Naar het overzicht
van stukken over WATEREN



Alfabetische lijst van alle jongens die als kwekeling in het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding te Wateren geweest zijn

De kwekelingen alfabetisch op achternaam, met de bedoeling ze wat beter te leren kennen. Dat lukt het best bij jongens die vůůr 1847 in het Instituut geweest zijn, want dan kan er informatie gevonden worden op de scans van de ingekomen post. Het woord 'kwekelingnummer' is op deze pagina verkort tot 'k-nummer'. Het beleid:

Naamspelling. Als een naam in de kwekelingenregisters anders gespeld is dan in de wezenregisters of het boek met B-nummers, bekijk ik bij belangrijke verschillen (ik maak me niet druk om Anthonie/Antonius, Gerard/Gerhardus. Johannes/Jan enzovoort) eerst de originelen of er niet toch hetzelfde zou kunnen staan. Vaak is dat het geval. Als de wezenregisters fout zitten meld ik dat aan de correctoren van allekolonisten.nl en wordt het verbeterd. Als er geen fouten gemaakt zijn, kijk ik naar A) andere vermeldingen van de naam in allekolonisten.nl en B) wiewaswie. Daarna kies ik de meest voorkomende vorm en vermeld de afwijkende vorm in de tekst.
NB: De namen Jan Smit en Cornelis van Veen worden elk door twee kwekelingen gedragen.

Geboortedatum. De autoriteiten in de plaats van herkomst sturen met de kinderen een lijstje met gegevens, waaronder de datum van geboorte of doop. Deze 'designatiellijsten' van Veenhuizense weeskinderen bevinden zich in de invnrs 1420-1423, die van op particulier contract geplaatste kinderen zijn gescand in invnr 1390. Het zal de autoriteiten echter worst zijn en de meeste geboortedata zijn hartstikke fout.
Daarom begint de Maatschappij vanaf 1829 actief afschriften van geboorteakten te verzamelen. De gegevens daarvan zijn verwerkt in de latere wezenregisters, zodat die geboortedata gewoon kunnen worden overgenomen. Bij de op particulier contract geplaatste kinderen zijn die gegevens meestal niet verwerkt in het boek met B-nummers, maar wel in de stamboeken en daar kunnen die bijgewerkte geboortedata dus gevonden worden.

Geboorteplaats neem ik op als die vermeld wordt en afwijkt van de plaats van herkomst.

Plaats van herkomst. Bij kinderen die uit het bedelaarsgesticht komen, noem ik niet dat gesticht als plaats van herkomst, maar de stad waar het domicilie van onderstand is, dus de plaats die moet betalen voor het verblijf in de koloniŽn, wat of de geboorteplaats is of de plaats waar iemand langdurig gewoond heeft. Bij de voorgeschiedenis van zulke kwekelingen is soms sprake van scans van toegang 0137.01, het archief van de Rijkswerkinrichtingen te Veenhuizen en Ommerschans. Ga voor die scans naar http://alledrenten.nl/scans. Klik op 'Rijkswerkinrichtingen Veenhuizen/Ommerschans', bevestig die keus in het vakje dat eronder verschijnt en je hebt toegang tot alle scans die van dat archief gemaakt zijn.



● Adolf Aarse, 15 maart 1825, Rotterdam

Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Franciscus Leonardus Abdon, in 1815, Den Haag
Hij komt 25 maart 1826 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1846. Op 3 april 1828 melden de Diakenen der Nederduitse Hervormde Gemeente te Den Haag, invnr 90 scans 25-27, dat hij behoort tot de kinderen van wie ouders en aanverwanten te Den Haag hebben verlangd ze weer eens te zien en voor wie de Diakenen verlof aanvragen. Hij staat op een lijst van op 1 augustus 1829 in het derde gesticht te Veenhuizen aanwezige kinderen, invnr 98 scan 510. Uit een lijst van 13 augustus 1829, invnr 98 scans 287-289, blijkt dat hij in dat derde gesticht woont op de zalen 7 & 8 onder de zaalopziener Botman. De arts van het derde gesticht, Sasse, meldt dat hij zich die 13e augustus in het hospitaal bevindt, invnr 98 scans 279-280.
Blijkbaar herstelt hij, want hij gaat op 8 oktober 1830 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 33 krijgt. Hij is een van de jongens te Wateren die zich vrijwillig op geven voor de zeedienst, noteert de Instituteur op 7 maart 1831, invnr 112 scan 116. Bij die gelegenheid verklaart de arts van de vrije koloniŽn, Statius Muller, dat Franciscus Leonardus Abdon ťťn meter 32 en een halve centimeter lang is en 'een gezond en sterk ligchaamsgestel zonder gebreken' heeft. Hij wordt aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder op 7 april 1832, invnr 135 scan 441.
Hij staat op de lijst van kwekelingen van 26 maart 1832 in invnr 1544, maar op 16 juli 1832 neemt een ander zijn k-nummer over, dus hij moet tussen die twee data uit Wateren vertrokken zijn en weer naar Veenhuizen gegaan zijn. Uit invnr 151 scan 305 blijkt dat hij dan weer in het derde gesticht woont, en dat aan hem gedurende 13 weken van de maanden juni. juli en augustus 1834 aan zakgeld is uitbetaald É 2,65Ĺ, en dat is ongeveer het gemiddelde. Vanuit dat derde gesticht wordt hij 30 januari 1835 uit de koloniŽn ontslagen. Volgens invnr 167 scan 547 heeft hij dan 'te s Gravenhage een dienst bekomen bij een ossenslager'.

● Andries Adriaanse, 18 mei 1824, Amsterdam
Hij komt 30 april 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1757. Hij komt 13 mei 1839 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 40. Uit invnr 1007 het zevende mapje blijkt dat hij per 29 april 1845 wordt aangesteld als wijkmeester te Wateren voor É 52,- per jaar plus 'vrije voeding'. Om mij niet duidelijke redenen staat hij in invnr 1611 ook bij k-nummer 65, met de vermeldingen 'zie nr 40' en 'wijkmeester'. Hij vertrekt met ontslag op 9 september 1846. Na het ontslag is hij volgens het overzicht van in 1846 ontslagen jongens, invnr 339 scan 97, 'stalknecht bij een logement aan de Dieverbrug.'

● Abraham Albrecht, 2 april 1811, Amsterdam
Hij komt 3 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 476. Hij komt 29 september 1825 (aanname) naar het Instituut, waar hij het k-nummer 45 krijgt. Hij behoort tot de "weeskinderen" die in december 1828 verklaren dat zij buiten de koloniŽn nog ouders in leven hebben, invnr 95 scan 333. Hij wordt 9 juli 1830 aangenomen tot 'ledemaat der Hervormde Gemeente te Vledder', zie invnr 107 scan 598. Hij wordt om vooralsnog onbekende redenen 21 februari 1831 overgeplaatst naar het derde gesticht te Veenhuizen, waar hij 10 juni 1831 weg moet om zijn militaire dienstplicht te vervullen.

● Antonie Jacob van Alphen, 5 september 1810, Den Haag
In invnr 1389 staat als geboortedatum slechts 'in 1809', dus ik heb de geboortedatum uit invnr 1610 genomen. Hij en zijn zus zijn kinderen van een meneer Van Alphen die als Blick of Bliek geboren zou zijn en twee jaar voor hun komst naar de kolonie zou zijn overleden. Hij komt 15 juli 1821 (tegelijk met zijn zus) in de kolonie aan op een of ander contract met het Haagse armenbestuur en wordt ondergebracht bij kolonisten in de vrije koloniŽn. Ene Koole, boekhandelaar, stuurt 13 november 1822 acht gulden en veertien stuivers die de twee kinderen van Alphen nog te goed hebben, invnr 63 scan 332. Op 22 november 1823 schrijft de directeur der koloniŽn, invnr 67 scan 389, dat de twee 'zich zeer goed gedragen, eene volmaaakte gezondheid genieten & met onderscheiding door den boekhouder & wijkmeester waarbij zij zijn gevestigd, worden behandeld, zijnde ik vroeger van de betrekkingen dier kinderen geÔnformeerd'. Oftewel, ze zijn van de betere standen en dat betaalt zich uit. Anthony Jacob komt 28 juni 1824 (aanname) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 29. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij behoort tot de "weeskinderen" die in december 1828 verklaren dat zij buiten de koloniŽn nog ouders in leven hebben, invnr 95 scan 333. Hij krijgt in 1829 het B-nummer 426. De rest moet ik nog uitzoeken.

● Hendrik Johannes Alstein, 5 augustus 1838, Amsterdam
Hij komt 2 mei 1851 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 422. Hij komt 4 mei 1852 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 35. Hij deserteert op 23 mei 1854, maar is diezelfde dag al terug. Een tuchtzitting over die desertie heb ik niet gevonden. Hij verlaat het Instituut en de koloniŽn met ontslag op 3 april 1858.

Frans Hermanus Andree zie Frans Hermanus van Rhoden.

● Frederik Anjelier, 16 juli 1833, Amsterdam
Hij komt 23 april 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 872. Hij komt 3 mei 1851 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 70. Hij trekt op 9 april 1853 met ontslag de wijde wereld in, maar dat word niet zo'n succes, want hij wordt 11 december 1857 vanuit Alkmaar het bedelaarsgesticht binnengebracht, beroep sjouwer, en volgens het signalement 'dun van hoofdhaar'. Hij weet er weer uit te komen door vrijwillig in dienst te gaan bij het 8e Regiment Infanterie.

● Franciscus Karel Willem Anse, 13 januari 1811, Den Haag
Hij komt 31 mei 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer1255. Hij komt 29 september 1825 (aanname) naar het Instituut, waar hij staat ingeschreven als 'Willem Anzer' en het k-nummer 57 krijgt. Dan moet hij in militaire dienst, invnr 127 scan 100, wat wordt bevestigd door het overzicht van in 1830 met ontslag vertrokken kwekelingen, invnr 114 scan 27. Volgens het kwekelingenregister wordt hij '3 Oct 1830 tot de Mil. Dienst opgeroepen en ingelijfd', maar pas op 16 maart 1831 officieel ontslagen. Blijkbaar komt hij na zijn diensttijd vragen of hij terug mag komen, want op 3 september 1833, invnr 140 scan 39, reageert de directeur der koloniŽn, die blijkbaar de naam niet meer precies weet, op een resolutie van de permanente commissie van 4 augustus 1833 N20 met de woorden:

Ter voldoening aan het slot dier missive heb ik de eer, na ingewionnen berigten, zoo bij den voormaligen als bij den tegenwoordigen Instituteur, UWEdG. onder de aandacht te brengen, dat F.W.K. Anjť, gedurende zijn aanwezen te Wateren, niet zulke hoedanigheden en gezindheden heeft aan den dag gelegd, als waarop men hoop zou kunnen voeden, dat hij eenmaal een bruikbaar ambtenaar in de koloniŽn zou kunnen worden, weshalve er geen redenen bestaan om, te zijner behoeve, van den algemeenen regel aftewijken.

● Jan Appels, 16 april 1831, Amsterdam
Hij komt 5 mei 1840 (tegelijk met een oudere zus) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 836. Hij staat in 1841 op een lijst, invnr 263 scan 369, van kinderen voor wie 'familie of andere belanghebbenden' een verlof hebben aangevraagd. Blijkbaar gaat dat verlof door maar blijft hij een beetje lang weg, want op 10 september 1841, invnr 249 scan 251, meldt de directeur dat hij nog niet van verlof is teruggekomen. Dat blijkt een misvatting, want 14 september 1841, invnr 249 scan 356, meldt de directeur dat Jan Appels op de avond van 9 september in het kindergesticht is teruggekeerd. Het jaar erop, 11 oktober 1842, invnr 265 scan 841, staat hij bij de kinderen die geen verlof gekregen hebben 'uit hoofde zij verleden jaar met verlof geweest waren'. Het jaar erop heeft hij weer wel verlof, maar missen hij en zijn zus de boot die hun terug moet brengen. Hoewel hun 'pakkage reeds aan boord was', zitten ze er zelf niet op, invnr 280 scan 236. Ze hebben nog geprobeerd 'met een schuitje aan den beurtman te worden gebragt'. Dat is niet gelukt, maar ze zullen wel snel terugkomen, denkt de directeur en dat klopt, want op 5 oktober 1843 maakt de directeur melding, invnr 283 scan 167, van de 'terugkomst van verlof in het kindergesticht te Veenhuizen van Jan en Christina Appels'. Zie ook het origineel, invnr 280 scan 239. 
Hij komt 14 april 1845 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 18. Ook daar speelt in 1846 een verlofkwestie, invnr 324 scan 195, maar dan staat bij hem genoteerd 'heeft geen reisgeld, daarom is het verlof geweigerd'. Hij verlaat het Instituut en de koloniŽn als hij 20 maart 1848 in militaire dienst moet.

● Adriaan Arends, 20 maart 1818, Zaandam
Hij komt 30 mei 1831 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 13. Hij komt naar het Instituut op 14 juni 1836 en krijgt het k-nummer 63, maar gaat terug naar Veenhuizen op 28 oktober 1837. Waarom dat is weet ik niet. Hij vertrekt met ontslag op 9 april 1838.

● Daniel Frederik Arpeau, 5 maart 1815, Heusden
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Antonie Dirk van Assel, 19 augustus 1817, Amsterdam
De achternaam komt vaak voor met een 't' erachter, van Asselt. Hij komt 17 juni 1830 (tegelijk met een zus en een broertje dat al snel zal overlijden) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2060. Hij komt naar het Instituut op 27 augustus 1831 en krijgt het k-nummer 46. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 2,13 uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Het overzicht van in 1836 vertrokken kwekelingen, invnr 179 scans 575-576, meldt: 'Den 18 July 1836 opgeroepen voor de Nationale Militie en ingelijfd bij de 8e Afdeeling Infanterie.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Van Assel in 1836 is 'aangeloot in militaire dienst' en voegt hij toe dat hij later korporaal is geworden.

● Harmen Aukesma, 9 maart 1815, Leeuwarden
Hij wordt afwisselend Harmen en Harmanus genoemd, maar zijn geboorteakte vermeldt Harmen. Zijn moeder is in april 1824 overleden, of zijn vader nog leeft weet ik niet, maar zelf behoort hij tot de kinderen die in december 1828 verklaren 'stellig te weten dat hunne ouders overleden zijn', invnr 95 scan 340. Hij komt 29 juni 1825 (tegelijk met een jonger broertje dat in Veenhuizen zal overlijden; later volgt ook een jongere zus die het gesticht wel overleeft) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1332. Hij komt 3 of 8 oktober 1830 vanuit het derde gesticht naar het Instituut en krijgt het k-nummer 29. Hij wordt aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder op 7 april 1832, invnr 135 scan 441. Hij doet al vanaf april 1830 (15 jaar oud) pogingen om zich vrijwillig voor het leger aan te melden, maar is daar steeds te jong voor. Hij gaat 21 januari 1834 naar het derde gesticht te Veenhuizen, maar ik weet niet wat hij daar gaat doen. Hij gaat 4 juli 1834 in militaire dienst. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij dat Aukesma is 'aangeloot in militaire dienst' en inmiddels korporaal is.

● Hendrik Baart, 28 april 1831, Amsterdam
Hij komt 27 november 1845 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1039. Hij komt 1 mei 1849 naar het Instituut, krijgt het k-nummer 2 maar deserteert al op 26 mei 1849 en weet weg te blijven.

● Dirk Pieter Bakker, 19 januari 1832, Hervormd, Amsterdam
Hij komt 1 juli 1842 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2077. Hij komt 29 mei 1847 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 31, maar gaat 11 november 1847 alweer terug naar Veenhuizen. Vandaar vertrekt hij 9 april 1852 met ontslag.

● Jan Casper Bakker, 17 mei 1843, Groningen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Sibbele Romkes Bakker, 16 december 1820, Hervormd, Harlingen
Hij komt 18 mei 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1748. Hij komt 26 mei 1834 naar het Instituut, krijgt het k-nummer 18 en blijft een kleine zes jaar tot zijn ontslag op 10 april 1840. Volgens invnr 239 scan 793 wordt hij na zijn ontslag schippersknecht. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij ook dat 'Sibbel Bakker' na zijn ontslag in 1840 'schippersknecht te Harlingen' is en heeft hij geen recentere informatie.

● Willem Bakker, 23 augustus 1845, Groningen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Christiaan Bangers, 25 oktober 1808 (of 1809), Dordrecht
Hij heet net zo vaak Adrianus Bangers als Chrtiaan Bangers. Burgemeester en wethouders van Dordrecht noemen hem 6 februari 1829, invnr 95 scan 808, dan ook 'Christianus of Adrianus Bangers'. Als geboortedata komen voor 25-10-1808 en 25-10-1809. Hij komt 8 juni 1820 in de kolonie aan op het contract met Burgemeesteren der stad Dordrecht en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt 28 juni 1824 naar het Instituut en draagt het k-nummer 14. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. In 1829 krijgt hij het B-nummer 195. Hij begint in 1829 om zijn ontslag te vragen en krijgt dat op 3 februari 1830. Volgens het overzicht van in 1830 met ontslag vertrokken kwekelingen, invnr 114 scan 27, is hij na zijn ontslag 'in militaire zeedienst'. Hij is later bij het Oost Indisch leger kannonier en zal ook in de Oost overlijden.

● Christiaan Bšrenfinger, 25 november 1809, Schiedam
Zijn naam smeekt om bizarre spellingvariaties, hij komt in de boeken ook voor als Barenvinger en bijvoorbeeld Perenvanger. Hij komt 21 juni 1820 (tegelijk met zijn zus, wier trieste lot elders beschreven wordt) in de kolonie aan op het contract met de Regenten der Stadsarmenkamer te Schiedam en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt 28 juni 1824 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 19. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. In januari 1832 meldt Jan Hessels van Wolda over een mogelijk ontslag van hem en een andere kwekeling, invnr 121 scan 504: 'Zijn van bijzonder contract, en zijn al lang van het gesticht verwijderd.' Zijn officiŽle ontslag als kwekeling is pas 1 maart 1833. Volgens het overzicht van in 1833 ontslagen jongens, invnr 145 scan 270, is hij daarna 'geemployeerd bij het bureau te s Hage'. Tientallen jaren later werkt hij daar nog.

● Anton Wilhelm Andreas Behrens, 27 mei 1841, Amsterdam
Hij komt 8 augustus 1856 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1104. Hij komt 20 april 1857 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 76. Hij deserteert op 13 of 18 april 1859 en het duurt tot 3 oktober van dat jaar eer hij terug is in Veenhuizen. Daar blijft hij tot hij 12 april 1861 ontslagen wordt.

● Frederik Hendrik Bentkemper, 21 oktober 1818, Amsterdam
Hij komt 2 juli 1828 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1552. Hij komt 27 augustus 1831 naar het Instituut en draagt het k-nummer 28. Guh moet 29 april 1837 in militaire dienst. Het overzicht van in 1837 vertrokken kwekelingen, invnr 191 scans 210-211, meldt dat hij 'is opgeroepen voor de Nationale Militie en ingelijfd bij de 10e Afdeeling Infanterie te Amsterdam'. Hij overlijdt 1840 als korporaal, zoals ook gemeld door Jan Hessels van Wolda als hij in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier.

● Cornelis Johannes van den Berg, 6 april 1830, Den Haag
Hij komt 1 juli 1842 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2085. Hij komt 12 juli 1844 naar het Instituut en draagt het k-nummer 64. Hij vertrekt 22 mei 1850 met ontslag.

● Dirk van den Berg, 12 oktober 1837, Rotterdam
Hij komt 30 oktober 1848 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2100. Hij komt 4 mei 1852 naar het Instituut en draagt het k-nummer 71. Hij moet 1 april 1857 in militaire dienst.

● Jan Antonie van den Bergh, 15 juni 1825, Amsterdam
Hij komt 30 mei 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2189. Hij komt 17 mei 1841 naar het Instituut en draagt het k-nummer 62. Hij vertrekt met ontslag op 31 maart 1847.

● Jan Berkenkamp, 5 juni 1827 te Rotterdam, Haarlem
Hij komt 13 mei 1839 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 232. Hij komt 1 juni 1843 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 32 krijgt. Exact een jaar later, 1 juni 1844, vertrekt hij, 17 jaar oud, met ontslag, volgens de Naamlijst van in 1844 ontslagen jongelieden met vermelding van derzelver bestemming, Invnr 307 scan 255, 'op verzoek van zijne moeder te Haarlem'.

● Hermanus Anthonie Besseling, 13 april 1840, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Barend Beumer, 24 juli 1835, Amsterdam
Hij komt 1 juni 1849 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 58. Hij deserteert 10 oktober 1849 samen met een wees uit Westzaan, maar ze worden te Harlingen opgepakt. Ze worden door een 'Agent van Politie van Harlingen' op 19 oktober 1849 weer afgeleverd bij het gesticht, waarbij de agent vriendelijk maar beslist weigert de premie en de vergoeding voor transport in ontvangst te nemen, zodat Barend en zijn kameraad dat ook niet hoeven te betalen. Voor de tuchtraad van 20 oktober verklaren ze 'dat het verlangen om hunne familles te Amsterdam wonende te bezoeken, hen tot deze desertie aangespoord had'. Ter financiering van de reis (met de stoomboot Harlingen-Amsterdam?) had hij een pet ŗ 80 cent verkocht.
Hij komt 24 oktober 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 16. Hij deserteert op 8 oktober 1853, maar is op 25 oktober weer terug. Van die desertie is geen tuchtraad gevonden. Hij verlaat Wateren en de koloniŽn met ontslag op 11 april 1855.

● Albertus Bierenbroodspot, 15 augustus 1831, Amsterdam
Hij komt 22 juli 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1097. Hij komt 29 mei 1847 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 4. Hij deserteert na enkele maanden, 28 augustus 1847, maar is weer terug op 3 september 1847. Een tuchtzitting over die desertie is niet gevonden. Hij blijft daarna in Wateren tot zijn ontslag op 2 april 1831.

● Joseph Bighetti, 1 juli 1827, Haarlem
Hij staat in het wezenregister met invnr 1412 eerst als Piketti, maar dat is doorgehaald en vervangen door Bighetti met de aantekening 'zie 14 Feb 1845 N4', wat het besluit van de permanente commissie zal zijn om de naam te veranderen. Tegelijk wordt de oude geboortedatum 1 juni 1826 vervangen door 1 juli 1827. De spellingen Piketti en Bighetti komen in de correspondentie even vaak voor.
Hij komt 20 september 1836 (tegelijk met zijn zus) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2111. Op 11 oktober 1837 worden hij en zijn zus ontslagen, omdat zij 'benaderd' zijn (door familie die hun wil opnemen), invnr 192 scan 78. Het ministerie van Vinnenlandse Zaken heeft 21 september 1837 toestemming gegeven voor dat ontslag, invnr 187 scan 372. De zus blijft weg, maar Joseph komt op 15 juli 1839 opnieuw aan in het kindergesticht te Veenhuizen waar hij nu het weesnummer 362 krijgt, met eerst nog de naam Piketti en later dus Bighetti. Hij komt op 13 januari 1840 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 55 krijgt
Op 2 april 1844 vragen burgemeester en wethouders van Haarlem om Bighetti snel enige tijd verlof te geven, invnr 289 scan 182. Op 10 september 1844 verlaat hij het Instituut en keert hij terug naar het eerste gesticht te Venhuizen.
Dat zal zijn omdat hij andere toekomstplannen heeft: op een lijst dd 16 januari 1845, invnr 300 scan 471, wordt gemeld dat Bighetti zich vrijwillig heeft aangemeld om dienst te nemen bij de 'ligte dragonders' en datzelfde staat op een lijst een jaar later op 15 januari 1846, invnr 313 scan 689.
Op 13 augustus 1847 schrijven Burgemeester en wethouders van Haarlem,  invnr 343 de scans 11-12, dat 'Joseph Bighetti, zich noemende Piketti' zich vrijwillig heeft aangemeld voor de militaire dienst en hun heeft gevraagd de nodige stukken op te stellen en te sturen, wat ze blijkens deze brief hierbij doen. Ze hebben de geboorteakte gehad van Bighetti's zuster die in Haarlem woont en ze merken nog op dat de beide ouders van Bighetti overleden zijn en er geen voogd benoemd is. Ze hebben dat gestuurd naar het eerste gesticht en de adjunct-directeur daarvan stuurt alles op 19 augustus 1847, invnr 343 scan 10, door naar de directeur der koloniŽn met de opmerking dat het ontslag van Bighetti dit jaar was uitgesteld 'niet tegenstaande hij zeer goed had kunnen ontslagen worden'. Daarop vraagt de directeur der koloniŽn op 21 augustus 1847, invnr 343 scan 7, toestemming Bighetti te laten gaan. De permanente commissie beslist hierover op 1 september 1847 N3. Hij verlaat de koloniŽn om in militaire dienst te gaan op 24 februari 1848.

● Adrianus Bijkerk, 12 april 1824, Rotterdam
Hij komt 10 maart 1831 in de kolonie aan op het contract met de Commissie van Oppertoezigt over 't Algemeene Armbestuur te Rotterdam, krijgt het B-nummer 120 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Frederiksoord en Willemsoord. Hij komt vanuit Willemsoord hoeve 99 op 15 maart 1837 in het Instituut en draagt het k-nummer 52, maar gaat op 5 april 1838 terug en wordt ondergebracht op Willemsoord hoeve 111. Ik weet niet waarom dat is. Later gaat hij over naar het eerste gesticht te Veenhuizen en hij verlaat de koloniŽn met ontslag op 4 mei 1847, dus 23 jaar oud. Dat wordt niet zo'n succes, want al op 15 juni 1847 wordt hij door het gemeentebestuur van Rotterdam het bedelaarsgesticht op de Ommerschans binnengebracht. In toegang 0137.01 invnr 432 staat hij op scan 27 met bedelaarsnummer 330. Hij is dan 1 meter 57 lang, heeft een ovaal gezicht, blond haar, blauwe ogen, een dikke neus en hij is blind aan zijn linker oog. Hij wordt op 24 juni 1848 weer ontslagen en dan gaat het blijkbaar beter, want hij komt niet meer terug.

● Bastiaan Bijkerk, 31 mei 1818, Rotterdam
Hij komt 8 juni 1829 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1680. Hij wandelt op 2 augustus 1832 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 71. Hij verlaat het Instituut en de koloniŽn met ontslag op 31 maart 1838. Het overzicht van in 1838 ontslagen jongens, invnr 205 scans 276-277, meldt: 'Den 31 Maart 1838 ontslagen en dient bij den Burgemeester te Rotterdam.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij dat Bastiaan Bijkerk na zijn ontslag 'in dienst bij den burgerstand te Rotterdam' is en dat hij dat 'nog heden' is.

● Johannes Hendrik Bitter, 10 februari 1834, Dordrecht
Hij komt 24 juni 1847 in de kolonie aan op het contract met Burgemeesteren der stad Dordrecht, krijgt het B-nummer 197 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt al datzelfde jaar, 20 december 1847, naar het Instituut en draagt het k-nummer 31. Hij gaat in militaire dienst op 25 augustus 1853.

● Christinus Blaauw, 27 april 1845, Groningen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Gerhardus Hermanus Cornelis Blanken, 20 mei 1837, Utrecht
Hij komt 1 maart 1852 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 549. Hij komt 4 oktober 1852 vanuit Veenhuizen naar het Instituut en krijgt het k-nummer 42. Hij deserteert op 23 mei 1854, maar is diezelfde dag al weer terug. Hij deserteert opnieuw op 17 september 1855 en is terug op 29 september 1855. Hij deserteert ten derden male op 26 juni 1856, is weer terug op 2 juni en gaat dan naar de strafkolonie op 5 juli 1856. Hij komt daar weer uit als hij 13 april 1857 in militaire dienst gaat.

● Hendrik Bloezee, 21 maart 1835, Amsterdam
Hij komt 3 mei 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1463. Hij komt 24 oktober 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 48. Hij blijft tot zijn ontslag op 11 april 1855.

● Cornelis Gerardus Blom, 19 juli 1827, Amsterdam
Hij komt 30 mei 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1848. Hij komt 13 maart 1848 (20 jaar oud!) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 10. Hij vertrekt met ontslag op 10 juni 1852.

● Willem Frederik Blommaart, 3 juni 1824, Loenen
Hij komt 16 april 1832 (tegelijk met twee oudere zussen) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 352. Hij komt 17 april 1836 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 27. Hij 'kan goed met het wolvee omgaan' en dus wordt hij schaapherder als hij op 12 mei 1845 de koloniŽn met ontslag verlaat. Zie iets meer over hem op deze pagina.

● Jacob Blond, 21 maart 1842, Amsterdam
Hij is een vondeling en hij komt 25 mei 1848 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1944. Hij komt 12 april 1858 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 79, maar gaat om onbekende redenen al op 12 oktober 1858 terug naar Veenhuizen. Hij wordt 1 april 1864 ontslagen.

● Willem Bock, 21 juni 1827, Amsterdam
Hij komt 5 mei 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 832. Hij wandelt op 12 mei 1845 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 40. Hij vertrekt met ontslag op 31 maart 1847.

● Willem Boebes, 16 november 1821, Hervormd, Alkmaar
Zijn vader Reinier Boebes overlijdt 12 februari 1827. Er is wel familie in Alkmaar, maar blijkbaar kan die hen ook niet onderhouden en op 27 juli 1828 worden door Alkmaar het bedelaarsgesticht binnengebracht Neeltje Boebes, geboren 2 november 1817 en dus tien jaar oud, en Willem Boebes, zesenhalf jaar oud. Neeltje heeft in toegang 0137.01 de invnrs 425 en 426 het bedelaarsnummer 825, Willem 826 (in de wezenregister staat bij hem abusievelijk 825). Er wordt druk gecorrespondeerd over hun overplaatsing en uiteindelijk worden ze 19 november 1832 ontslagen als bedelaars en worden de twee 20 november 1832 opgenomen in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat, Willem krijgt het weesnummer 1656, Neeltje 1655, zij zal in 1837 ontslagen worden en in 1840 te Alkmaar overlijden. Willem Boebes wandelt op 26 mei 1834 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 24. Hij vertrekt 11 juli 1840. Het overzicht van in 1840 ontslagen jongens, invnr 239 scan 793, meldt: 'Den 11 july ontslagen voor de N.M., doch dadelijk met onbepaald verlof gegaan zijnde, is dezelve naar zijne familie gereisd te Alkmaar.' Hij overlijdt 1851 te Alkmaar. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij ook dat Willem Boebes in 1840 is 'aangeloot in militaire dienst' en voegt hij toe: 'met onbepaald verlof; nu boereknecht bij Alkmaar'.

● Jacob de Boer, 11 december 1842, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Pieter Jans de Boer, 26 augustus 1816, Bedum
Hij komt 2 oktober 1829 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1785. Hij komt 3 oktober 1830 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 11. Hij is een van de jongens te Wateren die zich vrijwillig opgeven voor de zeedienst, noteert de Instituteur op 7 maart 1831, invnr 112 scan 116. Bij die gelegenheid verklaart de arts van de vrije koloniŽn, Statius Muller, dat Pieter Jans de Boer 1 meter 34 lang is en 'een gezond en sterk ligchaamsgestel zonder gebreken' heeft. Hij verlaat 13 mei 1831 op vijftienjarige leeftijd het Instituut en de koloniŽn, volgens het overzicht van in 1831 vanuit Wateren ontslagen kinderen, invnr 124 scan 346, omdat hij 'door zijne familie aangenomen' is.

● Anne Jans Boersma, 3 september 1837, Wilhelminaoord
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Marten Jans Boersma, 6 maart 1842, Wilhelminaoord
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Albertus Johannes van Bolhuis, 18 februari 1812, Groningen
Hij komt 8 september 1824 in de kolonie aan op het contract met de Armbestuurderen der Hervormde Gemeente te Groningen en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt 27 november 1827 vanuit Willemsoord naar het Instituut en krijgt het k-nummer 59. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij behoort tot de "weeskinderen" die in december 1828 verklaren dat zij buiten de koloniŽn nog ouders in leven hebben, invnr 95 scan 333. Hij krijgt in 1829 het B-nummer 475. Hij deserteert 20 maart 1831 om in militaire dienst te treden.

● Bernardus Borgstede, 29 december 1835, Amsterdam
Hij wordt (tegelijk met zijn broer) in de kolonie geplaatst op het contract E 209 voor 60 gulden per jaar met de Jonkvrouwe H.J. Crommelin te Amsterdam, krijgt het B-nummer 963 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Op 23 april 1847 kondigt de directeur der koloniŽn hun komst aan bij de adjunct-directeur van het eerste gesticht te Veenhuizen, invnr 344 scan 314. Maar op 5 mei 1847 schrijft de directeur opnieuw naar Veenhuizen, invnr 339 scan 349: 'Bij mijnen brief van 23 April jl No 1168 verzocht ik UwEd om de 2 kinderen Borgstede, als bij particulier contract geplaatst, te vestigen, dat echter niet gebeurd is, waarom ik daar van opheldering en verbetering verzoek.' Volgens het contractenboek met invnr 1389 zijn ze al op 29 april 1847 in Veenhuizen aangekomen, maar er is geen mogelijkheid te checken of dat klopt. Al op 6 november 1847 gaat hij (tegelijk met zijn broer) naar het Instituut, waar hij het k-nummer 59 krijgt. De broers gaan weer allebei tegelijk, op 27 september 1849, uit Wateren weg en worden ondergebracht bij (verschillende) kolonisten in Frederiksoord. Het contract wordt 28 april 1852 beŽindigd en dan keren ze terug naar Amsterdam.

● Jan Andries Borgstede, 29 januari 1833, Amsterdam
Zie hierboven bij zijn broer. Aankomst volgens invnr 1389 in het kindergesticht op 29 april 1847, hij krijgt het B-nummer 962, gaat naar het Instituut op 6 november 1847, krijgt het k-nummer 39, gaat om onbekende reden naar Frederiksoord op 27 september 1849 en weg uit de koloniŽn op 28 april 1852.

● Gerardus Bos, 20 oktober 1825, Tholen
Hij komt 26 september 1839 in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Weeshuis te Tholen, krijgt het B-nummer 883 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Frederiksoord. Hij gaat vanuit hoeve 16 van Frederiksoord op 12 december 1839 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 10 krijgt. Op 19 mei 1847, invnr 339 scan 378, schrijft de directeur aan de Instituteur 'dat de kwekeling G. Bos, ter vervanging van den vertrokken L. Kwakkelaar als wijkmeester aan de P.C. zal worden voorgedragen en intusschen onder hare nadere goedkeuring, wel kan optreden, ten einde de dienst niet behoeve stillestaan.'. Diezelfde dag draagt de directeur Bos bij de permanente commissie voor. Uit invnr 1007 het zevende en achtste mapje blijkt dat hij vanaf 1 juni 1847 te Wateren is aangesteld als wijkmeester voor É 52,- per jaar plus 'vrije voeding'. Hij vertrekt met ontslag op 26 februari 1848.

● Jan van den Bos, 11 april 1844, Zwolle
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Maarten Bos, 11 mei 1817, Alkmaar
Hij komt 28 april 1834 (dus al bijna 17 jaar oud) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1259. Hij komt 11 april 1836 naar het Instituut en krijgt het kwekelingnummer 52. Hij overlijdt 12 januari 1837, 14:00 uur ten huize van Jan Hessels van Wolda. Aangifte wordt gedaan door Jan Hessels van Wolda en ex-kwekeling en nu onderdirecteur Adriaan Kasper. Jan Hessels van Wolda noemt het overlijden nog als hij in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier.

● Petrus Johannes Bos, 25 april 1838, Amsterdam
Over zijn vader weet ik niets, maar op 24 november 1846 komt zijn moeder Johanna Brinkenberg, geboren in 1798 te Arnhem, het bedelaarsgesticht binnen, in gezelschap van haar zoons Petrus Johannes Bosch, Johannes Albertus Bosch (geboren 26 augustus 1830 te Leiden) en Gerardus Bosch (geboren 2 januari 1835 of in Naarden of in Made in Noord-Brabant). Moeder heeft bedelaarsnummer 4900 in toegang 0137.01 invnr 432 scan 164, Petrus Johannes, Johannes Albertus en Gerardus respectievelijk 4904, 4920 en 4916 in toegang 0137.01 de invnrs 431 en 436. Ze komen uit Zwolle dus dit zal een vrijwillige opname in het gesticht zijn. Als plaats van herkomst wordt Amsterdam genoemd, maar dat zal recent zijn, want daar is alleen Petrus Johannes geboren.
Het hele stel wordt 6 maart 1847 overgeplaatst naar Veenhuizen, waar ze vermoedelijk in gezinsverband leven in een woning voor een bedelaarshuisgezin. Daar overlijdt moeder op 16 mei 1848. De drie jongens worden 23 november 1848 opgenomen in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat. Daarbij wordt de 'ch' van hun achternaam afgesloopt en Petrus Johannes Bos krijgt het weesnummer 2127, Johannes Albertus Bos 2125 en Gerardus Bos 2126. Johannes Albertus overlijdt 19 maart 1849 en Gerardus op 15 augustus 1849, dus overleeft alleen de jongste. Petrus Johannes Bos gaat op 8 september 1853 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 18 draagt. Hij vertrekt met ontslag op 3 april 1858.

● Louis Bosman, 9 oktober 1827, Amsterdam
Hij is een vondeling en hij komt 30 mei 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1889. Hij komt 9 mei 1842 naar het Instituut en draagt het k-nummer 67. Hij vertrekt 31 maart 1847 met ontslag.

● Johannes Cornelis Antonie Bouman, 14 maart 1840, Amsterdam
Hij komt 21 mei 1852 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 558. Hij komt naar het Instituut op 4 oktober 1852 en krijgt het k-nummer 44. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 16 april 1859. Hij vertrekt uit de koloniŽn door 7 september 1859 vrijwillig in dienst te treden bij het 8e Regiment Infanterie.

● Johannes Bouwens, 9 juli 1833, Rotterdam
Hij komt 18 november 1839 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 509. Hij komt 17 juni 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 80/ Hij vertrekt met ontslag op 2 april 1853.

● Willem Bouwer, 30 september 1841, Amsterdam
Hij komt 15 mei 1857 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1135. Hij komt 12 april 1858 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 73 krijgt. Hij deserteert op 13 maart 1859, maar wordt weer teruggebracht op de volgende dag, 14 maart 1859. Een tuchtzaak over die desertie is niet gevonden, maar hij wordt overgeplaatst naar Veenhuizen op 16 april 1859. Hij verlaat dat gesticht en de koloniŽn met ontslag op 12 april 1861.

● Jan Brandenburg, 4 juli 1831, Amsterdam
Hij is een vondeling en hij komt 14 mei 1838 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1543. Hij komt 1 mei 1849 naar het Instituut en draagt het k-nummer 71. Hij vertrekt met ontslag op 2 april 1851.

● Johannes van Brandenburg, 21 november 1811, Amsterdam
De wezenregisters geven als geboortedatum slechts 'in 1811', dus ik heb de geboortedatum genomen uit invnr 1610. Hij komt 27 april 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1004. Hij komt 29 september 1825 (aanname) naar het Instituut te Wateren, waar hij het k-nummer 39 krijgt. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij wordt 9 juli 1830 aangenomen tot 'ledemaat der Hervormde Gemeente te Vledder', zie invnr 107 scan 598. Hij wordt 3 (invnr 1610) of 30 (invnr 1410) oktober 1830 'tot de Militaire Dienst ingelijfd', wat wordt bevestigd door het overzicht van in 1830 met ontslag vertrokken kwekelingen, invnr 114 scan 27. Zijn ontslag wordt pas 16 maart 1831 geformaliseerd.

● Jan Breedt, 5 januari 1837, Zaandam
Hij komt 1 november 1844 (tegelijk met een broer en een zus die allebei te Veenhuizen zullen overlijden) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 758. Hij komt 12 mei 1853 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 79. Hij blijft tot zijn ontslag op 28 maart 1857.

● Lammert Brens, 14 mei 1815, Leeuwarden
Zijn naam komt ook voor als Brems. Hij komt 29 juni 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1338. Hij wandelt 10 april 1831 vanuit het derde gesticht naar het Instituut en krijgt het k-nummer 64. Hij moet 3 juli 1835 in militaire dienst. Het overzicht van in 1835 ontslagen kwekelingen, invnr 167 scan 513, meldt: 'Den 3 July 1835 voor de dienst der Nationale Militie ontslagen en te Groningen ingelijfd'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, noemt hij hem 'Lammert Brems Fram', meldt hij ook dat hij in 1835 is 'aangeloot in militaire dienst', maar heeft hij geen recentere informatie.

● Hendrik Brink, 23 juni 1837, Amsterdam
Hij komt 26 mei 1845 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 933. Hij komt 28 april 1853 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 39. Hij vertrekt met ontslag op 28 maart 1857.

● George Hendrik van Brinkom, 3 januari 1835 te Den Haag, Haarlem
Hij komt 6 november 1846 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1327. Hij komt 2 mei 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 58. Hij vertrekt met ontslag op 13 januari 1853.

● Derk Broekhuijsen, 2 maart 1835, Amsterdam
Hij staat in de kwekelingregisters als Jan Broekhuijzen. Hij komt 7 september 1849 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 90. Hij komt 7 maart 1851 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 10. Hij verekt met ontslag op 11 april 1855.

● Jan Broekhuijzen, 3 april 1834, Amsterdam
Hij komt 24 mei 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1502. Hij komt 3 mei 1851 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 50. Hij vertrekt met ontslag op 1 april 1854.

● Jacob Martinus Brons, 16 december 1840, Amsterdam
Hij komt 17 mei 1855 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 959. Hij komt al op 29 november 1855 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 6. Hij gaat alweer terug naar Veenhuizen op 12 februari 1856, vanwaar hij met ontslag vertrekt op 30 maart 1860..

Antonie Brouwer, 18 november 1832, Haarlem
Hij komt 16 juni 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1605. Hij komt 6 november 1847 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 67 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 8 september 1848.

● Karel Lodewijk Brouwer, 4 november 1843, Utrecht
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Gabriel de Bruijn, 18 juli 1834, Utrecht
Hij staat in het bedelaarsregister, het wezenregister en het register van kwekelingen als Gabriel van der Valk, maar dat is in de laatste twee registers doorgehaald en vervangen door Gabriel de Bruijn, met in het register van kwekelingen met invnr 1611 de opmerking 'zie brief van de Instituteur 9 feb 1853 N20' en in het wezenregister de aantekening 'zie Dec 1853 N ' Dus blijkbaar is men toen pas achter zijn echte naam gekomen. Hij wordt nog als Van der Valk het bedelaarsgesticht binnengebracht op 27 april 1846 door de stad Utrecht en hij heeft bedelaarsnummer 5007 in toegang 0137.01 invnr 431. Ik heb niet gekeken of er familieleden bij zijn. Hij wordt 26 december 1846 overgeplaatst naar Veenhuizen en 25 februari 1848 als bedelaar ontslagen en als wees overgenomen in het kindergesticht op het Algemeen Contract met de Staat. Hij krijgt het weesnummer 1828. Al snel, op 10 mei 1848, gaat hij over naar het Instituut, waar hij het k-nummer 46 krijgt. Hij vertrekt als Gabriel de Bruijn met ontslag op 8 april 1854.

● Jan de Bruin, 10 mei 1815, Amsterdam
Het wezenregister meldt als geboortedatum slechts 'mei 1814', dus ik heb de geboortedatum uit invnr 1610 genomen. Hij komt 3 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 472. Hij komt 29 september 1825 (aanname) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 42. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij behoort tot de "weeskinderen" die in december 1828 verklaren dat zij buiten de koloniŽn nog ouders in leven hebben, invnr 95 scan 333. Hij moet in militaire dienst op 29 februari 1832.

● Jacobus Willem Christiaan Bruinvis, 14 mei 1835, Amsterdam
Hij is een vondeling en hij komt 12 juni 1843 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 136. Hij komt 3 mei 1851 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 82. Hij vertrekt met ontslag op 11 april 1855.

● Sjoerd Simons Brunia, 21 mei 1829, Bolsward
Hij komt 18 februari 1845 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 809. Hij komt 29 mei 1847 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 39. Hij vertrekt met ontslag op 28 oktober 1847.

● Roelof Bruning, 2 april 1845 te Loppersum, Groningen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Lucas Hermanus Buden, 23 juni 1830, Amsterdam
Hij komt 22 mei 1837 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 583. Hij komt 3 juli 1847 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 23. Hij vertrekt met ontslag op 29 juni 1850.

