie teruggestuurd op 27 november 1836.
■ Abraham Daniel Donker komt 27 april 1837 uit Veenhuizen, maar gaat later dat jaar al met ontslag op 6 november 1837.
■ Pieter Telder komt uit Veenhuizen op 29 maart 1841 en blijft vier jaar tot hij op 12 mei 1845 wordt ontslagen.
■ Dirk Wessel komt 4 maart 1847 uit Veenhuizen. Na zes jaar volgt zijn ontslag op 31 mei 1853.
■ Jan West komt uit Veenhuizen op 16 juni 1853, maar gaat weer terug naar Veenhuizen op 12 augustus 1854.
■ Ferdinand Gracht komt 17 april 1855 van Veenhuizen, maar moet in het kader van de afsplitsing terug op 1 oktober 1859.
■ De op particulier contract gevestigde Anthonie van der Meijden komt 3 oktober 1859 van Willemsoord hoeve 69. Hij is volgens het register op 24 april 1860 'weggeloopen'.

Kwekelingnummer 75

■ Nummer 75 begint met Casper Einikel die op 1 april 1833 uit het derde gesticht te Veenhuizen komt en in Wateren blijft tot hij wordt ontslagen op 4 april 1835.
■ Jan Plat komt uit Veenhuizen op 28 juli 1836. Na bijna zeven jaar moet hij in militaire dienst op 29 mei 1843.
■ Coenraad Carpentier komt 4 maart 1847 uit Veenhuizen en gaat na drie jaar met ontslag op 29 juni 1850.
■ Jan Poppe komt uit Veenhuizen op 3 mei 1851 en wordt na twee jaar ontslagen op 31 mei 1853.
■ Frederik Coenraad Moora komt 14 juni 1853 uit Veenhuizen en wordt binnen het jaar, op 22 februari 1854, ontslagen, vermoedelijk om bij familie te wonen.
■ Hendrik Hof komt uit Veenhuizen op 17 april 1855, maar moet naar het gesticht terug vanwege de afsplitsing op 13 september 1859.

Kwekelingnummer 76

■ Nummer 76 begint met Willem Kuis die op 1 april 1833 uit het derde gesticht te Veenhuizen komt, maar op 1 oktober 1834 terug gaat naar het derde gesticht aldaar.
■ Willem de Wilde komt uit Veenhuizen op 27 april 1837, zesenhalf jaar later overlijdt hij op 15 november 1843.
■ Arie Tinmans komt 4 maart 1847 uit Veenhuizen en mag ondanks een desertiepoging blijven tot zijn ontslag op 17 april 1850.
■ Jan Kok komt uit Veenhuizen op 2 mei 1850 en blijft bijna vijf jaar tot hij wordt ontslagen op 7 april 1855.
■ Anton Wilhelm Andreas Behrens komt 20 april 1857 uit Veenhuizen en hij is op 13 augustus 1859 van de kolonie gedeserteerd.

Kwekelingnummer 77

■ Nummer 77 begint met Balster de Rode die op 1 april 1833 uit het derde gesticht te Veenhuizen komt en in militaire dienst moet op 29 juli 1836.
■ Simon Engelbertus Koenraad komt uit Veenhuizen op 27 april 1837. Na meer dan acht jaar gaat hij met ontslag op 4 juli 1845.
■ Jan Berends Lenos komt 4 maart 1847 uit Veenhuizen. Hij deserteert op 18 februari 1849 en als hij daarvan op 19 mei 1849 wordt teruggebracht, volgt meteen zijn ontslag.
■ Johannes Hendrikus Petrus Falee komt uit Veenhuizen op 1 juni 1849 en moet na een kleine zes jaar in militaire dienst op 21 maart 1855.
■ Bernardus Koopziek komt 20 april 1857 uit Veenhuizen, maar gaat al op 1 juni 1857 terug naar het gesticht.
■ Pieter Johan Christiaan Rohrbeek komt uit Veenhuizen op 12 april 1858. Vanwege de afsplitsing moet hij op 1 oktober 1859 terug naar Veenhuizen.