● Karel Anton Bugers, 21 januari 1822, Den Haag
Hij komt 24 mei 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 434. Hij komt 9 april 1838 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 4 draagt. Hij gaat 14 oktober 1839 al weer terug naar Veenhuizen, van waar hij met ontslag vertrekt op 7 april 1842. Hij trouwt 1858 als 'verver'.

● Nicolaas Dirk Buijs, 2 april 1819, Den Haag
Hij komt 5 april 1830 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2054. Hij wandelt 26 maart 1831 van het eerste gesticht naar het Instituut en krijgt het k-nummer 62. Hij gaat in militaire dienst op 3 september 1838. Het overzicht van in 1838 ontslagen jongens, invnr 205 scans 276-277, meldt: 'Den 3 September 1838 ontslagen voor de Nationale Militie en te Groningen bij de 8e Afd. Inf. ingelijfd.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij dat Nicolaas Dirk Buijs na zijn ontslag 'borstelmaker te 's Gravenhage' is en weet Van Wolda: 'is daar nog' en inmiddels gehuwd.

● Jan Buiter, 7 februari 1833, Amsterdam
Hij komt 1 juni 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 899. Hij komt 1 juni 1849 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 68. Hij vertrekt met ontslag op 9 april 1853.

● Jacobus Burg, in oktober 1814, Amsterdam
Hij is op 9 oktober 1814 als vondeling te Amsterdam gevonden, met een briefje dat hij Jacobus Burg moest heten en 'gerevermeerd' gedoopt moest worden. Hij wordt genoemd op pagina 295 van De kinderkolonie. Hij komt op 23 september 1824 vanuit Amsterdam in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 610.
Hij komt vanuit het eerste gesticht te Veenhuizen naar het Instituut op 3 oktober 1830 en krijgt het k-nummer 10. Hij is een van de jongens te Wateren die zich vrijwillig opgeven voor de zeedienst, noteert de Instituteur op 7 maart 1831, invnr 112 scan 116. Bij die gelegenheid verklaart de arts van de vrije koloniŽn, Statius Muller, dat Jacobus Burg 1 meter 34 lang is en 'een gezond en sterk ligchaamsgestel zonder gebreken' heeft. Hij wordt aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder op 7 april 1832, invnr 135 scan 441. Op een lijst van aanwezige kwekelingen bij een inspectie op 30 september 1833, invnr 140 scans 504-505, is hij niet in het Instituut maar met verlof, vermoedelijk ter voorbereiding op zijn komende ontslag. Bij de ontslagvoordracht voor 1834, zie hier, heeft hij een tegoed op kleding van É 76,48 en aan oververdienste É 30,85. Het advies ten aanzien van zijn ontslag luidt: 'Verlangt te worden ontslagen en zal eene dienst opsporen. In staat zijnde om zijn onderhoud te verienen, bestaat er geene bedenking tegen het ontslag'.
Jacobus Burg verlaat de kindergestichten met ontslag op 13 mei 1834. Het overzicht van in 1834 ontslagen jongens, invnr 155 scan 291, meldt: 'Den 13 Mei 1834 ontslagen en naar Amsterdam vertrokken om aldaar eene dienst te zoeken, doch is gelijktijdig ook voor de Nationale Militie opgeroepen en ingelijfd.'
Als Jan Hessels van Wolda in 1841 onderzoekt hoe het ex-kwekelingen in hun verdere leven vergaan is, zie hier, meldt hij over Jacobus Burg dat hij eerst is 'overgegaan tot de Nationale Militie' en later 'werkman bij Leeuwarden, en naderhand gehuwd'. Van een nazaat begrijp ik dat hij later wordt gelegerd te Bergen op Zoom en dat hij nog later het beroep 'besteller (bij de) stoomboten' uitoefent.

● Jan Busch, 28 december 1813, Amsterdam
Hij komt 23 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 571. Hij behoort tot de kinderen die 'stellig weten dat hunne ouders overleden zijn', invnr 95 scan 338. Hij komt 27 augustus 1831 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 13. In januari 1832 meldt Jan Hessels van Wolda over een mogelijk ontslag van hem, invnr 121 scan 504: 'zegt in 1832 te moeten loten. Is niet in staat zijn eigen onderhoud te verdienen.' Op dat moment heeft Jan Busch een schuld op het kledingfonds van É 14,63 en een tegoed op oververdienste van É 12,90Ĺ. Hij is gereformeerd lidmaat. Hij staat op de lijst van 26 maart 1832 als bewoner van zaal 2, maar op 16 juli 1832 neemt een ander zijn k-nummer 13 over, dus tussen die twee data moet hij van Wateren zijn teruggegaan naar Veenhuizen. Daarvandaan vertrekt hij met ontslag uit de koloniŽn op 12 april 1833. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, beschouwt hij hem echter als ontslagen in 1832 en zou Busch na dat ontslag 'eene goede dienst in Amsterdam' hebben, maar recente informatie over hem heeft Van Wolda niet.

● Jacob Butterman, 27 mei 1839, Monnickendam
Hij komt 18 oktober 1852 in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Gereformeerd Weeshuis te Monnickendam, krijgt het B-nummer 3 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt 17 april 1855 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 46. Hij vertrekt met ontslag op 16 mei 1857.

● Jacobus Johannes Calamť, 19 juli 1846, Den Haag
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Frits Henri Campagne, 26 december 1829, Amsterdam
Hij komt 1 april 1843 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 50. Hij staat op een lijst van 1 juli 1844 van Amsterdamse weeskinderen 'voor welke door hunne familie of vrienden een bepaald verlof uit Veenhuizen wordt aangevraagd', invnr 295 scan 465. Als wordt gekeken wie er wel en wie niet met verlof mogen, invnr 295 scan 368, wordt bij hem genoteerd: 'zal reisgeld voorgeschoten worden en kan gaan'. Vermoedelijk nog vůůr dat verlof komt hij op 12 juli 1844 naar het Instituut en krijgt hij het k-nummer 32. Als 3 oktober 1844 gekeken wordt hoe het met dat verlof is afgelopen, invnr 298 scan 36, wordt dan ook gemeld: 'Is te Wateren en van verlof terug'. Begin 1849 is hij slachtoffer van de 'ontvreemding van É -.70 in geld', maar uit de tuchtraad bij het eerste gesticht van 19 maart 1849 blijkt dat hij dat geld terug heeft gekregen. Hij verlaat het Instituut en de koloniŽn kort daarop met ontslag, 19 mei 1849.

● Jacob Cardinaal, 5 augustus 1827, Amsterdam
Hij komt 30 maart 1838 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1294. Hij komt 9 mei 1842 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 31. Er wordt begin 1846 É 3,70 uit zijn 'welgesloten kastje' gestolen, maar hij krijgt het later terug uit de spaarpot van de dieven, zie deze pagina. Hij vertrekt met ontslag op 31 maart 1847.

● Coenraad Carpentier, 8 november 1830, Amsterdam
Hij komt 25 april 1845 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1842. Bij zijn aankomst kan men zien dat hij is ingeŽnt met de koepokken, maar er is ook sprake van 'hoofdzeer' en 'ongedierte', invnr 305 scan 462. Op 4 juni 1845 wordt melding gemaakt van een ontvangen geboorteakte met daarop de correcte geboortedatum van Carpentier 8 november 1830, invnr 305 scan 632. In februari 1846 doet men die melding nog eens over, invnr 317 scan 631.
Hij komt 4 maart 1847 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 75. Hij verlaat Wateren en de koloniŽn als hij met ontslag vertrekt op 29 juni 1850.

● Adriaan Ceijs, 4 september 1806, Tholen
Hij komt 15 juni 1823 in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Weeshuis te Tholen en wordt ondergebracht bij kolonisten in Frederiksoord. Hij gaat op 28 juni 1824 naar het Instituut. Op de lijst van 1 april 1826 heeft hij het k-nummer 3, maar in het register van 1 november 1829 het k-nummer 60. Dat betekent dat hij tussentijds een tijd van het Instituut is weggeweest, maar waar hij toen heeft uitgahangen valt niet te achterhalen. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij krijgt in 1829 het B-nummer 886. Hij wordt 5 februari 1830 van Wateren overgeplaatst naar Frederiksoord hoeve 97, invnr 1348 scan 99. Een andere, oudere ingedeelde in dat huishouden komt op de zitting van de kleine raad van 20 februari 1830 zeggen dat Adriaan kledingstukken nodig heeft. Te weten een volwassen jongens pijen buis, een dito dito broek, een vrouw doek, een paar volwassen jongens kousen en een kantschop. Hij blijft hier tot hij op 30 september 1830 in militaire dienst gaat.

● Pierre Etienne Chartier de Fontenille, 5 januari 1814, Den Haag
Hij komt op 7 november 1823 met zijn vader, moeder en zusje aan in het bedelaarsgesticht op de Ommerschans, vanuit Utrecht, en krijgt het bedelaarsnummer 1211, dat later wordt veranderd in 477. Zie voor de signalementen van vader, moeder en Pierre Etienne plus de belevenissen van de familie op de Ommerschans deze pagina.
Op 26 april 1828 schrijft de directeur der koloniŽn, invnr 90 scan 376, dat Pierre Etienne, dan de enige overlevende uit het gezin, in Frederiksoord is aangekomen. Hij zal vandaar naar Veenhuizen worden gezonden, maar de directeur hoopt dat hij hem op Wateren mag plaatsen. Te Veenhuizen krijgt Pierre Etienne het weesnummer 1458.
De permanente commissie bespreekt en beantwoordt dit op 13 mei 1828. Dat heb ik niet gezien, maar ik neem aan dat het akkoord is, want hij komt 24 mei 1828 op het Instituut, waar hij het k-nummer 9 krijgt. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij wordt op 27 augustus 1830 ontslagen, volgens invnr 1410 om in militaire dienst te gaan. Dat wordt bevestigd door het overzicht van in 1830 met ontslag vertrokken kwekelingen, invnr 114 scan 27, waarin staat dat hij - hoewel pas 17 jaar oud - 'in militaire landdienst getreden' is.

● Christiaan Jacob Coldewijn, 3 februari 1830, Amsterdam
Hij komt 7 oktober 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1743. Hij komt 11 mei 1844 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 47. Hij gaat, gelijk met zijn broer Hendrik, terug naar Veenhuizen op 5 maart 1847. Van daar wordt hij op 6 mei 1850 ontslagen.

● Hendrik Coldewijn, 19 juni 1828, Amsterdam
Hij komt 7 oktober 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1735. Hij komt 14 april 1845 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 8. Hij gaat, gelijk met zijn broer Christiaan Jacob, terug naar Veenhuizen op 5 maart 1847. Van daar deserteert hij op 29 maart 1847, maar hij wordt de volgende dag al weer teruggebracht. Op de zitting van de tuchtraad van 31 maart 1847 laat hij weten 'te zijn ontvlugt omdat hij tegenzin in zijne tegenswoordige verblijfplaats heeft'. Hij vertrekt uit Veenhuizen met ontslag op 3 augustus 1848.

● Jacobus Coldewijn, 5 februari 1826, Amsterdam
Hij komt 7 oktober 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1734. Hij komt 1 juni 1843 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 66. Hij behoort tot de jongens die in 1845 voor de dienstplicht moeten loten, maar die 'uit andere hoofde dan om ligchaamsgebreken aanspraak op vrijstelling vermeenen te hebben'. Daarover meldt de Instituteur, invnr 301 scan 42: 'Zijnde de zoon van Jacob Coldewijn en van Christina Johanna Coeijaard, de eerste woont nog te Amsterdam en de laatste is daar in 1841 overleden. Jacobus meent vrijspraak van de dienst te kunnen bekomen, naardien zijn oudere broeder Pieter Jacob, in 1843 te Amsterdam een dienstplichtig nummer heeft getrokken en daarna bij de infanterie te Leijden ingelijfd is ofschoon men niet weet bij welk regiment.' Hij vertrekt met ontslag op 8 april 1846. Na het ontslag is hij volgens het overzicht van in 1846 ontslagen jongens, invnr 339 scan 97, 'knecht bij eenen kleermaker te Amsterdam'.

● Pieter Cornelis Cramer, 27 mei 1832, Amsterdam
Hij staat in de kwekelingenregisters als Kramer, maar wiewaswie geeft Cramer. Hij komt 22 maart 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1320. Hij komt 30 april 1846 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 15. Hij gaat om onbekende reden terug naar Veenhuizen op 13 januari 1849. Van daar vertrekt hij met ontslag op 9 april 1852.

● Lodevicus Philippus Craus, 14 september 1820, Alkmaar
Hij komt 4 augustus 1831 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 652. Daar houdt hij zich november 1838 bezig met veldarbeid, invnr 201 scan 318. Hij komt 23 september 1833 van het eerste gesticht naar het Instituut, invnr 140 scan 507, en krijgt het k-nummer 25. Hij gaat 27 september 1838 naar het eerste gesticht te Veenhuizen, maar ik weet niet waarom. Pal daarop, op 16 oktober 1838 geeft het ministerie van Binnenlandse Zaken, na consultatie met het gemeentebestuur van Alkmaar, toestemming hem te ontslaan, invnr 200 scan 501, en ik denk dat dat de reden voor zijn overplaatsing is, anders is het wel erg toevallig. Op 30 oktober 1838 vertrekt hij met ontslag, maar volgens invnr 191 scan 196 is dat voor de militaire dienst. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij dat Craus na zijn ontslag 'boereknecht bij Alkmaar' is, maar heeft hij geen recente informatie.

● Hendrik van Dee, 15 februari 1830, Dordrecht
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Hendrik Dekker, 6 december 1836, Hervormd, Amsterdam
Hij komt 22 december 1843 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 424. Hij wandelt op 4 mei 1852 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 36. Hij vertrekt met ontslag op 29 maart 1856.

● Wilhelm Wouter Dettingmeijer, 12 januari 1827, Luthersch, Amsterdam
Hij komt 30 mei 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2039. Hij wandelt op 9 mei 1842 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 68. Hij gaat 1 maart 1847 zijn dienstplicht vervullen, maar is 13 maart alweer terug. Hij vertrekt met ontslag op 10 augustus 1848.

● Johannes Fredericus Diekman, 12 maart 1838, Hervormd, Amsterdam
Hij komt 7 april 1848 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1900. Hij wandelt op 28 april 1853 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 54. Hij vertrekt met ontslag op 3 april 1858.

● Jacobus van Diement, 30 januari 1814, Amsterdam
De achternaam staat in de wezenregisters met een 'd' op het eind. Hij komt 23 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 618. Hij wandelt op 16 juli 1832 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 37. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 2,99Ĺ uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Hij gaat terug naar het eerste gesticht te Veenhuizen op 1 oktober 1834, maar ik weet niet wat hij daar gaat doen, en van daar wordt hij 13 april 1835 ontslagen. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij dat Jacobus van Diement in 1834 is 'aangeloot in militaire dienst'.

● Victor van Dijck, in 1810, Rotterdam
Hij komt op 14 maart 1823 in de kolonie aan op een contract met F. Smeer, koopman te Rotterdam, afgesloten 9 februari 1823 voor 60 gulden per jaar (contract E23). en wordt ondergebracht bij kolonisten in Frederiksoord. Hij behoort tot de eerste lichting kwekelingen op 28 juni 1824, maar het is onbekend welk k-nummer hij heeft. Op 11 juli 1825, invnr 75 scan 158, schrijft D. Smeer dat de ouders van Van Dijck hem niet weer naar de kolonie willen zenden (blijkbaar is hij met verlof in Rotterdam) en dat het contract daarom wordt beŽindigd. De officiŽle beŽindiging is 19 juli 1825.

● David van Dijke, 24 december 1840, Vlissingen
Zijn moeder Dina Cornelia Weijermans, kroeghoudster, is op 2 juni 1851 overleden te Terneuzen, zijn (mogelijke) vader David van Dijke dient in het vreemdelingenlegioen en zal 23 oktober 1859 in het militair hospitaal te Algerije aan de cholera overlijden. Hij komt 31 augustus 1852 (tegelijk met twee zussen, een jongere zus komt vier jaar later) in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Armen- Gast en Weeshuis te Vlissingen, krijgt het B-nummer 417d en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt vanuit Veenhuizen op 2 februari 1855 in het Instituut, waar hij het k-nummer 11 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 31 maart 1860.

● Johannes Annes Dijkstra, 22 februari 1832, Heerenveen
Hij komt 8 mei 1844 (tegelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 535. Hij komt 30 april 1846 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 30. Op 3 juli 1848 deserteert hij samen met zijn broer, waarbij hij kledingstukken meeneemt 'andere toebehoorende, die echter bij zijne terug brenging van desertie aan de eigenaren zijn terug gegeven'. Die broer wordt het eerst gepakt, Johannes Annes blijft op vrije voeten tot 17 augustus 1848 en wordt door de Instituteur meteen naar Veenhuizen gestuurd 'ten einde alhier voor het plegen dezer misdrijven voor de Raad van Tucht teregt te staan'. Bij de tuchtraad van 2 september 1848 krijgt hij acht dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water en brood. Daarna blijft hij in Veenhuizen tot hij 16 maart 1852 ontslagen wordt.

● Petrus Annes Dijkstra, 21 juni 1834, Heerenveen
Hij komt 8 mei 1844 (tegelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 536. Hij komt 10 mei 1848 naar het Instituut, waar zijn broer dan al twee jaar is, en krijgt het k-nummer 6. Op 3 juli 1848 deserteert hij samen met zijn broer. Hij wordt als eerste teruggebracht op 6 augustus 1848 en moet 20 augustus 1848 terug naar Veenhuizen. Een tuchtzitting over zijn desertie heb ik niet gevonden, wat vreemd is want zijn broer moet wel terechtstaan. Hij blijft in Veenhuizen tot hij 25 maart 1854 met ontslag vertrekt.

● Abraham Daniel Dinkla, 22 september 1822, Amsterdam
Hij komt 16 juni 1831 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1858. Hij komt 4 mei 1838 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 38. Hij vertrekt met ontslag op 21 mei 1842. Volgens het overzicht van in 1842 ontslagen jongen, invnr 278 scan 118, werkt hij daarna 'bij den burgerstand in Amsterdam.'

● Frederik Willem Dirker, 24 augustus 1823, Amsterdam
Hij komt terecht in het koloniale onderwijs en heeft een eigen pagina op het onderwijs-gedeelte.

● Jan Cornelis Dirks, 18 november 1841, Enkhuizen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Johannes Dirks, 6 april 1833, Amsterdam
Hij komt 1 juni 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 900. Hij komt 2 mei 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 35. Hij deserteert 20 augustus 1850, is weer terug op 25 augustus 1850 en gaat dan naar Veenhuizen op 14 september 1850. Er is geen tuchtzitting over die desertie gevonden. Hij verlaat Veenhuizen met ontslag op 8 april 1853.

● Teunis van Doesburg, 1 oktober 1811, Tiel
Hij staat in het kwekelingenregister met invnr 1611 als Teunis Doesburg, dus zonder 'van'. Hij komt 10 augustus 1828 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 6. Hij komt 11 maart 1830 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 16. Hij wordt 15 april 1831 aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 113 scan 387. Hij vertrekt 14 mei 1831 en wordt volgens het overzicht van in 1831 vanuit Wateren ontslagen kinderen, invnr 124 scan 346, 'den 14 Mei 1831 voor de militaire dienst ontslagen'.

● Abraham Daniel Donker, 2 februari 1823, Amsterdam
Hij komt 16 juni 1831 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 612. Hij komt 27 april 1837 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 74, maar vertrekt al met ontslag (14 jaar oud) op 6 november 1837. In het overzicht van in 1837 vertrokken kwekelingen, invnr 191 scans 210-211, staat dat hij is ontslagen 'op verzoek zijner bloedverwanten, welke woonachtig zijn te Amsterdam'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij: 'door H.H. Regenten terug gevraagd als kind' en heeft hij geen recentere informatie.

● Willem Drebbe, 8 augustus 1816, Den Haag
Hij komt 5 april 1830 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 190. Hij komt 27 augustus 1831 vanuit het eerste gesticht naar het Instituut en krijgt het k-nummer 16. Hij wordt 12 april 1833 aangenomen tot lidmaat van de  Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 135 scans 510-511. Hij gaat naar het derde gesticht te Veenhuizen op 1 oktober 1834, maar het is mij (nog) niet bekend waarom hij daar naar toe gaat. Hij wordt op 5 april 1836 uit de kolonie ontslagen. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij dat Drebbe na zijn ontslag 'tuinmansknecht bij den Haag' is.

● Janus Meijer Drees, 17 maart 1815, Hillegom
Hij staat in het begin steeds vermeld als Janus Meijer, het Drees komt er pas later bij. Hij komt terecht in het koloniale onderwijs en heeft een eigen pagina op het onderwijs-gedeelte.

● Wilhelm Dres, 1 november 1830, Herst. Amsterdam
Hij komt 25 april 1845 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 856. Hij komt 29 mei 1847 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 57. Hij deserteert 16 augustus 1847, maar is 17 augustus weer terug, hij deserteert opnieuw 28 augustus 1847 en is 3 september 1847 weer terug. Een tuchtzitting over die deserties is niet gevonden. Hij blijft in Wateren en vertrekt daar op 29 juni 1850 met ontslag.

● Johannes Frederik Droom, 7 maart 1816, Amsterdam
Hij komt 21 augustus 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 160. Hij komt 27 augustus 1831 vanuit het eerste gesticht naar het Instituut en krijgt het k-nummer 37. Hij staat op de lijst van kwekelingen van 26 maart 1832 in invnr 1544, maar op 16 juli 1832 neemt een ander zijn k-nummer over, dus hij moet tussen die twee data uit Wateren vertrokken zijn en weer naar Veenhuizen gegaan zijn. Daar vertrekt hij met ontslag op 8 juni 1836.

● Alexis Dubois, 13 juli 1832, Hervormd, Den Haag
Hij komt 1 juni 1843 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 126. Hij komt 17 september 1846 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 65. Hij vertrekt met ontslag op 30 april 1852.

● Jacobus Duijzend, 16 juni 1816, Amsterdam
Hij komt 21 augustus 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 218. Hij komt 27 augustus 1831 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 36. Op een lijst van aanwezige kwekelingen bij een inspectie op 30 september 1833, invnr 140 scans 504-505, is hij niet in het Instituut zelf, maar bij de 'koeijen'. En ook op de aanwezigenlijst bij een inspectie op 1 oktober 1835, invnr 163 scans 9-10, is hij bij de 'koeijen'. Hij vertrekt met ontslag op 5 april 1836. Het overzicht van in 1836 vertrokken kwekelingen, invnr 179 scans 575-576, meldt: 'Den 5 April 1836 ontslagen en dient bij een boer in de nabijheid van Amsterdam.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Jacobus Duijzend na zijn ontslag 'dienstbaar bij Amsterdam' is, maar inmiddels werkt als 'knecht in eene gaarkeuken te Haarlem'.

● Pieter Duurman, 14 februari 1817, Gereformeerd, Hillegom
Hij komt 27 maart 1828 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 68. Hij komt 16 juli 1832 uit het eerste gesticht naar het Instituut, waar hij het k-nummer 13 krijgt. Op 13 december 1836 wordt hij overgeplaatst naar hoeve 2 van Frederiksoord. Dat is bij de familie Verboom. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij dat Pieter Duurman dan 'adsistent-boekhouder te Frederiksoord' is. Met dat werk verdient hij twee gulden per week. Hij wordt op 1 mei 1837 in die functie overgeplaatst naar Willemsoord (en vertrekt dan bij de familie Verboom), maar keert op 31 december 1837 al weer terug en staat dan in de boeken als '1e adsistent van de boekhouder van kol 1' voor drie gulden per week. Alles goed en wel tot dat duidelijk wordt dat een dochter van de familie Verboom zwanger van hem is. Pieter Duurman weet zijn straf te ontlopen door op 28 december 1839 van de kolonie te deserteren. In het hiervoor al genoemde stuk uit februari 1841 weet van Wolda te melden dat Pieter Duurman 'later vrijwillig in zeedienst gegaan' is. Als hij in 1856 trouwt is hij foerier bij de mariniers. Het onechte kind van hem en de dochter Verboom trouwt later te Vledder met een kolonistendochter. Zie ook de pagina Verboom onder het tussenkopje Pieter Duurman.

● Willem Dweelaard, 17 oktober 1841, Haarlem
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Anthonie Edel, 29 oktober 1821, Amsterdam
Hij komt 17 juni 1832 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 356. Hij komt naar het Instituut op 4 mei 1838 en krijgt het k-nummer 28. Hij verlaat het Instituut en de koloniŽn met ontslag op 3 april 1841, waarna hij volgens de lijst van de in 1841 ontslagen jongelingen, invnr 261 scan 460, kleermakersknecht te Diever is. Men dacht in Amsterdam eerst dat hij na zijn ontslag zoek was en nog naar Amsterdam terug moest komen, maar dat wordt opgelost door Jan Hessels van Wolda, invnr 244 scans 427-428. Als Can Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij dat Anthonie Edel na zijn ontslag 'kleermaker te Diever' is en dat dat 'nog heden' het geval is.

● Jacobus Eelkes, 29 april 1826, Amsterdam
Hij komt 30 april 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1804. Hij komt 28 juni 1841 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 26. Hij vertrekt met ontslag op 8 april 1846. Na het ontslag is hij volgens het overzicht van in 1846 ontslagen jongens, invnr 339 scan 97, 'in zeedienst' getreden.

● Willem Eerhart, 26 januari 1824, Groningen
Hij komt 28 april 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1335. Hij komt 15 april 1839 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 51 krijgt. Als de directeur der koloniŽn midden 1841 vraagt om vier jongens om te werken bij de net geÔnstalleerde stoommachine bij het derde gesticht te Veenhuizen, is Eerhardt een van degenen die 'uit vele liefhebbers, bij het lot verkoren is'. Op 25 juni 1841 gaat hij naar het derde gesticht te Veenhuizen.
Eenmaal bij de stoommachine aan het werk geeft hij aan toch liever op het land te willen werken en nog diezelfde zomer keert hij terug in het Instituut, waar zijn k-nummer 51 nog vrij is en weer aan hem wordt toegekend. Hij wordt dus wel twee keer opgenomen, maar het leidt niet tot een tweede inschrijving. Hij gaat 15 augustus 1842 als boerenknecht naar hoeve 1 van Wateren bij de weduwe Beenen, maar wordt 28 januari 1843 overgeplaatst naar een hoeve in een van de vrije koloniŽn. Hij deserteert op 2 mei 1843, maar wordt te Groningen opgepakt en op 18 mei in Veenhuizen afgeleverd. De tuchtzitting levert hem zes dagen opsluiting om den anderen dag te water en brood op. Volgens het wezenregister met invnr 1413 komt hij ook nog in de strafkolonie, maar in die registers heb ik hem niet kunnen vinden. Hij blijft in Veenhuizen en verlaat de koloniŽn met ontslag op 5 april 1844.

● Johannes van Eijbergen, 11 januari 1831 te Rotterdam, Amsterdam
Hij komt 19 juli 1839 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 369. Hij komt 23 maart 1843 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 19. Hij vertrekt met ontslag op 29 maart 1851.

● Ernest Christiaan van Eindhoven, 14 april 1824, Middelburg
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Casper Einikel, 7 november 1814, Hervormd, Amsterdam
Hij komt 28 juni 1827 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1327. Hij komt 1 april 1833 naar het Instituut en krijgt (als eerste) het k-nummer 75. Hij vertrekt met ontslag op 4 april 1835. Het overzicht van in 1835 ontslagen kwekelingen, invnr 167 scan 512, meldt: 'Den 4 April 1835 ontslagen, dient bij een papierfabriek te Amsterdam'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Casper Einikel na zijn ontslag 'dienstbaar bij eene papierfabryk te Amsterdam' is, maar heeft hij geen recentere informatie.

● Jacob Eliam, 4 juni 1836, Amsterdam
Jacob Eliam is twaalf jaar en in zijn jonge leventje al drie keer in de bedelaarsgestichten geweest als hij op 20 juni 1848 ten vierde male de Ommerschans binnenkomt. Hij heeft op scan 120 van toegang 0137.01 invnr 432 het bedelaarsnummer 2716 en staat ingeschreven als Jacob Vlaanderen. Dat laatste kan gezien zijn geboortedatum niet kloppen, want zijn ouders Hendrik Vlaanderen en Maria Eliam zijn in 1834 gescheiden. Hij is bij die opnames steeds vergezeld van zijn moeder en twee oudere (half)zussen die wel terecht de naam Vlaanderen dragen. Ze komen vanuit Zwolle dus dit zal een vrijwillige opname zijn. Moeder Maria Eliam overlijdt 10 februari 1849 op de Ommerschans, de (half)zussen gaan hun eigen weg (die steeds weer naar het bedelaarsgesticht zal voeren) en Jacob wordt 26 mei 1849 opgenomen in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat. Hij wordt (terecht) ingeschreven als Jacob Eliam en hij krijgt het weesnummer 2229. Hij gaat 10 juli 1851 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 28 draagt. Hij blijft bijna zeven jaar tot zijn ontslag op 3 april 1858.

● Jacobus Emanuel, in december 1815, Amsterdam
zie ook hier. Hij komt 27 april 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1002. Hij komt 16 juli 1832 naar het Insriruur en krijgt het k-nummer 48. Op de lijst van voorgevallen veranderingen te Wateren in augustus 1833, invnr 140 scan 506, is genoteerd: 'Den 13 Augustus 1833 voor de Nationale Militie te Groningen opgeroepen'. En het overzicht van in 1833 ontslagen jongens, invnr 145 scan 270, meldt 'als loteling uitgetrokken, te lande'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Emanuel is 'aangeloot in militaire dienst', maar dat hij inmiddels is 'vertrokken naar de Oost'.

● Hendrik Emeis, 17 januari 1814, Leiden
Hij staat op een paginaatje puzzelen met de drie broertjes Emeis.

● Johan David Emeis, 26 januari 1810, Leiden
Hij staat op een paginaatje puzzelen met de drie broertjes Emeis.

● Johan Jacob Emeis, 1 juni 1812, Leiden
Hij staat op een paginaatje puzzelen met de drie broertjes Emeis.

● Martinus Enchelmaijer, 11 maart 1831 te Den Helder, Amsterdam
Hij komt 9 mei 1839 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 176. Hij komt 14 april 1845 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 25. Hij vertrekt met ontslag op 1 of 2 april 1851. Bij zijn huwelijk in 1858 is hij veldwachter.

● Jan Gerardus Engelbert, 5 juli 1817, Amsterdam
Zijn achternaam staat met een 'd' in plaats van een 't' op het eind in de wezenregisters. Hij komt 3 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 505. Hij komt 16 juli 1832 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 23. Het overzicht van in 1838 ontslagen jongens, invnr 205 scans 276-277, meldt: 'Den 5 april 1838 ontslagen en dienende bij den boer in Groningerland.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij ook dat Engelbert na zijn ontslag 'boereknecht bij Groningen' is, maar heeft hij geen recentere informatie.

● Jacobus van Engelen, 27 september 1816, Amsterdam
Hij komt 21 augustus 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 225. Hij komt 26 maart 1831 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 63. Uit het tweede mapje met het opschrift '1833' van het personeelsregister met invnr 1007 blijkt dat hij tijdelijk werkzaam is als 'adsistent' te Wateren. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 3,64 uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. In zijn jaarverslag over 1835, zie hier, schrijft Van Wolda dat 'in het afgeloopene jaar, den Kweekeling Jacobus van Engelen, oud 19 jaren, bestedeling van Amsterdam, die voor het landwerk min geschikt is, zich, als onderwijzer der kleinen van de dagschool, die ook door de kinderen der huisgezinnen van Wateren bezocht wordt, zeer verdienstelijk [maakte], zich gedragende en den kinderen onderwijzende en een voorbeeld gevende, gelijk ouders zulks voor hunne kinderen wenschen mogen'. Hij gaat 13 juni 1836 naar het derde gesticht te Veenhuizen. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij dat Jacobus van Engelen dan 'schrijver te Veenhuizen' is. Hij vertrekt vanuit Veenhuizen met ontslag op 16 mei 1837. In het hiervoor genoemde stuk uit februari 1841 meldt Van Wolda dat Van Engelen later 'schrijver te Nijverdal' is.

● Antonie Engels, 16 november 1833, Haarlem
Hij komt 9 oktober 1842 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2169. Hij komt 14 september 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 9. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 29 januari 1851. Van daar vertrekt hij met ontslag op 18 februari 1851.

● Johan Wilhelm Engelsma, 26 december 1821, Amsterdam
Hij komt 2 november 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 857. Hij komt 2 maart 1835 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 14. Het overzicht van in 1840 ontslagen jongens, invnr 239 scan 793, meldt: 'Den 11 july ontslagen voor de N.M., doch dadelijk met onbepaald verlof gegaan zijnde, is dezelve naar zijne familie gereisd te Amsterdam.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij alleen dat Johan Wilhelm Engelsma in 1840 is 'aangeloot in militaire dienst' en heeft hij geen recentere informatie.

● Hendrikus Enninga, 25 januari 1824 te Franeker, Harlingen
Hij komt 9 september 1832 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1415. Van daar komt hij 13 mei 1839 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 12 krijgt. Hij gaat na vijf jaar met ontslag op 21 mei 1844, 20 jaar oud, en is daarna volgens de Naamlijst van in 1844 ontslagen jongelieden met vermelding van derzelver bestemming, Invnr 307 scan 255-256, buiten Haarlem tuinmansknecht.

● Pieter Antonie Erkelens, 9 december 1831, Den Haag
Hij komt 12 april 1845 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 814. Hij komt 2 juni 1846 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 50. Hij vertrekt met ontslag op 29 maart 1851.  

● Albert Andries Everts, 7 februari 1841, Groningen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Cornelis Everwinnink, 3 oktober 1843, Nieuwer Amstel
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Thomas Ewold, 1 augustus 1816, Amsterdam
Hij is een vondeling en hij komt 21 augustus 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 206. Hij komt 2 augustus 1832 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 53. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 2,57 uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Hij gaat over naar het derde gesticht te Veenhuizen op 10 december 1836. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij dat Thomas Ewold dan 'schrijver te Veenhuizen' is. Hij vertrekt uit de koloniŽn met ontslag op 28 april 1838. In het hiervoor genoemde stuk uit februari 1841 schrijft Van Wolda dat Ewold later 'dienstknecht bij den burgemeester te Assen' is. NB: Het graf van Thomas Eewold te Assen is zo'n tien jaar geleden door een nazaat gerestaureerd en opgeknapt.

● Johannes Hendrikus Petrus Falee, 25 juni 1834, Amsterdam
Hij is een vondeling en hij komt 24 mei 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1510. Hij komt 1 juni 1849 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 77. Hij moet in militaire dienst op 21 maart 1855.

● Geert Feenstra, 14 januari 1831, Sneek
Hij komt 28 april 1838 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1447. Hij komt 14 september 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 41. Hij vertrekt met ontslag op 12 mei 1852. .

● Jacob Feenstra, 3 juni 1836, Amsterdam
Hij komt 21 september 1850 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 380. Hij deserteert 16 juli 1851, maar is 19 juli weer terug. Hij komt 4 mei 1852 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 30 krijgt. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 22 februari 1853. Vanuit Veenhuizen deserteert hij definitief op 23 augustus 1855.

● Willem Benjamin Feltman, 1 november 1834, Amsterdam
Bij besluit van 9 januari 1855 N34 wordt het geboortejaar 1835 in het stamboek van op contract gevestigde koloniebewoners met invnr 1389 doorgestreept en vervangen door 1834. Hij komt 27 juli 1848 in de kolonie aan op het contract E 225 voor 60 gulden per jaar met Mej. D. Feltman te Amsterdam, krijgt het B-nummer 1011 en wordt met het weesnummer PK 37 ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt 1 mei 1849 in het Instituut, waar hij het k-nummer 1 krijgt. Hij deserteert op 22 september 1850, maar is 24 september weer terug en moet op 27 september 1850 naar Veenhuizen.
Bij de tuchtraad van de volgende dag, 28 september 1850, blijkt dat hij bij zijn vlucht had meegenomen 'van de bleek' (= het grasveldje waarop wasmeid Doore Reijer het gewassen goed te drogen legt):
'3 stuks hembden
4 stuks doeken
1 stuk onderbroek
& 1 paar Kousen'.
Hij is er tijdens zijn vlucht niet in geslaagd de goederen te verkopen, zodat de tuchtraad kan melden dat de 'goederen echter wederom zijn teregt gekomen'.
Bij diezelfde tuchtraad wordt gemeld 'dat den Instituteur dezen jongeling van een doorgaand slecht gedrag doet kennen'. Om die reden veroordeelt de raad hem niet alleen tot de gebruikelijke acht dagen opsluiting, maar stelt ze ook voor hem te verbannen naar de strafkolonie op de Ommerschans.
De permanente commissie gaat daarmee akkoord en op 3 oktober 1850 is hij op de schans. Hij deserteert daarvandaan op 8 augustus 1851, maar is weer terug op 13 augustus. Na drie jaar in de strafkolonie mag hij op 15 november 1853 terug naar Veenhuizen, van waar hij op 9 juli 1854 met ontslag vertrekt.

● Joost Dirks Fenema, 17 juni 1822 te Nijehaske, Haskerland
Hij komt 9 september 1832 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1366. Hij komt 23 september 1833 van het eerste gesticht naar het Instituut, invnr 140 scan 507, en krijgt het k-nummer 6. (...) Uit het vierde mapje met het opschrift '1838' van het personeelsregister met invnr 1007 blijkt dat hij een tijdje werkt als 'schrijver' te Wateren voor É 88,40 per jaar. (...)
Volgens het overzicht van in 1842 ontslagen jongen, invnr 278 scan 118, is hij daarna 'in dienst bij den burgerstand in Vriesland.'

● Johannes Ferkenius. 11 april 1830, Amsterdam
Hij komt 14 augustus 1837 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1113. Hij wandelt op 20 juli 1848 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 29. Hij vertrekt met ontslag op 29 juni 1850.

● Egge Hendriks Flap, 4 oktober 1831, Midwolda
Hij komt 24 juni 1846 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1210. Hij deserteert in 1846 twee keer, van 7 tot 15 september, en van 16 tot 18 november. Hij wandelt op 4 maart 1847 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 66. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 5 juni 1847. Van daar wordt hij 30 maart 1852 ontslagen.

● Herman Johannes Flutsch, 16 september 1830, Amsterdam
Hij komt 25 maart 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1386. Hij wandelt op 3 juli 1847 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 34. Hij deserteert 16 augustus 1847 en wordt de volgende dag weer teruggebracht. Er is geen tuchtzitting over die desertie gevonden. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 21 november 1848. Van daar wordt hij op 1 april 1851 ontslagen.

● Gerrit Fokken, 8 november 1836 te Amsterdam, Haarlem
Hij komt 16 april 1852 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 552. Hij deserteert 10 mei 1852 'met het doel om zijne Familie te willen bezoeken', maar is 11 mei weer terug en staat diezelfde dag voor de tuchtraad, die hem veroordeelt tot acht dagen opsluiting plus betaling van  f 4,25 voor betaalde premie en transport kosten. Daarna wandelt hij op 2 september 1852 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 40. Hij blijft tot zijn ontslag op 29 maart 1856.

● Antoine Nicolaas Fortanier, 30 mei 1826 te Delft, Rotterdam
Hij komt (kortstondig) in het koloniale onderwijs terecht en heeft daarom een eigen pagina op het onderwijs-gedeelte.

● Stephen Jan Willem Arnold Franken, 4 december 1836 te Oudewater, Deventer
Hij komt 13 november 1849 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 192. Hij komt 17 juni 1850 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 54 krijgt. Bij besluit van 12 juli 1852 N6 wordt hem 1 maand verlof verleend en hij wordt formeel ontslagen op 6 oktober 1852.

● Anthony Gerardus Frantzen, 28 oktober 1839, Monnickendam
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Pieter Frantzen, 5 december 1837, Monnickendam
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Freerk Nicolaas Freerks, 24 september 1837, Groningen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Roelf Freerks, 30 januari 1842, Groningen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Hendrik Gaarling, 23 juli 1816, Amsterdam
In de wezenregisters 1410, 1411 en 1413 wordt zijn naam gespeld als Guarling, maar dat lijkt mij een misvatting. In allekolonisten.nl ontbreken zijn vermeldingen als Gaarling/Guarling in de invnrs 1410 en 1411. Hij komt 28 juni 1827 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1306. Hij komt 10 april 1831 vanuit het derde gesticht naar het Instituut en krijgt het k-nummer 59. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 2,93Ĺ uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Het overzicht van in 1835 ontslagen kwekelingen, invnr 167 scan 513, meldt: 'Den 15 July 1835 voor de dienst der Nationale Militie ontslagen en te Groningen ingelijfd'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Hendrik Gaarling in 1835 is 'aangeloot in militaire dienst', maar dat hij inmiddels korporaal is .

● Arent Garsen, 21 september 1839, Goor
Hij komt 21 maart 1855 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 923. Hij komt 5 juli 1855 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 10 krijgt. Hij vertrekt (17 jaar oud) met ontslag op 24 oktober 1856. Hij is in zijn latere leven wever, arbeider en landbouwer te Delden.

● Gerrit Geardes, 29 februari 1832, Amsterdam
De naam staat in invnr 1583 als Gerardus en in invnr 1611 als Geardus, maar ik houd mij aan de spelling in het wezenregister met invnr 1412. Hij komt 25 april 1846 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1111. Hij komt 29 mei 1847 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 62 krijgt. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 29 juli 1848. Vanuit Veenhuizen vertrekt hij pas op 27-jarige leeftijd met ontslag op 28 juli 1859

● David de Gee, 4 oktober 1824, Den Haag
Hij komt 1 december 1837 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1199. Hij komt 14 oktober 1839 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 5. Hij gaat 4 augustus 1843 in militaire dienst. Volgens het overzicht van in 1843 ontslagen jongens, invnr 296 scan 360, is hij 'opgeroepen voor de Nationale Militie, is ingelijfd en heeft geteekend.'

● Andries van Geluk, 12 november 1832 te Soerabaya, Amsterdam
Hij komt 7 oktober 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1748. Hij komt 4 maart 1850 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 45 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 30 april 1852.

● Pieter Karel van Gemert, 4 januari 1802, Den Haag
Hij komt 15 juli 1821 in de kolonie aan op een of ander contract met Den Haag en wordt ondergebracht bij kolonisten in Wilhelminaoord. Hij komt 28 juni 1824 (volgens de kolonistendatabase 29 juni) naar het Instiruur, waar hij het k-nummer 22 krijgt. Hij wordt 7 april 1828 'gedetacheerd te Veenhuizen'. Hij werkt daar als 'opziener bij den landbouw' bij het tweede gesticht. Zie verder over zijn uiterst roerige carriŤre op deze pagina.

● Gerrit Gobel, 27 oktober 1839, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Dirk Johannes Goedhart, 19 augustus 1842 te Rotterdam, Gouda
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Marinus Goeree, 21 juni 1833, Goes
Hij komt 8 juli 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1654. Hij komt al op 20 december 1847 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 22. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 20 augustus 1848. Daar overlijdt hij op 29 juli 1849.

● Marinus Goossen, 30 juli 1830, Goes
Hij komt 7 juni 1841 (tegelijk met een oudere broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1619. Hij komt 29 mei 1847 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 40 krijgt. Hij deserteert op 16 augustus 1847.

● Karel Frederik Pieters Graafland, 20 januari 1829 te Den Haag, Amsterdam
Hij komt 22 juli 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1123. Op 12 september 1840 stuurt het ministerie van Binnenlandse Zaken een geboorteakte, volgens welke blijkt dat de naam luidt als hier boven aangegeven, invnr 235 scan 289. Volgens invnr 1412 laat de permanente commissie dat op 25 september 1840 N24 aan de employťs in de kolonie weten. Hij deserteert 28 januari 1842 en wordt teruggebracht op 11 maart, en wordt daarvoor op de tuchtraad van 18 maart 1842 veroordeeld tot 'opsluiting in de straf kamer voor den tijd van acht dagen om den anderen dag te water en brood'. Hij komt 1 juni 1843 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 52. Hij vertrekt met ontslag op 28 april 1849.

● Ferdinand Gracht, 21 mei 1841, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Hendrik Diderik le Gras, 29 februari 1840, Amsterdam
Hij komt 27 april 1855 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 944. Van Veenhuizen naar het Instituut op 24 mei 1856, kwekelingnummer 12,
Hij gaat terug naar Veenhuizen op 16 april 1859, dus voor het gedoe rond de afsplitsing speelt. Hij overlijdt te Veenhuizen 28 januari 1860.

● Christiaan Martinus Groebe, 22 maart 1830, Amsterdam
Hij komt 22 mei 1837 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 791, zie ook invnr 184 scan 567. Hij komt 12 juli 1844 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 36. Hij blijft tot zijn ontslag op 2 april 1851.

● Stephanus de Groene, 4 januari 1838, Den Helder
In het wezenregister met invnr 1412 staat hij als 'de Groen' zonder 'e' op het eind, maar in wiewaswie is het 'de Groene'. Hij komt 17 april 1850 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 282. Hij komt 19 maart 1855 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 14. Hij vertrekt met ontslag op 23 maart 1858.

● Jacobus de Groot, 14 juny 1820, Harlingen
Hij komt 19 juni 1829 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1027. Hij gaat 14 juni 1836 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 74 krijgt. In oktober van dat jaar is er sprake van 'eene gepleegde kleine oneerlijkheid'. De 'daarop gevolgde verachting van de overige bevolking' is voor De Groot aanleiding om er op 23 oktober 1836, samen met de mede-kwekeling Johan Coenraad Jekel, 'heimelijk' vandoor te gaan. De twee zestienjarige jongens trekken naar Harlingen, de oude woonplaats van Jacobus de Groot, en vervolgens naar Amsterdam waar Jekel bij zijn vader intrek kan nemen. De Groot, 'afgewezen wordende, is wederom terug gekeerd naar Harlingen'. Ook daar vindt hij 'geen onderhoud, noch aanhoud' en uiteindelijk keert hij dan op 19 november 1836 terug in het Instituut te Wateren.
De Instituteur en de twee onderdirecteurs maken van het gebeurde een proces-verbaal en sturen dat op 27 november mťt Jacobus en met 'zijn zakboekje, een extract uit het rekening boek en al zijne goederen' naar het eerste gesticht te Veenhuizen. Vergezeld bovendien van het verzoek om voor Jekel en De Groot twee andere jongens te zenden. Jacobus verschijnt 10 december voor de tuchtraad van het eerste gesticht. Die beschouwt de vlucht als 'voorbedagtelijk' en veroordeelt hem tot 'opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water en brood', maar vergeet er bij te zeggen voor hoeveel dagen dat is. Na het uitzitten van zijn straf blijft Jacobus de Groot in Veenhuizen, tot hij op 20 november 1838 in dienst bij de Marine gaat. Die sturen hem echter op 1 januari 1839 terug en uiteindelijk verlaat hij de koloniŽn met ontslag op 6 april 1840.

● Karel de Groot, 6 januari 1824, Amsterdam
Hij komt 10 juni 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2134. Hij komt 13 mei 1839 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 72 krijgt. Hij wordt ontslagen op 6 april 1844, en daarna is hij volgens de Naamlijst van in 1844 ontslagen jongelieden met vermelding van derzelver bestemming, Invnr 307 scan 255, bakkersknecht te Amsterdam.

● Karel Alexander Grootsen, 23 december 1823, Amsterdam
Hij is een vondeling en hij komt 17 juni 1830 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1419. Hij komt 15 november 1838 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 3 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 17 augustus 1843. Volgens het overzicht van in 1843 ontslagen jongens, invnr 296 scan 360, werkt hij daarna als 'knecht bij eenen melkboer nabij Amsterdam.'

● Johannes Jacobus de Haas, 24 juli 1824, Rotterdam
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Jan Haijkens, 3 juli 1811, Groningen
Hij komt 28 oktober 1821 in de kolonie aan op het contract met de Armbestuurderen der Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 483 en wordt ondergebracht bij kolonisten in de vrije koloniŽn. Hij komt 27 november 1827 naar het Instituut, waar hij wordt ingeschreven als 'Eijkens of Haijkens' en het k-nummer 7 krijgt. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij wordt aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder op 7 april 1832, invnr 135 scan 441. Hij gaat na vijfenhalf jaar met ontslag op 22 april 1833. Volgens het overzicht van in 1833 ontslagen jongens, invnr 145 scan 270, werkt hij daarna als 'boereknecht' in de provincie Groningen. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Haijkens na zijn ontslag boerenknecht in Groningen is, maar meldt hij ook dat hij 'naderhand vrijwillig in dienst gegaan' is.

● Aart ter Hal, 4 augustus 1839, Haarlem
Hij komt 7 april 1848 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1869. Hij komt 8 september 1853 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 17 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 2 april 1859.

● Johannes Teunis Hameijer, 6 maart 1823, Den Haag
Hij komt 21 juni 1833 (tegelijk met broer Johannes Willem en een jongere broer en zus, welke laatste beiden te Veenhuizen overlijden) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 703. Hij komt 13 augustus 1835 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 43. Of hij of zijn broer (er staat alleen 'J. Hameijer') krijgt volgens het kasboek december 1838 van Wateren, invnr 204 scans 20-22. É 0,29 'uitschot voor lampkatoen' dat hij blijkbaar ergens moet gaan kopen. Hij gaat om mij onbekende reden terug naar Veenhuizen op 13 augustus 1842, waarna hij op 19 april 1843 ontslagen wordt.

● Johannes Wilhelm Hameijer, 1 mei 1820, Den Haag
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Frederik Hanneman, 27 januari 1814, Schiedam
Hij komt in de koloniale onderwijs terecht en heeft een eigen pagina op het onderwijs-gedeelte.

● Martinus Harmens, 19 augustus 1832, Amsterdam
Hij komt 16 maart 1848 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1846. Hij komt 10 mei 1848 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 72 krijgt. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 15 mei 1849. Daar deserteert hij in 1851 twee keer, voordat hij op 4 oktober 1851 in militaire dienst gaat.

● Willem Harting, 17 september 1842, Den Haag
Hij komt 16 december 1856 in de kolonie aan op het contract met de Burgemeesteren der stad 's Gravenhage, krijgt het B-nummer 425 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt 12 april 1858 naar het Instituut en is de laatste drager van het k-nummer 14. Hij gaat 31 maart 1860 met ontslag, 17 jaar pas dus vermoedelijk naar familie.

● Adrianus Albert Hartog, 18 juli 1837, Zaandam
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Jan Harttekamp, 2 maart 1833, Amsterdam
Hij is een vondeling en hij komt 24 mei 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1478. Hij komt 3 mei 1851 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 13. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 5 oktober 1852. Vanuit Veenhuizen vertrekt hij met ontslag op 14 april 1854.

● Jan Has, 15 mei 1830, Zaandijk
Hij komt 1 maart 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1360. Hij komt 29 maart 1849 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 35. Op 25 augustus 1849 N6 wordt besloten dat hij met onbepaald verlof mag en hij wordt formeel ontslagen op 27 april 1850.

● Willem Johannes Hazenbroek, 13 september 1829, Gouda
Hij komt 13 juni 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1624. Hij komt 2 mei 1844 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 1 krijgt. Hij vertrekt 7 april 1849 met ontslag.

● Hendrik Leendert de Heer, 27 september 1845, Tholen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Pleun de Heer, 20 januari 1843, Tholen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● FranÁois Johannes Wilhelmus Heghuizen, 18 september 1829, Dordrecht
Hij komt 29 december 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1834. Hij wordt 16 (invnr 1413) of 21 (invnr 1389)  december 1843 overgeschreven op het contract met de Burgemeesteren der stad Dordrecht, krijgt het B-nummer 181 en blijft gewoon in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij deserteert 21 oktober 1848 en is weer terug op 23 oktober 1848 en verschijnt 27 oktober voor de tuchtraad. Hij 'geeft als reden zijner desertie op, hij te zwaren arbeid op het land moest verrigten, voor welke hij geene genoegzame belooning ontving'. Hij deserteert opnieuw op 17 februari 1849 en is weer terug op 25 februari 1849 en staat 27 februari 1849 voor de tuchtraad wegens 'desertie voor de 2 maal' en de verkoop van '1 zwart voerlaken buis 1 Taille, 1 zwart voerlaken broek 2 Taille, 1 katoene Onderbroek 2 Taille, tarief waarde f 7.10'. Hij gaat 15 juni 1849 in mlitaire dienst, maar is weer terug op 26 juni 1849. Hij komt 8 juli 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 14. Hij gaat al weer terug naar Veenhuizen op 14 september 1850. Vanuit Veenhuizen vertrekt hij met ontslag op 27 april 1852.

● Thomas Heiblom, 22 maart 1839, Deventer
Op scan 92 van toegang 0137.01 invnr 431 is te zien dat hij op 10 november 1847 door de stad Deventer wordt afgeleverd bij de Ommerschans en hij bedelaarsnummer 4539 krijgt. Daarbij staat vermeld dat hij een kind is van ene Dina Eiblom, nummer 3845 op scan 296 van toegang 0137.01 invnr 432, die 6 dagen eerder vanuit Arnhem is opgebracht, en ene Johannes Zavelkoel, nummer 3792 op scan 303 van toegang 0137.01 invnr 430, die 4 dagen eerder uit Arnhem is gekomen. Ook tot het gezelschap behoort de in 1827 geboren Nicolaas Zavelkoel, die op dezelfde scan staat als Dina Eiblom. Hoe het precies zit, weet ik niet maar ze gaan allemaal op 15 november 1847 naar Veenhuizen, waarschijnlijk om daar in gezinsverband in een woning voor bedelaarshuisgezinnen te wonen..
Daar gaat op 18 mei 1849 Nicolaas Zavelkoel in militaire dienst en daarna overlijden op 26 juni 1849 Dina Eiblom en op 26 augustus 1849 Johannes Zavelkoel. De alleen achtergebleven Thomas Heiblom wordt 3 november 1849 opgenomen in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 171. Hij gaat op 12 mei 1853 naar het Instituut waar hij wordt ingeschreven als Heyblom en hij als enige ooit het k-nummer 84 draagt. Hij verlaat de koloniŽn met ontslag op 12 mei 1859.

● Jacob Heiligers, 20 mei 1806, Delft
Het was nogal speuren naar hem en die speurtocht is hier beschreven.

● Antonie Hekhuizen, 22 november 1834, Amsterdam
In de wezenregisters staan hij en zijn broers als Hekhuysen, maar in de kwekelingenregisters consequent met 'uiz'. De drie broers komen 1 april 1843 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en Antonie krijgt het weesnummer 43. Hij komt 27 september 1848 (tegelijk met ťťn broer, de andere is er dan al) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 8. Hij wordt ontslagen voor de militaire dienst op 4 juni 1853.

● Hendrik Hekhuizen, 25 mei 1832, Amsterdam
In de wezenregisters staan hij en zijn broers als Hekhuysen, maar in de kwekelingenregisters consequent met 'uiz'. De drie broers komen 1 april 1843 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en deze krijgt het weesnummer 41. Hij komt als eerste van de broers op 3 juli 1847 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 43 krijgt. Hij vertrekt 30 april 1852 met ontslag.

● Johannes Hekhuizen, 9 december 1829, Amsterdam
In de wezenregisters staan hij en zijn broers als Hekhuysen, maar in de kwekelingenregisters consequent met 'uiz'. De drie broers komen 1 april 1843 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en deze krijgt het weesnummer 40. Hij komt 27 september 1848 (tegelijk met ťťn broer, de andere is er dan al) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 6. Hij vertrekt 7 juli 1849 met ontslag.

● Johannes Jacobus Helder, 28 maart 1839 te Deventer, Amsterdam
Hij komt 21 september 1850 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 381. Hij komt 8 september 1853 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 7 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 2 april 1859.

● Arie Hellendoorn, 18 oktober 1843, Den Haag
Hij behoort tot de jongens die uit Wateren weg moeten omdat het Instituut gaat sluiten en staat op die pagina.

● Willem Helm, 2 juni 1819, Amsterdam
Hij komt 13 november 1834 in de kolonie aan op het contract E 96 voor 60 gulden per jaar met de Regenten van het Luthersch Weeshuis te Amsterdam, krijgt het B-nummer 989 en wordt ondergebracht bij het kolonistengezin van Wijnand van der Heijden en Geertje Klaver op hoeve 7 van Frederiksoord. Hij komt 15 augustus 1835 vanuit die hoeve naar het Instituut en krijgt het k-nummer 39. Hij gaat 26 maart 1836 terug naar hoeve 7 van Frederiksoord, waar rond deze tijd de katoenweverij begint en daar schijnt Helm heel goed in te zijn. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij dat Willem Helm dan 'katoenwever te Frederiksoord' is. In 1841 wordt hij benoemd tot 'opziener der fabrijk' in Frederiksoord. Hij zal de kolonie op 13 november 1844 verlaten en trouwt met de kolonistendochter Johanna Petronella Schnoor, zie op deze pagina.

● Harmannus Hendriks, 3 juli 1833, Amsterdam
Hij komt 25 april 1845 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 855. Hij komt 1 juni 1849 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 32. Hij vertrekt met ontslag op 9 april 1853.

● Adriaan Hendrikse, 27 september 1810 te Zierikzee, Tholen
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Albert Hendriksen, 21 augustus 1841, Arnhem
Hij komt 29 november 1853 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 740. Hij komt 17 februari 1854 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 21 krijgt. Hij wordt (13 jaar oud) op 29 mei 1855 ontslagen.

● Antonie van Hengstum, 23 december 1835, Amsterdam
Hij staat in het Amsterdamse register van militairen als Hengtum dus zonder 's'. Hij komt 25 april 1846 (gelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1121. Hij wordt op 29 mei 1855 door de Instituteur teruggestuurd naar het eerste gesticht te Veenhuizen 'om te regt te staan, voor den raad van Tucht bij dit Gesticht, wegens onbehoorlijk gedrag, tijdens zijn verlof te Amsterdam, aldaar aan den dag gelegd'. Uit het verslag van de tuchtraad van 8 juni 1855 blijkt dat de kwestie is aangezwengeld door 'den boekhouder der Administratie over de stadsbestedelingen te Amsterdam, namens H.H. Regenten', welke boekhouder waarschijnlijk wel op schrift gesteld heeft om wat voor wangedrag het ging, maar dat heb ik niet gezien. Hij blijft in Veenhuizen tot hij 13 februari 1856 in zeedienst treedt, maar die sturen hem 5 maart weer terug, waarna hij op 1 april 1856 definitief met ontslag vertrekt.

● Antonie Johannes van Hengstum, 4 juni 1833, Amsterdam
Hij komt 25 april 1846 (gelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1119. Hij komt 7 maart 1851 naar het Instituut waar hij het k-nummer 20 krijgt. Hij blijft er tot zijn ontslag op 9 april 1853.

● Ferdinand Hennebule, 28 januari 1827, Amsterdam
Hij komt 30 mei 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2198. Hij komt 24 september 1842 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 43. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 5 juni 1847. Vanuit Veenhuizen vertrekt hij met ontslag op 3 augustus 1848.

● Willem Hennes, 19 november 1838, Haarlem
Hij komt 22 september 1854 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 869. Hij komt 17 april 1855 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 56 krijgt. Hij gaat 2 april 1858 in militaire dienst.

● Koenraad van Herfden, 21 april 1822, Amsterdam
Hij komt 17 juni 1832 (tegelijk met zijn broer Louis Nicolaas) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 958. Hij komt 13 augustus 1835 vanuit het eerste gesticht te Veenhuizen naar het Instituut en krijgt het k-nummer 26. Op de aanwezigenlijst bij een inspectie op 1 oktober 1835, invnr 163 scans 9-10, is hij niet in het Instituut maar met verlof. Als de directeur der koloniŽn midden 1841 vraagt om vier jongens om te werken bij de net geÔnstalleerde stoommachine bij het derde gesticht te Veenhuizen, is Van Herfden een van degenen die 'uit vele liefhebbers, bij het lot verkoren is'. Op 25 juni 1841 gaat hij naar het derde gesticht te Veenhuizen, maar al op 23 juli 1841 moet hij in militaire dienst.

● Louis Nicolaas van Herfden, 5 december 1819, Amsterdam
Hij komt 17 juni 1832 (tegelijk met zijn broer Koenraad) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 956. Hij komt 26 mei 1834 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 3. Volgens het kwekelingenregister zou hij al in september 1837 van verlof hebben moeten terugkeren, maar doet hij dat niet. Het overzicht van in 1838 ontslagen jongens, invnr 205 scans 276-277, meldt: 'Den 2 january 1838 als van verlof achtergebleven, afgeschreven en is thans in zeedienst.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij over Louis Nicolaas van Herfden: 'vrijwillig in militaire dienst gegaan; marinier'. Er staat niet bij of Van Wolda die informatie heeft van Louis Nicolaas zelf of van diens toen nog in Wateren aanwezige broer. Over zijn latere wedervaren heeft Van Wolda geen informatie. Als vertrekdatum wordt aangehouden 1 september 1837.

● Pieter den Hertog, 30 maart 1833, Gouda
Hij staat in de wezenregisters als Hartog, maar overal elders (ook op zijn geboorteakte) als Hertog. Hij komt de koloniŽn binnen op zijn tiende verjaardag, 30 maart 1843, als hij met zijn moeder (Fona of Anthonia Jongkoen, bedelaarsnummer K 769) vanuit Gouda het bedelaarsgesticht in wordt gebracht. Hij heeft bedelaarsnummer 950. Ze worden na een jaar, 30 maart 1844, ontslagen. Op 2 maart 1847 is de moeder er weer, bedelaarsnummer M 5517. Pieter waarschijnlijk ook, maar diens nieuwe inschrijving kan ik niet vinden. Op 6 maart 1847 wordt de moeder overgeplaatst naar Veenhuizen, op 16 maart 1847 wordt Pieter opgenomen in het kindergesticht en krijgt hij het weesnummer 1381. Hij komt naar het Instituut op 17 september 1849 en krijgt het k-nummer 6. Hij deserteert op 10 april 1852, en hij wordt teruggebracht naar het gesticht te Veenhuizen op 3 juli 1852. Voor de tuchtraad van 3 juli 1852 verklaart hij 'te Wateren volstrekt niet te kunnen zijn' en daarom te zijn ontvlucht. Hij wordt veroordeeld tot '8 dagen opsluiting in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood' en bovendien wordt besloten 'denzelve vervolgens hier te houden en niet naar Wateren terug te plaatsen, waar toe den Instituteur zijn verlangen heeft te kennen gegeven'. Pieter den Hertog blijft dus in Veenhuizen en verlaat dat gesticht en de koloniŽn als hij op 28 september 1853 in militaire dienst gaat.

● Dirk van Heumen, 21 september 1831, Tiel
Hij komt 17 mei 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1450. Hij komt 14 april 1845 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 17 krijgt. Hij gaat al weer terug naar Veenhuizen op 23 april 1845. Hij treedt vanuit Veenhuizen in zeedienst op 1 juni 1851, maar is weer terug op 21 juni 1851, waarna hij wordt ontslagen op 4 juli 1851.

● Jan Heurigh, 4 augustus 1833, Utrecht
Hij wordt 2 april 1846 door de stad Utrecht het bedelaarsgesticht binnengebracht en heeft in toegang 0137.01 invnr 431 het bedelaarsnummer 4374. Hij is in gezelschap van zijn vader, nummer 4367, zijn zus Carolina, nummer 4373, geboren 25 februari 1832, en zijn broer Hendrik, nummer 4375, geboren 28 juni 1835. Uit toegang 0186 invnr 335 scan 98 blijkt dat ze vrijwillig zijn opgenomen en dat betekent ook dat ze na een jaar weer weg kunnen en inderdaad staat er dat ze op 2 april 1847 worden ontslagen. Daar klopt iets helemaal niet, want in de wezenregisters staat dat op 25 maart 1848 vanuit het bedelaarsgesticht in het kindergesticht te Veenhuizen worden opgenomen Jan Heurigh, weesnummer 1860, Hendrik Heurigh, weesnummer 1864, en Carolina Heurigh, weesnummer 1859. Laatstgenoemde gaat 30 maart 1852 met ontslag. Al voor die tijd is Jan Heurigh naar het Instituut gegaan. Hij komt daar op 17 juni 1850, wordt ingeschreven als 'Jan Huigh', en krijgt het k-nummer 9. Hij gaat al na elf dagen weer terug naar Veenhuizen: 28 juni 1850. Dat is razendsnel. Hij wordt uit de koloniŽn ontslagen op 28 juni 1853, dezelfde dag dat ook zijn broer Hendrik met ontslag gaat, dus waarschijnlijk is er een afspraak gemaakt dat hij voor die jongere broer zal zorgen.

● Nicolaas van Heusden, 20 april 1806, Leiden
Over hem valt zoveel te vertellen dat ik hem een eigen pagina gegeven heb.

● Barend Johannes van den Heuvel, 10 november 1832, Amsterdam
Eerste voornaam komt ook voor als Berend. Hij komt 12 juni 1843 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 205. Hij komt 4 maart 1847 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 73 krijgt.Hij vertrekt met ontslag op 30 april 1852.

● Johannes van den Heuvel, 1 juni 1822, Amsterdam
Hij komt 18 juni 1829 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1775. Hij komt 9 april 1838 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 17 krijgt. Hij gaat 27 december 1839 over naar hoeve 2 van Frederiksoord bij de kolonist Verboom, invnr 1349 scan 3. Hij werkt als assistent van de boekhouder van Frederiksoord, als opvolger van de van de kolonie gevluchte Pieter Duurman, zie op deze pagina. Hij verhuist 16 maart 1840 naar hoeve 131, bij kolonist Jan Mulder, invnr 1349 scan 139 en invnr 1350 scan 138, en gaat dan werken als assistent bij de boekhouder van Wilhelminaoord. Dat werk verdient twee gulden per week. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 de carriŤres van ex-kwekelingen volgt, zie hier bij vel 7, meldt hij bij Jan van den Heuvel op: 'staat bevorderd te worden', en dat klopt. Op 1 april 1841 wordt hij overgeplaatst naar het eerste gesticht te Veenhuizen, maar ik heb nog niet kunnen vinden wat hij daar gaat doen en hoe lang hij het doet. Hij wordt als wees ontslagen op 19 mei 1843 en staat niet in de personeelsregisters, dus aangenomen mag worden dat hij dan vertrekt.

● Pieter Johannes Hijgenaar, 24 februari 1812, Den Haag
De naam komt binnen de kolonie ook voor als Heijgenaar. Hij komt vanuit Wateren in het koloniale onderwijs terecht en heeft een eigen pagina op het onderwijs-gedeelte.

● Leendert Hoedjes, 22 juli 1810, Haarlem
Hij komt 9 juli 1821 in de kolonie aan op het contract met De kommissie van Toezigt en Superintendentie over de Gesubsidieerde Godshuizen te Haarlem en wordt ondergebracht bij kolonisten te Willemsoord. Hij hoort tot de eerste groep jongens uit de vrije koloniŽn die op 28 juni 1824 naar het Instituut komen, hij krijgt het k-nummer 17. In 1829 krijgt hij het B-nummer 376. Hij wordt 9 juli 1830 aangenomen tot 'ledemaat der Hervormde Gemeente te Vledder', zie invnr 107 scan 598. Hij moet op 1 augustus 1830 zijn militaire dienstplicht vervullen, welke bestemming wordt bevestigd door het overzicht van in 1830 met ontslag vertrokken kwekelingen, invnr 114 scan 27.

● Aldert Pieters Hoekinga, 1 augustus 1818, Kantens
Kantens ligt in de provincie Groningen, ten noorden van de stad Groningen. Hij komt 24 november 1828 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2003. Hij komt 11 april 1836 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 58 krijgt. Het overzicht van in 1838 ontslagen jongens, invnr 205 scans 276-277, meldt: 'Den 5 April 1838 ontslagen en dient in de prov. Groningen bij den boer.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij dat Hoekinga na zijn ontslag 'boereknecht te Kantens' is en weet Van Wolda dat hij dat 'nog heden' is.

● Hendrik Hof, 13 mei 1841, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Johan Hendrik Hofman, 21 april 1837, Amsterdam
Hij komt 17 maart 1854 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 748. Hij komt 15 mei 1854 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 38. Hij blijft tot zijn ontslag op 28 maart 1857.

● Johannes Hofman, 20 januari 1805, Tholen
Hij komt 15 juni 1823 (met een heleboel Tholense weeskinderen waaronder zijn jongere broer Nicolaas) in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Weeshuis te Tholen en wordt ondergebracht bij kolonisten te Frederiksoord. Hij hoort (evenals zijn broer) bij de eerste lichting die op 28 juni 1824 naar het Instituut komt, waar hij het k-nummer 2 krijgt. In het algemeen jaarverslag, gedateerd 17 augustus 1826 en afgedrukt in de Star van augustus 1826, schrijft Johannes van den Bosch op pagina 571 van de Star over het Instituut: 'een ander jongeling, met name Joh. Hofman van Tholen, is, den ouderdom van 21 jaren bereikt hebbende, ontslagen en naar zijn geboorteplaats terug gekeerd.' Dat ontslag moet hebben plaatsgevonden NA 1 april 1826, want hij staat nog op de lijst van die dag, en VOOR 25 april 1826 als de volgende (Arpeau) met kwekelingnummer 2 arriveert.

● Nicolaas Hofman, 19 april 1807, Tholen
Hij komt 15 juni 1823 (met een heleboel Tholense weeskinderen waaronder zijn oudere broer Johannes) in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Weeshuis te Tholen en wordt ondergebracht bij kolonisten te Frederiksoord. Hij hoort (evenals zijn broer) bij de eerste lichting die op 28 juni 1824 naar het Instituut komt, waar hij het k-nummer 6 krijgt. In het verslag gedateerd 21 juli 1826, zie de transcriptie, uit de Instituteur zijn tevredenheid over zijn kwekelingen en noemt hij Nicolaas Hofman in dat verband met name. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Op de lijst van voorgevallen veranderingen te Wateren in augustus 1833, invnr 140 scan 506, is genoteerd: 'Den 31 Augustus 1833 ontslagen' en op de volgende regel: 'Den 31 Augustus 1833 als ambtenaar bij het gesticht geplaatst'. Zie verder bij personeel.

● Arnold Hendrik Christian Holle, 17 mei 1835, Amsterdam
Hij komt 7 augustus 1848 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2041. Hij komt 3 mei 1851 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 52 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 19 oktober 1852.

● Johannes Hollegraaff, 2 oktober 1846, Groningen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Gerrit Hollink, 16 februari 1831 te Loenen, Amsterdam
Hij komt 6 april 1840 (tegelijk met twee oudere zussen, van wie eentje al na een jaar overlijdt) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 669. Hij komt 14 september 1850 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 35 krijgt. Hij vertrekt al na zeven maanden met het reguliere ontslag, op 2 april 1851.

● Carel Hendrik HŲlzel, 1 juni 1844, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Wilhelm Gerrit HŲlzel, 9 maart 1839, Amsterdam
Hij komt 27 april 1855 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 932. Hij komt 26 februari 1856 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 21 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 2 april 1859.

● George Frederik HŲlzel, 6 februari 1842, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Andries Hombroek, 4 maart 1816, Dordrecht
Hij komt 1 oktober 1829 in de kolonie aan op het contract met Burgemeesteren der stad Dordrecht, krijgt het B-nummer 197 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt 2 november 1831 vanuit hoeve 58 van Willemsoord naar het Instituut en krijgt het k-nummer 67. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 2,88 uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Hij verlaat de koloniŽn met ontslag op 15 mei 1835. Het overzicht van in 1835 ontslagen kwekelingen, invnr 167 scan 513, meldt dat hij daarna 'dienstbaar' is. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij dat Andries Hombroek na zijn ontslag 'dienstbaar bij de burgerij te Dordrecht' is, maar dat hij later in militaire dienst is getreden en inmiddels korporaal is.

● Hendricus Honings, 7 februari 1839, Utrecht
Hij mag dan een broer zijn van Cornelis Anthonie Hoonings (zie onder), maar die laatste heeft op zijn geboorteakte een dubbel 'o' gekregen en zal die zijn hele leven houden. Hij komt 12 januari 1855 in de kolonie aan op het contract met de Regenten der Aalmoezenierskamer te Utrecht, krijgt het B-nummer 817 en wordt ondergebracht in het kindergesticht t Veenhuizen. Al op 17 april 1855 gaat hij naar het Instituut, waar hij het k-nummer 34 krijgt. Hij gaat met ontslag op 26 april 1859.

● Willem Hoogenberk, 10 oktober 1840, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Cornelis Anthonie Hoonings, 13 juli 1844, Utrecht
Hij behoort tot de jongens die uit Wateren weg moeten omdat het Instituut gaat sluiten en staat op die pagina.

● Gerrit Hoornsman, 29 december 1821 te Callantsoog, de Zijpe
Hij komt 3 juli 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 373. Hij komt 11 april 1836 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 33. Zijn zakboekje uit de periode 1 oktober 1840 tot zijn ontslag is bewaard gebleven, invnr 249 de scans 486-491. Of het schoonschrift op de omliggende scans ook van hem is, weet ik niet. Hij wordt ontslagen op 18 september 1841, waarna hij volgens de lijst van de in 1841 ontslagen jongelingen, invnr 261 scan 460, boerenknecht te Schagen is.

● Abraham Hoppen, 9 december 1838, Amsterdam
Hij komt 4 april 1850 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 242. Hij wandelt op 12 mei 1853 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 83. Hij blijft tot zijn ontslag op 3 april 1858.

● Cornelis Horemans, 27 september 1807, Haarlem
Hij komt 10 juli 1821 (tegelijk met twee zussen) in de kolonie aan op het contract met de kommissie van Toezigt en Superintendentie over de Gesubsidieerde Godshuizen te Haarlem en wordt ondergebracht bij kolonisten te Willemsoord. Hij hoort bij de eerste lichting die op 28 juni 1824 naar het Instituut komt. Kort daarop bevindt hij zich echter in het kindergesticht te Veenhuizen als PK1 en daarbij wordt vermeld 'Horemans uit het instituut te Wateren 22 Sept. 1824'. Vanuit Veenhuizen wordt hij ontslagen op 18 mei 1827.

● Jan Hornekker, 20 november 1815, Amsterdam
Hij komt 21 augustus 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 197. Hij wandelt op 2 augustus 1832 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 51. Hij vertrekt met ontslag op 5 april 1836. Het overzicht van in 1836 vertrokken kwekelingen, invnr 179 scans 575-576, meldt: 'Den 5 April ontslagen en naar Amsterdam vertrokken, alwaar hij een dienst zoude krijgen.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij dat Jan Hornekker ten tijde van zijn ontslag was 'aangeloot' (voor de militaire dienst), maar 'was te klein; zoude eene dienst zoeken te Amsterdam'. Van Wolda weet ook hoer het verder ging: 'lang genoeg zijnde in militaire dienst gegaan'. Volgens hem zou Hornekker later korporaal geworden zijn.

● Wilhelmus Theodorus Hortus, 22 mei 1829, Amsterdam
Hij komt 9 oktober 1842 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2181. Hij wandelt op 11 mei 1844 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 58. Hij vertrekt met ontslag op 28 juni 1849.

● Hendrik Hos, 10 februari 1840, Haarlem
Hij komt 21 september 1850 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 379. Hij wandelt op 14 juni 1853 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 78. Bij besluit van 21 maart 1859 N7 wordt een aan hem toegekend verlof met 14 dagen verlengd. Hij wordt formeel ontslagen op 16 april 1859.

● Willem Houtsma, 8 juni 1846, Rotterdam
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Eijsse Aman Houwman, 14 februari 1814, Groningen
Regelmatig wordt de tweede voornaam als achternaam gebruikt, dus dan staat hij in de stukken als Eijsse Aman. Hij komt 28 november 1821 in de kolonie aan op het contract met de Armbestuurderen der Hervormde Gemeente te Groningen en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt van Willemsoord hoeve 140 op 10 november 1829 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 40. In 1829 krijgt hij het B-nummer 473.
Hij wordt 15 april 1831 aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 113 scan 387. Als hij op 13 december 1831 bij de burgerlijke stand van Diever aangifte doet van het overlijden van mede-kwekeling Abraham Mulder, doet hij dat onder de naam 'Eisse Haman' en geeft hij als beroep op 'voerman'. Hij gaat 12 juli 1833 in militaire dienst. Volgens het overzicht van in 1833 ontslagen jongens, invnr 145 scan 270, is hij daarna 'als loteling uitgetrokken, te lande'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Houwman is 'aangeloot in militaire dienst', maar weet hij ook te vertellen dat hij inmiddels sergeant is.

● Adriaan Huijse, 8 februari 1816, Middelburg
Hij komt 23 augustus 1829 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1347. Hij komt 3 oktober 1830 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 17 krijgt. Hij wordt 12 april 1833 aangenomen tot lidmaat van de  Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 135 scans 510-511. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 3,78Ĺ uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Het overzicht van in 1835 ontslagen kwekelingen, invnr 167 scan 512, meldt: 'Den 30 April 1835 ontslagen en naar Middelburg vertrokken, dienende bij een logement aldaar'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook datHuijse na zijn ontslag 'dienstknecht in een logement te Middelburg' is, maar dat hij later vrijwillig in militaire dienst is gegaan en is gehuwd.

● Barend Huijsers, 15 maart 1830, Den Haag
Hij komt 12 juni 1843 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 131. Hij komt 3 mei 1844 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 13 krijgt. Hij moet 28 maart 1846 weg, eerst naar de Ommerschans, dan naar Veenhuizen, als hij samen met Frederik Wilhelmus Remer schuldig is aan diefstal. Zie deze pagina. Hij verlaat Veenhuizen als hij 19 mei 1848 in militaire dienst treedt.

● Jacobus Huijsing, 3 december 1831, Amsterdam
De naam komt ook voor als Huijzing en Huizing. Hij komt 25 maart 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1398. Hij komt 1 mei 1849 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 52 krijgt. Hij deserteert 23 mei 1849 en wordt weer teruggebracht 27 mei 1849. Er is geen tuchtzitting over die desertie gevonden. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 28 februari 1851. Van daar gaat hij 10 april 1851 met ontslag.

● Hermanus Huisman, in 1805, Amsterdam
Hij hoort bij de wezen die hun intrek nemen in het kindergesticht te Veenhuizen in de eerste maand dat het etablissement geopend is. Hij komt op 28 februari 1824 aan vanuit Arnhem, waar de regenten van het Amsterdamse Aalmoezeniershuis hem uitbesteed hadden en krijgt het weesnummer 102. Hij staat met volgnummer 7 op een lijst van het Aalmoezeniersweeshuis, volgens welke lijst hij een gezondheidsprobleem heeft: 'bezet op de borst'.
Dat we weten van zijn verblijf in het Instituut danken we aan een overijverige klerk die op scan 63 van het stamboek 1823-1825 van het eerste gesticht te Veenhuizen met invnr 1571 bij weesnummer 102 heeft geschreven: 'H. Huisman naar het Instituut te Wateren 23 Sept. 1824.' Bij zijn terugkeer wordt hij ingeschreven op weesnummer 755 en daar staat: 'H.Huisman uit 't Inst. Te W. 12 Oct. 1824'. Hij heeft er dus heel kort, van 23 september 1824 tot 12 oktober 1824 gezeten.
De inschrijving op weesnummer 755 is een vergissing en wordt doorgestreept en hij staat dan weer bij weesnummer 102. Hij verlaat Veenhuizen met ontslag op 3 september 1826. Hij wordt kort genoemd in De kinderkolonie pagina 52.

● Jan van Huizen, 28 oktober 1807, Amsterdam
In de wezenregisters heet hij Jan Hendrik van Huijsen, maar omdat hij zelf ondertekent met Jan van Huizen, invnr 98 scan 661, houd ik dat ook aan. De wezenregisters geven als geboortedatum alleen 'in 1810', dus ik heb de datum genomen uit invnr 1610. Hij komt 27 april 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1018. Hij komt 29 september 1825 (aanname) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 31. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij behoort tot de "weeskinderen" die in december 1828 verklaren dat zij buiten de koloniŽn nog ouders in leven hebben, invnr 95 scan 333.
Op 28 augustus 1829 mede-ondertekent hij een brief van mede-kwekeling Pieter van der Linden, invnr 98 scan 661, dat ze kortgeleden met verlof in Amsterdam geweest zijn en hun voogd Schermacher (secretaris van de Amsterdamse inrichting voor stadsbestedelingen) hun de ontslagpapieren heeft laten zien. Ze vragen zich af waar dat ontslag blijft. Op 1 juni 1829 schrijft de directeur der koloniŽn over hem, invnr  97 de scans 421-422:

Dat te Wateren onder N1018 bekend staat Jan van Huijsen en niet Jan Hendrik van Huijsen, dat deeze Jan van Huijsen, reeds 22 Jaren oud, volwassen en oppassend is, zijn geloofsbelijdenis heeft afgelegd, en wel in zijn eigen onderhoud kan voorzien.

Vervolgens gaat hij inderdaad op 27 september 1829 met ontslag en volgens de 'Staat van gedurende 1829 ontslagen kwekelingen van het Instituut te Wateren tevens aanwijzende hunne bestemming', invnr 104 scan 243, is hij daarna 'in dienst als boerenknecht'.

● Petrus Hulleker, 16 september 1832, Amsterdam
Hij staat in het register van kwekelingen met invnr 1583 als Hullekers. Hij komt 12 mei 1843 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 96. Hij komt 1 juni 1849 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 27 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 8 mei 1852.

● Jan Hulst, 10 juni 1828, Amsterdam
Hij komt 12 oktober 1838 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1986. Hij komt 24 september 1842 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 38. Hij vertrekt met ontslag op 20 mei 1848.

● Roelof Hunderman, 13 augustus 1844, Groningen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Jozias Huning, 12 maart 1820, Amsterdam
Hij komt 16 juni 1832 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 923. Hij komt 2 maart 1835 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 9. Op de aanwezigenlijst bij een inspectie op 1 oktober 1835, invnr 163 scans 9-10, is hij niet in het Instituut zelf, maar bij de schapen. Hij gaat 3 mei 1839 naar een van de grote hoeves bij de Ommerschans. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij ook dat Jozias Huning na zijn vertrek uit Wateren 'boereknecht bij Ommerschans is', maar voegt hij toe dat hij 'later aangeloot in militaire dienst' is. Het ontslag voor militaire dienst is op 6 april 1840.

● Gerrit Huntelaar, 8 april 1834, Utrecht
Hij komt 5 juli 1844 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 708. Hij komt 3 mei 1851 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 69. Hij blijft tot zijn ontslag uit de koloniŽn op 29 maart 1856.

● Frederik Hendrik Hupkens, 8 juni 1842, Den Haag
Hij behoort tot de jongens die uit Wateren weg moeten omdat het Instituut gaat sluiten en staat op die pagina.

● Jan Pieter van Ingen, 18 december 1814, Middelburg
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Hendrik Cornelis Ingenool, 19 mei 1827, Rotterdam
Hij komt 11 augustus 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2008. Hij komt 17 mei 1841 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 57. Hij vertrekt met ontslag op 24 april 1847. Hij trouwt 1859 te Rotterdam.

● Coenraad Jager, 17 oktober 1818, Groningen
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Pieter Jager, 2 januari 1815 te Delfzijl, Groningen
In de stamboeken staat slechts 'geboren in 1815', bovenstaande geboortedatum komt uit wiewaswie en kan dus fout zijn, want er zijn veel mensen met de naam Pieter Jager. Hij komt 25 november 1828 in de kolonie aan op het contract met de Armbestuurderen der Hervormde Gemeente te Groningen en wordt ondergebracht in de kindergestichten te Veenhuizen. In 1829 krijgt hij het B-nummer 479. Hij komt op 3 of 8 oktober 1830 vanuit het derde gesticht te Veenhuizen naar het Instituut en krijgt het k-nummer 3.
Hij is een van de jongens te Wateren die zich vrijwillig opgeven voor de zeedienst, noteert de Instituteur op 7 maart 1831, invnr 112 scan 116. Bij die gelegenheid verklaart de arts van de vrije koloniŽn, Statius Muller, dat Pieter Jager 1 meter 37 lang is en 'een gezond en sterk ligchaamsgestel zonder gebreken' heeft. Hij wordt aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder op 7 april 1832, invnr 135 scan 441. Volgens de lijst van voorgevallen veranderingen te Wateren in augustus 1833, invnr 140 scan 506, wordt hij 'den 5 Augustus 1833 overgeplaatst naar het 1e Gesticht te Veenhuizen'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, blijkt dat te zijn omdat hij 'ondermeester te Veenhuizen' is geworden. Vanuit Veenhuizen gaat hij 27 mei 1834 in militaire dienst. Volgens het genoemde overzicht van Van Wolda is Pieter Jager in 1833 'aangeloot in militaire dienst' en is hij 'nu sergeant'.

● Bernard Jans, 24 januari 1840 te Den Helder, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Christiaan Janse, 1 september 1843, Haarlem
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Hartog Jansen, 4 februari 1832, Amsterdam
Hij komt 1 april 1843 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 38. Hij komt 30 april 1846 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 53 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 8 mei 1852.

● Rutgerus Jansen, 7 april 1840, Haarlem
Hij komt 5 juli 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnumer 1643. Hij komt 17 april 1855 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 59. Hij vertrekt met ontslag op 4 juni 1859.

● Zacharias Jansen, 16 december 1824, Zaandam
Hij komt 30 mei 1831 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2076. Hij komt 13 augustus 1840 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 54. Het overzicht van in 1845 uit Wateren ontslagen jongens, invnr 322 scan 103-104, meldt: 'Den 11 maart ontslagen voor de militaire dienst.'

● Jan Janssen, 26 augustus 1812, Amsterdam
Hij komt 3 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 454. Hij komt naar het Instituut op 29 september 1825 (aanname) en krijgt het k-nummer 43. Hij is een van de jongens te Wateren die zich vrijwillig opgeven voor de zeedienst, noteert de Instituteur op 7 maart 1831, invnr 112 scan 116. Bij die gelegenheid verklaart de arts van de vrije koloniŽn, Statius Muller, dat Jan Janssen 1 meter 41 lang is en 'een gezond en sterk ligchaamsgestel maar met een kwade borst' heeft. Hij deserteert van het Instituut op 22 mei 1831 en het duurt tot oktober, dus na vijf maanden, eer ze hem terug hebben. Dan wordt 'van wegen de Heeren Burgemeester en wethouders der stad `S-Hertogenbosch naar herwaarts opgezonden den wees Johan Jansen geboortig te Amsterdam den welke in de maand Mei jl van het instituut van Wateren was gedeserteerd'. Zijn oude weesnummer is inmiddels bezet door een andere wees en hij wordt nu ingeschreven bij weesnummer 802 met als nieuwe aankomstdatum 24 oktober 1831.
Hij komt voor de tuchtraad van 26 oktober 1831. 'Dezelve heeft bekend genoemd instituut met voorbedachte raad te hebben verlaten, doch heeft tevens voor zijn begane misslag berouw betoond. Onder beloften van beterschap en door goed gedrag dit te herstellen.' Dat berouw neemt de tuchtraad in overweging en hij komt er van af met slechts drie dagen opsluiting in de strafkamer. Maar blijkbaar houden ze hem daarna in Veenhuizen, want zijn k-nummer is al naar een ander gegaan en ik zie hem niet terugkeren in de registers van kwekelingen. Vanuit Veenhuizen gaat hij op 6 april 1833 met ontslag.

● Fredericus Laurens Janssens. 14 februari 1831, Utrecht
Hij komt 7 juni 1842 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2063. Hij wandelt op 29 mei 1847 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 46. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 10 december 1847. Vanuit Veenhuizen wordt hij ontslagen op 1 april 1851.

● Jan Gerrit Barend Janszoon, 12 oktober 1843, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Johan Coenraad Jekel, 13 januari 1820, Amsterdam
Hij komt 11 augustus 1831 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 890. Hij gaat 26 mei 1834 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 29 krijgt. Op 23 oktober 1836 verlaat hij, samen met de mede-kwekeling Jacobus de Groot, 'heimelijk' het Instituut. De twee jongens gaan naar Harlingen, de oude woonplaats van mede-vluchter De Groot, en vervolgens naar Amsterdam. 'In welker laatste stad Jekel bij deszelfs vader intrek heeft gevonden,' aldus een verklaring van de Instituteur en de twee onderdirecteurs, die hem overigens Coenraad Johan in plaats van Johan Coenraad noemen. Het komt allemaal ter sprake bij de tuchtraad van het eerste gesticht, maar daar heeft Jekel verder geen last van want hij keert nooit meer terug in de koloniŽn.

● Albert Jetzes, 22 januari 1839, Groningen
Hij behoort tot de jongens die uit Wateren weg moeten omdat het Instituut gaat sluiten en staat op die pagina.

● Johannes Jobse, 17 juni 1819, Middelburg
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Leijn Jobse, 12 april 1817 te Middelburg, Schiedam
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Jan de Jong, 13 september 1833, Amsterdam
Hij komt 1 juni 1849 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 42. Hij wandelt op 17 juni 1850 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 10. Hij gaat 14 september 1850 terug naar Veenhuizen. Daan vandaan wordt hij op 8 april 1853 ontslagen.