Kwekelingnummer 78

■ Nicolaas Naarstig is de eerste met nummer 78. Hij komt uit Veenhuizen op 27 april 1837. Hij gaat weer naar Veenhuizen terug om onderwijs te geven op 26 december 1842.
■ Johannes van Zwol komt 11 mei 1848 uit Veenhuizen, maar hij overlijdt op 24 februari 1849.
■ Cornelis van Veen (er zijn er twee met die naam, zie nummer 33) komt uit Veenhuizen op 1 mei 1849 en hij blijft tot zijn ontslag op 9 april 1853.
■ Hendrik Hos komt 16 juli 1853 van Veenhuizen Hij wordt 6 of 16 april 1859 ontslagen.

Kwekelingnummer 79

■ Willem Samuel Smits komt als eerste drager van het nummer 79 op 9 mei 1842 vanuit Veenhuizen in het Instituut en hij blijft er bijna zeven jaar tot hij van de kolonie ontslagen wordt op 28 april 1849.
■ Harmen van der Meulen is op 1 mei 1849 vanuit Veenhuizen zijn opvolger, tot aan zijn ontslag op 22 maart 1851.
■ Jan Andries Breedt, ook vanuit Veenhuizen, draagt vanaf 12 mei 1853 een kleine vier jaar het nummer 79. Hij gaat met ontslag op 28 maart 1857.
■ Jacob Blond komt 12 april 1858 uit het kindergesticht te Veenhuizen, maar hij gaat 12 oktober 1858 al weer terug.

Kwekelingnummer 80

■ Jan Coenraad Swenneker komt als eerste drager van het nummer 80 op 9 mei 1842 uit Veenhuizen en wordt na een kleine vijf jaar ontslagen op 31 maart 1847.
■ Johannes Bouwens komt uit Veenhuizen op 17 juni 1850 en gaat met ontslag op 2 april 1853.
■ Lodewijk August van Lettow komt 12 mei 1853 uit Veenhuizen. Hij deserteert met succes van de kolonie later dat jaar, op 9 oktober 1853.
■ Willem Frederik Stuijfzand komt uit Veenhuizen op 20 april 1857. Hij moet, vanwege de afsplitsing der koloniŽn op 3 september 1859 terug naar Veenhuizen.

Kwekelingnummer 81

■ Jeronimus Augustus Johannes Kummel komt als eerste drager van het nummer 81 uit Veenhuizen op 9 mei 1842. Hij wordt op 9 januari 1847 als boerenknecht geplaatst op hoeve 1 van Groot Wateren, maar komt later terug in het Instituut, zie numer 9.
■ Op 17 juni 1850 komt uit Veenhuizen Frederik Rudolph Stoffers, die na twee jaar, 3 juli 1852, de koloniŽn met ontslag verlaat.
■ Pieter Jacobus van der Veen komt 12 mei 1853 uit Veenhuizen. Hij gaat met ontslag op 11 april 1857 en hij was de laatste drager van kwekelingnummer 81.

Kwekelingnummer 82

■ Dit nummer komt pas het eerst voor in 1850. Dan komt Berend Jans Pekelder op 17 juni 1850 uit Veenhuizen, maar hij gaat 14 september 1850 al weer naar dat gesticht terug.
■ Veel langer blijft een Amsterdamse wees met de typische vondelingennaam Jacobus Willem Christiaan Bruinvis, die op 3 mei 1851 uit Veenhuizen komt. Hij wordt op 11 april 1855 'voorwaardelijk ontslagen', maar keert niet terug en daarmee komt er een einde aan kwekelingnummer 82.

Kwekelingnummer 83

■ Ook dit nummer komt, net als nummer 82, pas in 1850 voor het eerst voor. Maar Sixtus Hendrikus Winkler gaat onwaarschijnlijk snel retour. Hij komt 17 juni 1850 uit Veenhuizen en moet daar 28 juni 1850 weer naar toe terug.
■ Abraham Hoppen daarentegen blijft vijf jaar. Aankomst uit Veenhuizen op 12 mei 1853 en vertrek met ontslag op 3 april 1858. Na hem wordt het kwekelingnummer 83 niet meer gebruikt.

Kwekelingnummer 84

■ Kwekelingnummer 84 is ťťnmalig in gebruik. Thomas Heiblom komt 12 mei 1853 uit Veenhuizen naar Wateren en verblijft er tot op de dag nauwkeurig zes jaar: ontslag 12 mei 1859.