● Pieter de Jong, 5 juni 1811, Leiden
Hij komt 2 mei 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1173. Hij hoort tot de eerste groep jongens uit Veenhuizen die op 29 septenber 1825 uit het eerste gesticht naar het Instituut komen, hij krijgt het k-nummer 32. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij behoort tot de "weeskinderen" die in december 1828 verklaren dat zij buiten de koloniŽn nog ouders in leven hebben, invnr 95 scan 333. Hij wordt 9 juli 1830 aangenomen tot 'ledemaat der Hervormde Gemeente te Vledder', zie invnr 107 scan 598. Hij moet 3 oktover 1830 zijn militaire dienstplicht vervullen, zie ook het overzicht van in 1830 met ontslag vertrokken kwekelingen, invnr 114 scan 27, wat pas 16 maart 1831 met zijn ontslag wordt geformaliseerd.

● Thomas de Jong, 28 februari 1813, Leiden
Hij komt 2 mei 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1248. Hij komt 29 september 1825 naar het Instituut en krijgt (als eerste) het k-nummer 35. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij behoort tot de "weeskinderen" die in december 1828 verklaren dat zij buiten de koloniŽn nog ouders in leven hebben, invnr 95 scan 333. Hij wordt 15 april 1831 aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 113 scan 387. Hij wordt op 29 september 1831 tot 'voorloopig onderinstituteur' van Wateren benoemd en is daarmee de eerste kwekeling die een hogere functie bekleedt. Hij wil bij nader inzien echter liever wever worden en vertrekt 22 maart 1833 naar Leiden waar het weeshuis hem een opleiding heeft beloofd. Volgens het overzicht van in 1833 ontslagen jongens, invnr 145 scan 270, werkt hij daarna als 'weversknecht te Leijden'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat De Jong na zijn ontslag 'weversknecht te Leyden' is maar dat hij inmiddels 'wever aldaar' en gehuwd is.

● Tjitse de Jong, 16 augustus 1822, Groningen
Hij komt 26 oktober 1829 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 826. Hij komt 2 maart 1835 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 21. Hij vertrekt met ontslag op 25 april 1842. Volgens het overzicht van in 1842 ontslagen jongen, invnr 278 scan 118, is hij daarna 'in dienst bij den burgerstand in Drenthe.'

● Stoffel de Jonge, 31 januari 1841, Tholen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Wilhelmus de Jonge, 9 september 1834, Goes
Hij komt 26 februari 1849 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2158. Hij komt 18 maart 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 49. Hij gaat 12 mei 1852 terug naar Veenhuizen. Van daar gaat hij op 7 april 1854 in militaire dienst.

● Rijk Jonkman, 19 mei 1825, Enkhuizen
Hij komt 3 mei 1833 in de kolonie aan op het contract met de Direkteuren van het BurgerWeeshuis te Enkhuizen, krijgt het B-nummer 35 en wordt als PK 57 ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt 19 augustus 1837 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 45 krijgt. Hij blijft zeven jaar en vertrekt met ontslag op 30 oktober 1844, 19 jaar oud, volgens de Naamlijst van in 1844 ontslagen jongelieden met vermelding van derzelver bestemming, Invnr 307 scan 255, 'op verzoek van uitbesteders te Enkhuizen'.

● Willem Hendrik Jordan, 15 maart 1823, Amsterdam
Hij komt 25 september 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2172. Hij komt 11 april 1836 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 61 krijgt. Het overzicht van in 1845 uit Wateren ontslagen jongens, invnr 322 scan 103-104, meldt: 'Den 12 mei ontslagen en knecht geworden bij een landeigenaar te Oranjewoud onder Heerenveen.'

● Jan Jurgens, 18 januari 1827, Hervormd, Amsterdam
Hij is een vondeling en komt 30 mei 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1797. Hij komt 24 september 1842 naar het Instituut, waar hij het kwekelingnummer 30 krijgt. Hij overlijdt 13 juni 1845. Op 14 juni 1845 schrijft Instituteur Jan Hendrik Geraets, invnr 305 scans 680-681:

Met aandoening en leedwezen moet ik UwEdG door dezen kennis geven, dat het ongelukkige voorval van gisteren avond Waterens bevolking in diepe treurigheid heeft gedompeld.

De kweekeling Johannes Jurgens namelijk, had zich met een aantal anderen, ter bading naar den daartoe gebruikelijken poel begeven. Te laat kwam men mij berigten dat genoemde jongeling, niet kunnende zwemmen, zich te ver in de diepte gewaagt had; terwijl de pogingen der overigen, om hem weder te vinden, vruchteloos bleven.

Hoe spoedig wij ons aan die plaats ook bevonden, duurde het nogthans wel een half uur, eer het mij gelukte, hem te ontdekken. En hoe weinig hoop er nu, ter redding van dezen 13 jarigen drenkeling ook bestond, werden echter nog vele, doch vruchtelooze pogingen daartoe aangewend.
Dit is het eerste voorbeeld van dien aard aan deze plaats, en treft daardoor te meer.

Wij zullen niet mankeren, onze jongelieden daarop gedurig te wijzen, en ieder te doen beseffen, dat men dit element nimmer te gering mag schatten.
Zonder verhindering, zijn wij voornemens tegen aanstaanden maandag, den 16: dezer, s' morgens om 9 uur, het lijk ter aarde te bestellen, op het kerkhof te Frederiksoord.

Maar als de directeur der koloniŽn deze brief op diezelfde 14 juni 1845 doorstuurt naar de permanente commissie, schrijft hij, invnr 305 scan 678:

... een ongeluk waarvan ik schier geen begrip heb, daar de poel, bij mijn weten, geen genoegzame diepte heeft, om zoo iets te duchten te hebben.

 Het tijdstip van overlijden wordt vastgesteld op 20:00 uur. Aangifte wordt gedaan door Adriaan Hendrikse en Adriaan Kasper, allebei ex-kwekelingen die nu als beroep opgeven 'onderdirecteur'.

● Daniel Jurriaans, 30 juni 1840, Ev. Luthersch, Amsterdam
Hij komt 4 april 1850 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 237. Hij komt 20 september 1856 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 1 krijgt. Hij vertrekt 26 april 1860 met ontslag.

● Evert Kalfsterman, 3 januari 1828, Amsterdam
Hij is twee jaar in de koloniŽn en die tijd alleen in het Instituut. Wederom een beschermeling van Johannes van den Bosch, zie deze pagina.

● Gerrit van Kampen, 29 september 1821, Haarlem
Een iets te uitgebreid verhaal om hier te doen, dus hij heeft een aparte pagina.

● Hendrik van Kampen, in 1806, Dordrecht
Hij komt 4 juni 1820 in de kolonie aan op het contract met de Burgemeesteren der stad Dordrecht, en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij hoort bij de eerste lichting die op 28 juni 1824 naar het Instituut komt. Volgens de kolonistendatabase is hij In 1825 gedeserteerd uit Wateren, daarna weer teruggebracht, en zal hij door de Kleine Raad naar Veenhuizen worden gestuurd, maar ik weet niet waarop dit gebaseerd is. in de notulen van de Kleine Raad komt hij in elk geval niet voor.

● Tiemen Kanis, 18 februari 1810, Kampen
De naam komt ook voor als Kanus en Kanits. Hij komt 1 juni 1820 in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het armen-weeshuis te Kampen en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt 27 november 1827 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 58. In 1829 krijgt hij het B-nummer 63. Hij wordt volgens het register van kwekelingen met invnr 1610 '1 Mei 1829 gedetacheerd om voor zijn dienstpligtig nr in de Nat Mil te dienen - en den 16 Meij terug 1829 - 13 mrt 1830 in mil. dienst ingelijfd'. Hij is dus 15 dagen weg uit het Instituut, maar ik beschouw zijn terugkeer niet als een tweede opname. Het overzicht van in 1830 met ontslag vertrokken kwekelingen, invnr 114 scan 27, bevestigt dat hij vanuit Wateren in militaire dienst gaat. Vanuit zijn militaire dienst schrijft hij 10 mei 1830, invnr 125 scan 215, een brief, best netjes geschreven en geformuleerd, waarin hij verzoekt om zijn officiŽle ontslag en om uitbetaling van het tegoed dat nog voor hem op de spaarbank staat. Hij overlijdt 1848 te Rijssen als 'commies'.

● Arend Times Kannegieter, 1 maart 1828, Vlissingen
Hij komt 9 mei 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1450. Op 7 februari 1839 wordt hij overgeschreven op het contract met de Regenten van het Armen- Gast en Weeshuis te Vlissingen en krijgt hij het B-nummer 417d. Hij komt vanuit Veenhuizen op 12 mei 1845 in het Instituut te Wateren, krijgt daar nummer 24 en blijft daar tot zijn ontslag op 21 mei 1851.

● Adriaan Kasper, 4 oktober 1811, Tholen
Hij komt 15 juni 1823 (met een heleboel Tholense weeskinderen) in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Weeshuis te Tholen, hij krijgt (vanaf 1829) het B-nummer 886 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Wilhelminaoord. Vanaf 1829 heeft hij het B-nummer 884.
Volgens de kolonistendatabase gaat hij al op 28 april 1824 vanuit Frederiksoord naar het Instituut, maar dat geloof ik niet want dan is het gebouw nog niet klaar, dus het zal zijn met de eerste hoop jongens uit de vrije koloniŽn op 28 juni 1824. Hij wordt 9 juli 1830 aangenomen tot 'ledemaat der Hervormde Gemeente te Vledder', zie invnr 107 scan 598. Hij vertrekt op 3 april 1832 als hij is aangesteld als 'opziener bij den landbouw', eerst bij het eerste gesticht te Veenhuizen, daarna te Wateren. Op die laatste plek zal hij altijd blijven werken, zie voor meer over hem deze pagina.

● Wilhelmus ten Kate, 20 februari 1821, Amsterdam
Hij komt 30 april 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1719. Hij komt naar het Instituut op 27 september 1838 en krijgt het k-nummer 62. Hij vertrekt met ontslag op 3 april 1841, en is daarna volgens de lijst van de in 1841 ontslagen jongelingen, invnr 261 scan 460, boerenknecht te Hogeveen.  Men dacht in Amsterdam eerst dat hij na zijn ontslag zoek was en nog naar Amsterdam terug moest komen, maar dat is opgelost door Jan Hessels van Wolda, invnr 244 scans 427-428.

● Gerardus Keer, 29 december 1830, Amsterdam
Hij komt 6 april 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 689. Hij komt 17 september 1849 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 2 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 29 juni 1850.

● Daniel Keijser, 11 januari 1829, Amsterdam
Hij komt 3 mei 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1418. Hij komt 14 april 1845 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 45. Hij vertrekt met ontslag op 28 juni 1849.

● Hendrik Cornelis Keizer, 9 december 1828, Amsterdam
Hij komt 6 april 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 661. Hij komt 21 november 1843 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 3 krijgt. Hij gaat 20 maart 1848 in militaire dienst.

● Christiaan van Kesteren, 19 december 1811, Amsterdam
Hij komt 23 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1604. Op 29 september 1825 (aanname) komt hij naar het Instituut, waar hij het k-nummer 46 krijgt. Hij behoort tot de "weeskinderen" die in december 1828 verklaren dat zij buiten de koloniŽn nog ouders in leven hebben, invnr 95 scan 333. Hij wordt 9 juli 1830 aangenomen tot 'ledemaat der Hervormde Gemeente te Vledder', zie invnr 107 scan 598. Hij vertrekt 4 maart 1831 voor verlof met drie maanden om te kijken of hij een baan in de gewone maatschappij kan vinden en keert niet meer terug. Hert wezenregister met invnr 1411 stelt zijn ontslag op 28 mei 1831.

● Tijs Kettenis, 28 december 1819, Rotterdam
Hij komt 20 maart 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 900. Hij komt 30 oktober 1837 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 12 krijgt. Het overzicht van in 1839 ontslagen jongens, invnr 221 scan 799, meldt: 'Den 11 mei ontslagen, heeft in Rotterdam eene dienst gekregen dadelijk na zijn vertrek.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij ook dat Tijs Kettenis na zijn ontslag 'in dienst bij de burgerij te Rotterdam' is en voegt hij toe dat dat 'nog heden' het geval is.

● Jan Kiel, 22 augustus 1820 te Meppel, Amsterdam
Hij komt 10 juni 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2118. Hij komt 28 juli 1836 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 46. Hij vertrekt op 8 januari 1839 met ontslag. Het overzicht van in 1839 ontslagen jongens, invnr 221 scan 799, meldt ten onrechte dat hij op 12 januari is ontslagen: 'Den 12 January op verzoek zijner familie ontslagen, heeft in Amsterdam eene goede dienst.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij ook dat Jan Kiel na zijn ontslag 'dienstbaar te Amsterdam' is en voegt hij toe dat Kiel 'zeer welvarend' is.

● Martinus Kieviet, 13 juni 1823, Dordrecht
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Pieter Hendrik Kion, 20 december 1833, Haarlem
Hij komt 8 oktober 1846 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1307. Hij komt 14 september 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 10. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 14 februari 1851. Vanuit Veenhuizen vertrekt hij met ontslag op 4 april 1854.

● Benjamin Kips, 20 april 1820, Alkmaar
Hij komt 1 september 1832 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1245. Hij komt 26 mei 1834 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 2. Het overzicht van in 1838 ontslagen jongens, invnr 205 scans 276-277, meldt: 'Den 2 November 1838 op verzoek zijner familie, te Alkmaar, ontslagen.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij dat Benjamin Kips in 1838 'is met ontslag gegaan om eene dienst te hebben'. Over zijn latere lot schrijft Van Wolda: 'onbekend, doch was een brave jongeling'.

● Wilhelmus Johannes Kist, 17 november 1834, Amsterdam
Hij komt 31 juli 1846 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1255. Hij komt 3 mei 1851 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 57. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 31 juli 1852. Vanuit Veenhuizen gaat hij met ontslag op 13 april 1855.

● Willem Kits, 1 maart 1822, Amsterdam
Hij komt 27 februari 1837 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 227. Hij komt 26 april 1838 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 23 krijgt. Na drie jaar moet hij 15 juli 1841 in militaire dienst, maar blijkbaar sturen ze hem terug want op 1 september 1841 is hij er weer. Zijn k-nummer 23 is dan nog vrij dus dat krijgt hij weer. Hij wordt dus wel twee keer opgenomen, maar het leidt niet tot een tweede inschrijving. Het volgende jaar moet hij alsnog in dienst en hij vertrekt op 25 mei 1842. Ook volgens het overzicht van in 1842 ontslagen jongen, invnr 278 scan 118, is hij dan 'in s lands dienst.'

Johannes van Klaver, 17 september 1831, Hervormd, Amsterdam
Hij wordt 28 maart 1840 door de stad Harderwijk afgeleverd in het bedelaarsgesticht voor zijn tweede opname, bedelaarsnummer 3020. Hij is evenals bij de eerste opname in gezelschap van zijn moeder Johanna van Klaveren. Ze worden 4 april 1840 overgeplaatst naar Veenhuizen en daar overlijdt Johanna van Klaveren op 6 augustus 1841. Pas op 8 mei 1845 wordt Johannes ontslagen als bedelaar en opgenomen in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat. Hij krijgt het weesnummer 867 en bij die gelegenheid wordt zijn naam ook veranderd van 'Klaveren' in 'Klaver'. Hij gaat naar het Instituut op 20 juni 1848 en krijgt daar het k-nummer 28. Er schijnt een besluit over hem genomen te zijn door de permanente commissie op 12 maart 1849 onder agendapunt N1. Dat heb ik niet gezien, maar moet in invnr 632 zitten. Hij blijft in Wateren tot zijn ontslag op 2 april 1851.

● Christiaan Klets, 25 oktober 1823, Gorinchem
De achternaam komt veelvuldig voor als Klis. Hij komt 16 oktober 1837 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1148. December 1838 is hij 'te jong volgens de bepaling' om in dienst van de marine te komen, invnr 203 scan 380. Hij moet voorkomen bij de tuchtraad van 26 januari 1839 wegens 'het zoekmaken van een peije broek' en wordt veroordeeld tot acht dagen opsluiting plus betaling van vijf gulden en tien cent (de dubbele waarde van die broek). Op 13 mei 1839 komt hij naar het Instituut en krijgt hij het k-nummer 9. Hij krijgt in juni 1842 twee weken verlof om Gorinchem te bezoeken en moet daarvan op 10 juli 1842 terug zijn, maar op 26 juli laat de directeur weten dat hij nog steeds niet terug is, invnr 262 scan 405. Dat blijft zo en 10 november 1842 wordt hij uit de boeken geschrapt.

● George Hendrik Kligge, 13 april 1814, Zwolle
Hij is een zoon van een 2e luitenant die meerdere kinderen heeft verwekt bij een vrouw met wie hij ongehuwd samenleefde. Zie meer informatie op deze pagina.

● Zacharias Kligge, 7 augustus 1812, Zwolle
Zie over zijn familiesituatie hier boven bij George Hendrik Kligge en voor meer uitgebreide informatie op deze pagina.

● Klaas Klooker, 22 maart 1814, Zaandam
Op 25 september 1829 schrijven de regenten van het Wees- en Armenhuis der stad Zaandam, invnr 99 scans 376-377, dat ze op 6 oktober vier kinderen willen opzenden, waaronder Klaas Klooker die naar ik begrijp vrij recentelijk onder hun beheer is gekomen. Dat houdt in dat hij eerst bij familie is geweest, want zijn ouders zijn al in 1825 en 1826 overleden. Op 3 oktober 1829 N2 behandelt de permanente commissie deze brief en daarop reageert Zaandam op 5 oktober, invnr 100 scans 60-61. Er is discussie hoeveel plekken er in de vrije koloniŽn over zijn op hun particuliere contract, maar hoe dan ook willen ze Klaas Klooker in Veenhuizen plaatsen. De permanente commissie bespreekt dit 7 oktober 1829 N1 en het resultaat is dat Klaas Klooker op 23 oktober 1829 aankomt in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en het weesnummer 1278 krijgt. Hij komt 27 augustus 1831 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 55. Hij wordt aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder op 7 april 1832, invnr 135 scan 442.
Hij staat nog op een lijst, invnr 149 scan 366, van kwekelingen aan wie in 1833 minder kleding is verstrekt dan toegestaan, maar dat betreft slechts een korte periode, want er wordt in 1833 flink met hem rondgesold. Eerst laat Zaandam weten dat hij moet komen om in dienst te gaan en 28 april 1833 vertrekt hij uit Wateren, maar daarna laat Zaandam weten dat ze zich vergist hebben en 9 mei 1833 wordt hij weer in het Instituut opgenomen, invnr 1584 en invnr 136 scan 409. Vervolgens moet hij 20 juli 1833 toch in militaire dienst. Volgens het overzicht van in 1833 ontslagen jongens, invnr 145 scan 270, is hij 'uitgetrokken als loteling, te lande'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Klooker is 'aangeloot in militaire dienst', maar dat hij inmiddels 'schrijver te Leeuwarden' is en gehuwd. Bij dat trouwen in 1838 te Leeuwarden was hij nog 'fuselier bij de infanterie'.

Simon Johannes Kloos, 23 maart 1827, Rotterdam
Hij komt 4 juni 1838 (tegelijk met een zus die later door een zaalopziener bezwangerd zal worden, invnr 299 scan 151) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1801. Hij gaat daar eerst naar school, invnr 201 scan 340. Hij komt 23 maart 1843 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 23. Hij gaat 5 juni 1847 terug naar Veenhuizen, maar de reden daarvoor is mij niet bekend. Hij verlaat de koloniŽn met ontslag op 6 juli 1849.

Jan Kloosterman, 10 augustus 1817, Nisse
Nisse ligt in Zeeland, op Zuid-Beveland, ten zuiden van Goes. Hij wordt vermeld op de pagina's 279-281 van De kinderkolonie omdat ik het tekenend vond voor de liefdevolle manier waarop Jan Hessels van Wolda zijn pupillen behandelt. Het verhaal van Kloosterman staat meer uitgebreid op deze pagina.

Hindrik Willem Klopping, 24 september 1841, Hoogezand
Hij komt 30 augustus 1852 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 633. Hij komt 2 februari 1854 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 20 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 19 augustus 1857 (15 jaar oud, dus waarschijnlijk naar familie).

● Hendrik Koeckes, 12 februari 1834, Amsterdam
Hij komt 10 maart 1842 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1851. Hij komt 3 juli 1847 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 56 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 23 maart 1850.

● Evert Koeleman, in 1811, Rotterdam
De naam komt ook voor als Koelman, dus zonder 'e' erin. Ik kan bij de geboorten in Rotterdan alleen een op 24 november 1811 geboren Franciscus Koeleman vinden, misschien is dat hem. Hij komt 4 juni 1820 in de kolonie aan op een contract met de Regenten van het Algemeen Armbestuur te Rotterdam en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord (van waar hij in 1821 en 1822 wegloopt maar vanuit Rotterdam wordt teruggebracht). Hij komt 28 juni 1824 in het Instituut, waar hij het k-nummer 13 krijgt. Daarna loopt hij opnieuw weg. Na zijn familie te hebben bezocht, geeft hij zich bij de subcommissie van weldadigheid te Rotterdam aan om naar de kolonie te worden teruggebracht, maar uiteindelijk gaat dat niet door. Het laatste bericht over hem is een brief van de Directeur der Politie te Den Haag dd 19 oktober 1826, invnr 81 scan 578, dat Koelman (samen met een andere Rotterdamse vluchteling) dienst wil gaan nemen bij het korps Mariniers te Rotterdam. De laatste desertie moet dus hebben plaatsgevonden vůůr die brief van 19 oktober 1826, maar na de lijst met kwekelingen van 1 april 1826 want daar staat hij op.

● Abraham Koeman, 3 januari 1816, Kats
Kats ligt in Zeeland, op Noord-Beveland. Hij komt 23 augustus 1829 (tegelijk met een jongere zus die in 1830 te Veenhuizen overlijdt) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1203. Hij komt 27 augustus 1831 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 41. Op de lijst van voorgevallen veranderingen te Wateren in augustus 1833, invnr 140 scan 506, is genoteerd: 'Den 8 juny 1833 van verlof achtergebleven. En op last des Heeren Direkteurs op 19 Augustus 1833 uit de sterkte der kwekelingen afgevoerd'. Volgens het overzicht van in 1833 ontslagen jongens, invnr 145 scan 270, is hij dan wel gedeserteerd, maar 'eigenlijk boereknecht geworden bij zijnen oom te Cats'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, beschouwt hij hem als ontslagen in 1833 en meldt hij dat Koeman na dat ontslag ''boereknecht te Cats' is geworden, maar recentere informatie heeft Van Wolda niet.

● Jan Koenen, 8 oktober 1810, Koog aan de Zaan
Hij komt in juni 1820 in de kolonie aan op het contract met Het Kollegie der Armenvoogden te Koog aan de Zaan en wordt ondergebracht bij kolonisten in Frederiksoord. Volgens de kolonistendatabase is hij de zoon van Jan Koenen en Geesje Kasten (beiden overleden) en wordt over hem gezegd: 'Goede zedelijke geaardheid; klein van gestel, doch anders gezond en sterk'. Hij gaat 27 november 1827 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 3. In 1829 krijgt hij het B-nummer 569. Hij gaat op 3 (invnr 1389) of 11 (invnr 1610) oktober in militaire dienst. Het overzicht van in 1830 met ontslag vertrokken kwekelingen, invnr 114 scan 27, meldt dat hij 'in militaire landdienst getreden' is.

● Simon Engelbertus Koenraads, 4 juli 1823, Den Haag
Hij staat in het kwekelingenregister met invnr 1582 als Koenraad, maar bij wiewaswie is het vaker met een 's' erachter. Hij komt 16 juli 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1334. Hij wandelt op 27 april 1837 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 77. Hij vertrekt met ontslag op 4 juli 1843. Volgens het overzicht van in 1843 ontslagen jongens, invnr 296 scan 360, werkt hij daarna als 'tuinmansknecht bij Den Haag.' Hij trouwt later als 'warmoezier'.

● Cornelis Kok, 25 februari 1833, Den Helder
Hij komt 8 november 1847 (tegelijk met twee broers) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1767. Hij wandelt al op 20 december 1847 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 37. Hij vertrekt met ontslag op 11 mei 1853.

● Daniel Kok, 15 april 1837, Den Helder
Hij komt 8 november 1847 (tegelijk met twee broers) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1772. Hij wandelt op 19 juli 1852 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 26. Hij vertrekt met ontslag op 8 juni 1857.

● Jan Kok, 29 oktober 1832, Akkrum
Akkrum ligt in Friesland, ten noorden van Heerenveen. Hij komt 22 april 1842 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1888. Hij wandelt op 2 mei 1850 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 76. Hij vertrekt 7 april 1855 met ontslag.

● Jan Albert Kok, 11 maart 1819, Hillegom
Hij komt 27 maart 1828 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 80. Hij wandelt op 27 augustus 1831 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 42. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 20 oktober 1837. Vanuit Veenhuizen vertrekt hij met ontslag op 20 mei 1839. Volgens invnr 222 scan 142 is hij daarna werkzaam bij de boerenstand. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij dat Jan Albert Kok na zijn ontslag werkzaam is als 'tuinmansknecht te Hillegom', maar heeft hij geen recentere informatie.

● Pieter Kok, 8 augustus 1835, Den Helder
Hij komt 8 november 1847 (tegelijk met twee broers) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1770. Hij komt 4 oktober 1852 naar het Instituut, waar zijn twee broers dan al zijn, en krijgt het k-nummer 53. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 22 februari 1853. Vanuit Veenhuizen wordt hij op 1 mei 1857 ontslagen.

● Willem Koning, 6 april 1832, Amsterdam
Hij komt 4 februari 1846 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1056. Hij komt 17 september 1846 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 60 krijgt. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 14 september 1850. Vanuit Veenhuizen vertrekt hij met ontslag op 9 april 1852.

● Gerardus de Koning van Oest, 7 juni 1831, Haarlem
Hij komt 16 april 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1452. Hij komt 29 mei 1847 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 63. Hij vertrekt met ontslag op 22 mei 1848, nog geen 17 jaar oud.

● Carel Willem van der Koogh, in 1810, Dordrecht
Hij komt 2 december 1822 in de kolonie aan op het contract met Burgemeesteren der stad Dordrecht en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij krijgt in 1829 het B-nummer 185 en gaat 10 november 1829 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 24 krijgt. Hij verlaat het Instituut en de koloniŽn met ontslag om in militaire dienst te gaan op 30 september 1831, invnr 124 scan 346. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 naloopt wat er in hun latere leven van kwekelingen geworden is, zie hier, meldt hij dat Carel Willem van der Koogh dan sergeant is. Hij zal echter 1844 te Venlo overlijden.
Zijn oudere broer is nooit in Wateren geweest, maar maakt carriŤre in het koloniale onderwijs, zie hier.

● Gerardus Jacobus Kooning, 30 mei 1838, Haarlem
Hij staat in de kwekelingenregisters als Koning. Hij komt 16 april 1852 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 551. Hij komt 2 september 1852 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 27 krijgt. Hij wordt 30 augustus 1856 ontslagen.

● Bernardus Koopziek, 4 augustus 1840, Amsterdam
Hij is een vondeling en hij komt 23 september 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1728. Hij komt 20 april 1857 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 77. Hij gaat al weer terug naar Veenhuizen op 1 juni 1857. Vanuit Veenhuizen wordt hij op 1 april 1864 ontslagen.

● Frans de Korte, 2 augustus 1812, Tholen
Hij komt 15 juni 1823 in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Weeshuis te Tholen en wordt ondergebracht bij kolonisten te Frederiksoord. Volgens de kolonistenbase is hij de zoon van Marinus de Korte en Dina van Akkeren (beiden overleden). Hij hoort bij de eerste lichting die op 28 juni 1824 naar het Instituut gaar en draagt daar het k-nummer 28. In 1829 krijgt hij het B-nummer 891. Hij wordt 15 april 1831 aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 113 scan 387. Uit het eerste mapje met het opschrift '1832' van het personeelsregister met invnr 1007 blijkt dat hij een tijdje gewerkt heeft als 'adsistent' te Wateren voor É 125 per jaar.
Hij verlaat het Instituut en de koloniŽn om in militaire dienst te gaan op 24 juli 1831, invnr 124 scan 346. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 naloopt wat er in hun latere leven van kwekelingen geworden is, zie hier, meldt hij dat Frans de Korte dan 2e luitenant is.

● Christiaan Kraft, 27 maart 1833, Amsterdam
Hij komt 4 februari 1846 (gelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1058. Hij komt 1 mei 1849 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 22. Hij vertrekt met ontslag op 9 mei 1853.

● Paulus Johannes Kraft, 16 januari 1831, Amsterdam
Hij komt 4 februari 1846 (gelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1057. Hij komt 10 mei 1848 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 9 krijgt. Hij gaat 1 juni 1850 in militaire dienst.

● Caspar Kramer, 18 juni 1819, Amsterdam
Hij komt 5 oktober 1828 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1280. Hij komt 14 juni 1836 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 72. Het overzicht van in 1838 ontslagen jongens, invnr 205 scans 276-277, meldt: 'Den 26 October 1838 voor de N.M. ontslagen en ingelijfd bij de 17e Afd. Inf. te Haarlem.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij ook dat Caspar Kramer in 1838 is 'aangeloot in militaire dienst' en dat hij 'nog heden' in dienst is.

● Cornelis Filippus Kroij, 26 maart 1836, Amsterdam
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut worden opgenomen.

● Anthonij Johannes Krooneman, 19 september 1836, Amsterdam
Hij komt 17 mei 1844 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 582. Hij komt 19 juni 1854 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 1 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 29 maart 1856.

● Nicolaas Kuipers, 18 juli 1841, Utrecht
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Wouter Kuipers, 27 mei 1841, Utrecht
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Willem Kuis, 27 mei 1818, Gorinchem
Hij komt 14 juli 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1538. Hij komt 1 april 1833 uit het derde gesticht naar het Instituut, waar hij (als eerste) het k-nummer 76 krijgt. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 3,33 uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Hij gaat terug naar het derde gesticht op 1 oktober 1834. Vanuit Veenhuizen treedt hij 20 juni 1835 in Oost-Indische dienst.

● Jeronimus Augustus Johannes Kummel, 17 februari 1828, Amsterdam
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut worden opgenomen.

● Jacobus Kwaak, 9 december 1811, Tholen
Hij komt 15 juni 1823 (tegelijk met een oudere zus) in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Weeshuis te Tholen en wordt ondergebracht bij kolonisten in de vrije koloniŽn. Hij gaat 28 juni 1824 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 5 krijgt. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij is een zoon van Cornelis Kwaak en Cornelia Tholenaar en hij behoort tot de kinderen die in december 1828 verklaren 'stellig te weten dat hunne ouders overleden zijn', invnr 95, scan 342. In 1829 krijgt hij het B-nummer 887.
Hij wordt op 23 juli 1831 overgeplaatst van het Instituut naar het eerste gesticht te Veenhuizen. Volgens mij is dat niet omdat hem daar een baantje wacht, maar wordt hij gewoon tussen de andere wezen geplaatst. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 ontvangt hij É 3,64 zakgeld, invnr 151 scan 305, en daar is ook geen sprake van een of andere betrekking.
Wel heeft hij al voor die tijd de 20-jarige Aafje Helmich, dochter van een bedelaarsgezin bezwangerd. Zij moet voor de raad van tucht van 10 februari 1835 verschijnen. Erg moeilijk te zien zal het niet zijn, want het kind zal 28 februari geboren worden, dus zij verklaart inderdaad zwanger te zijn 'en dat zulks van den Weesjongen Kwaak is, met wien zij beleed onzedelijken omgang gehad te hebben'. Als daarop Jacobus Kwaak gehoord wordt, geeft hij dat toe, 'er bij voegende dat hij haar altijd getrouw zal blijven'.
Aafje Helmich moet naar de strafkolonie op de Ommerschans en Jacob Kwaak moet in maart 1835 naar de strafkolonie bij het tweede gesticht te Veenhuizen. Naar aanleiding van een brief van de regenten in Tholen, invnr 159 scan 554, schrijft de directeur der koloniŽn op 29 juni 1835, invnr 160 scan 513, dat hij 'zich daar goed gedraagt en dat hij voor den veldarbeid en voor zijn onderhoud voldoende geschikt is. Hij is reeds 24 jaren oud en zou bij zijnen broeder Mattheus Kwaak, bouwman op het Steenen Kruis, bij Tholen, zich in dienst begeven.'
Vervolgens wordt Jacob Kwaak op 20 juli 1835 uit de strafkoionie en uit de koloniŽn ontslagen, invnr 161 scan 573. Omdat hij vertrokken is, vindt de directeur het in november van dat jaar wel verantwoord Aafje Helmich uit de strafkolonie op de Ommerschans te laten gaan, invnr 165 scan 312, als haar moeder in Veenhuizen daar 'eerbiediglijk' om vraagt, invnr 163 scan 518.
Dat 'altijd getrouw blijven' gaat niet door. Jacob Kwaak trouwt in 1837 te Tholen een 37-jarige arbeidster en Aafje Helmich (of Helmig) in hetzelfde jaar te Norg een veteraan-veldwachter.
En dan..., eind 1842, wil Jacob Kwaak met vrouw en kinderen van 5 jaar, 3 jaar en 3 maanden, op de kolonie geplaatst worden, invnr 268 scan186. De permanente commissie beslist hierover op 27 december 1842 bij agendapunt 6. Dat heb ik niet bekeken, maar ik zie in de diverse inschrijfregisters geen melding van een familie Kwaak in de koloniŽn, dus het is blijkbaar niet doorgegaan.

● Laurens Kwakkelaar, 17 december 1824, Tholen
Hij komt 12 mei 1836 (tegelijk met twee zussen) in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Weeshuis te Tholen, krijgt het B-nummer 869 en gaat rechtstreeks naar het Instituut, waar hij het k-nummer 70 krijgt. Hij blijft er bijna elf jaar. Uit invnr 1007 het zevende en achtste mapje blijkt dat hij vanaf 24 juni 1846 is aangesteld als wijkmeester te Wateren. Hij vertrekt met ontslag op 30 april 1847.

● Abraham van der Laan, 16 mei 1836, Haarlem
Hij komt 29 oktober 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1759. Hij komt 18 mei 1852 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 12 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 29 maart 1856.

● Hendrik van der Laan, 24 juli 1833, Haarlem
Hij komt 20 april 1845 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 835. Hij komt 7 maart 1851 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 9. Hij wordt op 9 april 1853 ontslagen.

● Johannes van der Laan, 14 juli 1821, Hervormd, Haarlem
Hij komt 21 april 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1424. Hij gaat 22 december 1836 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 13 krijgt. Hij is medeschuldig aan een gevalletje brandstichting, zie hier. 'Al wat leeft, snelt oogenblikkelijk, met schoppen voorzien, te hulp.' Hij en mede-veroorzaker Jan Pijper moeten op 10 juni 1839 het Instituut verlaten. Johannes van der Laan keert terug naar Veenhuizen. Daar wordt hij op 7 april 1841 ontslagen.

● Willem Labree, 9 juni 1817, Amsterdam
Hij is een zoon van de ongehuwde moeder Cornelia Labree. Hij komt 21 augustus 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 230. Hij woont in 1829 in zaal 11 & 12 van het eerste gesticht, invnr 98 scan 237. Hij komt 26 maart 1831 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 21 krijgt. Op een lijst van kwekelingen van 30 september 1833, invnr 140 scan 504, staat hij als aanwezig. Hem is in 1833 voor É 2,23 minder kleding verstrekt dan volgens de regels toegestaan, invnr 149 scan 366.
Hij wordt 8 July 1834 overgeplaatst naar Veenhuizen. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, blijkt dat Labree is gaan werken als ondermeester te Veenhuizen. Volgens een lijst dd 1 oktober 1835, invnr 164 scan 35, woont hij dan op de zaal van zaalopziener Akkerman Bak. Hij verlaat de koloniŽn als hij is 'aangeloot voor militaire dienst' op 16 juli 1836, volgens invnr 179 scan 339 bij de 8e afdeling infanterie. Hij trouwt in 1851 als 'sergeant achtste Regiment Infanterie' met de dochter van een tamboer-majoor en blijft altijd als sergeant, later sergeant-majoor, in de boeken staan

● Willem Pieter Lambooy, 27 januari 1839, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Johannes Hendrikus Lammering, 10 september 1838, Den Haag
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Johannes Hendrikus Lammers, 13 juni 1823, Amsterdam
Hij komt 10 november 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 180. Hij komt 15 april 1839 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 35 krijgt. Hij blijft bijna vijf jaar en gaat met ontslag op 13 april 1844, waarna hij volgens de Naamlijst van in 1844 ontslagen jongelieden met vermelding van derzelver bestemming, Invnr 307 scan 255, 'vaart ter zee, op een oorlogsschip'. Hij trouwt later als 'sjouwer'.

● Cornelis Hendrik Lammerssen, 15 september 1813, Den Haag
Hij komt 25 maart 1826 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1854. Hij komt 10 april 1831 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 53 krijgt. Hij gaat terug naar Veenhuizen op onbekende datum maar voůr 2 augustus 1832. Vanuit Veenhuizen gaat hij met ontslag op 2 april 1833.

● Bernardus Lampenmaker, 4 juli 1831, Amsterdam
Hij is een vondeling en hij komt 14 mei 1838 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1608. Hij komt 14 september 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 40. Hij vertrekt met ontslag op 8 mei 1852.

● Reindert op 't Landt, 11 augustus 1843, Haarlem
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Gijsbertus de Lange, 15 april 1832, Vlissingen
Hij komt 8 september 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1694. Hij komt 14 september 1850 naar het Instituut en draagt het k-nummer 42. Hij wordt 31 oktober 1850 overgeschreven van het contract met de Staat op het contract met de Regenten van het Armen- Gast en Weeshuis te Vlissingen en krijgt dan het B-nummer 417f. Daarover schijnt een besluit genomen te zijn op 23 oktober 1850 N1. Hij verlaat het Instituut en de koloniŽn met ontslag op 28 juni 1852.

● Aldert Laning, 24 mei 1843, Slochteren
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Frederik Lappain, 22 december 1838, Groningen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Nicolaas Louis Lassance, 27 juni 1828, Amsterdam
Hij komt 2 november 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 793. Hij komt 12 mei 1845 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 27 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 19 mei 1849.

● Johannes van Leeuwen, 7 juni 1833, Haarlem
Hij komt 9 oktober 1842 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2160. Hij komt 14 september 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 14. Hij vertrekt met ontslag op 4 november 1852.

● Antoon Berends Lenos, 26 maart 1831 te Heerenveen, Rotsterhaule
Hij wordt genoemd op pagina 349 van De kinderkolonie. Er is een aparte pagina over de kinderen Lenos.

● Jan Berends Lenos, 7 januari 1833 te Heerenveen, Rotsterhaule
Er is een aparte pagina over de kinderen Lenos.

● Julius Leonhardt, 28 november 1832, Amsterdam
De naamspelling 'Leonhart' komt ook voor. Hij is een vondeling en hij komt 27 mei 1839 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 273. Hij komt 29 maart 1849 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 12. Hij vertrekt met ontslag op 8 mei 1852.

● Wilhelmus Leopold, 16 mei 1825, Amsterdam
In de wezenregisters staat hij als 'Leeopold', maar dat moet een verschrijving zijn. Hij is een vondeling en hij komt 30 mei 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1561. Hij komt 28 juni 1841 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 25 krijgt.
Het overzicht van in 1845 uit Wateren ontslagen jongens, invnr 322 scan 103-104, meldt: 'Den 5 april ontslagen. Onbekend is zijne bestemming.'

● George Friederich van Lettow, 1 oktober 1844, Rotterdam
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Lodewijk August van Lettow, 26 juni 1837, Rotterdam
Hij komt 28 mei 1852 (tegelijk met twee broers die ook in Wateren terecht zullen komen) in de kolonie aan op het contract met de Commissie van Oppertoezigt over 't Algemeene Armbestuur te Rotterdam, krijgt het B-nummer 93 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt 12 mei 1853 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 80. Nog hetzelfde jaar, 9 oktober 1853, deserteert hij, tegelijk met de mede-kwekeling Johannes Stijnis.

● Willem van Lettow, 30 augustus 1840, Rotterdam
Hij behoort tot de jongens die uit Wateren weg moeten omdat het Instituut gaat sluiten en staat op die pagina.

● Willem Hendrik Lieder, 2 juni 1829, Amsterdam
Hij komt 18 december 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1818. Hij komt 20 juli 1848 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 40 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 29 juni 1850.

● Adrianus Hendrik van der Linden, 6 november 1822, Amsterdam
Hij komt 18 juni 1829 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1151. Hij komt 11 april 1836 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 47 krijgt. Hij gaat na zes jaar met ontslag op 21 mei 1842. Volgens het overzicht van in 1842 ontslagen jongen, invnr 278 scan 118, werkt hij daarna 'bij den boer in Noord Holland doch is terug gekomen.' Hij wordt weer opgenomen op 7 augustus 1842, waarna hij zowel weesnummer 1151 als k-nummer 47 weer krijgt. Hij wordt dus wel twee keer in het Instituut opgenomen, maar het leidt niet tot een tweede inschrijving. Tenslotte gaat hij definitief met ontslag op 13 april 1844, waarna hij volgens de Naamlijst van in 1844 ontslagen jongelieden met vermelding van derzelver bestemming, Invnr 307 scan 256, 'te Amsterdam bakkersknecht geworden is'. Dat is een blijkbaar blijvende roeping, want als hij in 1860 op 37-jarige leeftijd trouwt, is hij nog steeds bakkersknecht.

● Johannes Hendrikus van der Linden, 3 januari 1816, Amsterdam
In de wezenregisters staat als geboortedatum 3 januari of april 1816, maar bij zijn huwelijk is het 3 januari. Hij komt 21 augustus 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 227. Hij komt 2 april 1833 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 35. Het overzicht van in 1836 vertrokken kwekelingen, invnr 179 scans 575-576, meldt: 'Den 15 July 1836 opgeroepen voor de Nationale Militie en ingelijfd bij de 8e Afdeeling Infanterie.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Van der Linden in 1836 is 'aangeloot in militaire dienst' maar dat hij later korporaal is geworden. Johannes Hendrikus van der Linden trouwt 1849 te Groningen als 'commies'.

● Pieter van der Linden, 16 augustus 1810, Amsterdam
De wezenregisters geven als geboortedatum slechts 'in 1810', dus ik heb de geboortedatum genomen die in invnr 1610 genoemd wordt. Hij komt 27 april 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 997. Hij komt 29 september 1825 (aanname) naar het Instituut waar hij het k-nummer 34 krijgt. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258.
Op 28 augustus 1829 schrijft hij een brief aan de permanente commissie, welke brief wordt mede-ondertekend door de mede-kwekeling Jan van Huizen, dat ze kortgeleden met verlof in Amsterdam geweest zijn en hun voogd Schermacher (secretaris van de Amsterdamse inrichting voor stadsbestedelingen) hun de ontslagpapieren heeft laten zien. Daarop heeft Pieter van der Linden een baantje genomen bij een koopman in kruidenierswaren, maar hij vraagt zich af waar dat ontslag blijft. Vervolgens gaat hij inderdaad op 27 september 1829 met ontslag, waarbij de 'Staat van gedurende 1829 ontslagen kwekelingen van het Instituut te Wateren tevens aanwijzende hunne bestemming', invnr 104 scan 243, slechts meldt dat hij 'naa Amsterdam geretourneerd' is.

● Barend Lirb, 26 februari 1841, Amsterdam
Hij komt 25 mei 1848 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1965. Hij komt 24 mei 1856 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 66. Hij gaat 20 augustus 1858 terug naar Veenhuizen. Vanuit Veenhuizen wordt hij op 13 juni 1862 ontslagen.

● Bart Jacobus Loef, 19 april 1831, Amsterdam
Hij komt 22 juli 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1110. Hij komt 29 maart 1849 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 15 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 2 april 1851.

● Hermanus Lofveldt, 3 juli 1836, Amsterdam
Hij komt 12 juni 1843 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 185. Hij komt 4 mei 1852 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 29. Hij wordt 16 november 1856 verbannen naar de strafkolonie op de Ommerschans, waarover op 1 december 1856 N12 een besluit schijnt te zijn genomen. Van daar gaat hij 30 maart 1857 met ontslag.

● Jan Willem Albert Luca, 2 februari 1816 te Utrecht, Rotterdam
Hij is een stiefbroer van Willem Godwald, zie hier. Hij komt 6 juli 1828 (tegelijk met 2 zussen) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1569. Hij komt 2 april 1833 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 27 krijgt. Uit het tweede mapje met het opschrift '1833' van het personeelsregister met invnr 1007 blijkt dat hij een tijdje gewerkt heeft als 'adsistent' te Wateren voor É 114,40 per jaar. Het overzicht van in 1836 vertrokken kwekelingen, invnr 179 scans 575-576, meldt: 'Den 16 April 1836 ontslagen en naar Rotterdam vertrokken alwaar hij op een bureau zou geplaatst worden doch werkelijk bij een kamerbehanger is gekomen'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij echter dat Luca in 1836 is 'aangeloot in militaire dienst' en bij de 'cavallerie' is terechtgekomen, en later 'brigadier-schrijver' is geworden.

● Hendrik Arie Cornelis Lucouw, 18 mei 1809, Den Haag
Hij komt 15 juli 1824 in de kolonie aan op een of ander contract met het Stadsarmbestuur te Den Haag en wordt ondergebracht bij kolonisten in Wilhelminaoord. Hij komt 27 november 1827 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 53 krijgt. Hij behoort tot de "weeskinderen" die in december 1828 verklaren dat zij buiten de koloniŽn nog ouders in leven hebben, invnr 95 scan 333. In 1829 zou hij een B-nummer moeten krijgen, maar dat zijn ze volgens mij vergeten. Hij wordt 9 juli 1830 aangenomen tot 'ledemaat der Hervormde Gemeente te Vledder', zie invnr 107 scan 598. Hij vertrekt 17 juli 1830 met ontslag. Volgens het overzicht van in 1830 met ontslag vertrokken kwekelingen, invnr 114 scan 27, is hij daarna 'in dienst bij den burgerstand'.

● Arie Lugten, 1 februari 1838, Dordrecht
Hij komt 11 september 1846 in de kolonie aan op het contract met Burgemeesteren der stad Dordrecht, krijgt het B-nummer 194 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt 4 mei 1852 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 73. Hij gaat in militaire dienst op 1 juli 1857.

● Theodorus Marinus van Luijn, 10 mei 1832, Utrecht
Hij wordt 28 april 1847 het bedelaarsgesticht binnengebracht vanuit Utrecht (bedelaarsnummer 4709), met zijn moeder Anna Christina van Gorkom (bedelaarsnummer 4442) en dat schijnt al de tweede opname van het stel te zijn, maar de eerste kan ik niet vinden. Die moeder overlijdt 4 maart 1848. Theodorus Martinus wordt dan 27 oktober 1848 ingeschreven in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2070. Hij komt 29 maart 1849 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 66 krijgt en van waar hij op 16 mei 1849 de benen neemt.

● Jacobus Luijting, 16 augustus 1825, Haarlem
Hij komt 21 mei 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 848. Hij komt 20 juli 1840 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 14. Hij vertrekt met ontslag op 13 augustus 1842. Volgens het overzicht van in 1842 ontslagen jongen, invnr 278 scan 118, is hij 'op verzoek zijner familie ontslagen.'

● Cornelis van Luinen Hubert, 17 juli 1828 te Petten, Den Helder
Hij komt 28 oktober 1837 (gelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1153. Hij komt 9 oktober 1843 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 2 krijgt. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 26 juni 1844. Vanuit Veenhuizen wordt hij op 17 april 1849 ontslagen.

● Lammert van Luinen Hubert, 24 september 1833, Den Helder
Hij komt 28 oktober 1837 (gelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1161. Hij komt 2 mei 1850 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 56 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 23 april 1853.

● Cornelis van Maanen, 14 juli 1830, Den Haag
Hij komt 5 mei 1840 (tegelijk met een broer, zie onder, en een zus) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 805. Hij komt naar het Instituut op 30 april 1846 en krijgt het k-nummer 13. Uit het zevende mapje met het opschrift '1844-1847' van het personeelsregister met invnr 1007 blijkt dat hij een tijdje werkt als 'schrijver' te Wateren voor É 94,- per jaar. Hij deserteert op 25 mei 1848, maar is op 28 mei alweer terug. Er is geen tuchtzitting over die desertie gevonden. Hij blijft daarna tot zijn ontslag op 29 maart 1851. Hij keert weer terug in Veenhuizen op 9 juni 1851, maar gaat dan niet naar Wateren. Hij blijft in Veenhuizen tot hij 12 februari 1855 overlijdt.

● Gerardus van Maanen, 20 maart 1825, Den Haag
Hij komt 5 mei 1840 (tegelijk met een broer, zie boven, en een zus) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 797. Hij komt 19 juni 1843 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 8. Hij blijft tot zijn ontslag. Het overzicht van in 1845 uit Wateren ontslagen jongens, invnr 322 scan 103-104, meldt: 'Den 7 april ontslagen. Dient als knecht bij een timmerman te Smilde.'

● Willem Maas, 20 december 1818, Krommenie
Hij komt 5 juli 1830 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2100. Hij komt 26 maart 1831 naar het Instituut, krijgt het k-nummer 56 en blijft tot zijn ontslag op 28 juli 1837. In het overzicht van in 1837 vertrokken kwekelingen, invnr 191 scans 210-211, staat dat hij is 'opgeroepen voor de N.M. en ingelijfd bij de 8e Afdeeling Infanterie te Groningen'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Willem Maas in 1837 is 'aangeloot in militaire dienst', maar heeft hij geen recentere informatie.

● Jan Maat, 12 december 1820 te Houtrijk en Polanen, Amsterdam
Hij komt 29 september 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2181. Hij komt 30 oktober 1837 naar het Instituut, krijgt het k-nummer 54 en blijft tot zijn ontslag op 4 april 1840. Het overzicht van in 1840 ontslagen jongens, invnr 239 scan 793, meldt: 'Den 4 april ontslagen, woont bij de burgerij buiten Amsterdam.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij dat Jan Maar na zijn ontslag 'dienstbaar bij eenen melkboer buiten Amsterdam' is en heeft hij geen recentere informatie.

● Cornelis Johannes Magchielse, 10 september 1811, Tholen
Als naamsspellingen komen ook voor Machielse(n), Maghielse, ea. Hij  is een zoon van wijlen Pieter Carel Maghielse en wijlen Maria Louisa Mallen. Hij komt 15 juni 1823 in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Weeshuis te Tholen en wordt ondergebracht bij kolonisten in de vrije koloniŽn. Hij komt 28 juni 1824 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 25. In 1829 krijgt hij het B-nummer 889. Hij wordt 15 april 1831 aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 113 scan 387. Uit de eerste twee mapjes met de opschriften '1832' en '1833' van het personeelsregister met invnr 1007 blijkt dat hij als onderdirecteur voor den landbouw te Wateren werkzaam is. Hij verlaat het Instituut en de koloniŽn met ontslag op 30 April 1833. Volgens het overzicht van in 1833 ontslagen jongens, invnr 145 scan 270, werkt hij daarna als 'boereknecht' in de provincie Groningen. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij dat Magchiese na zijn ontslag 'boereknecht te Oostwold' is, maar dat hij later is vertrokken naar Bergen op Zoom en is gehuwd. NB: Drie jaar later zal de kwekeling Jacobus Soesbeek boerenknecht in Oostwold worden (misschien als opvolger van Magchielse?), dus blijkbaar heeft Van Wolda connecties daar.

● Hendrik Maij, 22 mei 1823, Vlissingen
Hij komt terecht in het koloniale onderwijs en heeft een eigen pagina op het onderwijs-gedeelte.

● Jan van der Mark, 9 februari 1817, Haarlem
Hij komt 7 januari 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 768. Hij komt 26 maart 1831 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 39. Hij staat op de lijst van kwekelingen van 26 maart 1832 in invnr 1544, maar op 16 juli 1832 neemt een ander zijn k-nummer over, dus hij moet tussen die twee data uit Wateren vertrokken zijn en weer naar Veenhuizen gegaan zijn. Vanuit Veenhuizen gaat hij met ontslag op 9 mei 1833 (16 jaar oud, dus naar familie).

● Frederik Hendrik Matthies, 16 augustus 1835, Bolsward
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Jurrie van der Meer, 21 februari 1826 te Schraard, Wonseradeel
Hij komt 9 september 1832 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1341. Hij komt 29 maart 1841 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 63 krijgt. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 2 juni 1845. Vanuit Veenhuizen vertrekt hij met ontslag op 16 mei 1848.

● Anthonie van der Meijden, 7 juni 1841, Utrecht
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Anthonie Meijer, 25 november 1823, Meppel
Hij is een zoon van Ide Meijer uit Meppel, die 30 april 1825 was aangesteld als onderfabriekbaas bij het derde gesticht te Veenhuizen, maar die op 16 augustus 1829 overleed. Waar hun moeder, Maria Weijenberg, daarna gebleven is, weet ik niet. Na wat administratief gehannes met de vijf kinderen, waarvan er eentje in 1830 overlijdt, worden ze per juni 1833 geplaatst in het kindergesticht op rekening van de permanente commissie. Anthonie Meijer komt 19 augustus 1837 naar he Instituut en krijgt het k-nummer 22. Hij vertrekt met ontslag op 10 juni 1838, nog geen 15 jaar oud. In het overzicht van in 1838 ontslagen jongens, invnr 205 scans 276-277, staat: 'Den 10 Junmy 1838 op verzoek zijner familie, te Groenloo, ontslagen.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij ook dat Anthonie Meijer in 1838 'aan zijne ouders die boeren zijn te Groenloo terug gegeven' is. Zijn latere levenslot is Van Wolda 'onbekend, doch naar zijne geschiktheid zal het hem goed gegaan zijn'.

● Jan Daniel Hendrik Meijer, 21 februari 1834, Amsterdam
Hij komt 7 september 1849 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 14. Hij komt 24 oktober 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 1. Hij vertrekt met ontslag op 1 april 1854.

● Johannes Meijer, 21 maart 1826, Utrecht
Hij komt 16 juli 1833 in de kolonie aan op het particuliere contract ŗ 60 gulden per jaar met G.J. Pijman Jr te Utrecht, krijgt het B-nummer 964 en wordt ondergebracht bij kolonisten te Frederiksoord. Hij gaat 23 juli 1841 vanuit Frederiksoord hoeve 48 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 44. Hij gaat met ontslag op 2 mei 1846. Dat ontslag vindt volgens het overzicht van in 1846 ontslagen jongens, invnr 339 scan 97, plaats 'op verzoek van zijne uitbesteders.' 

● Wilhelm Mekke, 17 november 1837 te Utrecht, Amsterdam
Hij komt op onbekende datum aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 248. Hij komt 17 juni 1850 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 47 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 28 april 1857.

● Arie Jan van Melger, 7 oktober 1829, Amsterdam
Hij komt 1 juni 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1011. Hij komt 1 juni 1843 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 51. Hij vertrekt met ontslag op 28 april 1849.

● Hendrik Mentink, 25 februari 1822, Den Haag
Hij komt 22 oktober 1835 in de kolonie aan op het contract met Burgemeesteren der stad s Gravenhage, krijgt het B-nummer 431 en wordt ondergebracht bij kolonisten te Willemsoord. Hij komt op 1 april 1838 vanuit Willemsoord hoeve 85 naar het Instituut en draagt daar het k-nummer 3. Maar al op 30 september 1838 wordt hij ontslagen. In het overzicht van in 1838 ontslagen jongens, invnr 205 scans 276-277, staat: 'Den 30 september 1838 op verzoek zijner familie, te 's Hage, ontslagen.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij ook dat Hendrik Mentink 'door de familie terug gevraagd' is, maar dat hij later is 'aangeloot voor de militaire dienst'.

● Fedde Haaitse van der Meulen, 4 januari 1819, Harlingen
Hij komt 4 juni 1830 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 57. Hij komt 2 augustus 1832 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 60. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 28 oktober 1837, maar ik heb (nog) niet kunnen vinden wat hij daar gaat doen. Hij gaat vanuit Veenhuizen in militaire dienst op 29 juli 1838. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij dat Fedde van der Meulen al in 1837 is 'aangeloot in militaire dienst' en dat hij later korporaal is geworden.

● Gijsbertus van der Meulen, 8 mei 1815, Zaandam
Hij komt 11 juni 1828 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 101. Hij komt 16 juli 1832 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 50 krijgt. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 2,90 uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Het overzicht van in 1835 ontslagen kwekelingen, invnr 167 scan 513, meldt: 'Den 4 April 1835 ontslagen, dienstbaar bij eenen bakker te Zaandam'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ookdat Gijsbertus van der Meulen na zijn ontslag 'bakkerknecht ta Zaandam' is, maar heeft hij geen recentere gegevens.

● Harmen van der Meulen, 6 april 1831, Deventer
Hij komt 6 september 1847 het bedelaarsgesticht binnen en heeft het bedelaarsnummer 6176 in toegang 0137.01 de invnrs 431 en 436. Hij is in gezelschap van zijn vader Minne Volkers van der Meulen, geboren in 1790 in Oostermeer, voormalig stalhoudersknecht te Deventer, nummer 6175, en zijn zus Alberdina van der Meulen, geboren 1836 te Deventer, nummer 6177. Ze komen vanuit Zwolle, dus waarschijnlijk is het een vrijwillige opname. Ze worden 30 oktober 1847 overgeplaatst naar Veenhuizen. Daar overlijdt de vader op 18 augustus 1848. Zus Alberdina gaat 25 november 1848 terug naar de Ommerschans en wordt op 18 december 1848 ontslagen, wat zal betekenen dat familie zich over haar ontfermt. Harmen wordt 11 november 1848 opgenomen in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2117. In het wezenregister staat abusievelijk van der Meule zonder 'n', maar overal elders is het mťt 'n'. Hij gaat 1 mei 1849 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 79. Hij verlaat de koloniŽn met ontslag op 22 maart 1851.

● Marten van der Meulen, 16 mei 1822, Harlingen
Hij komt 9 september 1832 (tegelijk met twee broers, waarvan ťťn tweelingbroer, en een zus) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1545. Hij komt 11 september 1835 (tegelijk met zijn oudere broer, zijn tweelingbroer is er dan al) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 50. Hij vertrekt met ontslag op 25 april 1842 (tegelijk met zijn tweelingbroer). Volgens het overzicht van in 1842 ontslagen jongens, invnr 278 scan 118, werkt hij daarna 'bij den boer in Vriesland.'

● Pieter van der Meulen, 18 maart 1820, Harlingen
Hij komt 9 september 1832 (tegelijk met twee broers en een zus) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1535. Hij komt 11 september 1835 (tegelijk met een jongere broer, de andere broer is er dan al) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 59. Hij gaat 15 juli 1839 in militaire dienst. Het overzicht van in 1839 ontslagen jongens, invnr 221 scan 799, meldt: 'Den 15 july voor de Nation. Militie opgeroepen.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij ook dat Pieter van der Meulen in 1839 is 'aangeloot in militaire dienst', maar voegt hij toe: 'met onbepaald verlof en nu bij zijne vader te Woudsend scheepstimmermansknecht'.

● Rommert van der Meulen, 16 mei 1822, Harlingen
Hij komt 9 september 1832 (tegelijk met twee broers, waarvan ťťn tweelingbroer, en een zus) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1541. Hij komt 2 maart 1835 als eerste van de broers naar het Instituut en krijgt het k-nummer 31. Hij vertrekt met ontslag op 25 april 1842 (tegelijk met zijn tweelingbroer). Volgens het overzicht van in 1842 ontslagen jongen, invnr 278 scan 118, werkt hij daarna 'bij den boer in Vriesland.'

● Wiebe Joukes van der Meulen, 24 februari 1827 te Het Meer, Schoterland
Hij komt 14 april 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1374. Hij komt 1 juni 1843 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 60. Hij deserteert op 7 juni 1846 uit het Instituut om zich vrijwillig in dienst te begeven, maar dat gaat niet door, volgens invnr 331 scan 93. Hij gaat dan naar Workum en treedt in dienst bij een apotheker. Die is zeer over hem tevreden. Hij meldt 'dat dezelve gedurende het tijdvak. dat hij bij mij heeft doorgebragt, zich loffelijk heeft gedragen, reeds groote vordering heeft gemaakt en steeds met lust en ijver voortgaat zich te bekwamen in die vereischten welke bij een bediende verlangd kunnen worden, zoodat ik niet af kan zijn, deswegen mijne bijzondere tevredenheid te betuigen'.
Op de dag dat de apotheker dit schrijft heeft hij van het gemeentebestuur te horen gekregen dat Wiebe Joukes uit Wateren is ontvlucht en daarnaartoe teruggebracht zal worden. De apotheker roept de Maatschappij op om hem te ontslaan, 'ten einde bij mij zijne gelukkig begonnen nieuwe loopbaan te kunnen vervolgen'. Maar regels zijn regels, dus 6 september 1846 is hij terug in Wateren en wordt hij meteen doorgestuurd naar Veenhuizen, zodat hij op de tuchtraad van 12 september 1846 terecht kan staan. Hij krijgt acht dagen opsluiting om den anderen dag te water en brood en moet de É 12,50 betalen die Workum blijkbaar voor premie en transportkosten in rekening heeft gebracht.
Hij komt niet meer terug in Wateren, maar blijft in Veenhuizen. Op 4 november 1846 wendt Jouke Wiebes zich zelf schriftelijk tot de permanente commissie, invnr 328 de scans 309-310. Hij verontschuldigt zich voor de 'onbedachtzaamheid' om uit Wateren te vluchten, maar meldt dat dit 'strafwaardige wegloopen' hem 'echter ook eene gelegenheid heeft doen vinden, waardoor welligt het geluk van heel zijn volgend leven zou kunnen bevestigd worden'. Hij wil terug naar zijn betrekking als 'apothekers-leerling' bij de door hem zeer gewaardeerde apotheker te Workum en dat wordt moeilijk als hij tot het volgende voorjaar in Veenhuizen moet blijven. Maar regels zijn regels en hij wordt pas 14 april 1847 ontslagen. Hij trouwt 1851 te Workum, maar er staat niet bij of hij dan bij de apotheker werkt.

● Hendrik Meulman, 3 januari 1825, Amsterdam
Hij komt 1 oktober 1835 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 444. Hij komt 19 augustus 1837 vanuit het derde gesticht naar het Instituut en krijgt het k-nummer 49. Hij gaat terug naar het derde gesticht op 4 mei 1838. Vanuit Veenhuizen wordt hij op 21 april 1846 ontslagen, maar op 9 juni 1846 weer opgenomen, waarna hij op 21 april 1848 definitief met ontslag vertrekt.

● Karel Middelhoff, 11 november 1827, Haarlem
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Aldert Molenaar, 17 mei 1810, Enkhuizen
Hij komt 5 juli 1823 in de kolonie aan op het contract met de Direkteuren van het BurgerWeeshuis te Enkhuizen, en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij hoort bij de eerste lichting die op 28 juni 1824 naar het Instituut komt, waar hij het k-nummer 7 krijgt. Hij deserteert in 1826 uit Wateren. Blijkbaar komt hij terug, want op 26 augustus 1826, invnr 80 scan 798, schrijft de directeur dat 'op het berouw van den gedeserteerde Albert (sic) Molenaar bij deszelfs terugkomst in het Instituut te Wateren, het nodig regard zal worden geslagen'. Maar blijkbaar doet hij het ondanks dat berouw later nog een keer, want op 3 juni 1828, invnr 91 scan 296, constateren de regenten van het Wees- en Armhuis der stad Enkhuizen, dat er op hun contract vacatures zijn ontstaan, onder meer door de 'desertie van Aldert Molenaar van het opvoedings Instituut te Wateren'. Die laatste en definitieve desertie moet hebben plaatsgevonden vůůr 27 november 1827, want dan arriveert de volgende die k-nummer 7 krijgt.

● Johannes Molier, 23 september 1842, Den Haag
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Johan Karel Gustaaf MŲller, 20 februari 1834, Amsterdam
Hij komt 4 februari 1846 (met een broer en een zus die allebei te Veenhuizen zullen overlijden) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1045. Hij komt 3 mei 1851 in het Instituut, waar hij het k-nummer 61 krijgt. Uit invnr 1007 het tiende mapje blijkt dat hij onderwijzer voor Groot Wateren wordt. Hij vertrekt met ontslag op 10 april 1855. Al deze gebeurtenissen en meer heeft hij later beschreven in het boek De wees van Amsterdam. Zie voor uitgebreide informatie over hem deze pagina.

● Hermanus Gerardus Johannes Mondriaan, 12 mei 1840, Den Haag
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Willem Mooij, 13 februari 1843, Zaandam
Hij komt 6 mei 1853 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 686. Hij komt 24 mei 1856 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 5 krijgt. Hij gaat 12 augustus 1857 terug naar Veenhuizen, waar hij 14 augustus 1857 wordt ontslagen (14 jaar oud, dus naar familie). Gezien de slechts twee dagen tussentijd tel ik dit niet als teruggestuurd naar Veenhuizen, maar als ontslag.

● Sijmen Mooije, 8 januari 1816, Hindeloopen
Hij komt 29 juni 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1309. Hij komt 1 april 1833 naar het Instituut en krijgt (als eerste) het k-nummer 74. Het overzicht van in 1836 vertrokken kwekelingen, invnr 179 scans 575-576, meldt: 'Den 9 April ontslagen en naar Leeuwarden vertrokken, alwaar hij dienende is bij eene bakker.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Sijmen Mooije na zijn ontslag 'bakkersknecht te Leeuwarden' is, maar dat hij 'nu in Amsterdam' is.

● Dirk Frederik Moora, 30 maart 1836, Amsterdam
Op 7 juni 1851 komen zes kinderen Moora het bedelaarsgesticht op de Ommerschans binnen. Allemaal geboren te Amsterdam en op volgorde van leeftijd:
▪ Dirk Frederik, geboren 30 maart 1836, krijgt in toegang 0137.01 invnr 436 het bedelaarsnummer 4638;
▪ Anna Maria, geboren 10 februari 1838, nummer 4639,
▪ Frederik Coenraad, geboren 14 december 1839, nummer 4642,
▪ Pieter, geboren 17 maart 1842, nummer 4635,
▪ Henri, geboren 9 januari 1845, het nummer 4636, en
▪ Lourens, geboren 31 mei 1847 (dus 7 dagen geleden), het nummer 4637.
Ze zijn vergezeld van hun moeder Maria Claus, geboren 15 september 1808, bedelaarsnummer 4634, en ze komen dan uit Zwolle, wat duidt op een vrijwillige opname. Ze blijven lang in de Ommerschans en worden pas op 21 juni 1851 overgeplaatst naar Veenhuizen. Dan worden op 29 september 1851 vijf van de kinderen opgenomen in het kindergesticht op het Algemeen Contract met de Staat. Lourens is daar op dat moment nog te jong voor. Dan meldt het register van de bedelaars dat moeder Maria Claus op 15 maart 1853 de koloniŽn met ontslag verlaat en dat op 7 juni 1853 ook Lourens wordt opgenomen in het kindergesticht, maar ik denk dat iemand zich hier in de data vergist.
Hoe het de zes kinderen vergaat:
▪ Dirk Frederik Moora heeft weesnummer 526, gaat 19 juli 1852 naar het Instituut, draagt k-nummer 5 en vertrekt (pas 18 jaar oud) met ontslag op 22 februari 1854,
▪ Anna Maria Moora heeft weesnummer 525 en wordt ontslagen 2 oktober 1854,
▪ Frederik Coenraad Moora heeft weesnummer 524, gaat 14 juni 1853 naar het Instituut, krijgt daar het k-nummer 75, en vertrekt met ontslag op 22 februari 1854, dus tegelijk met Dirk Frederik,
▪ Pieter Moora heeft weesnummer 529 en wordt 20 april 1855 ontslagen,
▪ Henri Moora heeft weesnummer 530 en wordt 20 april 1855 ontslagen,
▪ Lourens Moora heeft weesnummer 689 en wordt 20 april 1855 ontslagen,
Kortom, ze zijn allemaal te jong om met ontslag te gaan en dus zal familie zich over hen ontfermd hebben.

● Frederik Coenraad Moora, 14 december 1839, Amsterdam
Zie hierboven bij zijn broer Dirk Frederik.

● Hermanus Mos, 13 december 1830, Enkhuizen
Hij komt 14 juli 1843 in de kolonie aan op het contract met de Direkteuren van het BurgerWeeshuis te Enkhuizen, krijgt het B-nummer 29 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Vandaar komt hij op 8 juni 1846 in het Instituut en krijgt hij het k-nummer 63. Hij gaat om onbekende redenen op 5 maart 1847 weer terug naar Veenhuizen. Hij vertrekt met ontslag op 2 maart 1850.

● Jan Willem Mostertman, 20 juli 1830, Amsterdam
Hij komt 28 mei 1847 (bijna 17 jaar) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1572. Hij komt al op 20 december 1847 naar het Instituut en krijgt het kwekelingnummer 40.
Hij overlijdt 4 juni 1848, 02:00 uur uur ten huize van Jan Hendrik Geraets. Aangifte wordt gedaan door de kwekeling Jan Smit, die als beroep opgeeft 'kolonist', en ene Gerrit Jans Wolf, smid.

● Gerrit Mouriks, 16 maart 1841, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Jan Muiderman, 4 december 1839, Goor
Hij komt 13 december 1954 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 906. Hij komt 20 september 1856 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 25 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 1 april 1859.

● Abraham Mulder, 21 februari 1813, Amsterdam
Hij komt 27 april 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 991. Hij komt 19 september 1825 (aanname) naar het Instituut, waar hij het kwekelingnummer 38 draagt. Hij wordt 15 april 1831 aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 113 scan 387. Hij overlijdt 11 december 1831, 15:00 uur ten huize van Jan Hessels van Wolda. Aangifte wordt gedaan door de kwekelingen Nicolaas Hofman, die als beroep 'boekhouder' opgeeft en Eisse Aman, die eigenlijk Eisse Aman Houwman heet en die als beroep 'voerman' opgeeft.

● Jan Mulder, 25 mei 1811, Amsterdam
Hij komt 3 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 448. Hij komt met de eerste hoop Veenhuizense jongeren op 29 mei 1825 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 44 krijgt. Hij wordt 15 april 1831 aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 113 scan 387. Hij staat begin 1832 op een lijst van jongens in het Instituut 'welke hun 20e jaar bereiken en bereikt hebben om tot ontslag te worden voorgesteld', invnr 121 scan 504. Over een mogelijk ontslag zegt Jan Hessels van Wolda: 'Denkt in het voorjaar als milicien zeker uit te trekken'. Jan Mulder heeft op dat moment een schuld op het kledingfonds van É 82,39Ĺ (dat is heel veel) en een tegoed op oververdienste van É 34,83. Hij verlaat na een kleine zeven jaar het Instituut op 7 juli 1832. Inderdaad om in militaire dienst te gaan, zie ook de lijst van ontslagen kwekelingen in 1832. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 naloopt wat er in hun latere leven van kwekelingen geworden is, zie hier, meldt hij dat Jan Mulder daarvoor indertijd is ontslagen en op dat moment nog steeds in dienst is.

● Jan Mulder, 30 mei 1818, Amsterdam
Hij komt 3 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 531. Hij komt 30 mei 1835 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 17 krijgt. Hij gaat in militaire dienst op 23 maart 1838, zie ook invnr 205 scan 276. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij ook dat Jan Mulder in 1838 is 'aangeloot in militaire dienst' en 'nog heden' in dienst is.

● Lodewijk Wilhelm Alexander Mulder, 14 augustus 1835, Utrecht
Hij komt 21 juni 1847 in de kolonie aan op het contract met de Regenten der Aalmoezenierskamer te Utrecht, ktijgt het B-nummer 815 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt 4 juni 1855 (bijna 20 jaar oud) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 6. Hij gaat al 25 september 1855 terug naar het eerste gesticht te Veenhuizen. Vandaar treedt hij op 1 augustus 1857 in militaire dienst.

● Diderik Martinus Mulkes, 7 september 1811, Kampen
Hij komt 25 april 1825 (tegelijk met drie zussen, die alle drie netjes tot hun ontslag in het gesticht blijven, zie iets meer over die zussen op deze pagina) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 960. Hij komt 29 september 1825 (aanname) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 40. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258, maar hij is dan al een tijdje niet meer in de buurt, Genoteerd is in het kwekelingregister: 'zedert 24 Mei 1828 van verlof agtergebleven, waarvan op 29 April 1829 mutatie is ingezonden'. Bij de permanente commissie in Den Haag is die boodschap niet overgekomen, want ze stellen nieuwsgierige vragen die de directeur op 1 juni 1829 beantwoordt, invnr 97 scan 421:

Door het vergelijken van de naamlijst der Kwekelingen te Wateren met het aldaar aanwezige Personeel is gebleeken dat, bij de P.K. zoo als bij ons als nog bekend stond Diederik Martinus Mulkes, doch welke volgens schrijven van den Heer Mulder dd. 27 Mei N. 34 in Dec JL. van verlof achtergebleven, uit de sterkte zoude zijn gevoerd, waar van wij echter eerst den 24 April 1829 opgaven hebben bekomen, en op de Mutatie Staat dierzelfde maand melding gemaakt;

● Charles Munro, 2 februari 1812, Amsterdam
Hij komt 3 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 443. Hij komt op 29 september 1825 (aanname) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 41. Hij behoort tot de kinderen in Wateren die in december 1828 verklaren 'stellig te weten dat hunne ouders overleden zijn', invnr 95, scan 342-343. Hij wordt 9 juli 1830 aangenomen tot 'ledemaat der Hervormde Gemeente te Vledder', zie invnr 107 scan 598. Hij vertrekt met ontslag op 8 juni 1831, volgens de Naamlijst der in 1831 ontslagen kinderen met vermelding van derzelver bestemming, invnr 124 scan 346, omdat hij in militaire dienst moet. Ook als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 schrijft over vertrokken kwekelingen, zie hier, meldt hij dat Munro is 'aangeloot in militaire dienst'.

● Hendrik de Munter, 28 april 1809, Dordrecht
Hij komt 4 juni 1820 (tegelijk met zijn broer) in de kolonie aan op het contract met de Burgemeesteren der stad Dordrecht en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij behoort bij de eersten die op 28 juni 1824 naar het Instituut komen. Hij heeft op de lijst van 1 april 1826 het k-nummer 9, maar in het register van 1 november 1829 het nummer 3. Hij vertrekt 4 juli 1828 met ontslag.

● Willem de Munter, 25 augustus 1805, Dordrecht
Hij komt 4 juni 1820 (tegelijk met zijn broer) in de kolonie aan op het contract met de Burgemeesteren der stad Dordrecht en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij behoort bij de eersten die op 18 juni 1824 naar het Instituut komen en krijgt het k-nummer 8. In het verslag gedateerd 21 juli 1826, zie de transcriptie, meldt de Instituteur dat Willem de Munter 'reeds eenigen tijd' onder het opzicht van mede-kwekeling Nicolaas van Heusden 'ook aan de administratie gewerkt heeft'; Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij behoort tot de "weeskinderen" die in december 1828 verklaren dat zij buiten de koloniŽn nog ouders in leven hebben, invnr 95 scan 333. Hij krijgt in 1829 het B-nummer 192 en hij vertrekt 6 september 1829 met ontslag.

● Hendrik Philip Mussman, 6 september 1844, Vlissingen
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Dirk Naarstig, 15 oktober 1821, Amsterdam
Ik heb hem ondergebracht op de pagina van Nicolaas Naarstig.

● Nicolaas Naarstig, 20 mei 1822, Amsterdam
Hij komt in het koloniale onderwijs terecht en heeft een eigen pagina op het onderwijs-gedeelte.

● Willem der Nederlanden, 5 mei 1818, Leerdam
Hij komt 5 juli 1820 in de kolonie aan op het particuliere contract voor 60 gulden per jaar met P. Nederlander te Leerdam en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. In 1829 krijgt hij het B-nummer 958 en op 10 november 1829 gaat hij naar het Instituut, waar hij het k-nummer 11 draagt. Al op 15 maart 1830 wordt hij overgeplaatst naar Frederiksoord hoeve 57. Zie verder over Willem der Nederlanden op dez pagina.

● Jan Ennes Neinoord, 5 juli 1817, Kantens
Kantens ligt in de provincie Groningen, ten noorden van de stad Groningen. In de wezenregisters eindigt zijn naam op een 't', Neinoort, maar in wiewaswie is het vrijwel altijd met een 'd', Hij komt 24 november 1828 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2001. Hij komt 2 augustus 1832 in het Instituut aan en krijgt het k-nummer 66. Op een lijst van aanwezige kwekelingen bij een inspectie op 30 september 1833, invnr 140 scans 504-505, is hij niet in het Instituut zelf, maar bij de 'koeijen'. Hij vertrekt met ontslag op 5 april 1837. Het overzicht van in 1837 vertrokken kwekelingen, invnr 191 scans 210-211, meldt dat hij 'dient in Groningerland bij den boer'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij dat Jan Ennes Neinoord na zijn ontslag 'boereknecht te Kantens' is en voegt hij toe 'nog heden'. Hij trouwt 1848 te Middelstum als 'boerenknecht' met een 'boerenmeid'.

● Gerardus Nieslus, 3 maart 1826, Amsterdam
Hij is een vondeling en hij komt 10 juni 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1979. Hij komt 17 mei 1841 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 28 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 20 mei 1848.

● Jacob Frederik Nijbakker, 12 maart 1837, Amsterdam
Hij komt 17 mei 1844 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 627. Hij komt 4 mei 1852 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 65. Hij deserteert 8 oktober 1853 en wordt 20 oktober 1853 weer teruggebracht. Een tuchtraad over die desertie is niet gevonden. Hij vertrekt met ontslag op 28 maart 1857 (volgens invnr 1412 en invnr 1611) of 28 april 1857 (invnr 1583).

● Reinier van Nispen, 12 oktober 1822, Den Haag
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Jacobus Frederikus Numan, 26 juli 1821, Amsterdam
Hij komt 2 juli 1828 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1109. Hij komt 23 september 1833 vanuit eerste gesticht naar het Instituut, invnr 140 scan 507, waar hij het k-nummer 19 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 6 mei 1841, volgens het kwekelingenregister en het wezenregister om in militaire dienst te gaan, maar volgens de lijst van de in 1841 ontslagen jongelingen, invnr 261 scan 460, is hij na zijn vertrek boerenknecht te 'Yda, gemeente Vries'.

● Pieter Offee, 3 maart 1828 te Rotterdam, Amsterdam
Hij komt 15 juli 1839 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 349. Hij komt 1 juni 1843 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 37. Hij gaat 12 juni 1847 in militaire dienst.

● Willem Fredrik Offerman, 30 mei 1833, Amsterdam
Hij komt 4 oktober 1849 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 114. Hij komt 2 mei 1850 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 7 krijgt. Hij deserteert 22 september 1850, maar wordt diezelfde dag al terug gebracht. Een tuchtzitting over die desertie is niet gevonden. Hij vertrekt met ontslag op 9 april 1853.

● Jan Oijen, 21 juni 1810, Amsterdam
Hij komt 23 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 636. Hij komt 29 september 1825 (aanname) naar het Instituut en krijgt (als eerste) het k-nummer 48. Hij wordt 15 april 1831 aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 113 scan 387. Op een lijst met voor ontslag in aanmerking komende jongeren uit begin 1832, invnr 124 scan 403, wordt over hem gezegd: 'Verlangt zijn ontslag, kan in zijn onderhoud voorzien en heeft bereids eene dienst'. Hij heeft dan een tegoed op het kledingfonds van É 1,79Ĺ en een tegoed op oververdienste van É 19,57, wat allebei relatief veel is. Hij wordt 2 mei 1832 ontslagen en volgens de lijst van ontslagen kwekelingen in 1832, zie hier, werkt hij daarna als 'hoeveknecht te Dedemsvaart'. Als Jan Hessel van Wolda in februari 1841 naloopt wat er in hun latere leven van kwekelingen geworden is, zie hier, weet hij nog wel dat Oijen vertrokken is als 'boereknecht aan de Dedemsvaart', maar heeft hij geen latere informatie.

● Arie Onrust, 7 mei 1825, Den Haag
Hij komt 6 juni 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 768. In september 1835 woont hij in het eerste gesticht op een van de zalen van de zaalopziener Jacob Pieter van den Bosch, invnr 164 scan 37, maar uit een lijst van 5 november 1838, invnr 201 scan 165, blijkt dat hij dan in het derde gesticht gevestigd is en werkzaam is in de veldarbeid. Hij heeft dan een tekort op zijn kledingrekening van iets meer dan 9 gulden en geen oververdienste, wat gemiddelde bedragen zijn. Hij komt 28 juni 1841 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 15.
Hij schijnt na vier jaar gedeserteerd te zijn en blijkbaar heeft de Instituteur aan de directeur der koloniŽn geschreven wat hij daar mee aan moet, want op 31 oktober 1845 schrijft die directeur aan hem 'om den gedeserteerd geweest zijnde kwekeling A. Onrust, No 768, naar het 1e Gesticht te Veenhuizen terug te zenden (...) om door den Raad van Tucht aldaar terecht gesteld en vervolgens aan dat Gesticht behouden te worden'. Dat doet de Instituteur op 1 november 1845 en Arie Onrust verschijnt voor de tuchtraad van vrijdag 7 november 1845. Hem wordt ten laste gelegd 'desertie, onverschillig en trouweloos gedrag, vergezeld met verkoop van eens anders goed, en geleende gelden van zijne makkers'. Hij wordt veroordeeld tot 'opsluiting in de strafkamer voor den tijd van 8 dagen om den anderen dag te water en brood' en na het uitzitten van zijn straf blijft hij dus in Veenhuizen.
Hij zal voorkomen op de ontslagvoordracht van begin 1845, maar dat vindt men in Zuid-Holland nog iets te vroeg, zodat het ministerie van Binnenlandse Zaken geen toestemming tot ontslag geeft, maar zegt dat dat het volgende jaar moet plaatsvinden, invnr 302 scan 408, en dat volgende jaar op 13 maart 1846, invnr 316 scan 66, is het wel goed en autoriseeert het ministerie zijn ontslag.
Op 28 april 1846 stuurt de directeur der koloniŽn een brief van de permanente commissie naar de Instituteur over het ontslag van A. Onrust, invnr 332 scan 446. Het is me een raadsel wat daar in staat, want volgens invnr 1412 is hij al op 3 april 1846 met ontslag vertrokken. Die datum wordt ook genoemd in invnr 339 scan 109, waar bovendien gemeld wordt dat hij te Schiedam in dienst is gegaan bij het 3e Regiment Dragonders.

● Cornelis van Oogen, 12 juni 1829, Amsterdam
Hij komt 22 maart 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1314. Hij komt 1 juni 1843 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 59. Hij vertrekt met ontslag op 25 september 1847 (pas 18 jaar oud).

● Martinus Christiaan Johannes Ooms, 1 december 1840, Rotterdam
Hij komt 14 augustus 1854 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 854. Hij komt 17 april 1855 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 55. Hij gaat al op 21 april 1855 terug naar Veenhuizen. Vanuit Veenhuizen vertrekt hij op 28 mei 1855 (15 jaar oud, dus naar familie) met ontslag.

● Willem Oostveen, 26 januari 1840, Rotterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Gerhardus Johannes de l'Orme, 3 november 1824, Zaltbommel
Hij komt 21 augustus 1833 in de kolonie aan op het contract met de Regenten der gecombineerde weeshuizen te Zaltboemel, krijgt het B-nummer 402 en wordt ondergebracht bij een heleboel verschillende kolonisten in Frederiksoord en Wilhelminaoord. Vanuit Wilhelminaoord hoeve 68 komt hij op 10 april 1837 in het Instituut waar hij het k-nummer 66 krijgt. Hij gaat 3 april 1841 terug en wordt ondergebracht in Willemsoord hoeve 87. De Instituteur schrijft daar later over, invnr 261 scan 461: 'Is op zijn eigen verzoek naar Willemsoord terug geplaatst, meenende toen eene aanzienlijke erfenis te zullen erlangen, en daar deze niet gaarne leerde, kon men hem wel missen'.
De l'Orme komt op 29 oktober 1842 aan in de strafkolonie op de Ommerschans, maar ik weet niet waarom hij daar naartoe verbannen is. Na een kleine twee jaar detentie verlaat hij 14 september 1844 met ontslag de koloniŽn.

● Fredericus Johannes Patrijs, 13 mei 1835, Amsterdam
Hij komt 20 mei 1842 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2002. Hij komt 24 oktober 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 51. Hij vertrekt met ontslag op 29 maart 1856.

● Jozef Pedro, 8 april 1830, Amsterdam
Hij komt 1 april 1843 (tegelijk met een broer en een zus) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 70. Hij komt 14 april 1845 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 35. Hij wordt 15 maart 1849 teruggestuurd naar Veenhuizen en waarom dat is wordt duidelijk uit de tuchtraad bij het eerste gesticht te Veenhuizen van 19 maart 1849, Hij bekent schuldig te zijn aan 'diefstal van Honing ter waarde van f 1.26 van den opziener A. Kasper te Groot Wateren, tijdens hij aldaar werkzaam was'. Daarnaast heeft hij 'É -.70 in geld van den Kweekeling F. H. Campagne' gestolen. Dat laatste geld heeft hij blijkbaar teruggegeven, want hij is 'per resto nog É 1.26 schuldig gebleven'.
Hij krijgt acht dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water & brood en daarnaast besluit de tuchtraad om 'de É 1.26, die hij nog per resto schuldig is gebleven aan A. Kasper te Groot Wateren wegens diefstal van honing van zijn zakgeld in te houden, ten einde hij alzoo zijnen schuld bij genoemde A. Kasper te voldoen'. Opgemerkt wordt dat dit besluit een gevolg is van 'het verzoek van den Heer Instituteur te Wateren alwaar hij dit feit bedreven heeft'. Blijkbaar heeft de Instituteur ook bepaald dat Pedro verder in Veenhuizen moet blijven. Daar vertrekt hij met ontslag op 4 juli 1850.

● Everardus Peelen, 29 oktober 1825, Rotterdam
Hij komt 14 februari 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1289. Hij komt op 15 april 1839 aan in het Instituut, waar hij het k- nummer 46 krijgt. Uit het het zesde mapje met het opschrift '1842' van het personeelsregister met invnr 1007 blijkt dat hij een tijdje werkt als 'schrijver' te Wateren voor É 99,- per jaar.
Op 9 april 1844 schrijft de Inspecteur der koloniŽn na een inspectie van het Instituut te Wateren, invnr 290 scan 659: 'Nog acht ik het niet onbelangrijk bij deze gelegenheid te vermelden, dat aan dit opvoedingsinstituut thans onder anderen gevonden worden twee kwekelingen genaamd Ernest van Eindhoven en Everd Peelen die eene zeer goede hand schrijven, en wel aanleg hebben om tot boekhouder te worden opgeleid'. Als voorbeeld noemt hij een bij zijn inspectie-rapport ingeleverde bijlage die door een van beiden is gemaakt.
Het komt niet tot een opleiding tot boekhouden, Evert Peelen verlaat het Instituut en de koloniŽn met ontslag op 5 april 1845. Het overzicht van in 1845 uit Wateren ontslagen jongens, invnr 322 scan 103-104, meldt: 'Den 5 april ontslagen en in eene administrative betrekking geplaatst te Rotterdam.'

● Pieter van der Pek, 11 februari 1823, Haarlem
Hij komt 25 juli 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1935. Hij komt 19 augustus 1837 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 15. Hij vertrekt met ontslag op 26 juni 1841.

● Berend Jans Pekelder, 3 april 1836 te Veenhuizen, Vlissingen
Hij komt 2 juli 1847 (tegelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1625. Hij komt 17 juni 1850 (drie maanden na zijn broer) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 82. Hij gaat 14 september 1850 (tegelijk met zijn broer) weer terug naar Veenhuizen. Hij verlaat Veenhuizen met ontslag op 8 mei 1857.

● Isaak Pekelder, 15 april 1832 te Groningen, Vlissingen
Hij komt 2 juli 1847 (tegelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1623. Hij komt 18 maart 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 5. Hij gaat 14 september 1850 (tegelijk met zijn broer) terug naar Veenhuizen. Hij vertrekt met ontslag op 30 maart 1852.

● Jan Hendrik Pezhold, 21 oktober 1822, Amsterdam
Hij komt 16 oktober 1830 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1408. Hij komt 26 april 1838 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 52. Hij vertrekt met ontslag op 21 mei 1842. Volgens het overzicht van in 1842 ontslagen jongen, invnr 278 scan 118, werkt hij daarna 'bij den boer in de omstreken van Amsterdam.'

● Coenraad Andries Philips, 12 december 1842, Utrecht
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Everardus Jacobus ten Pierik, 12 juli 1838 te Utrecht, Amsterdam
Hij komt 11 juli 1851 (tegelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 493. Hij komt 4 mei 1852 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 45 krijgt. Hij gaat 16 juni 1857 in militaire dienst.

● Johannes ten Pierik, 12 november 1840 te Utrecht, Amsterdam
Hij komt 11 juli 1851 (tegelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 494. Hij komt 16 juni 1853 naar het Instituut (waar zijn broer dan al is) en krijgt het k-nummer 70. Hij gaat 9 juni 1859 in militaire dienst (hoezo? zijn broer heeft toch al dienst gedaan?).

● Jan Pijper, 5 maart 1822, Groningen
Hij komt 2 december 1835 in de kolonie aan op het contract met de Armbestuurderen der Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 479 en wordt ingedeeld bij kolonisten in Willemsoord. Vanuit hoeve 58 van Willemsoord komt hij 10 april 1837 in het Instituut en krijgt daar het nummer 20, maar nadat hij in mei 1839 een brand heeft veroorzaakt, zie hier, moet hij 10 juni 1839 voor straf terug naar Willemsoord, waar hij wordt ingedeeld op hoeve 62. Op 25 juli 1840 blijft hij van verlof in Groningen achter, maar de Groningse regenten laten de Maatschappij weten dat het zo wel goed is en hij in Groningen kan blijven.

● Casper de Pijpers, 23 januari 1809, Den Haag
Volgens sommige berichten is hij niet op 23 januari maar op 23 juni geboren. Hij komt 21 juni 1822 (tegelijk met zijn zus Hendrika) in de kolonie aan op een contract met het Diaconie Armhuis in Den Haag en wordt ondergebracht bij kolonisten in Wilhelminaoord. Zijn ouders zijn Pieter de Pijpers en Cornelia van der Horst. De vader is 8 augustus 1817 overleden. Daarna heeft de moeder de kinderen 'buijten weten van de gezamentlijke famiellie' overgegeven aan het Diaconie Armenhuis en komt zij zelf in een 'verbeterhuis'. Dat schrijft de grootmoeder van de kinderen, de moeder van hun moeder, Anna Sophia van der Meer weduwe van der Horst, wonende op de Lage gracht, wijk R No 230 te 's Gravenhage, die vervolgens meldt dat het vertrek van de twee kinderen naar Frederiksoord voor de moeder tot gevolg heeft gehad dat 'haar krankzinnigheid weer meerder heeft toegenomen, zoo dat zij eindelijk nog kortelings van verdriet is komen te overlijden', invnr 63 scans 413-415.
Hij gaat 28 juni 1824 (aanname) naar het Instituut, waar hij wordt ingeschreven als Peijpers en het k-nummer 30 krijgt. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij vertrekt met ontslag op 25 juli 1829 en volgens een overzicht van in 1829 ontslagen kwekelingen, invnr 104 scan 243, is hij daarna te Den Haag dienstbaar.

Joseph Piketti → zie Joseph Bighetti

● Barend Pillipes, 14 april 1831, Amsterdam
Hij komt 14 mei 1838 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1658. Hij komt 14 september 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 39. Hij vertrekt met ontslag op 2 april 1851.

● Gerhardus Adrianus Pillipes, 10 april 1825, Amsterdam
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Johannes Pillipes, 23 augustus 1822, Amsterdam
NB: staat in de wezenregisters als Johanna Pillipes, maar uit wiewaswie blijkt dat het Johannes is. Hij komt 25 september 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 108. Hij komt 2 maart 1835 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 37 krijgt. Hij gaat op 27 oktober 1842 naar hoeve 32 van Frederiksoord, bij de weduwe Brandsma. Wat hij in Frederiksoord gaat doen weet ik niet, maar het zal een baantje zijn want anders heeft hij als Veenhuizense wees niets in de vrije koloniŽn te zoeken. Vanuit Frederiksoord vertrekt hij op 19 april 1845 met ontslag.

● Jan van der Plaats, 16 december 1814, Schiedam
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Jan Plat, 28 september 1823, Amsterdam
Hij komt 2 november 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 576. Hij komt op 28 juli 1836 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 75 krijgt. Hij blijft lang, maar er zijn tegenstrijdige berichten over zijn vertrek. Volgens het wezenregister en het kwekelingenregister gaat hij op 29 mei 1843 in militaire dienst. Volgens de Naamlijst van in 1844 ontslagen jongelieden met vermelding van derzelver bestemming, Invnr 307 scan 255, wordt hij op 21 mei 1844 ontslagen en werkt hij daarna 'bij een groenteboer te Amsterdam'. Het is mogelijk dat hij na zijn diensttijd tijdelijk is teruggekeerd, maar dat is in de registers niet genoteerd. Maar zie invnr 277 de scans 139, 140-141. Dat is zo'n ingewikkeld verhaal dat ik er maar een pagina van moet maken.

● Albert Poeze, 1 maart 1824, Hindeloopen
De achternaam komt ook voor als Poese. Hij komt 9 september 1832 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1386. Hij komt naar het Instituut op 13 augustus 1840 en krijgt het k-nummer 42. Als de directeur der koloniŽn midden 1841 vraagt om vier jongens om te werken bij de net geÔnstalleerde stoommachine bij het derde gesticht te Veenhuizen, is Poeze een van degenen die 'uit vele liefhebbers, bij het lot verkoren is'. Op 25 juni 1841 gaat hij naar het derde gesticht te Veenhuizen. Hij verlaat de koloniŽn met ontslag op 12 april 1844.

● Emanuel Pokij, 12 februari 1810, Amsterdam
Hij komt 23 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 651. Hij komt 29 september 1825 (aanname) naar het Instituut, waar hij wordt ingeschreven als 'of Fokij of Pokij' en het k-nummer 47 krijgt. Hij wordt 15 april 1831 aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 113 scan 387. Hij wordt 28 april 1831 aangesteld als ondermeester op de school van de Ommerschans, maar hij moet 15 juli 1832 in militaire dienst. Hij wordt genoemd op pagina 212 van De kinderkolonie.

● Johannes Poppe, 27 mei 1833, Haarlem
Hij komt 20 maart 1851 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 414. Hij komt 3 mei 1851 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 75. Hij vertrekt met ontslag op 31 mei 1853.

● Jan Post, 22 januari 1807, Zaandam
Jan Post, groot bestrijder der onzindelijkheid, heeft een eigen pagina.

● Johannes Postma, 30 juni 1830, Sneek
Hij komt 6 juli 1842 (tegelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2096. Hij komt 2 mei 1844 (tegelijk met zijn broer) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 14. Hij wordt 8 september 1848 verbannen naar de strafkolonie op de Ommerschans. Van daar verlaat hij de koloniŽn met ontslag op 6 april 1850.

● Karel Postma, 3 april 1826, Sneek
Hij komt 6 juli 1842 (tegelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2092. Hij komt 2 mei 1844 (tegelijk met zijn broer) naar het Instituut, waar hij het k-nummer 20 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 15 juni 1848.

● Jacobus Prins, 21 september 1817, Amsterdam
Hij komt 27 april 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1061. Hij komt 1 april 1833 naar het Instituut en krijgt (als eerste) het k-nummer 73. Hij moet 28 juli 1837 in militaire dienst. Het overzicht van in 1837 vertrokken kwekelingen, invnr 191 scans 210-211, meldt dat hij is 'opgeroepen voor de N.M. en ingelijfd bij de 8e Afdeeling Infanterie te Groningen'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Jacobus Prins in 1837 is 'aangeloot in militaire dienst', maar dat hij later is 'vertrokken naar de Oost'.

● Johannes Coenraad Pronk, 12 januari 1833, Amsterdam
Hij komt 4 februari 1846 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1062. Hij komt 17 juni 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 64. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 14 februari 1851. Vanuit Veenhuizen vertrekt hij met ontslag op 8 april 1853.

Franciscus Petrus Provoost → Franciscus Petrus Ruppert

● Pieter Ferdinand Laurentius Provost, 10 april 1829, Rotterdam
Hij staat in de invnrs 1582 & 1583 als Renost, maar in het wezenregister met invnr 1412 als Prevost en in zijn geboorte en trouwakte als Provost. Hij komt 9 juni 1845 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 942. Hij komt 30 april 1846 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 26. Hij vertrekt op 6 april 1850 met ontslag van het Instituut en de koloniŽn. Hij trouwt in 1860 als 'zeeman'.

Hendrik de Puijt, 4 september 1834, Amsterdam
Hij komt 8 oktober 1846 (tegelijk met een jonger broertje dat al snel overlijdt en een zusje dat het gesticht wel overleeft) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1278. Hij deserteert op 21 september 1849, maar is 23 september al weer teruggebracht. Voor de tuchtraad van 24 september noemt hij als aanleiding voor de desertie 'de zucht om zijne betrekkingen te Amsterdam te bezoeken'. Hij krijgt slechts vier dagen opsluiting in de strafkamer, maar moet wel 9 gulden betalen die er aan premie en transportkosten zijn betaald aan degene die hem heeft teruggebracht. Hij komt 4 maart 1850 naar het Instituut, krijgt het k-nummer 39 en deserteert nu met succes op 2 juni 1850.

● Willem Putman, 11 januari 1816, Leersum
De afkomst van Willem Putman en zijn ''broer'' Willem de Ruiter is uiterst geheimzinnig en heeft waarschijnlijk te maken met een deftig geslacht uit Leersum. Er is een pagina aan hen gewijd.

● Antonie Rapers, 29 maart 1830, Amsterdam
Hij komt 22 mei 1837 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 680. Hij komt 4 juli 1847 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 37. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 10 december 1847, maar de reden daarvan is mij niet bekend. Volgens een notitie in het wezenregister is er op 12 maart 1849 N1 een besluit over hem genomen. Hij verlaat Veenhuizen en de koloniŽn met ontslag op 10 april 1851.

● Petrus Recepis, 13 mei 1831, Amsterdam
Hij is een vondeling en komt 14 mei 1838 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1661. Hij komt 14 september 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 23. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 14 februari 1851, maar de reden daarvan is mij niet bekend. Hij gaat in militaire dienst op 5 maart 1852, maar is weer terug op 11 maart en vertrekt met ontslag op 9 april 1852.

● Evert Redeker, 19 juni 1824, Amsterdam
Er is een aparte pagina over de broers (en zussen) Redeker.

● Hendrik Jan Redeker, 21 augustus 1822, Amsterdam
Er is een aparte pagina over de broers (en zussen) Redeker.

● Hendrik Louis Redeker, 26 februari 1826, Amsterdam
Er is een aparte pagina over de broers (en zussen) Redeker.

● Jan Reeder, 11 mei 1812, Amsterdam
De naam komt vaak voor als Reeders. Hij komt 23 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 598. Hij komt 29 september 1825 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 50. Hij wordt 15 april 1831 aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 113 scan 387. In januari 1832 meldt Jan Hessels van Wolda over een mogelijk ontslag, invnr 121 scan 504, dat hij en een andere wees 'verzoeken hun ontslag, zoo zij in Amsterdam te regt kunnen, dat zij spoedig onderzoeken zullen'. Hij heeft dan een tekort op het kledingfonds van É 45,48Ĺ, wat heel veel is, en een tegoed op oververdienste van É 17,79Ĺ. Hij gaat met ontslag op 25 april 1832. Volgens het overzicht van in 1832 ontslagen kwekelingen, zie hier, is hij daarna knecht bij een koopman te Amsterdam, maar volgens een later verslag van Jan Hessels van Wolda, zie hier, is hij 'heereknecht te Haarlem'.

● Gerrit Reeman, 31 januari 1817, Amsterdam
Hij komt terecht in het koloniale onderwijs en heeft een eigen pagina op het onderwijs-gedeelte.

● Jan Willem Reijnen, 24 april 1840, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Berend Reinders, 21 februari 1831, Amsterdam
Hij komt 10 maart 1842 (tegelijk met twee broers, waarvan eentje ook in Wateren zal komen) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1852. Hij komt 20 juli 1848 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 63 krijgt. Hij verlaat het Instituut en de koloniŽn met ontslag op 2 april 1851.

● Rijk Reinders, 15 april 1833, Amsterdam
Hij komt 10 maart 1842 (tegelijk met twee broers, waarvan eentje ook in Wateren zal komen) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1861. Hij komt 29 maart 1847 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 62 krijgt.Hij wordt op 9 augustus 1852 verbannen naar de strafkolonie in het tweede gesticht te Veenhuizen. Waarom dat is weet ik niet. Hij wordt daar 7 april 1853 uit vrijgelaten en vertrekt 8 april 1853 met ontslag uit de koloniŽn.

● Hendrik Fredrik Reinke, 4 november 1833, Amsterdam
Hij komt 1 juni 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 966. Hij komt 3 mei 1851 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 64 krijgt. Hij gaat om onbekende reden weer terug naar Veenhuizen op 5 oktober 1852. Hij verlaat de koloniŽn met ontslag op 14 april 1854.

● Yeb Reinsma, 27 april 1822 te Parrega, Wonseradeel
Parrega is een dorp tussen Bolsward en Workum, het wezenregister spelt het als Parraga. Hij komt 9 september 1832 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1339. Hij komt 22 december 1836 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 41 krijgt. Hij blijft tot zijn ontslag uit de koloniŽn op 25 april 1842. Volgens het overzicht van in 1842 ontslagen jongen, invnr 278 scan 118, is 'Yb Munses Reitsma' daarna 'in dienst bij den boerenstand in Vriesland.'

● Frederik Wilhelmus Remer, 11 mei 1830, Den Helder
Hij komt 14 augustus 1843 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 317. Hij komt 11 mei 1844 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 53 krijgt. Hij moet 28 maart 1846 weg, eerst naar de Ommerschans, dan naar Veenhuizen, als hij samen met mede-kwekeling Barend Huijser schuldig is aan diefstal. Zie deze pagina. Hij verlaat Veenhuizen als hij 6 december 1850 ontslagen wordt.

● Johannes Reppel, 19 december 1833, Dordrecht
Hij komt 20 mei 1848 in de kolonie aan op het contract met Burgemeesteren der stad Dordrecht, krijgt het B-nummer 202 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt 27 november 1848 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 34. Over zijn ontslag wordt een besluit genomen op 30 augustus 1852 N3 en hij vertrekt met ontslag op 6 september 1852.

● Antonius Retel, 10 augustus 1826, Haarlem
Er is een aparte pagina over de broers Retel.

● Hendrik Retel, 4 juni 1824, Haarlem
Er is een aparte pagina over de broers Retel.

● Johannes Jacobus Retel, 2 mei 1822, Haarlem
Er is een aparte pagina over de broers Retel.

● Jacob IJzaaks de Reus, 19 maart 1815, Vlieland
Hij komt 6 jul 1828 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1580. Hij komt 16 juli 1832 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 39 krijgt. Hij wordt 12 april 1833 aangenomen tot lidmaat van de  Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 135 scans 510-511. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 2,47Ĺ uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Hij vertrekt met ontslag op 26 april 1835. Het overzicht van in 1835 ontslagen kwekelingen, invnr 167 scan 512, meldt: 'Den 25 April 1835 ontslagen en is gaan dienen bij Hendrik Warries aan de Dieverbrug, waar hij ook het volgende jaar zal blijven'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij dat De Reus na zijn ontslag 'timmermansknecht te Diever' is geworden en dat 'nog heden' is.

● Frans Hermanus van Rhoden, 6 december 1820, Kampen
Hij staat eerst ingeschreven als Frans Hermanus Andree. Blijkbaar bereikt de Maatschappij bericht van de werkelijke achternaam in 1839, want 'Andree' is in invnr 1389 doorgestreept en vervangen door 'van Rhoden' met de aantekening 'zie 9 feb 1839 No 28'. Hij komt 4 april 1830 in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het armen-weeshuis te Kampen, krijgt het B-nummer 66 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord.
Hij komt 23 februari 1832 vanuit Willemsoord hoeve 29 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 38. Hij gaat 1 mei 1838 bij het Instituut weg om als hoeveknecht te werken bij de hoevenaar en voormalige kwekeling Johannes Verwer op boerderij nummer 13 bij de Ommerschans. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij ook dat Van Rhoden na zijn vertrek 'boereknecht te Ommerschans' is. Hij verlaat tenslotte de koloniŽn om in militaire dienst te gaan op 1 mei 1839. In het hier boven genoemde stukj uit februari 1841 zegt Van Wolda dat Van Rhoden 'vrijwillig in militaire dienst gegaan' is.

● Johannes Willem Ribbe, 23 juli 1830, Middelburg
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Henri Lucas Eduard de Richemont, 26 mei 1825, Amsterdam
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Albertus Rientjes, 24 maart 1829, Deventer
Hij komt 26 juli 1837 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1040. Hij komt 28 juni 1841 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 19. Hij vertrekt met ontslag op 28 februari 1843. Volgens het overzicht van in 1843 ontslagen jongens, invnr 296 scan 360, is hij 'door de familie te rug gevraagd en geplaatst in het weeshuis te Deventer.'

● Johannes Rijnders, 15 november 1810, Den Haag
Hij komt 15 juni 1823 in de kolonie aan op het contract met Burgemeesteren der stad s Gravenhage en wordt ondergebracht bij kolonisten in Frederiksoord. Hij gaat 27 november 1827 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 13. Hij behoort tot de "weeskinderen" die in december 1828 verklaren dat zij buiten de koloniŽn nog ouders in leven hebben, invnr 95 scan 333. In 1829 krijgt hij het
B-nummer 438. Hij wordt 15 april 1831 aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 113 scan 387. Hij verlaat 27 augustus 1831 het Instituut en de koloniŽn met ontslag, waarna hij, volgens het overzicht van in 1831 vanuit Wateren ontslagen kinderen, invnr 124 scan 346, 'dient te Delft bij een bleeker'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 naloopt wat er in hun latere leven van kwekelingen geworden is, zie hier, meldt hij dat Johannes Rijnders dan 'in dienst bij den Heer Kluppel aldaar' is.

● Johannes Robach, 12 december 1838, Groningen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Jan Roberti, 21 december 1823, Den Haag
Hij komt 19 mei 1835 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 948. Hij komt 4 december 1837 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 60 krijgt. Hij vertrekt 26 augustus 1842 en volgens het overzicht van in 1842 ontslagen jongen, invnr 278 scan 118, is hij daarna 'in lands dienst.'

● Balster de Rode, 6 juni 1817, Groningen
Hij komt 18 april 1826 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1920. Hij komt 1 april 1833 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 77. Op een lijst van aanwezige kwekelingen bij een inspectie op 30 september 1833, invnr 140 scans 504-505, is hij niet in het Instituut maar met verlof. Op de aanwezigenlijst bij een inspectie op 1 oktober 1835, invnr 163 scans 9-10, is hij niet in het Instituut zelf, maar bij de 'koeijen'. Hij t 29 juli 1836 en het overzicht van in 1836 vertrokken kwekelingen, invnr 179 scans 575-576, meldt: 'Den 29 July 1836 opgeroepen voor de Nationale Militie en ingelijfd bij de 8e Afdeeling Infanterie.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Balster de Rode in 1836 is 'aangeloot in de militaire dienst', maar heeft hij geen recentere informatie.

● Andries Johannes Thomas Roelofs, 27 juli 1831, Utrecht
Hij komt 5 juli 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1647. Hij komt 10 mei 1848 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 41, maar moet om mij onbekende reden 3 augustus 1850 terug naar Veenhuizen. Daarna volgen meerdere desertiepogingen tot hij 18 juli 1853 in militaire dienst gaat.

● Johannes Hendrik Roelofs, 27 juli 1831, Utrecht
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Johannes Pieter Roelofswaart, 14 januari 1819, Den Haag
Hij komt 9 mei 1833 (twee weken later volgt een jongere zus die later ook van de kolonie zal deserteren) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 682. Hij komt 26 mei 1834 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 30. Op de aanwezigenlijst bij een inspectie op 1 oktober 1835, invnr 163 scans 9-10, is hij niet in het Instituut maar met verlof. Daarvan had hij al op 10 augustus 1835 terug moeten zijn, maar hij komt helemaal niet terug en hij wordt op 19 december 1835 uit de boeken geschrapt als zijnde van verlof achtergebleven, invnr 167 scan 512. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij niets over desertie, maar alleen dat Roelofswaart 'marinier' is geworden en later is gehuwd.

● Johannes Roeraade, 12 april 1843, Den Haag
Hij komt 1 september 1853 in de kolonie aan iot het contract met de Diakonen der Nederlandsche Hervormde Gemeente te 's Gravenhage, krijgt het B-nummer 544 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt 26 februari 1856 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 6. Hij is een van de drie jongens (de anderen zijn Gerrit Wegman en Gerrit Mourickx) die op 2 juli 1856 deserteren, snel worden teruggepakt en voor de tuchtraad van 4 juli 1856 verklaren dat ze te Wateren niet kunnen aarden en met hun vlucht hadden willen bereiken dat ze weer in het eerste gesticht te Veenhuizen opgenomen worden. Daar werkt de tuchtraad niet aan mee en na ze de straf van '8 dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water en brood' te hebben opgelegd, moeten ze terug naar Wateren. Daar blijft Johannes Roeraade tot hij 13 oktober 1859 uit de koloniŽn ontslagen wordt.

● Pieter Johan Christiaan Rohrbeek, 15 december 1842, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Jacobus Johannes van Roijen, 29 juli 1808, Leiden
Vaak wordt zijn achternaam gespeld als 'van Rooijen'. Hij komt 2 april 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 806. Hij komt 29 september 1825 (aanname) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 15. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij vertrekt uit het Instituut met ontslag op 10 (invnr 1410) of 15 (invnr 1610) augustus 1829 en hij wordt 'als aspirant tot de sterkte der ambtenaren opgenomen'. Dat betekent in eerste instantie dat hij te Wateren werkt (invnr 1007), maar in de 'Staat van gedurende 1829 ontslagen kwekelingen van het Instituut te Wateren tevens aanwijzende hunne bestemming', invnr 104 scan 243, wordt gemeld dat hij is 'geplaatst als adsistent boekhouder te Veenhuizen'.
Dat wordt bevestigd door een brief van de directeur der koloniŽn dd 19 november 1830, invnr 110 scan 169, waaruit blijkt dat hij werkzaam is als assistent van de boekhouder-binnen bij het tweede gesticht te Veenhuizen. Die brief meldt echter ook dat hij de wapenen heeft opgenomen om tegen de naar onafhankelijkheid strevende Belgen ten strijde te trekken. Volgens de overzichtslijsten van de Drentse schutterij brengt hij het daar tot korporaal en gaat hij september 1834 uit dienst. Maar hij keert daarna niet terug naar de koloniŽn.

● Johan Adam Roller, 24 september 1811, Amsterdam
Hij komt 23 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 585. Hij wandelt op 29 september 1825 (aanname) van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 36. Hij behoort tot de kinderen in Wateren die in december 1828 verklaren 'stellig te weten dat hunne ouders overleden zijn', invnr 95, scan 342-343. Hij verlaat het Instituut en de koloniŽn om in militaire dienst te gaan op 8 juni 1831, invnr 124 scan 346. Ook als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 schrijft over vertrokken kwekelingen, zie hier, meldt hij dat Roller is 'aangeloot in militaire dienst'.

● Johannes Hendrik Rompel, 6 mei 1812, Den Haag
Hij komt 31 mei 1825 (tegelijk met een oudere zus; later volgen nog een jonger zusje en broertje) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1257. Hij komt op 29 september 1825 (aanname) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 56. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij behoort tot de "weeskinderen" die in december 1828 verklaren dat zij buiten de koloniŽn nog ouders in leven hebben, invnr 95 scan 333. Dat is dan waarschijnlijk de weduwe Rompel, wonend aan de 'Ammutziehaven, wijk R No 83' te Den Haag, die in 1827 vraagt om verlof voor zijn zus, invnr 86 scan 67.
Hij wordt op 23 september 1830 overgeplaatst naar het eerste gesticht te Veenhuizen. Uit een brief van de directeur dd 19 november 1830, invnr 110 scan 169, blijkt dat hij daar werkt als assistent van de boekhouder-binnen van dat gesticht. Maar die brief maakt ook melding van het feit dat Hendrik Jan Rompel zich net als veel andere weeskinderen - het is de tijd van de Belgische Opstand en Nederland grijpt naar de wapenen! - vrijwillig heeft opgegeven om tegen de Belgen ten strijde te trekken. Als datum dat hij in militaire dienst is getreden staat genoteerd 15 november 1830.

● Johan Daniel Ochse Roodarmer, 2 februari 1819 te Leeuwarden, Amsterdam
Hij komt 17 juni 1832 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 931. Hij komt 11 april 1836 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 39 krijgt. Het overzicht van in 1838 ontslagen jongens, invnr 205 scans 276-277, meldt: 'Den 15 mei 1838 voor de Nat. Mil. ontslagen en bij de 17e Afd. Inf. te Haarlem ingelijfd.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij ook dat Roodarmer in 1838 is 'aangeloot in militaire dienst' en weet Van Wolda dat hij 'nog heden' in dienst is.

● Dirk Roos, 27 april 1846, Monnickendam
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Willem van Roosmalen, 13 maart 1836 te Delzijl, Amsterdam
Hij staat in de wezenregisters als Willem Roosmalen, dus zonder 'van'. Hij komt 23 september 1852 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 637. Hij komt 19 maart 1853 aan in het Instituut en krijgt het k-nummer 30. Hij deserteert, samen met mede-kwekeling Johannes Nicolaas Velseboer, op 12 augustus 1853 en trekt naar Amsterdam. Daar heeft 'den Heer Beudeker, Boekhouder der Administratie over de Stads bestedelingen aldaar' geen zin in dat gezeur en hij stuurt de twee mee met 'den Bode J. Schutte ter overbrenging naar het Instituut'. Daar aangekomen stuurt de Instituteur ze naar Veenhuizen om berecht te worden. Voor de tuchtraad van 20 augustus 1853 geven ze als verklaring voor hun vlucht uit Wateren 'aldaar niet te kunnen aarden'. Ze krijgen acht dagen opsluiting opgelegd en blijven verder in Veenhuizen. Van daar gaat Van Roosmalen op 13 februari 1856 'in zeedienst'.

● Georg Ros, 19 oktober 1834, Leeuwarden
Hij komt 8 december 1845 het bedelaarsgesticht op de Ommerschans binnen en krijgt in toegang 0137.01 invnr 430 het bedelaarsnummer 2403. Hij is afgeleverd door de stad Leeuwarden samen met zijn moeder, Jeltje Wilgenbosch, geboren 12 augustus 1803 te Leeuwarden, bedelaarsnummer 2402, maar zij overlijdt 21 januari 1846. Georg Ros wordt 8 oktober 1846 opgenomen in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1317. Hij komt 10 mei 1848 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 18 krijgt. Uit invnr 1007 het negende en tiende mapje blijkt dat hij rond 1850 te Wateren werkt als schrijver voor É 119,60 per jaar. Hij vertrekt met ontslag op 25 augustus 1853.

● Centinus Jacobus Rosebeek, 13 mei 1811, Middelburg
Hij staat in invnr 1610 als Martinus Rozenbeek, in de kolonistendatabase als Martinus Jacobus Rozenbeek en in invnr 1389 als Centinus Jacobus Roosebeek, maar heet in zijn latere leven bijna altijd Centinus Jacobus Rosebeek en heel soms Roosebeek. Hij komt 26 oktober 1822 in de kolonie aan op het contract met de Direkteuren van het Burgerweeshuis te Middelburg en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij behoort tot de eerste lichting die op 28 juni 1824 naar het Instituut komt en heeft daar het k-nummer 10. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij krijgt in 1829 het B-nummer 867. Hij wordt 2 augustus 1830 overgeplaatst naar hoeve 70 van Willemsoord, maar waarom dat is weet ik niet. Het duurt niet lang want hij treedt vrijwillig in dienst (dat zal zijn vanwege de Belgische opstand) op 23 oktober 1830.

● Derk Roskam, 4 februari 1845, Zwolle
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Klaas Roskam, 30 april 1846, Zwolle
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Willem Rozeboom, 16 maart 1815, Amsterdam
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Lambertus van Rozendaal, 25 mei 1837, Zaltbommel
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Jan Ruijs, 24 december 1832, Elburg
Hij komt 28 februari 1848 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1837.Hij wandelt op 10 mei 1848 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 70. Hij deserteert 23 augustus 1850, maar wordt 19 oktober 1850 weer teruggebracht. Een tuchtzitting over die desertie is niet gevonden.Hij vertrekt met ontslag op 23 januari 1851.

● Arend Jans de Ruiter, 29 oktober 1820 te Nijehaske, Haskerland
Hij staat in de wezenregisters met invnrs 1410, 1411 en 1413 als Arend Jan, dus zonder 's' erachter, maar na zijn terugkeer van desertie als Arends Jans. Hij komt 16 juni 1830 (tegelijk met zijn broer Jan Jan de Ruiter) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1230. Hij komt 17 april 1836 naar het Instituut, waar zijn broer dan als een kleine vijf jaar is en krijgt het k-nummer 69. Hij wordt 'afgevoerd als van verlof achtergebleven 22 Juny 1839'. Maar op 27 februari 1840 wordt hij vanuit Haskerland weer teruggebracht naar Veenhuizen. Een tuchtzaak over zijn desertie heb ik niet kunnen vinden. Hij krijgt nu het weesnummer 607, maar in Wateren komt hij niet terug. Hij mag weg uit Veenhuizen met ontslag op 30 maart 1841.

● Jan Jans de Ruiter, 6 februari 1818 te Nije Haske, Haskerland
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Willem de Ruiter, 7 mei 1818, Leersum
De afkomst van Willem de Ruiter en zijn ''broer' Willem Putman is vol geheimen en afleidingsmanoeuvres, maar het heeft waarschijnlijk te maken met een deftige familie uit Leersum. Er is een pagina over hun.

● Franciscus Petrus Ruppert, 7 oktober 1825, Amsterdam
Hij komt 30 maart 1838 als Franciscus Petrus Provoost aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1321. Hij komt 20 juli 1840 naar het Instituut, waar hij ook als Provoost wordt ingeschreven en het k-nummer 7 krijgt. Hij gaat om mij niet bekende redenen weer terug naar Veenhuizen op 11 november 1843.
Op 10 januari 1844 schrijven de Regenten over de Stadsbestedelingen te Amsterdam, invnr 284 scans 552-553, dat door vonnissen van de Rechtbank de namen van twee van hun pupillen bij de Burgerlijke Stand zijn gerectificeerd. Daaronder Franciscus Petrus Provoost die nu 'de naam bekomen heeft van Franciscus Petrus Ruppert, geboren te Amsterdam den 7e October 1825, wettige zoon van Johannes Christiaan Ruppert en Wilhelmina Hargardt'. Ze schrijven dat aan de adjunct-directeur van het eerste gesticht, die geeft het door aan de directeur der koloniŽn en die informeert 16 januari de permanente commissie, invnr 284, scan 549. De permanente commissie geeft dat volgens een notitie in invnr 1413 op 27 januari 1844 N4 dan weer door aan de employťs in de kolonie. Zijn inschrijving wordt verbeterd in het wezenregister, maar niet in de kwekelingenregisters. Hopelijk laten ze het Franciscus Petrus zelf ook weten. Hij verlaat Veenhuizen en de koloniŽn om in militaire dienst te gaan op 21 mei 1844.  Volgens de lijst ontslagenen in 1844, invnr 307 scan 244, gaat hij dan bij de 'Staande Armee 6e Regiment Infanterie'.

● Hendrik Sandorp, 12 december 1833, Amsterdam
Hij is een vondeling en hij komt 1 juni 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 968. Hij wandelt op 2 mei 1850 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 55.

● Johannes Petrus Sandstra, 31 januari 1842, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Johannes van Santen, 7 september 1846, Den Haag
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Jacob IJzaaks Sasburg, 27 januari 1815, Schoterland
Hij komt vanuit Wateren in het koloniale onderwijs terecht en heeft een eigen pagina samen met zijn zus en twee jongere broertjes.

● Daniel van Scheers, 29 september 1838, Dordrecht
Hij komt 4 oktober 1849 in de kolonie aan op het contract met Burgemeesteren der stad Dordrecht, krijgt het B-nummer 182 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt 8 september 1853 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 3 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 21 april 1858.
      
● Pieter Hubertus van Scheers, 28 augustus 1840, Dordrecht
Hij behoort tot de jongens die uit Wateren weg moeten omdat het Instituut gaat sluiten en staat op die pagina.

● Noach Scheffener, 2 januari 1811 te Veere, Amsterdam
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Johannes Cornelis Schenbert, 29 januari 1820, Amsterdam
Hij komt 25 september 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2178. Hij komt 30 oktober 1837 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 42. Het overzicht van in 1840 ontslagen jongens, invnr 239 scan 793, meldt: 'Den 4 April ontslagen, heeft eene goede dienst in Amsterdam.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij dat Schenbert na zijn ontslag 'dienstbaar bij den Heer Zoon te Amsterdam' is en dat dat 'nog heden' het geval is.

● Jacob Scherpenzeel, 15 januari 1829, Amsterdam
Hij komt 19 mei 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1538. Hij komt 12 mei 1845 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 5. Het gaat vijf jaar goed. Dan krijgt hij ruzie met de onderdirecteur-buiten (Adriaan Hendrikse). Scherpenzeel werkt als 'turfkruijer' en verklaart dat hij 'niet in de behoefte kunnende aankruijen, verzogt had een tweede tot hulp'. Dat had Hendrikse niet goed gevonden. Daarop was Scherpenzeel brutaal geworden en volgens de Instituteur heeft hij 'zich zelf niet ontzien, dien ambtenaar op eene gewelddadige wijze aan te vallen'.
Jacob Scherpenzeel voelt natuurlijk aan zijn water dat hier problemen van gaan komen en deserteert de volgende ochtend, 5 maart 1850, uit Wateren. Dat doet hij samen met Cornelis van Veen (die uit Haarlem). Bij die gelegenheid zijn er spulletjes verdwenen van mede-kwekelingen:
- een lakense buis van Pieter Antonie Erkelens,
- een hemd van Johannes Ferkenius, en
- een paar kousen van Hendrik Koeckes.
Volgens Scherpenzeel is hij 'daar niet aan handdadig geweest', dus dat zou Cornelis van Veen gedaan moeten hebben, maar dat kan hem niet gevraagd worden want hij is in zijn oude woonplaats Haarlem gebleven en zal ook nooit meer terug komen. Jacob Scherpenzeel is wel vrijwillig en op eigen gelegenheid teruggekeerd en was 13 maart 1850 weer in Wateren. Daarvandaan heeft de Instituteur hem op 15 maart naar het eerste gesticht in Veenhuizen gestuurd en daar moet hij 16 maart voor de tuchtraad komen. Die veroordeelt hem tot '8 dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water en brood'. Een paar maanden later, 4 juli 1850, volgt zijn ontslag en verlaat Jacob Scherpenzeel de koloniŽn.

● Jurjen Schilthuis, 4 februari 1841, Groningen
Hij behoort tot de jongens die uit Wateren weg moeten omdat het Instituut gaat sluiten en staat op die pagina.

● Jan Schmidt, 1 december 1838, Amsterdam
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Johan Jacob Schneider, 25 juli 1816, Amsterdam
Ook de kolonieadministratie heeft soms moeite hem en zijn broer uit elkaar te houden. Deze heeft meestal de voorletter 'J', zijn broer 'F'. Als er leeftijden bij staan is het makkelijker, ze schelen twee jaar. Ze komen allebei op 18 juni 1829 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en Johan Jacob krijgt het weesnummer 1603. Hij gaat 2 april 1833 naar het Instituut, dus een paar maanden eerder dan zijn oudere broer, en krijgt daar het k-nummer 72. Uit de overzichten in de invnrs 1545 en 1546 blijkt dat ze niet op dezelfde slaapzaal wonen, Philip is in zaal 1 en Jacob in zaal 2. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 2,68 uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Jacob verlaat het Instituut en de koloniŽn met ontslag op 5 april 1836. Het overzicht van in 1836 vertrokken kwekelingen, invnr 179 scans 575-576, meldt: 'Den 5 April ontslagen om in dienst te treden als knecht of bediende in een koffijhuis te Amsterdam.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij na Schneiders ontslag 'heeft ene goede dienst' en voegt hij ten aanzien van later toe 'bij voortduring'.

● Johan Philip Schneider. 23 september 1814, Amsterdam
Zie over het uit elkaar houden met zijn broer hier boven. Ze komen allebei op 18 juni 1829 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en Johan Philip krijgt het weesnummer 1673. Hij gaat 23 september 1833 naar het Instituut, invnr 140 scan 507, dus een paar maanden na zijn jongere broer, en krijgt daar het k-nummer 3. Uit de overzichten in de invnrs 1545 en 1546 blijkt dat ze niet op dezelfde slaapzaal wonen, Philip is in zaal 1 en Jacob in zaal 2. Philip verlaat het Instituut en de koloniŽn met ontslag op 13 mei 1834. Het overzicht van in 1834 ontslagen jongens, invnr 155 scan 291, meldt: 'Den 13 Mei 1834 ontslagen en als knecht in dienst bij eenen heer te Amsterdam'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij echter dat Johan Philip Schneider in 1834 'vrijwillig in militaire dienst' is gegaan.

● Teunis Schols, 4 december 1836, Zaandam
Hij komt 22 september 1851 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 520. Hij komt 16 juni 1853 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 8 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 3 april 1858.

● Barend Scholte, 27 september 1839, Haarlem
Hij komt 7 april 1848 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1868. Hij komt 12 mei 1853 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 62. Hij wordt op 7 mei 1857 ontslagen.

● Alexander Schonewald, 8 september 1804, Den Haag
Omdat hij een hele mooie brief geschreven heeft, staat hij op een eigen pagina.

● Christiaan Frederik SchŲttler, 27 augustus 1824, Amsterdam
De achternaam staat in het kwekelingenregister met ťťn 't'. Hij komt 10 juni 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2139. Hij komt 4 mei 1838 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 58. Hij gaat met ontslag op
Volgens het overzicht van in 1843 ontslagen jongens, invnr 296 scan 360, is hij 'opgeroepen voor de Nationale Militie' en is hij 'op zee gegaan.'

● Arie Schouten, 14 januari 1819, Koog aan de Zaan
Hij komt 7 oktober 1830 (gelijk met zijn oudere broer Jan) in de kolonie aan op het contract met het Kollegie der Armenvoogden te Koog aan de Zaan, krijgt het B-nummer 568 en hij (en zijn broer) worden ondergebracht bij de huisverzorger Cornelis Andries Smith op hoeve 51 van Willemsoord, scan 51 van invnr 1360. Op 2 november 1831 gaan hij (en zijn broer) naar het Instituut, waar Arie het k-nummer 66 krijgt. Om mij onbekende reden moeten ze allebei weg uit Wateren op 14 juli 1832. Blijkbaar is er aanleiding de broers uit elkaar te halen, want alleen Arie gaat terug naar de huisverzorger Smith, nog steeds hoeve 51 van Willemsoord, nog steeds scan 51 van invnr 1360.
Het hoofd van het huisgezin, C.A. Smith, overlijdt 15 april 1833 en het huishouden wordt voortgezet door zijn weduwe Barendje Pieters Postma. De inschrijving loopt door op scan 52 van invnr 1361. Op 6 mei 1837 wordt hij vanuit hoeve 51 overgeplaatst naar hoeve 1 van Doldersum en Wateren. Hij staat nu op scan 95 van invnr 1355 en is ingedeeld bij het gezin van kolonist Pieter Hogenberk. Maar die wordt op 30 april 1838 bevorderd tot hoevenaar op een grote boerderij bij de Ommerschans en dan gaat Arie Schouten diezelfde dag naar hoeve 3 van Doldersum en Wateren, scan 97 van invnr 1355, het huisgezin van kolonist Willem Lucassen. Dat is van hele korte duur, want al op 4 mei 1838 gaat hij terug naar hoeve 1 waar zich die dag het gezin van de weduwe Beenen, zie hier, vestigt. Het houdt allemaal op als hij 1 september 1838 in militaire dienst moet. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 naloopt wat er in hun latere leven van kwekelingen geworden is, zie hier, meldt hij dat Arie Schouten dan nog steeds in dienst is.

● Jan Schouten, 5 oktober 1815, Koog aan de Zaan
Hij komt 7 oktober 1830 (gelijk met zijn jongere broer Arie) in de kolonie aan op het contract met het Kollegie der Armenvoogden te Koog aan de Zaan, krijgt het B-nummer 566 en hij (en zijn broer) worden ondergebracht bij de huisverzorger Cornelis Andries Smith op hoeve 51 van Willemsoord, scan 51 van invnr 1360. Op 2 november 1831 gaan hij (en zijn broer) naar het Instituut, waar Jan het k-nummer 11 krijgt. Om mij onbekende reden moeten ze allebei weg uit Wateren op 14 juli 1832. Blijkbaar is er aanleiding de broers uit elkaar te halen, want alleen Arie gaat terug naar huisverzorger Smith en Jan wordt ondergebracht bij kolonistenzoon en kolonist Paulus Brands op hoeve 34 van Willemsoord, scan 35 van invnr 1360. Hij wordt 4 juli 1834 overgeplaatst naar hoeve 58 bij Sitske Nauta weduwe Simons en verdwijnt van de kolonie met ontslag op 20 mei 1837. In een later geschreven verslag, zie hier, meldt Jan Hessel van Wolda dat Schouten daarna 'dienstbaar te Koog' is.

● Caspar SchrŲder, 11 april 1838, Rotterdam
Hij komt 28 mei 1852 in de kolonie aan op het contract met de Commissie van Oppertoezigt over 't Algemeene Armbestuur te Rotterdam, krijgt het B-nummer 102 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt 19 maart 1853 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 15 krijgt. Hij gaat 1 april 1859 in militaire dienst.

● Frederik SchrŲder, 30 maart 1845, Rotterdam
Hij behoort tot de jongens die uit Wateren weg moeten omdat het Instituut gaat sluiten en staat op die pagina.

● Hendrik SchrŲder, 16 december 1840, Rotterdam
Hij behoort tot de jongens die uit Wateren weg moeten omdat het Instituut gaat sluiten en staat op die pagina.

● Arnoldus Schruijer, 29 mei 1816, Vlaardingen
Hij komt 26 juni 1830 (tegelijk met zijn broer) in de kolonie aan op het contract met het Stadsarmbestuur te Vlaardingen, krijgt het B-nummer 316 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Wilhelminaoord en Willemsoord. In maart 1831 behoort hij tot de jongeren in de vrije koloniŽn die hebben aangegeven wel in 's Lands zeeedienst te willen worden aangenomen, invnr 112 scan 110. Hij is dan 1 meter 41 lang, zonder gebreken en 'van een gezond en sterk ligchaamsgestel'. Hij komt vanuit Willemsoord hoeve 58 op 23 februari 1832 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 49 krijgt. Op een lijst van aanwezige kwekelingen bij een inspectie op 30 september 1833, invnr 140 scans 504-505, is hij niet in het Instituut zelf, maar '??? te Frederiksoord'. Hij vertrekt met ontslag op 22 september 1835. Het overzicht van in 1835 ontslagen kwekelingen, invnr 167 scan 513, meldt: 'Den 22 September 1835 ontslagen; dienstbaar bij eenen timmerman te Vlaardingen'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Arnoldus Schruijer na zijn ontslag 'tuinmansknecht bij Vlaardingen' is, maar dat hij later heeft 'dienst genomen ter zee'.

● Willem Schruijer, 30 juni 1821, Vlaardingen
Hij komt 26 juni 1830 (tegelijk met zijn broer) in de kolonie aan op het contract met het Stadsarmbestuur te Vlaardingen, krijgt het B-nummer 324 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt op 7 juli 1832, vierenhalve maand na zijn broer, naar het Instituut vanuit Willemsoord hoeve 107 en krijgt het k-nummer 1. Hij wordt ontslagen op 23 april 1839. Het overzicht van in 1839  ontslagen jongens, invnr 221 scan 799, meldt: 'Den 23 april op verzoek zijner familie ontslagen, dient bij eenen tuinman te Vlaardingen, waar hij het zeer goed maakt en heeft.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij ook dat Willem Schruijer na zijn ontslag 'tuinmansknecht bij Vlaardingen' is en voegt hij toe dat hij dat 'nog heden' is.

● Christiaan Anton Schultz, 24 april 1813, Groningen
Hij komt 27 oktober 1822 in de kolonie aan op het contract met de Kerkenraad der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Groningen en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij krijgt in 1829 het B-nummer 500 en komt 10 november 1829 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 61 draagt. Hij wordt 15 april 1831 (als Antonie Schults) aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 113 scan 387. Hij vertrekt met ontslag op 25 april 1832 en is volgens het overzicht van in 1832 ontslagen kwekelingen, zie hier, 'in militaire dienst te Groningen'. Volgens een later verslag van Jan Hessels van Wolda, zie hier, is hij 'aangeloot in militaire dienst'. En in dat verslag van februari 1841 schrijft van Wolda over de latere levensloop van Schultz dat hij later 'timmermansknecht te Bonda in Oostvriesland' is geworden.

● Manuel Schut, 18 april 1831, Amsterdam
Hij komt 25 maart 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1391. Hij komt 24 oktober 1850 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 29 krijgt. Hij gaat 2 april 1851 met ontslag.

● Jacobus Servaas, 19 augustus 1822, Amsterdam
Hij komt 29 september 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2174. Hij wandelt op 15 april 1839 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 71. Hij gaat met ontslag op 21 mei 1842. Volgens het overzicht van in 1842 ontslagen jongen, invnr 278 scan 118, werkt hij daarna 'bij den boer in de omstreken van Amsterdam.'

● Dirk Siemons, 28 januari 1828, Amsterdam
Hij staat in de kwekelingenregisters als Simons. Hij komt 30 maart 1838 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1310. Hij komt 9 mei 1842 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 41. Hij vertrekt met ontslag op 27 april 1848.

● Andries Frederik Simons, 18 april 1813, Amersfoort
Hij komt 15 juni 1820 in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Weeshuis te Amersfoort en wordt ondergebracht bij kolonisten in diverse kolonies. Hij komt 27 november 1827 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 27. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij krijgt in 1829 het B-nummer 288. Hij wordt 15 april 1831 (als Adrianus Frederik Siemons) aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 113 scan 387. Hij gaat 22 oktober 1832 in militaire dienst. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 naloopt wat er in hun latere leven van kwekelingen geworden is, zie hier, meldt hij dat Andries Frederik Simons dan inmiddels 'schermmeester' is.

● Joost Sleutel, 14 april 1836, Amsterdam
Een vondeling die is aangetroffen in de nabijheid van brouwerij de Sleutel en daarnaar vernoemd is. Hij komt 17 mei 1844 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 589. Zijn gezondheid bij aankomst is goed, invnr 293 scan 321, Hij komt naar het Instituut op 4 mei 1852 en krijgt het k-nummer 63. Hij vertrekt met ontslag op 29 maart 1856.

● Johannes Slinger, 19 februari 1831, Utrecht
Hij komt 20 mei 1837 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 516. Hij komt 14 september 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 29. Hij wordt al op 12 oktober 1850 ontslagen.

● Abraham Slingerland, 27 mei 1823, Haarlem
Hij komt 13 mei 1839 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 234. Hij komt 11 juni 1839 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 20 krijgt. Hij wordt ontslagen op 4 juli 1843. Volgens het overzicht van in 1843 ontslagen jongens, invnr 296 scan 360, werkt hij daarna als 'bakkersknecht te Haarlem.'

● Jacobus Slokker, 26 april 1839, Amsterdam
Hij is een vondeling en hij komt 28 mei 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1515. Hij komt 20 april 1854 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 30. Hij vertrekt met ontslag op 19 maart (invnr 1413) of 19 april (invnr 1583) 1859.

● Luppe van Sloten, 30 december 1830, Winschoten
Hij staat in het kwekelingenregister met invnr 1582 als Slooten. Hij komt 24 april 1839 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 68. Hij komt 29 mei 1847 naar het Instituut en krijgt het weesnummer 22. Hij deserteert 28 augustus 1847, maar is weer terug op 2 september 1847, en hij gaat terug naar Veenhuizen op 10 december 1847. Ik neem aan dat dat straf is voor zijn desertie, maar er is geen tuchtzitting over die desertie gevonden. Vanuit Veenhuizen gaat hij 18 februari 1850 in militaire dienst. Hij wordt bij een later plaatsvindend steekincident in Veenhuizen genoemd op pagina 326 van De kinderkolonie.

● Hendrik Sluiter, 29 januari 1816, Amsterdam
Hij komt 23 april 1828 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1451. Hij komt 27 augustus 1831 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 43. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 2,96 uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Het overzicht van in 1835 ontslagen kwekelingen, invnr 167 scan 512, meldt: 'Den 15 Julij 1835 voor de dienst der Nationale Militie ontslagen en te Groningen ingelijfd'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook datSluiter is 'aangeloot in militaire dienst', maar dat hij later is vertrokken naar de Oost.

● Gerrit de Smeet, 8 september 1823, Amsterdam
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Francois de Smet, 6 januari 1842, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Harmen Smit, 21 juli 1841, Steenwijk
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Jan Smit, 18 december 1820, Utrecht
Hij komt 6 juli 1828 in de kolonie aan op het contract met de Regenten der Aalmoezenierskamer te Utrecht en wordt als PK 44 ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. In 1829 krijgt hij het B-nummer 813. Hij schijnt op enig moment te zijn tewerkgesteld bij de hoeves op de Ommerschans, al is hij in de hoevenaarsregisters niet te vinden, want op 9 oktober 1845 (dus voor een kwekeling al behoorlijk op leeftijd) komt hij vanuit de Ommerschans hoeve 12 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 61. Uit invnr 1007 het achtste en negende mapje blijkt dat hij fungeert als wijkmeester te Wateren, wat de reden zal zijn dat ze hem van de Ommerschans hebben laten komen. Hij verlaat de kolonie met ontslag op 26 februari 1851 (30 jaar oud).

● Jan Smit, januari 1821, Amsterdam
Hij komt 2 juli 1828 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 749. Hij komt 17 april 1836 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 67 krijgt. Hij gaat op 3 mei 1839 als hoeveknecht naar de hoevenaars te Ommerschans. Daar staat hij ingeschreven (invnr 1582 folio 04) bij hoeve 13 van de voormalige kwekeling Johannes Verwer, met de aantekening: 'Smit van Wateren 3 mei 1839'. In het wezenregister staat genoteerd: 'Smit in militaire dienst 11 July 1840, dezelfde met verlof terug 29 aug 1840'. Blijkbaar gaat hij tijdens dat verlof niet naar Wateren, maar weer naar de boerderij van Verwer op de Ommerschans. In zowel het hoevenaarsregister als het wezenregister staat uiteindelijk genoteerd dat hij op 6 april 1841 de koloniŽn met verlof verlaat. Maar na de dood van Johannes Verwer op 12 augustus 1843 schrijft de directeur der koloniŽn op 25 maart 1844. invnr 289 scan 405 dat de weduwe Verwer zich goed redt als 'hoevenares' met de hulp van de ingedeelde Jan Smit. Terwijl er rond deze tijd noch van deze Jan Smit noch van de hierboven genoemde Jan Smit uit Utrecht in het stamboek van de hoevenaars sprake is! Rara,

● Johannes Timotheus Smit, 17 april 1817, Utrecht
Hij komt 13 juni 1824 in de kolonie aan op het contract D 12 met de Regenten der Aalmoezenierskamer te Utrecht en wordt ondergebracht bij kolonisten in Frederiksoord. In 1829 krijgt hij het B-nummer 825. Hij komt op 10 november 1829 vanuit Frederiksoord hoeve 97 (waar het niet is aangetekend) naar het Instituut, waar hij het k-nummer 15 krijgt. Dit is de 'J. Smith' die in invnr 1544 staat. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 3,91 uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Hij vertrekt met ontslag op 6 mei 1837. Het overzicht van in 1837 vertrokken kwekelingen, invnr 191 scans 210-211, meldt dat hij 'dient in Groningerland bij den boer'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Johannes Timotheus Smit na zijn ontslag 'boereknecht bij Groningen' is, maar weer hij tevens te melden dat hij later is ' vertrokken naar Vianen' en is gehuwd.

● Rik Smit, 6 februari 1840 te Harderwijk, Delft
Hij staat in invnr 1583 als Rijk Smit, maar verder overal als Rik Smit. Hij komt 3 maart 1851 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 407. Hij komt 17 april 1855 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 50, maar gaat op 12 februari 1856 terug naar Veenhuizen, waar hij een maand later, 30 maart 1856, overlijdt. Aangenomen mag worden dat hij is overgeplaatst omdat hij ziek was.

● Willem Smit, 26 augustus 1830, Amsterdam
Hij komt 25 maart 1839 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnumer 2190. Hij wandelt op 12 mei 1845 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 48. Hij vertrekt met ontslag op 29 juni 1850.

● Johannes Smits, 22 maart 1830, Rotterdam
Hij komt 8 september 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2091. Hij komt 2 mei 1844 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 7. Hij wordt 6 april 1850 ontslagen.

● Willem Smits, 17 augustus 1836, Rotterdam
Hij komt 16 juni 1853 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 690. Hij komt 15 mei 1854 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 34, maar gaat om onbekende redenen al op 24 juni 1854 terug naar Veenhuizen. Hij verlaat de koloniŽn met ontslag op 2 april 1858.

● Willem Samuel Smits, 18 juli 1828, Rotterdam
Hij komt 8 september 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2090. Hij komt 9 mei 1842 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 79. Hij gaat 28 april 1849 met ontslag.

● Cornelis Sneeuwjagt, 25 januari 1843, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Pieter Frederik Snijder, 6 maart 1824, Amsterdam
Hij komt op onbekende datum aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 275. Hij komt op 13 mei 1839 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 1 krijgt. Hij blijft een kleine vijf jaar en gaat met ontslag op 13 april 1844, 20 jaar oud, waarna hij volgens de Naamlijst van in 1844 ontslagen jongelieden met vermelding van derzelver bestemming, Invnr 307 scan 255, werkt als bakkersknecht te Amsterdam.

● Johannes de Snoo, 9 december 1833, Delft
Hij komt 10 april 1845 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 810. Hij komt 10 juli 1851 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 24 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 2 april 1853.

● Petrus Daniel Sodenkamp, 26 juni 1844, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Jacobus Soesbeek, 24 maart 1815, Middelburg
Hij wordt 1 september 1827 door de stad Middelburg het bedelaarsgesticht binnengebracht en krijgt in toegang 0137.01 invnr 425 het bedelaarsnummer 1535. Hij is samen met zijn moeder Geertruida Soesbeek, nummer 1543, en ze worden samen overgeplaatst naar Veenhuizen op 4 oktober 1827, maar zij overlijdt 18 oktober 1827. Jacobus wordt op 1 juni 1829 opgenomen in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnumer 1497. Hij gaat 2 april 1833 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 52 krijgt. Hij behoort tot de vier jongens die in de zomer van 1834 'zijn te grasmaaijen geweest, in de Oude Willem, op 2 uren afstand van het Gesticht' en die om dat zware werk te kunnen volhouden 'van hun zakgeld zich spek hebben moeten aanschaffen', invnr 151 scan 297 ev. Daarom heeft hij in de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 van zijn oververdienste aan zakgeld het gigantische bedrag van É 5,98 uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303. Op de aanwezigenlijst bij een inspectie op 1 oktober 1835, invnr 163 scans 9-10, is hij niet in het Instituut maar met verlof. Het overzicht van in 1836 vertrokken kwekelingen, invnr 179 scans 575-576, meldt: 'Den 9 April ontslagen en heeft te Oostwold bij Groningen een dienst bij den boer.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Jacobus Soesbeek na zijn ontslag 'boereknecht te Oostwold' is en schrijft hij dat Soesbeek dat 'nog heden' is. NB: Drie jaar eerder is de kwekeling Cornelis Johannes Magchielse boerenknecht in Oostwold geworden, dus blijkbaar heeft Van Wolda connecties daarginds.

● Johan Frederik Lodewijk Spallinger, 29 oktober 1824, Haarlem
Hij komt 13 mei 1839 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 203. Hij komt 11 juni 1839 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 13 krijgt. Hij gaat 3 juli 1843 in militaire dienst. Volgens het overzicht van in 1843 ontslagen jongens, invnr 296 scan 360, is hij 'opgeroepen voor de Nationale Militie en heeft bij zijne aankomst geteekend.'

● Pieter Christiaan Spitsmaker, 3 september 1830, Middelburg
Hij komt 6 mei 1839 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 151. Hij komt 2 mei 1850 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 11 krijgt. Uit invnr 1007 het negende mapje blijkt dat hij vanaf 1851 werkzaam is als onderwijzer voor Groot Wateren. Hij vertrekt met ontslag op 11 mei 1853.

● Jan Sprock, in april 1819, Den Haag
Hij komt 5 april 1830 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 563. Hij komt 26 mei 1834 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 32. Op de aanwezigenlijst bij een inspectie op 1 oktober 1835, invnr 163 scans 9-10, is hij niet in het Instituut zelf, maar bij de 'koeijen'. Het overzicht van in 1840 ontslagen jongens, invnr 239 scan 793, meldt: 'Den 11 April ontslagen, dient als timmermansknecht, hier naast in Elsloo.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij ook dat Jan Sprock na zijn ontslag in 1840 'timmermansknecht te Elsloo' is en voegt hij toe dat dat 'nog heden' het geval is.

● Everhard Herman Stahl, 17 maart 1840, Amsterdam
Hij komt 25 mei 1848 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1937. Hij komt 17 april 1855 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 68 krijgt. Hij gaat 14 april 1860 in militaire dienst.

● Cornelis Steenpoorte, 22 februari 1840, Tholen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Martinus Cornelis Adrianus van Steenveld, 4 januari 1828, Rotterdam
Hij komt 11 augustus 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2023. Hij wandelt op 14 april 1845 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 11. Hij vertrekt met ontslag op 6 april 1850

● Albert Steffens, 16 mei 1826, Amsterdam
Hij is een vondeling en hij komt 30 mei 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1681. Hij komt 9 mei 1842 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 50 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 2 mei 1846. Na het ontslag is hij volgens het overzicht van in 1846 ontslagen jongens, invnr 339 scan 97, 'knecht bij eenen melkboer te Amsterdam'.

● Frederik Rudolph Steffers, 9 november 1835, Haarlem
Hij komt 14 juni 1844 (tegelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 696. Hij komt 17 juni 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 81. Hij wordt tegelijk met zijn broer op 3 juli 1852 ontslagen. Gezien zijn leeftijd zal familie zich over hem ontfermd hebben.

● Gerardus Steffers, 11 september 1833, Haarlem
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Jan Steneke, 28 oktober 1822, Alkmaar
Hij komt 8 december 1837 in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Aalmoezeniershuis te Alkmaar, krijgt het B-nummer 22 en genoteerd is dat hij zal worden ondergebracht in Frederiksoord hoeve 30. Maar diezelfde dag al gaat hij over naar het Instituut, waar hij het k-nummer 73 krijgt. Hij blijft er tot zijn ontslag op 16 april 1842. Volgens het overzicht van in 1842 ontslagen kwekelingen, invnr 278 scan 118, is hij daarna 'in dienst bij boerenstand in Noord Holland.'

● Lukas Steunenburg, 30 mei 1815, Middelburg
Hij komt 6 april 1829 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1422. Hij komt 16 juli 1832 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 33 krijgt. Hij wordt 12 april 1833 aangenomen tot lidmaat van de  Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 135 scans 510-511. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 2,76Ĺ uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Op de aanwezigenlijst bij een inspectie op 1 oktober 1835, invnr 163 scans 9-10, is hij niet in het Instituut zelf, maar bij de schapen. Het overzicht van in 1836 vertrokken kwekelingen, invnr 179 scans 575-576, meldt: 'Den 5 April ontslagen en vertrokken naar Zeeland, alwaar hij is dienende in een azijnfabriek.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Lukas Steunenburg na zijn ontslag in 1836 'dienstbaar bij een azijnfabryk te Middelburg' is, maar heeft hij geen recentere informatie.

● Johannes van Stijn, 6 september 1809, Haarlem
Hij komt 10 juli 1821 in de kolonie aan op het contract met de kommissie van Toezigt en Superintendentie over de Gesubsidieerde Godshuizen te Haarlem en wordt ondergebracht bij kolonisten te Willemsoord. Hij hoort bij de eerste lichting die op 28 juni 1824 naar het Instituut komt, waar hij het k-nummer 16 krijgt. Hij is daar vertrokken NA de lijst met kwekelingen van 1 april 1826 maar V””R 31 mei 1827 als Burgemeester en wethouders van Haarlem schrijven, invnr 85 scan 642, dat ze in antwoord op de brief van 19 mei 1827 N414 een staat sturen van twee kinderen die ze 'in plaats van Cornelis Horemans en Johannes van Steijn' naar de kolonie willen opzenden. Onbekend is hoe hij van de kolonie is verdwenen, maar dat kan dus staan in die brief aan Haarlem van 19 mei 1827 N414.

● Johannes Stijnis, 20 december 1838, Rotterdam
Zijn domicilie van onderstand, dus de plaats die voor zijn verblijf moet betalen, is Brandwijk, een dorp in de Alblasserwaard. Daarover schijnt een besluit te zijn genomen door de permanente commissie op 27 april 1853 N15. Hij komt 27 november 1849 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 194. Hij komt 4 oktober 1852 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 34. Hij deserteert op 9 oktober 1853, tegelijk met de mede-kwekeling Lodewijk August van Lettow.

● Johannes Wilhelmus Storch, 13 oktober 1824, Amsterdam
Hij komt 30 juli 1832 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1200. Op een overzicht van 8 november 1838, invnr 201 scan 328, staat hij als 'veldarbeider' met É 11,72Ĺ tekort op het kledingfonds en É 0,58 tegoed aan oververdienste. Uit invnr 164 scan 41 blijkt dat hij woont op zaal 7 & 8 bij. Hij komt 13 januari 1840 aan in het Instituut, waar hij het k-nummer 34 krijgt. Er is iets met een gedicht over viervoetige vrienden dat ik moet nazoeken. Hij blijft vier jaar en gaat met ontslag op 13 april 1844, en is dan volgens de Naamlijst van in 1844 ontslagen jongelieden met vermelding van derzelver bestemming, Invnr 307 scan 256, 'in dienst bij een man die Zebinnen(?? kan ik niet lezen) houdt, te Amsterdam'.

● Dirk Storkhorst, 25 juli 1827, Weesp
Hij staat in invnr 1583 als Stronkhorst, maar verder overal als Storkhorst. Hij komt 23 augustus 1839 (tegelijk met een jonger zusje) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 422. Hij komt (tamelijk oud al) op 27 september 1848 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 22. Hij gaat het jaar daarop al met ontslag: 28 april 1849. Hij trouwt in 1858 als 'fabriekswerker'.

● Louwerens Stormmesand, 19 mei 1830, Tholen
Hij komt 24 maart 1847 in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Weeshuis te Tholen, krijgt het B-nummer 868 en gaat meteen rechtstreeks naar Wateren, waar hij het k-nummer 17 krijgt. Uit invnr 1007 het achtste en negende mapje blijkt dat hij rond 1849-1852 te Wateren werkzaam is als schrijver. Hij wordt op 5 augustus 1852 gedetacheerd op de Ommerschans, waar hij volgens invnr 1389 werkt als 'adsistent op de fabrijk'. Volgens hetzelfde invnr vervult hij die laatste functie later te Veenhuizen. Hij wordt 13 mei 1860 afgevoerd van de lijst met bestedelingen van de Maatschappij en treedt dan in dienst van het Rijk, waar hij in 1864 te boek staat als schrijver en een dochter van een zaalopziener huwt.

● Cornelis Johannes Stoutenbeek, 12 februari 1842, Haarlem
Hij komt 8 augustus 1856 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1105. Hij deserteert twee keer tot hij 12 april 1858 naar het Instituut komt, waar hij het k-nummer 62 krijgt. Hij deserteert 7 mei 1859, maar wordt teruggebracht op 1 juni 1859 en moet dan op 5 juni 1859 terug naar Veenhuizen. Bij besluit van 25 juli 1859 N5 wordt hij van het kindergesticht overgeplaatst naar een bedelaarsgesticht.

● Christiaan Struwe, 8 mei 1816, Amsterdam
Hij komt 2 juli 1828 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1533. Hij komt 3 oktober 1830 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 9 krijgt. Hij wordt 12 april 1833 aangenomen tot lidmaat van de  Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 135 scans 510-511. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 1,78 uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Hij gaat 1 maart 1835 terug naar Veenhuizen. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, geeft hij daarvoor als reden 'ziek zijnde, is dezelve naar het hospitaal te Veenh. verplaatst'. Maar, meldt Van Wolda, Christiaan Struwe is 'aldaar overleden; in de volle hoop des beteren levens'. Dat overlijden vindt plaats op 22 september 1835.

● Willem Frederik Stuijfzand, 19 september 1842, Den Haag
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Pieter Stuurman, 12 oktober 1819, Haarlem
Hij komt 18 april 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 376. Hij komt 28 juli 1836 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 35. Het overzicht van in 1839 ontslagen jongens, invnr 221 scan 799, meldt: 'Den 15 april ontslagen, dient als winkelknecht bij den Heer Mensing te Ommerschans. Hij is, en men is met hem, zeer te vreden.' Martinus Mensink is voormalig zaalopziener en van 1832 tot 1844 winkelhouder op de Ommerschans. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij ook dat Pieter Stuurman na zijn ontslag 'winkelknecht te Ommerschans is', maar voegt hij toe: 'later door zijn eigen vader getrokken naar Haarlem, waar hij op een fabriek werkzaam is'.

● Derk Suiveer, 26 oktober 1824, Groningen
Hij komt 13 mei 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 830. Hij komt 19 augustus 1837 vanuit het derde gesticht naar het Instituut, waar hij het k-nummer 28 krijgt. Hij gaat om onbekende reden terug naar het derde gesticht te Veenhuizen op 4 mei 1838. Van daar vertrekt hij op 15 april 1845 met ontslag.

● Johannes Hermanus Suurhoff, 11 mei 1838, Amsterdam
Hij komt 23 september 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1709. Hij komt 12 mei 1853 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 37. Hij vertrekt met ontslag op 3 april 1858.

● Christiaan David Swagerman, 30 januari 1829, Amsterdam
Hij komt 9 oktober 1842 (tegelijk met twee zussen) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2194. Hij komt 12 juli 1844 naar het Instituut en draagt het k-nummer 16. Hij blijft tot zijn ontslag op 10 of 19 mei 1849.

● Felix Simon Antonides Swart, 31 mei 1814, Ommerschans
Hij is de enige overlevende van het gezin van de voormalige geneesheer van de Ommerschans (en daarvoor van de plaats Ruinen), zie voor meer over zijn verblijf op de Ommerschans als dokterszoon deze pagina en als bedelaar deze pagina. Hij wordt per 1 april 1829 op kosten van het Rijk opgenomen in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat, waar hij het weesnummer 1883 krijgt. Hij komt op 2 augustus 1832 in het Instituut, waar hij het k-nummer 70 krijgt. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 3,97 uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Hij vertrekt met ontslag op 4 april 1835. Het overzicht van in 1835 ontslagen kwekelingen, invnr 167 scan 512, meldt: 'Den 4 April 1835 ontslagen en dient sedert bij eenen koopman te Ruinen'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij dat Swart na zijn ontslag in 1835 is begonnen als 'koopmansbediende te Ruinen', maar inmiddels 'zelf koopman geworden'. Ook in Ruinen, zijn geboorteplaats.

● Fokke de Swart, 25 april 1826, Leeuwarden
De naam staat in het wezenregister met invnr 1412 als 'Zwart', maar in wiewaswie is het nagenoeg altijd 'Swart'. Hij komt 11 mei 1839 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 184. Hij komt 29 maart 1841 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 4. Hij wordt op 13 november 1843 om nog onbekende reden verbannen naar de strafkolonie. Van daar deserteert hij 12 oktober 1844, maar hij wordt 14 oktober 1844 teruggebracht. Hij verlaat de koloniŽn met ontslag op 5 juli 1845.

● Jan Coenraad Swenneker, 8 april 1827, Amsterdam
Hij komt 30 mei 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2093. Hij wandelt op 9 mei 1842 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 80. Hij vertrekt met ontslag op 31 maart 1847.

● Dirk Frederik Telder, 11 november 1827, Amsterdam
Hij komt 18 juli 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1907. Hij komt 21 november 1843 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 4 krijgt. Uit invnr 1007 het zevende en achtste mapje blijkt dat hij een tijdje werkt als 'schrijver' te Wateren voor eerst É 104,- en later É 115,- per jaar. Hij gaat met ontslag op 31 maart 1847.

● Pieter Telder, 30 juli 1825, Amsterdam
Hij komt 18 juli 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1906. Hij komt 29 maart 1841 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 74 krijgt. Het overzicht van in 1845 uit Wateren ontslagen jongens, invnr 322 scan 103-104, meldt: 'Den 12 mei ontslagen en in dienst gekomen bij een melkboer te Amsterdam.'

● Fredericus Temmen, 2 september 1817, Veendam
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Bernardus George Thesing, 12 maart 1825, Amsterdam
Hij is een vondeling en hij komt 30 mei 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1651. Hij komt 13 januari 1840 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 48. Het overzicht van in 1845 uit Wateren ontslagen jongens, invnr 322 scan 103-104, meldt: 'Den 5 mei ontslagen en in dienst gegaan op een oorlogsschip.'

● Jan Jacobus Thiel, 16 december 1840, Amsterdam
Hij komt 14 juli 1854 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 819. Hij komt 21 augustus 1854, dus al na een maand, naar het Instituut, waar hij het k-nummer 23 krijgt. Hij gaat 12 februari 1856 terug naar Veenhuizen. Daarna deserteert hij 16 juli 1856, maar is 17 juli 1856 weer terug. Later deserteert hij 22 juni 1858 en is 23 juni 1858 weer terug. Hij gaat met ontslag op 13 april 1860.

● Arie Tinmans, 12 januari 1830, Dordrecht
Hij komt 20 juli 1842 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2115. Hij wordt 21 decmber 1843 overgeschreven op het contract met de Burgemeesteren der stad Dordrecht, krijgt het B-nummer 183 en blijft in het kindergesticht. Van daar gaat hij 4 maart 1847 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 76 krijgt. Hij deserteert op 20 juni 1847, maar is weer terug op 27 juni 1847. Een tuchtzaak daarover is niet gevonden. Hij vertrekt als hij op 17 april 1850 wordt ontslagen.

● Jacob Tjakkes, 3 januari 1822 te Kalkwijk, Groningen
Hij komt 13 april 1835 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 483. Hij komt 29 augustus 1836 naar het Instituut en draagt het k-nummer 7. Op 21 december 1837 wordt hij overgeschreven van het contract met de Staat op het contract met Kerkenraad der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Groningen en krijgt hij het B-nummer 502. Hij vertrekt met ontslag op 11 juli 1840. Het overzicht van in 1840 ontslagen jongens, invnr 239 scan 793, meldt: 'Den 11 july op verzoek zijner familie ontslagen, is bij zijnen oom, die schipper is; hem gaat het goed.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij dat 'Jacob Dirk Tjaks' na zijn ontslag in 1840 'schippersknecht bij zijne oom in Groningen' is en dat hij dat 'nog heden' is.

● Jan Tollenaar, 21 december 1845, Zwolle
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Hendrik William Tompson, 24 december 1820, Rotterdam
Hij komt 20 december 1827 in de kolonie aan op het contract met de Commissie van Oppertoezigt over 't Algemeene Armbestuur te Rotterdam, krijgt het B-nummer 132 en wordt ingedeeld bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt op 15 maart 1837 vanuit Willemsoord hoeve 70 naar het Instituut, waar hij het nummer 29 krijgt en wordt ingeschreven als 'Willen Hendrik Tompson'. Hij blijft tot zijn ontslag op 2 april 1842. Volgens het overzicht van in 1842 ontslagen jongen, invnr 278 scan 118, is hij daarna 'in s lands zeedienst.'

● Willem Anthonie van Tongeren, 24 februari 1841, Haarlem
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Eliza Jan Trap, 13 april 1818, Rotterdam
Hij komt 24 december 1824 (al staat in invnr 1389 ten onrechte 9 juni 1820) in de kolonie aan op het contract met de Commissie van Oppertoezigt over 't Algemeene Armbestuur te Rotterdam en wordt ondergebracht bij kolonisten te Willemsoord. In 1829 krijgt hij het B-nummer 119. Hij komt vanuit Willemsoord hoeve 51 op 10 november 1829 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 22 krijgt. Hij blijft zevenenhalf jaar tot hij op 21 juli 1837 zijn militaire dienstplicht moet vervullen. Het overzicht van in 1837 vertrokken kwekelingen, invnr 191 scans 210-211, meldt dat hij is 'opgeroepen voor de N.M. en ingelijfd bij de 8e Afdeeling Infanterie te Groningen'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Elisa Jan Trap in 1837 is 'aangeloot in militaire dienst' en voegt hij toe dat hij later korporaal is geworden.

● Jan Trompetter, 4 april 1823, Koog aan de Zaan
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Anthony Abraham Gijsbert Troost, 1 juli 1839, Vlissingen
Hij komt 22 juni 1849 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 60. Hij wandelt op 19 maart 1853 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 13. Hij vertrekt met ontslag op 20 oktober 1855 (pas 16 jaar oud). Hij trouwt 1868 te Hontenisse als 'lichtwachter'.

● Gerrit van Tuil, 1 april 1805, Den Haag
Hij komt 15 juli 1821 aan in de vrije koloniŽn en wordt volgens de aankomststaat in invnr 1343 ondergebracht bij kolonist Cornelis van Ooijen op hoeve 44 van Wilhelminaoord. Hij komt 28 juni 1824 (aanname) naar het Instituut, waar hij het k-nummer 23 krijgt. In het algemeen jaarverslag, gedateerd 17 augustus 1826 en afgedrukt in de Star van augustus 1826, schrijft Johannes van den Bosch op pagina 571 van de Star:

Reeds begint de Maatschappij de vruchten van deze instelling te plukken, zijnde de jongeling Gerrit van Tuil in het 1 Etablissement te Veenhuizen, als Opziener geplaatst op een wekelijksch salaris van Éí3:50 en vrije woning.

In bijlage 21 van dat jaarverslag, afgedrukt in de Star van september 1826, schrijft Institeur Mulder op pagina 688 van de Star:

Ik vleije mij met der tijd van genoemde kweekelingen bijzonder geschikte beambten voor uwe grootere Gestichten te zullen vormen, gelijk ik UHoogEd. Gestr. bij dezen een' der kweekelingen, met name Gerrit van Tuil, terug geve, met het zekere vertrouwen, dat hij volkomen in staat is den post van opziener over een zeker getal weezen, waardiglijk te kunnen bekleeden; terwijl zijne bevordering, de overige kweekelingen bijzonder aanspoort, om zich met ijver en kracht op de verbetering van hun hart en op de vermeerdering van hunne kennis toe te leggen.

Hij vertrekt echter al in 1826 met ontslag, volgens de kolonistendatabase omdat hij voor zichzelf kan zorgen. In een brief over zijn opvolging, invnr 91 scan 469, wordt als ontslagdatum genoemd 27 juli 1826.

● Willem Adrianus Uijleman, 17 oktober 1832, Amsterdam
Het is de tweede keer dat de familie Uijleman in het bedelaarsgesticht wordt opgenomen (de eerste keer was van 3 december 1841 tot 7 april 1843) als ze op 9 juni 1843 vanuit Amsterdam aankomen. Willem Adrianus heeft het bedelaarsnummer 3982 in toegang 0137.01 invnr 430, zijn broer Gerrit, geboren 11 februari 1828, het  nummer 1440 in toegang 0137.01 invnr 429 en hun vader heeft in toegang 0137.01 invnr 430 het bedelaarsnummer 3981. Die vader overlijdt 27 januari 1846 en op 26 mei 1846 worden Gerrit en Willem Adrianus opgenomen in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat. Gerrit krijgt weesnummer 1197 en neemt al snel de benen om daarna weer diverse keren als bedelaar in de koloniŽn terug te komen. Willem Adrianus krijgt het weesnummer 1199, wordt 8 juli 1850 uitverkoren om naar het Instituut te gaan en draagt daar het k-nummer 2. Hij blijft tot zijn ontslag op 8 mei 1852 en redt het op eigen benen tot 9 februari 1855 als hij als bedelaar wordt opgenomen en in toegang 0137.01 invnr 434 het bedelaarsnummer 290 krijgt. Hij is er snel weer uit door ondanks zijn 'kromme benen' in dienst te gaan bij de het 7e regiment infanterie.

● Johannes Valbracht, 16 juli 1824, Amsterdam
Hij komt 23 augustus 1839 (tegelijk met twee jongere zussen) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 417. De jongste zus overlijdt in 1840. Hij komt 26 september 1842 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 14. Al heel snel, op 4 oktober 1842 deserteert hij, maar hij is 7 oktober al weer terug en wordt dan gelijk teruggebracht naar het kindergesticht te Veenhuizen.
Maar niet voor lang, want er is blijkbaar familie die zich het lot van Johannes en zijn zusje aantrekt en hen in huis wil nemen. Op 13 juli 1843, invnr 274 scan 459, machtigt het ministerie van Binnenlandse Zaken de Maatschappij om 'A.M.A. en J. Valbracht, no 415 en 417, te laten volgen met dengene die zich tot overneming bij de Directie der kindergestichten zal aanmelden'. Dat brengt de permanente commissie op 19 juli 1843 N2 over aan de directeur der koloniŽn. Waarop die directeur op 24 juli 1843 opdracht geeft aan de adjunct-directeur van het eerste gesticht, invnr 277 scan 303, 'A.M.A. en J. Valbracht , no 415, 417, te ontslaan wanneer zij zullen worden afgehaald'. Dat laatste gebeurt op 11 augustus 1843 en dan verlaten Johannes Valbracht en zijn zusje de koloniŽn.

Gabriel van der Valk → zie Gabriel de Bruijn

● Gerrit Jacob van der Vecht, 11 september 1835, Amsterdam
Hij komt 20 oktober 1848 (tegelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2076. Hij wandelt op 17 maart 1851 (tegelijk met zijn broer) van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 33. Hij vertrekt 11 april 1855 met ontslag.

● Jacobus Cornelis van der Vecht, 13 mei 1834, Amsterdam
Hij komt 20 oktober 1848 (tegelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2075. Hij wandelt op 17 maart 1851 (tegelijk met zijn broer) van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 23. Hij vertrekt 1 april 1854 met ontslag.

● Jan Veder, 1 juli 1818, Amsterdam
Hij komt 3 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 532. Hij wandelt op 2 augustus 1832 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 54. Hij moet 29 april 1837 in militaire dienst. In het overzicht van in 1837 vertrokken kwekelingen, invnr 191 scans 210-211, staat dat hij 'is opgeroepen voor de Nationale Militie en ingelijfd bij de 10e Afdeeling Infanterie te Amsterdam'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Jan Veder in 1837 is 'aangeloot in militaire dienst' en weet hij te vertellen dat hij inmiddels korporaal is.

● Cornelis van Veen, 16 maart 1830 te Kralingen, Haarlem
Zijn domicilie van onderstand, dus de gemeente die betaalt voor zijn verblijf in de kolonie, is Gouda. Hij komt 25 maart 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1432. Hij komt 10 mei 1848 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 33. Hij deserteert uit het Instituut op 5 maart 1850, samen met mede-kwekeling Jacob Scherpenzeel. Bij die gelegenheid zijn er spulletjes verdwenen van andere kwekelingen:
- een lakense buis van Pieter Antonie Erkelens,
- een hemd van Johannes Ferkenius, en
- een paar kousen van Hendrik Koeckes.
Jacob Scherpenzeel keert vrijwillig terug naar de koloniťn en als hij zich voor de tuchtraad van 16 maart 1850 moet verantwoorden, verklaart hij 'daar niet aan handdadig geweest' te zijn. Of Cornelis van Veen dan die diefstallen gepleegd heeft, zullen we nooit weten want hij is naar zijn oude woonplaats Haarlem gegaan en komt niet weerom.

● Cornelis van Veen, 14 juni 1833, Amsterdam
Hij komt 23 november 1848 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2118. Hij komt naar het Instituut op 1 mei 1849 en krijgt het k-nummer 78. Hij verlaat het Instituut en de koloniŽn met ontslag op 9 april 1853.

● Pieter van Veen, 28 juli 1833, Haarlem, domicilie Gouda
Hij komt 25 maart 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1431. Hij komt 11 mei 1848 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 3 krijgt. Hij wordt bij besluit van 20 juli 1853 N5 per 30 juli 1853 geplaatst als hoeveknecht bij een van de grote boerderijen bij het eerste gesticht te Veenhuizen. Op 24 januari 1854 wordt hij overgegeven aan de burgerlijke rechter, maar op 4 mei 1855 N12 wordt besloten hem weer op te nemen en te plaatsen als hoeveknecht.

● Pieter Jacobus van der Veen, 12 juli 1837, Rotterdam
Hij komt 30 oktober 1848 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2107. Hij komt naar het Instituut op 12 mei 1853 en krijgt het k-nummer 81. Hij deserteert 20 september 1853, maar is weer terug op 24 september 1853. Er is geen bijbehorende tuchtzaak gevonden. Hij gaat 11 april 1857 voorwaardelijk met ontslag en verlaat dan de koloniŽn.

● Hendrik van der Velde, 30 augustus 1845, Zwolle
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Willem van Veldhuizen, 9 juni 1844 te Zeist, Amersfoort
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Johannes Nicolaas Velseboer, 6 november 1835, Amsterdam
Hij komt 7 september 1849 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 27. Hij komt 2 september 1852 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 17 krijgt. Hij deserteert, samen met mede-kwekeling Willem van Roosmalen, op 12 augustus 1853 en trekt naar Amsterdam. Daar heeft 'den Heer Beudeker, Boekhouder der Administratie over de Stads bestedelingen aldaar' geen zin in dat gezeur en hij stuurt de twee mee met 'den Bode J. Schutte ter overbrenging naar het Instituut'. Daar aangekomen stuurt de Instituteur ze naar Veenhuizen om berecht te worden. Voor de tuchtraad van 20 augustus 1853 geven ze als verklaring voor hun vlucht uit Wateren 'aldaar niet te kunnen aarden'. Ze krijgen acht dagen opsluiting opgelegd en blijven verder in Veenhuizen. Van daar gaat Velseboer op 13 april 1855 met ontslag.

● Frederik Veltenaar, 14 januari 1837, Amsterdam
Hij staat in het wezenregister als Viltenaar, maar dat is fout. Hij komt 17 mei 1844 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 649. Hij komt 12 mei 1853 naar het Instituut, krijgt het k-nummer 11, maar gaat al 6 oktober 1853 met ontslag (16 jaar oude, dus hij zal door familie opgenomen zijn).

● Adriaan Veltman, 23 december 1819, Weesp
Hij komt 4 september 1835 in de kolonie aan op een contract met de Regenten van het Gereformeerd Burgerlijk Weeshuis te Weesp (contract E 100, voor 60 gulden per jaar), krijgt het B-nummer 970 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt 11 april 1836 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 64. Maar al op 26 juli 1836 neemt hij de benen. Zijn desertie en zijn 'bitterlijk huilen' worden beschreven in De kinderkolonie pagina 238-239 en de betreffende stukken staan op deze pagina. Het overzicht van in 1836 vertrokken kwekelingen, invnr 179 scans 575-576, meldt: 'Den 26 July 1836 gedeserteerd en den 26e November daaraanvolgende uit de sterkte gebragt.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, rept hij niet van desertie, maar meldt hij slechts dat Adriaan Veltman na zijn vertrek 'boereknecht' is geworden.

● Willem Veltman, 4 augustus 1830, Amsterdam
Hij komt 22 mei 1837 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 586. Hij komt 29 mei 1847 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 44 krijgt. Hij deserteert 28 augustus 1847, maar is 3 september 1847 weer terug. Er is geen tuchtzitting over die desertie gevonden. Hij vertrekt met ontslag op 29 juni 1850.

● Carel Christiaan van der Ven, 12 januari 1836, Amsterdam
Hij komt 28 mei 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1582. Hij komt 10 juli 1851 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 25. Hij vertrekt met ontslag op 29 maart 1856.

● Leendert Verel, 7 augustus 1843 te Pijnacker, Delft
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Urias Verel, 19 augustus 1840 te Pijnacker, Delft
Hij komt 12 oktober 1853 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 724. Hij komt 17 februari (invnr 1611) of 17 april (invnr 1583) 1855 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 52. Hij vertrekt met ontslag op 4 mei 1859.

● Hendricus Verhagen, 4 juni 1842, Haarlem
Hij komt 19 juni 1851 (tegelijk met twee broers) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 478. Hij komt 3 mei 1856 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 51. Hij vertrekt (pas 17 jaar?) met ontslag op 27 augustus 1859.

● Johannes Verhagen, 24 februari 1836, Haarlem
Hij komt 19 juni 1851 (tegelijk met twee broers) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 476. Hij komt 4 mei 1852 naar het Instituut, waar hij het kwekelingnummer 39 krijgt. Hij overlijdt 19 april 1853 03:00 in het gesticht te Wateren in no 9a. Aangifte wordt gedaan door ex-kwekeling en nu employť Adriaan Kasper en ene Jan Wolters Benthem, die als beroep 'arbeider' opgeeft.

● Willem Verhagen, 11 juni 1838, Haarlem
Hij komt 19 juni 1851 (tegelijk met twee broers) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 477. Hij komt 4 mei 1852 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 43. Hij vertrekt met ontslag op 28 april 1858.

● Teunis Gerbrand Verhoef, 30 april 1843, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Frederik Johannes Verhoeven, 8 oktober 1837, Amsterdam
Hij komt 20 augustus 1847 (tegelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1676. Hij komt 4 oktober 1852 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 49. Hij vertrekt met ontslag op 28 maart (invnr 1412) of 28 april (invnr 1583) 1857.

● Willem Christiaan Verhoeven, 4 januari 1836, Amsterdam
Hij komt 20 augustus 1847 (tegelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1675. Hij deserteert van 30 augustus 1850 tot 30 september 1850 en komt op 3 mei 1851 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 60 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 8 maart 1856.

● Jacobus Vermaas, 7 december 1816, Colijnsplaat
Hij wordt 5 april 1830 het bedelaarsgesticht op de Ommerschans binnengebracht door de stad Middelburg, tegelijk met een broer, een zus, een halfzus en zijn moeder Pieternella van Gilst, geboren 28 augustus 1798 te Kloosterzand. Jacobus heeft in toegang 0137.01 invnr 425 het bedelaarsnummer 1974, de familieleden staan eromheen. Ze worden met z'n allen op 1 juli 1830 overgeplaatst naar Veenhuizen en daar overlijden binnen een paar maanden alle familieleden behalve Jacobus. Hij wordt 9 juli 1831 opgenomen in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1088. Hij loopt 16 juli 1832 vanuit het eerste gesticht naar het Instituut, waar hij het k-nummer 44 draagt. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 2,88Ĺ uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Hij gaat met ontslag op 6 april 1837. Het overzicht van in 1837 vertrokken kwekelingen, invnr 191 scans 210-211, meldt dat hij 'dient in Groningerland bij den boer', Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Jacobus Vermaas na zijn ontslag 'boereknecht bij Groningen' is en voegt hij toe: 'nog heden'.

● Maarten Vermaas, 6 september 1818, Middelharnis
Hij komt 15 september 1828 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1008. Hij komt 2 augustus 1832 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 61. Het overzicht van in 1835 ontslagen kwekelingen, invnr 167 scan 513, meldt: 'Den 15 Augustus 1835 ontslagen, door zijne familie tot zich genomen', en ook als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Maarten Vermaas in 1835 'door de familie terug gevraagd' is.

● Dirk Vermande, 14 maart 1815, Haarlem
Hij komt 27 april 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1129. Hij wandelt op 10 april 1831 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 57. Van Wolda noemt hem Dirk Vermande Willemse. Het overzicht van in 1834 ontslagen jongens, invnr 155 scan 291, meldt: 'Den 13 Mei ontslagen en na zich 8 dagen bij zijne moeder opgehouden te hebben, is hij voor de Nat. Mil. opgeroepen.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij echter dan Vermande 'vrijwillig in militaire dienst gegaan' is, en heeft hij geen recentere informatie.

● Evert Huibrecht Verschoor, 25 juli 1824, Den Haag
Hij komt 29 augustus 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1203. Hij komt 4 december 1837 vanuit het derde gesticht naar het Instituut en krijgt het k-nummer 11. Hij wordt 'afgevoerd als van verlof achtergebleven' op 20 januari 1841.

● Johannes Verwer, 18 augustus 1806, Zaandam
Hij komt 10 juli 1821 in de kolonie aan op het contract met de Wees- en Armbestuurders der stad Zaandam en wordt ondergebracht bij kolonisten in Wilhelminaoord. Hij komt 28 juni 1824 (aanname) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 24. In het verslag gedateerd 21 juli 1826, zie de transcriptie, meldt de Instituteur dat Johannes Verwer 'zeer om zijne naarstigheid is aan te bevelen'. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Op 10 augustus 1829 wordt hij ontslagen als kwekeling en 'als aspirant geemployeerde tot de sterkte der ambtenaren opgenomen'. De 'Staat van gedurende 1829 ontslagen kwekelingen van het Instituut te Wateren tevens aanwijzende hunne bestemming', invnr 104 scan 243, meldt dat hij is aangesteld als 'ambtenaar te Wateren'. Zo staat hij ook te boek in het personeelsregister met invnr 1003. Op 24 december 1830 wordt hij daaruit ontslagen, maar dat is omdat een nog fraaier perspectief lonkt.
Hij trouwt 30 december 1830 te Diever met Gepke Jans Dorenkamp of Doornkamp, bij welke gelegenheid hij zich wijkmeester noemt, maar dat is bij mijn weten niet wat hij wordt. Hij en zijn bruid betrekken per 1 januari 1831 wel de grote boerderij nummer 13 te Ommerschans, invnr 1584 folio 5 van het hoevenaarsgedeelte. Op folio 4 van het hoevenaarsregister 1836-1847 met invnr 1582 staat hij ook, maar is er geen sprake meer van wijkmeesterschap. Misschien heeft dat te maken met de 'zware toevallen' die Johannes Verwer volgens de directeur af en toe heeft, invnr 194 scan 103.
Er valt in invnr 1582 ook te zien dat er voortdurend kwekelingen uit Wateren bij hem worden ingedeeld als hoeveknechten.
▪ Noach Scheffener (k-nummer 30) van 11 april 1837 tot 26 april 1838
▪ Frans Hermanus Andree, die rond deze tijd Frans Hermanus van Rhoden gaat heten (k-nummer 38) van 1 mei 1838 tot 1 mei 1839
▪ Jan Smit (k-nummer 67) van 3 mei 1839 tot 6 april 1841, en later:
▪ Reinier van Nispen (k-nummer 61) van 9 oktober 1845 tot 16 oktober 1847.
Ondanks de toevallen wordt Johannes Verwer bij besluit van de permanente commissie van 14 december 1838 N1 opnieuw aangesteld als wijkmeester voor É 6,-- per week. Dat werk doet hij tot zijn dood op 12 augustus 1843. Daarna zet zijn weduwe het hoevenaarschap nog voort tot zij op 1 maart 1848 ontslagen wordt en de hoeve verlaat met de kinderen:
▪ Trijntje Verwer, geboren 19 mei 1832,
▪ Margaretha Verwer, geboren 5 maart 1834, en
▪ Gerrit Johannes Verwer, geboren 31 maart 1840.

● Martinus Vink, 2 november 1820, Schiedam
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Frederik Jans Vischer, 15 december 1814 te Midwolda, Nieuwolde
Hij staat in de wezenregisters 1410 en 1411 met dezelfde naam als hier, maar in het register met invnr 1412 als Frederikus Jans Visscher en ook de achternaam Visker komt voor. Hij komt 21 mei 1829 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 955. Hij
Het overzicht van in 1835 ontslagen kwekelingen, invnr 167 scan 513, meldt: 'Den 17 Augustus 1835 voor de dienst der Nationale Militie ontslagen en te Groningen ingelijfd'. Volgens zowel invnr 1412, 1583 als 1611 is het echter 17 september 1835 dat hij in militaire dienst gaat. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Frederik Jans Vischer in 1835 is 'aangeloot in militaire dienst', maar dat hij later is 'vertrokken naar de Oost en aldaar overleden'.

● Frans Vishoek, 28 november 1824, Rotterdam
Hij komt 26 februari 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1327. Hij komt 15 november 1838 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 2 krijgt. Hij gaat in militaire dienst op 4 augustus 1843. Volgens het overzicht van in 1843 ontslagen jongens, invnr 296 scan 360, is hij 'opgeroepen voor de Nationale Militie en heeft geteekend bij s lands militie.'

● Abraham Visser, in 1816, Den Haag
Hij komt 4 april 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 856. Hij komt 31 oktober 1831 naar het Instituut en krijgt (als eerste) het k-nummer 65. Hij gaat 21 juli 1837 in militaire dienst. In het overzicht van in 1837 vertrokken kwekelingen, invnr 191 scans 210-211, staat dat hij is 'opgeroepen voor de N.M. en ingelijfd bij de 8e Afdeeling Infanterie te Groningen'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Abraham Visser in 1837 is 'aangeloot in militaire dienst', maar dat hij 'in het hospitaal overleden' is.

● Hermanus Lambertus de Visser, 21 mei 1831, Haarlem
Hij komt 19 april 1844 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 531. Al op 12 juli 1844 komt hij naar het Instituut, waar hij het k-nummer 2 krijgt. Maar al op 1 oktober 1844 gaat hij met ontslag, volgens de Naamlijst van in 1844 ontslagen jongelieden met vermelding van derzelver bestemming, Invnr 307 scan 255, 'op verzoek van uitbesteders te Haarlem'. Al met al is hij dus nog geen half jaar in de kolonie geweest.

● Jan Visser. 31 maart 1814, De Rijp
Hij komt 12 maart 1828 in de kolonie aan op het contract met De schout van de Rijp en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. In 1829 krijgt hij het B-nummer 73 en op 10 november 1829 gaat hij naar het Instituut, waar hij het k-nummer 62 draagt. Hij vertrekt 6 maart 1831 met ontslag, gezien zijn leeftijd waarschijnlijk naar familie.

● Cornelis van Vliet, 9 januari 1844, Den Haag
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Willem Frederik van Vliet, 12 maart 1815, Rotterdam
Hij komt 15 februari 1826 in de kolonie aan op het contract met de Commissie van Oppertoezigt over 't Algemeene Armbestuur te Rotterdam en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij krijgt in 1829 het B-nummer 138 en komt op 10 november 1829 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 34 draagt. Hij wordt aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder op 7 april 1832, invnr 135 scan 441. Op een lijst van aanwezige kwekelingen bij een inspectie op 30 september 1833, invnr 140 scans 504-505, is hij niet in het Instituut maar met verlof. Hij behoort tot de vier jongens die in de zomer van 1834 'zijn te grasmaaijen geweest, in de Oude Willem, op 2 uren afstand van het Gesticht' en die om dat zware werk te kunnen volhouden 'van hun zakgeld zich spek hebben moeten aanschaffen', invnr 151 scan 297 ev. Daarom heeft hij in de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 van zijn oververdienste aan zakgeld het gigantische bedrag van É 7,74 uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303. Hij gaat 8 september 1834 in militaire dienst. Het overzicht van in 1834 ontslagen jongens, invnr 155 scan 291, meldt: 'Den 8 Sept 1834 ontslagen, en volgens zijn dienstpligtig nummer opgenomen en bij de N.M. te Groningen ingelijfd'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Willem Frederik van Vliet in 1834 is 'aangeloot in militaire dienst' en dat hij 'nu knecht bij de generaal de Quadt te Utrecht' is.

● Cornelis Voorn, 6 oktober 1833 te Delft, Enkhuizen
Hij komt 27 mei 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1489. Hij komt 1 mei 1849 naar het instituut, waar hij het k-nummer 69 krijgt. Hij wordt 25 april 1850 overgeschreven op het contract met de Direkteuren van het BurgerWeeshuis te Enkhuizen en krijgt dan het B-nummer 35. Hij gaat 14 september 1850 terug naar Veenhuizen. Hij treedt 1 juni 1851 in dienst bij de marine.

● Kornelis de Voort, 12 mei 1810, Dordrecht
Hij komt 4 juni 1820 in de kolonie aan op het contract met Burgemeesteren der stad Dordrecht en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij behoort tot de eerste lichting die op 28 juni 1824 naar het Instituut gaat en hij krijgt het k-nummer 12. Hij behoort tot de "weeskinderen" die in december 1828 verklaren dat zij buiten de koloniŽn nog ouders in leven hebben, invnr 95 scan 333. In 1829 krijgt hij het B-nummer 194. Hij wordt 6 november 1830 ontslagen. Volgens het overzicht van in 1830 met ontslag vertrokken kwekelingen, invnr 114 scan 27, is hij na zijn ontslag 'in dienst bij den burgerstand'.

● Barend de Vos, 2 oktober 1829, Den Haag
Hij komt 11 november 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1753.  Hij komt op 2 mei 1844 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 34. Hij deserteert op 2 november 1846, is op 19 november terug en moet die 19 november 1846 meteen door naar Veenhuizen. Ook nog diezelfde donderdag 19 november 1846 staat hij, met vijf andere deserteurs, voor de tuchtraad. Hij behoort tot degenen die waren gevlucht 'met voornemen hun familiŽn te bezoeken' en hij krijgt de straf opgelegd van '8 dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water en brood'. En hij moet dus in Veenhuizen blijven. Daar vandaan deserteert hij nog een keer enkele maanden later, op 29 maart 1847, maar de volgende dag is hij weer terug en in tegenstelling tot de vorige keer worden voor dat terugbrengen dit keer wel premie en transportkosten betaald. Op de tuchtraad van 31 maart 1847 verklaart Barend de Vos te zijn ontvlucht 'omdat hij tegenzin in zijne tegenswoordige verblijfplaats heeft'. Gelukkig voor hem is de administratie van de tuchtraad niet op orde, waardoor ze zijn vlucht beschouwen als 'desertie voor de 1e maal'. Hij krijgt weer acht dagen opsluiting aan zijn broek en van zijn opgespaarde geld wordt É 4,20 ingehouden om de premie en transportkosten te dekken. Ondanks zijn 'tegenzin in zijne tegenswoordige verblijfplaats' blijft hij nog twee jaar te Veenhuizen, tot hij 16 mei 1849 met ontslag de koloniŽn verlaat.

● Dirk Vos, 28 augustus 1836 te Nieuwer Amstel, Amsterdam
Hij komt 20 oktober 1848 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2080. Hij komt 4 mei 1852 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 67. Hij vertrekt met ontslag op 29 maart 1856.

● Frederik Vos, 13 januari 1812, Amsterdam
Hij komt 3 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 429. Hij komt 29 september 1825 (aanname) naar het Instituut en krijgt (als eerste) het k-nummer 37. Hij behoort tot de kinderen in Wateren die in december 1828 verklaren 'stellig te weten dat hunne ouders overleden zijn', invnr 95, scan 342-343. Hij wordt 15 april 1831 aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 113 scan 387. Hij verlaat het Instituut en de koloniŽn om in militaire dienst te gaan op 8 juni 1831, invnr 124 scan 346. Ook als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 schrijft over vertrokken kwekelingen, zie hier, meldt hij dat Vos is 'aangeloot in militaire dienst'.

● Frans Voskuil, 17 mei 1828, Amsterdam
Hij komt 12 april 1835 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 700. Volgens invnr 164 scan 38 woont hij op zaal 15 & 16 bij zaalopziener Van de Bosch. Zoals met zijn leeftijd te verwachten gaat hij volgens invnr 201 scan 319 in november 1838 overdag naar school. Hij komt 24 september 1842 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 23, maar hij gaat om onbekende redenen op 17 maart 1843 terug naar Veenhuizen. Van daar vertrekt hij met ontslag op 7 juli 1849.

● Johannes Vreedenburg, 24 juli 1830, Gouda
Hij komt 13 september 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1707. Hij komt 8 juli 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 9. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 14 september 1850. Vanuit Veenhuizen gaat hij 30 maart 1852 met ontslag.

● Anthonie Vreugdenburg, 11 mei 1809, Leiden
Hij komt 2 mei 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1170. Hij komt 29 september 1825 (aanname) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 4. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij wordt 5 mei 1829 ontslagen en volgens de 'Staat van gedurende 1829 ontslagen kwekelingen van het Instituut te Wateren tevens aanwijzende hunne bestemming', invnr 104 scan 243, is hij gegaan 'naa Leyden in het Weeshuis, leert aldaar het wagenmaken'.

● Antoon de Vries, 14 juli 1843, Bolsward
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Cornelis Bauke de Vries, 1 mei 1836, Leiden
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

● Jan de Vries, 21 september 1830, Amsterdam
Hij komt 22 mei 1837 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 655. Hij komt 29 mei 1847 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 42. Hij vertrekt met ontslag op 29 juni 1850.

● Johannes de Vries, 26 november 1829 te Haarlem, Enkhuizen
Hij komt 9 oktober 1842 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2211. Hij komt 12 mei 1845 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 55. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 8 september 1849. Vanuit Veenhuizen vertrekt hij met ontslag op 26 april 1850.

● Andries Vrieze, 6 september 1814, Groningen
Hij komt 11 maart 1830 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 191. Hij komt 16 juli 1832 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 26. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 2,40 uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Het overzicht van in 1835 ontslagen kwekelingen, invnr 167 scan 512, meldt: 'Den 13 April 1835 ontslagen en naar Groningen vertrokken, waar hij eene dienst heeft gevonden bij eenen bakker'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Vrieze na zijn ontslag 'bakkersknecht te Groningen' is, maar dat hij later in militaire dienst is gegaan en is gehuwd.

● Diederich Herman Vulling, 29 november 1840, Amsterdam
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Laurens van der Waal, 16 juli 1843, Vlaardingen
Hij behoort tot de jongens die uit Wateren weg moeten omdat het Instituut gaat sluiten en staat op die pagina.

● Leendert van der Waal, 2 oktober 1837, Vlaardingen
Hij komt 24 maart 1850 in de kolonie aan op het contract met het Stadsarmbestuur te Vlaardingen, krijgt het B-nummer 314 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Wilhelminaoord. Hij komt 29 januari 1852 naar het Instituut en draagt daar het k-nummer 4. Hij vertrekt met ontslag op 3 november 1855.

● Jacobus van der Waals, 20 augustus 1828, Rotterdam
Vermoedelijk een broer van Jan van der Waals, zie hier onder. Hij komt 12 november 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1264. Hij komt naar het Instituut op 9 mei 1842 en krijgt het k-nummer 29. Hij verlaat het Instituut en de koloniŽn met ontslag op 20 mei 1848.

● Jan van der Waals, 12 januari 1826, Rotterdam
Vermoedelijk een broer van Jacobus van der Waals, zie hier boven. Hij komt 12 november 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1259. Hij komt naar het Instituut op 29 maart 1841 en krijgt het k-nummer 22. Hij behoort tot de jongens die in 1845 voor de dienstplicht moeten loten, maar die 'uit andere hoofde dan om ligchaamsgebrekene aanspraak op vrijstelling vermeenen te hebben'. Daarover meldt de Instituteur, invnr 301 scan 42: 'Zoon van Willem van der Waals en Maria de Schot, beide overleden te Rotterdam. Hij verondersteld vrijstelling van de militaire dienst te kunnen bekomen op zijnen ouderen broeder Willem, die voor zijn 18e jaar vrijwillig in zeedienst is getreden, en ofschoon hij in 1843 moest loten weet men echter niet of dit heeft plaats gehad en dus ook niet of hij al dan niet aangeloot is, daar voornoemde Jan van der Waals na de in zeedienst treding van zijnen broeder, in 1840, nummer iets van hem gehoord heeft.'
Hij verlaat het Instituut en de koloniŽn met ontslag op 21 maart 1846. Na het ontslag is hij volgens het overzicht van in 1846 ontslagen jongens, invnr 339 scan 97, 'in zeedienst' getreden.

● Abraham Waarsdijk, 23 maart 1820, Amsterdam
Hij komt 30 april 1833 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1834. Hij deserteert 9 juni 1833 en is 22 juli 1833 weer terug. Hij komt 26 mei 1834 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 48. Hij deserteert 17 april 1839 en is 3 juni 1839 terug. Hij gaat 10 juni 1839 terug naar Veenhuizen, naar ik aanneem als straf voor de desertie. Maar vanuit Veenhuizen deserteert hij 30 juli 1839 en blijft hij weg. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij echter dat Abraham Waasdijk in 1839 'vrijwillig in zeedienst gegaan' is en dat hij dat 'nog heden' is.

● Jacobus Johannes Wagenaar, 22 maart 1827, Middelburg
Hij komt 27 april 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 707. Hij komt 4 januari 1843 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 9. Hij vertrekt om zijn militaire dienstplicht te vervullen op 19 juni 1847.

● Pieter Wakker, 7 juni 1816, Amsterdam
Hij komt 21 augustus 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 186. Hij wandelt op 27 augustus 1831 van Veenhuizen naar het Instituut en krijgt daar het k-nummer 23. Hij staat op de lijst van kwekelingen van 26 maart 1832 in invnr 1544, maar op 16 juli 1832 neemt een ander zijn k-nummer over, dus hij moet tussen die twee data uit Wateren vertrokken zijn en weer naar Veenhuizen gegaan zijn. Vanuit Veenhuizen vertrekt hij 5 april 1836 met ontslag.

● Jan Walburg, 22 januari 1840, Den Haag
Hij komt 15 mei 1856 in de kolonie aan op het contract met de Burgemeesteren der stad s Gravenhage, krijgt het B-nummer 423 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Van daar komt hij 12 april 1858 in het Instituut, waar hij het k-nummer 20 krijgt. Hij deserteert van de kolonie op 8 oktober 1859 en ze krijgen hem niet meer te pakken.

Jan Walrave, 29 augustus 1828, Veere
Zie de pagina met jongens die vaker dan ťťn keer op het Instituut zijn opgenomen.

Andries Pieter Jan Everhard Walter, 1 januari 1820, Amsterdam
Hij komt 1 juni 1835 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat, krijgt het weesnummer 235 en gaat diezelfde dag naar het Instituut (en dat kan ik niet goed verklaren??). Hij krijgt het k-nummer 11. Uit het derde mapje met het opschrift '1835' van het personeelsregister met invnr 1007 blijkt dat hij een tijdje als 'schrijver' werkt te Wateren voor É 114,40 per jaar. Hij wordt op 1 november 1837 overgeplaatst naar hoeve 84 van Frederiksoord, invnr 1349 scan 85, en is dan ingedeeld bij het kolonistengezin van Flores Gronthť (of Grottť) en Anna van Beek.
Wat hij in Frederiksoord te zoeken heeft, wordt duidelijk uit bijlage 4 bij de tuchtzitting van 5 februari 1838, Een jongen van 15 en eentje van 18 jaar hebben op de openbare weg 'den ondermeester A. Walter' uitgescholden. Blijkbaar assisteert hij bij het onderwijs in de school van Frederiksoord.
Dat houdt op als hij op 17 april 1839 in militaire dienst moet. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij dat Walter is 'aangeloot en in zeedienst gegaan' en is hij later 'schrijver op een schip'.

Gerrit Wijnand Warnar, 19 februari 1828, Amsterdam
Hij komt 30 maart 1838 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1303. Hij komt 9 mei 1842 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 33. Hij vertrekt met ontslag op 27 april 1848.

Jan Nicolaas Warnar, 31 oktober 1834, Amsterdam
Hij komt 20 mei 1842 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1961. Hij komt 3 mei 1851 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 19 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 1 april 1854.

Daniel Was, 2 december 1812, Amsterdam
Hij is een vondeling uit Amsterdam. De achternaam komt in later jaren regelmatig voor als Wasch. Hij komt 3 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 463. Hij komt 29 september 1825 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 52 krijgt. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij wordt 15 april 1831 aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 113 scan 387. Volgens het eerste en tweede mapje van invnr 1007 werkt hij in 1832 als 'adsistent' van de boekhouder van Wateren voor een salaris van É 125,- per jaar. In januari 1832 meldt Jan Hessels van Wolda over een mogelijk ontslag van hem, invnr 121 scan 504: 'Is bij den boekhouder; verlangt te blijven en ik wensch hem te houden.' Hij heeft dan een tegoed op het kledingfonds van É 6,20 op het kledingfonds en een tegoed op oververdienste van É 35,17Ĺ, wat meer dan uitstekende cijfers zijn. Hij wordt 8 juni 1832 aangesteld als onderwijzer van de bijschool in Doldersum. Zijn officiŽle ontslag als weeskind is pas op 10 maart 1833. Hij maakt carriŤre in het koloniale onderwijs, waar hij tot zijn (vroege) dood in zal werken, zie deze pagina.

Jan Dirk Webbenhorst, 11 januari 1838, Amsterdam
Hij komt 25 mei 1848 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1992. Hij komt 12 mei 1853 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 64. Hij vertrekt met ontslag op 3 april 1858.

Johannes Weber, 6 november 1834, Amsterdam
Hij komt 24 mei 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1602. Hij komt 20 juli 1848 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 38 krijgt. Hij gaat 27 september 1853 in militaire dienst.

Johannes George Wilhelmus Weber, 15 mei 1829, Amsterdam
Hij komt 1 juni 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1004. Hij komt 24 september 1842 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 49 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 7 juli 1849.

Karel Heinrich Weber, 21 september 1833, Amsterdam
Hij komt 24 mei 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1600. Hij komt 30 april 1846 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 21. Hij vertrekt met ontslag op 9 april 1853.

Anthonie Johannes Wedel, 3 augustus 1816, Amsterdam
Hij komt 30 juli 1829 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1429. Hij komt 27 augustus 1831 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 47. Het overzicht van in 1836 vertrokken kwekelingen, invnr 179 scans 575-576, meldt: 'Den 5 April ontslagen en naar Amsterdam vertrokken, alwaar hij als kleermaker zijn brood wint.' Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Wedel na zijn ontslag 'kleermakersgezel te Amsterdam' is, maar heeft hij geen recentere informatie.

Gerrit Wegman, 18 december 1840, Dordrecht
Hij komt 30 juli 1851 in de kolonie aan op het contract met Burgemeesteren der stad Dordrecht, krijgt het B-nummer 190 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt 21 augustus 1854 naar het Instituut en krijgt het kwekelingnummer 19. Hij is een van de drie jongens (de anderen zijn Johannes Roeraade en Gerrit Mourickx) die op 2 juli 1856 deserteren, snel worden teruggepakt en voor de tuchtraad van 4 juli 1856 verklaren dat ze te Wateren niet kunnen aarden en met hun vlucht hadden willen bereiken dat ze weer in het eerste gesticht te Veenhuizen opgenomen worden. Daar werkt de tuchtraad niet aan mee en na ze de straf van '8 dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water en brood' te hebben opgelegd, moeten ze terug naar Wateren. Daar blijft Gerrit Wegman tot hij op 12 juni 1860, 's morgens om 10 uur, verdrinkt en overlijdt. Aangifte wordt gedaan door twee kwekelingen die als beroep 'landbouwer' opgeven, Henri Lucas Eduard de Richemont en Frederik Hendrik Matthies.

Johan Christoph Weidner, 19 februari 1824, Den Haag
Hij komt 26 augustus 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2059. Hij komt 13 mei 1839 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 67. Hij wordt 'afgevoerd als van verlof achtergebleven' op 4 december 1841.

Ferdinand Weijdener, 2 maart 1835, Amsterdam
Hij komt 25 maart 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1387. hij komt 17 juni 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 33. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 14 februari 1851. Vanuit Veenhuizen vertrekt hij met ontslag op 2 april 1858.

Pieter Weijers, 31 oktober 1840, Kampen
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

Ate Sakes Weima, 12 augustus 1813, Hennaderadeel
De wezenregisters noemen hem soms Sakus in plaats van Sakes. Hij komt 19 juli 1825 (tegelijk met een zus die al in 1826 met ontslag vertrekt) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 930. Hij deserteert op 11 juni 1827 en wordt na drie maanden, op 13 september 1827, teruggebracht. Hij deserteert opnieuw op 18 februari 1828 en nu duurt het nog langer eer ze hem te pakken hebben. Op 16 september 1828 is hij weer terug, hij wordt nu ingeschreven met weesnummer 930. Hij komt 10 april 1831 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 58. Hij deserteert op 6 mei 1832, wat ook wordt vermeld op het overzicht van in 1832 uit Wateren vertrokken kwekelingen, zie hier, en nu krijgen ze hem niet weer te pakken. Echter, als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, schrijft hij dat Weima is 'aangeloot voor militaire dienst', dus hoe het precies zit weet ik niet. Van Wolda meldt in februari 1841 ook dat Weima 'nog heden' in militaire dienst is. Hij trouwt in 1849 in Bergen op Zoom als 'bediende' en is later aldaar 'geŽmployeerde in het hospitaal'.

Johannes Nicolaas Welling, 3 januari 1825, Amsterdam
Hij komt 30 mei 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2200. Hij komt 28 juni 1841 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 36 krijgt. Hij wordt 21 mei 1844 opgeroepen voor de dienstplicht en heeft volgens de Naamlijst van in 1844 ontslagen jongelieden met vermelding van derzelver bestemming, Invnr 307 scan 255, 'geteekend bij het 3e regiment infanterie te Amsterdam'.

Coenrad Margarethus Wendel, 11 maart 1811, Leiden
Hij komt 2 mei 1825 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1201. Hij komt 29 september 1825 (aanname) naar het Instituut en krijgt het k-nummer 11. Hij staat op een lijst dd 21 oktober 1828 van kwekelingen die vallen onder de herderlijke zorg van dominee Clinge van Vledder, invnr 94 scans 257-258. Hij gaat 13 juli 1829 met ontslag en volgens de 'Staat van gedurende 1829 ontslagen kwekelingen van het Instituut te Wateren tevens aanwijzende hunne bestemming', invnr 104 scan 243, is hij gegaan 'naar Leiden in het Weeshuis, leert aldaar het verwen'.

Pieter Wendelgeld, 20 juni 1811, Amsterdam
Hij komt 3 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 431. Hij komt 29 september 1825 (aanname) naar het Instituut en krijgt (als eerste) het k-nummer 49. Hij behoort tot de kinderen in Wateren die in december 1828 verklaren 'stellig te weten dat hunne ouders overleden zijn', invnr 95, scan 342-343. Hij wordt 15 april 1831 aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 113 scan 387. In januari 1832 meldt Jan Hessels van Wolda over een mogelijk ontslag van hem, invnr 121 scan 504: 'Is reeds sedert 1 Juny 1831 buiten de kolonie en heeft sedert dien tijd om zijn ontslag verzocht.' Hij heeft dan een tekort op het kledingfonds van É 4,79Ĺ en een tegoed op oververdienste van É 34,83, welk laatste heel veel is, Zijn officiŽle ontslag is op 7 februari 1832. Volgens het overzicht van in 1832 ontslagen kwekelingen, zie hier, werkt hij dan als knecht bij een koopman te Amsterdam, maar volgens een later overzicht van Jan Hessel van Wolda, zie hier, is hij schrijver te Assen. Hoe dan ook komt hij later slecht terecht, zie deze pagina.

Adrianus van der Werf, 18 september 1826, Rotterdam
Hij komt 13 juli 1837 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1014. Hij komt 9 mei 1842 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 21 krijgt. Hij behoort tot de jongens die in 1845 voor de dienstplicht moeten loten, maar die 'uit andere hoofde dan om ligchaamsgebrekene aanspraak op vrijstelling vermeenen te hebben'. Daarover meldt de Instituteur, invnr 301 scan 42: 'Is de zoon van Adrianus van der Werf en Hendrina Maria Hunnekorf, beide te Rotterdam overleden, meent aanspraak op vrijstelling van de dienst te hebben door dien een oudere broeder van hem, Johannes van der Werf in 1844 aangeloot en bij het 3e regiment ingelijfd is.' Hij vertrekt met ontslag op 21 maart 1846. Na zijn ontslag is hij volgens het overzicht van in 1846 ontslagen jongens, invnr 339 scan 97, 'knecht bij eenen melkboer te Rotterdam.'

Dirk Wessel, 1 juli 1833, Amsterdam
Hij komt 26 mei 1845 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 886. Hij komt 4 maart 1847 naar het Instituut en draagt het k-nummer 74. Hij deserteert 13 september 1850 en is 22 september 1850 weer terug. Hij vertrekt met ontslag op 31 mei 1853.

Willem Wesseldijk, 19 september 1833, Gorssel
Hij komt 2 april 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1441. Hij komt 27 september 1848 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 14. Hij wordt (pas 16 jaar oud) op 6 juli 1850 ontslagen.

Jan West, 13 januari 1839, Arnhem
Als domicilie van onderstand is bij hem genoteerd Nijmegen, dus vermoedelijk is hij daar geboren. Hij komt 24 juni 1851 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 483. Hij komt 16 juni 1853 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 74 krijgt. Hij gaat 12 augustus 1854 terug naar Veenhuizen, van waar hij wordt ontslagen op 20 september 1854.

Johannes Westerduin, 17 maart 1822, Rotterdam
Hij komt 24 maart 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1337. Hij komt 4 mei 1838 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 30. Hij vertrekt met ontslag op 13 juli 1842. Volgens het overzicht van in 1842 ontslagen jongen, invnr 278 scan 118, is hij daarna 'in lands dienst ter zee.'

Willem Harings Westra, 19 januari 1819 te Bozum, Wonseradeel
In invnr 1582 staat Wetstra, maar dat is fout. Hij komt 27 juni 1829 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1204. Hij komt 11 april 1836 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 51 krijgt. Het overzicht van in 1839 ontslagen jongens, invnr 221 scan 799, meldt: 'Den 15 april ontslagen en heeft eene goede dienst gekregen bij eenen boer buiten Sneek, doch ia naderhand als militair opgeroepen.' Diezelfde informatie geeft Jan Hessels van Wolda ook als hij in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier.

Christiaan Wicart, 28 oktober 1830, Utrecht
Hij is een zoon van een voormoeder van Philip Freriks. Zie over de geschiedenis van zijn moeder deze pagina. Hij komt 20 september 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1720. Hij komt naar het Instituut op 29 mei 1847 en krijgt het k-nummer 47. Hij deserteert 28 augustus 1847 en wordt 3 september weer teruggebracht, een tuchtzitting daarover heb ik niet kunnen vinden. Hij blijft tot hij 4 juni 1850 met ontslag gaat.

Frans Joseph Wiegard, 22 april 1833, Amsterdam
Hij komt 7 april 1848 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1899. Hij komt 1 mei 1849 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 72 krijgt. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 12 mei 1852. Vanuit Veenhuizen gaat hij op 4 maart 1853 in militaire dienst.

Hendrik van der Wiel, 12 april 1827, Amsterdam
Hij komt 29 september 1836 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2201. Hij komt 28 juni 1841 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 42. Hij vertrekt met ontslag op 31 maart 1847.

Jeremias Wieleger, 1 mei 1825, Tiel
Hij komt 5 juni 1837 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 892. Hij komt 13 januari 1840 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 17. Het overzicht van in 1845 uit Wateren ontslagen jongens, invnr 322 scan 103-104, meldt: 'Den 5 april ontslagen. Zijne bestemming is onbekend gebleven.'

Ferdinand van Wiemen, 23 januari 1833, Goes
Hij komt 26 februari 1849 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 2161. Al na een maand, 29 maart 1849, gaat hij over naar Wateren, waar hij het k-nummer 67 krijgt. Na twee jaar staat in het kwekelingenregister echter aangetekend dat hij op 7 juni 1851 naar de strafkolonie op de Ommerschans moet. Wat hij heeft uitgevreten weet ik niet, Het zal staan in het besluit van de permanente commissie van 10 mei 1851 onder agendapunt N3, invnr 638.
We vinden hem terug in het register van strafkolonisten met invnr 1586 op folio 9. Aankomst daar dus 7 juni 1851 en hij overlijdt in de strafkolonie op 5 november 1851.

Pieter Wieringa, 14 juni 1843, Groningen
Hij behoort tot de jongens die uit Wateren weg moeten omdat het Instituut gaat sluiten en staat op die pagina.

Christoffel Wijdoogen, 3 april 1830, Haarlem
Hij komt 20 april 1845 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 837. Hij komt 30 april 1846 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 2 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 18 april 1849.

Jan van der Wijngaard, 16 oktober 1811, Amsterdam
Hij komt 3 september 1824 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 457. Hij komt 29 september 1825 naar het Instituut en krijgt (als eerste) het k-nummer 51. Hij wordt 15 april 1831 aangenomen als lidmaat van de Hervormde Gemeente te Vledder, invnr 113 scan 387. In januari 1832 meldt Jan Hessels van Wolda over een mogelijk ontslag, invnr 121 scan 504, dat hij en een andere wees 'verzoeken hun ontslag, zoo zij in Amsterdam te regt kunnen, dat zij spoedig onderzoeken zullen'. Hij heeft dan een tekort op het kledingfonds van É 16,18Ĺ en een tegoed op oververdienste van É 25,04, welk laatste best redelijk is.Hij gaat met ontslag op 25 april 1832 en is daarna volgens het overzicht van in 1832 ontslagen kwekelingen, zie hier, 'knecht bij een kleermaker te Amsterdam'. Jan Hessels van Wolda schrijft in een februari 1841 gemaakt verslag, zie hier, over Van den Wijngaard ten tijde van zijn ontslag: 'te klein zijnde voor de militaire dienst, heeft hij eerst bij een kleermaker te Amsterdam gediend'. En over later: 'groot genoeg zijnde, aangeloot in de militaire dienst bij het korps ??; naderhand gehuwd'.

Petrus Wijngaarden, 18 mei 1830 te Leeuwarden, Leije
Leije ligt in Friesland, ten noorden van Stiens. Hij wordt 29 juli 1845 het bedelaarsgesticht op de Ommerschans binnengebracht door Leeuwarden (bedelaarsnummer 1025) en 30 augustus 1845 overgeplaatst naar Veenhuizen. Hij deserteert 20 november 1845, maar is 26 november weer terug. Op 10 januari 1846 wordt hij overgeschreven van het bedelaarsgesticht naar het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt hij het weesnummer 1041. Hij komt 6 november 1847 naar het Instituut, krijgt het k-nummer 66 en deserteert op 6 mei 1848.

Willem de Wilde, 16 april 1823, Haarlem
Hij komt 26 mei 1834 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1154, zie ook invnr 149 scan 49. Hij woont in zaal 7 & 8 van het eerste gesticht, invnr 164 scan 40. Hij komt 27 april 1837 naar het Instituut en krijgt het kwekelingnummer 76. Hij heeft op 1 maart 1838 een tekort van f 5,14 op het kledingfonds en 15 cent tegoed aan oververdienste, invnr 193 scan 85. Hij overlijdt 15 november 1843, 17:00 uur op het Instituut te Wateren. Aangifte wordt gedaan door ex-kwekeling Adriaan Kasper die nu 'onderdirecteur' is, en Willem Lucassen, kolonist te Wateren.

Johannes Gerardus Wingman, 12 juni 1828 te Nieuwer Amstel, Amsterdam
Hij komt 13 juli 1835 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 561. Hij komt 9 mei 1842 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 6 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 15 april 1848.

Sixtus Hendrikus Winkler, 6 januari 1835, Amsterdam
Hij komt 25 maart 1847 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnumer 1408. Hij komt 17 juni 1850 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 83, maar gaat 28 juni 1850 al weer terug naar Veenhuizen. Hij deserteert 3 november 1850 maar wordt de volgende dag weer teruggebracht. Hij vertrekt uit Veenhuizen met ontslag op 2 april 1858.

Cornelis Andries de Wit, 4 februari 1822, Groningen
Hij staat in invnr 1389 als Witt met dubbel 't'. Hij komt 15 juli 1831 in de kolonie aan op het contract met de Kerkenraad der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 497 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt 18 april 1837 vanuit Willemsoord hoeve 98 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 44. Hij gaat 26 juni 1841 in militaire dienst.

Jan Menzes de Wit, 29 juli 1818 te Oude Haske, Haskerland
Het patroniem komt ook voor als Mijnzes en Mijnzer. Hij komt 16 juni 1830 (tegelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 141. Hij komt 26 maart 1831 vanuit het eerste gesticht naar het Instituut, waar hij het k-nummer 12 krijgt. Hij wordt 12 oktober 1837 overgeplaatst naar hoeve 2 van Frederiksoord. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, blijkt Jan Menzes de Wit dan te werken als 'knecht bij den Directeur der kolonien'. Hij deserteert met succes van de kolonie op 26 april 1838, maar in het hierboven al genoemde stuk uit februari 1841 meldt Van Wolda dat De Wit 'vrijwillig in militaire dienst gegaan' is.

Kers Menzes de Wit, 21 september 1820, Haskerland
Het patroniem komt ook voor als Mijnzes en Mijnzer. Hij komt 16 juni 1830 (tegelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 704. Hij komt 28 maart 1837 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 64. Hij gaat om mij onbekende reden terug naar het derde gesticht te Veenhuizen op 4 mei 1838 en wordt daar op 29 april 1842 ontslagen. Volgens invnr 278 scan 106 is hij daarna 'in dienst bij den boerenstand'.

● Johannes de Witte van Haamstede, 8 juli 1837, Amsterdam
Hij komt 8 oktober 1846 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1299. Hij komt 2 september 1852 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 41. Hij vertrekt met ontslag op 28 april 1857. Hij zal overigens in 1881 op 43-jarige leeftijd overlijden in het bedelaarsgesticht op de Ommerschans.

Karel Wolters, 25 december 1840, Groningen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

Wolter Wolters, 17 augustus 1843, Groningen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

Willem Frederik Wooninck, 9 juli 1842, Nijmegen
Hij staat in het kwekelingenregister zonder de 'c' in zijn naam, maar die staat er meeta; wel in wiewaswie. Hij komt 27 juni 1855 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 989. Hij komt 3 mei 1856 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 61. Hij gaat om onbekende reden op 12 september 1856 terug naar Veenhuizen. van daar vertrekt hij met ontslag op 27 februari 1857 (pas 14 jaar oud, dus vermoedelijk naar familie). Hij trouwt in 1865 als 'ornamentmakersknecht'.

Pieter Wuijster, 5 januari 1816, Vlaardingen
Hij komt 16 oktober 1828 in de kolonie aan op het contract met het Stadsarmbestuur te Vlaardingen en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. In 1829 krijgt hij het B-nummer 322. Hij komt vanuit Willemsoord hoeve 108 op 2 maart 1832 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 69 draagt. In de dertien weken van juni, juli en augustus 1834 heeft hij van zijn oververdienste aan zakgeld É 2,56 uitbetaald gekregen, invnr 151 scan 303, waarmee hij behoort tot de 25 kwekelingen die het meest verdienen, invnr 151 scan 297 ev. Het overzicht van in 1835 ontslagen kwekelingen, invnr 167 scan 513, meldt: 'Den 22 Augustus 1835 voor de dienst der Nationale Militie ontslagen en te Groningen ingelijfd'. Als Jan Hessels van Wolda in februari 1841 gegevens over kwekelingen op een rijtje zet, zie hier, meldt hij ook dat Pieter Wuijster in 1835 is 'aangeloot in militaire dienst', maar heeft hij geen recentere informatie.

● Willem Zahn, 18 februari 1812, Dordrecht
Hij is een zoon van Willem Zahn en Catharina van der Vliet. Zijn geboortedatum komt pas december 1830 boven water als te Dordrecht onderzoek is gedaan in de registers van de Burgerlijke Stand, invnr 110 scan 409. In alle kolonieboeken blijft echter gewoon staan dat hij op onbekende datum in 1812 geboren is. Hij komt 4 juni 1820 in de kolonie aan op het contract met Burgemeesteren der stad Dordrecht en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. In 1829 krijgt hij het B-nummer 176. Hij behoort tot de kinderen die in december 1828 verklaren 'stellig te weten dat hunne ouders overleden zijn', invnr 95, scan 337. Hij wordt 6 oktober 1829 door de Instituteur voorgedragen voor een plek in Wateren, invnr 100 scan 65, en vanuit Willemsoord gaat hij 10 november 1829 naar het Instituut waar hij het k-nummer 21 krijgt.
Hij wordt 2 augustus 1830 overgeplaatst naar Willemsoord hoeve 57, invnr 1360 scan 57, bij het gezin van de weduwe Zwak. Ik zie geen signalen dat hij enigerlei betrekking vervult, dus ik denk dat de overplaatsing betekent dat het vervolgonderwijs niet zo'n succes was. In maart 1831 geeft hij te kennen in 's Lands zeedienst te willen gaan. Hij is dan 1 meter 58 lang en volgens de geneesheer van de vrije koloniŽn 'zonder gebreken van een gezond en sterk ligchaamsgestel', invnr 112 scan 110. Hij wordt 9 april 1832 aangenomen tot lidmaat van de Hervormde Gemeente Steenwijkerwold, invnr 135 scan 299. Op 28 mei 1832, invnr 125 de scans 567-568, melden Burgemeester en wethouders van Dordrecht dat de familie van Willem Zahn heeft laten weten dat hij 'door tusschenkomst van zijne familie in de gelegenheid kan gesteld worden, in de nabijheid dezer stad, zelve in zijn onderhoud te kunnen voorzien'. De permanente commissie beslist hierover op 8 juni 1832 N15, maar dat hoef ik niet te zien, want het resultaat is duidelijk: Willem Zahn verlaat de kolonie met ontslag op 23 juni 1832.

Jacob IJzaaks Zasburg → Jacob IJzaaks Sasburg

● Otto Zoet, 3 december 1829, Amsterdam
Hij komt 3 mei 1841 (tegelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1420. Hij komt 14 april 1845 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 46. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 5 maart 1847. Vanuit Veenhuizen gaat hij op 5 mei 1848 in militaire dienst.

● Simon Zoet, 22 december 1833, Amsterdam
Hij komt 3 mei 1841 (tegelijk met zijn broer) aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1422. Hij komt 2 mei 1850 naar het Instituut (waar zijn broer dan al lang weg is) en krijgt het k-nummer 59. Hij vertrekt met ontslag op 9 april 1853.

● Abraham de Zoeten, 18 december 1833, Rotterdam
Hij staat in de kwekelingenregisters met invnrs 1583 en 1611 als 'de Zoete', dus zonder 'n' erachter, maar in wiewaswie staat die 'n' wel. Hij komt 27 juli 1846 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1246. Hij komt 1 mei 1849 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 51. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 14 september 1850. Vanuit Veenhuizen wordt hij ontslagen op 31 maart 1853.

● Zacheus Zoetigheid, 21 mei 1832, Amsterdam
Hij staat in het kwekelingenregister met invnr 1583 met de voornaam Zacharias, maar bij wiewaswie is het Zacheus. Hij is een vondeling en hij komt 27 mei 1839 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 295. Hij komt 2 mei 1850 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 26 krijgt. Hij vertrekt met ontslag op 8 mei 1852.

● Johannes Simon van Zon, 10 november 1841, Den Haag
Hij behoort tot de jongens die uit Wateren weg moeten omdat het Instituut gaat sluiten en staat op die pagina.

● Barteld Zonderkop, 25 december 1828, Joure
Hij komt 29 april 1840 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 717. Hij komt 30 april 1840 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 717, maar gaat om onbekende reden op 5 maart 1847 terug naar Veenhuizen. Hij vertrekt met ontslag op 23 september 1848, maar wordt februari 1851 opgenomen als bedelaar 3648, waarschijnlijk vrijwillig. Hij gaat november 1851 vrijwillig in militaire dienst.

● Thomas Zondervan, 1 juni 1837, Amsterdam
Hij is een vondeling en hij komt 17 mei 1844 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 653. Hij komt 28 april 1853 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 53. Hij vertrekt met ontslag op 28 maart (invnrs 1412 en 1611) of 28 april (invnr 1583) 1857.

● Abraham Zuidhoff, 19 september 1839, Groningen
Hij behoort tot de jongens die pas NA 1 januari 1859 naar het Instituut komen en die zijn verzameld op een aparte pagina.

● Cornelis van der Zwaan, 15 mei 1842, Nieuwer Amstel
Hij behoort tot de kwekelingen die uit het Instituut moeten vertrekken vanwege de afsplitsing van de koloniŽn en staat op die pagina.

● Jacob Zwart, 20 oktober 1827, Amsterdam
Hij komt 18 december 1841 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 1821. Hij komt 9 mei 1842 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 73. Hij vertrekt 'in zeedienst' op 23 mei 1846. Volgens het overzicht van in 1846 ontslagen jongens, invnr 339 scan 97, is hij ontslagen 'voor de militaire dienst, waaruit hij bij de marine is overgegaan.'

● Johannes van Zwol, 7 maart 1833, Den Haag
Hij komt 12 april 1845 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 819. Hij komt 11 mei 1848 naar het Instituut en krijgt het kwekelingnummer 78. Hij overlijdt 24 februari 1849 14:00 uur in het gesticht te Wateren. Aangifte wordt gedaan door de kwekeling Jan Smit, die als beroep opgeeft 'wijkmeester', en ene Harm Roelofs Kuiper, timmerman.