Naar het overzicht
van stukken over WATEREN



Kwekelingen wier aankomst in en/of vertrek uit het Instituut wordt beÔnvloed door de afsplitsing van de koloniŽn en de naderende sluiting van het Instituut

Eind 1858. begin 1859 wordt duidelijk dat de koloniŽn zullen worden gesplitst: de Staat gaat de gestichten te Ommerschans en Veenhuizen overnemen van de Maatschappij van Weldadigheid, welke laatste in het bezit zal blijven van de vrije koloniŽn Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord. En van het Instituut te Wateren.

Daarbij worden ook de koloniebewoners verdeeld:
■ weeskinderen geplaatst op het contract met de Staat zullen onder verantwoordelijkheid van de Staat vallen;
■ weeskinderen geplaatst op particulier contract blijven onder de zorg van de Maatschappij van Weldadigheid.

Als gevolg daarvan kunnen weeskinderen uit de eerste groep voortaan niet meer terecht in het Instituut. Op 18 oktober 1858 is de laatste van hen (Teunis Gerbrand Verhoef) uit Veenhuizen naar Wateren gekomen.

1) Nieuwe kwekelingen NA 1858

Daarna ligt de aanvoer van nieuwe kwekelingen een halfjaar stil. Vanaf 19 april 1859 komen er weer kwekelingen in Wateren aan, maar vanaf dan (op ťťn uitzondering na, vermoedelijk een vergissing) ALLEEN weesjongens die in de koloniŽn zijn geplaatst op particulier contract.

Die nieuwe kwekelingen onderscheiden zich van de kwekelingen van de 35 jaar ervoor, zo zijn ze gemiddeld twee jaar ouder. Het lijkt op dat moment te gaan om het gevuld houden van het gebouw, pedagogische motieven lijken niet meer (in ieder geval minder) te spelen.

Om een beter idee te krijgen van de pedagogische bedoelingen met het Instituut, is het verstandig deze groep apart te houden en uit te sluiten van de meeste statistische berekeningen. Zie lager op de pagina voor de namen en nadere bijzonderheden van deze uit 48 kwekelingen bestaande groep.

2) Kwekelingen die vanwege de afsplitsing van de koloniŽn terug moeten naar Veenhuizen 

Van 30 augustus 1859 tot 24 december 1859 moeten vervolgens alle kwekelingen die in de koloniŽn waren gekomen op het contract met de Staat weg uit Wateren en terug naar Veenhuizen. Na de afsplitsing vallen ze immers niet meer onder verantwoordelijkheid van de Maatschappij. Hun plaatsen worden ingenomen door de hierboven genoemde jongens die op particulier contract geplaatst zijn.

Er wordt een uitzondering gemaakt voor twee jongens (Everhard Herman Stahl en Daniel Jurriaans) die kort voor hun ontslag staan, zij mogen hun resterende tijd in Wateren blijven.

Voor de rest geldt dat hun vertrek uit het Instituut andere redenen heeft dan het vertrek van kwekelingen in de jaren ervoor. Het gaat niet meer om afgeronde opleiding maar om externe omstandigheden. Het betreft 34 kwekelingen en lager op de pagina staan hun namen en nadere bijzonderheden.

3) Kwekelingen die het Instituut moeten verlaten omdat het gaat sluiten

Tenslotte besluit de Maatschappij van Weldadigheid, die voortaan 'de eigen broek moet ophouden', dat het Instituut te kostbaar is en moet sluiten. Er zijn per 1 januari 1860 nog 61 kwekelingen (plus 1 wasmeid) in het instituut. Daarvan zijn er 3 die in februari en april 1860 deserteren. Twee moeten in april in militaire dienst en eentje overlijdt in juni door verdrinking.
Er worden er 13 in de loop van de eerste acht maanden van het jaar ontslagen. De resterende 44 worden overgeplaatst naar de vrije koloniŽn. Als volgt:

30 augustus 1860
1
27 oktober 1860
8
10 november 1860
6
3 december 1860 26
30 december 1860 3

Tussentijds, 21 mei 1860, is de wasmeid ontslagen. Per 10 mei 1860 is daar voor een andere gekomen, maar die is op 30 augustus 1860 teruggeplaatst naar Frederiksoord. Per 30 december 1860 is het gebouw dus geheel leeg.

De meeste van deze kwekelingen die vanwege de sluiting uit Wateren moeten vertrekken, behoren tot de hierboven genoemde groep die na 1858 in het Instituut gekomen is. Maar er zijn ook 12 kwekelingen die al langer in Wateren verblijven en wier opleiding nu door de externe omstandigheid van de sluiting abrupt afgebroken wordt.

NB: Kwekelingen die vůůr 1859 al in het Instituut zijn en die in 1859 of 1860 met ontslag gaan of deserteren of overlijden staan niet op deze pagina, want het ontslag, de desertie of het overlijden staat los van de afsplitsing van de koloniŽn of de sluiting van het Instituut.




1) Nieuwe kwekelingen NA 1858

48 jongens die (op ťťn na) op particulier contract gevestigd zijn en na 1 januari 1859 worden overgeplaatst naar Wateren, waarbij onduidelijk is of dat is om te leren of om het gebouw gevuld te houden. Eerst de namen en geschiedenissen, daaronder staan nadere gegevens over hen.

● Jan Casper Bakker, 17 mei 1843, Groningen
Hij komt in de kolonie aan op 2 november 1855 (gelijk met zijn broer) op het contract met de Kerkenraad der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 506c en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt naar het Instituut op 19 april 1859 en krijgt het kwekelingnummer 37. Hij wordt 10 november 1860 overgeplaatst naar Frederiksoord (gelijk met z'n broer).

● Willem Bakker, 23 augustus 1845, Groningen
Hij komt in de kolonie aan op 2 november 1855 (gelijk met zijn broer) op het contract met de Kerkenraad der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 493 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt naar het Instituut op 19 april 1859 en krijgt het kwekelingnummer 38. Hij wordt 10 november 1860 (gelijk met z'n broer) overgeplaatst naar Frederiksoord.

● Christinus Blaauw, 27 april 1845, Groningen
Hij komt 28 april 1853 in de kolonie aan op het contract met de Kerkenraad der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 506c en wordt ondergebracht bij de kolonisten op hoeve 147 van Frederiksoord. Vanuit die hoeve komt hij op 3 oktober 1859 in het Instituut, waar hij het k-nummer 53 krijgt. Hij wordt 10 november 1860 teruggeplaatst naar Frederiksoord.

Anne Jans Boersma, 3 september 1837, Wilhelminaoord
Anne Jans (en zijn broer Marten Jans) is als zoon van de vrije kolonisten Jan Heines Boersma en Trijntje Gerrits van Dijk geboren op hoeve 16 van
Wilhelminaoord (in invnr 1611 staat 'geboren te Frederiksoord', maar daar wordt Frederiksoord zoals wel vaker gebruikt als aanduiding voor 'de vrije koloniŽn'). Dat is het gedeelte van Wilhelminaoord dat onder de Burgerlijke Stand van Weststellingwerf valt. Hij staat op scan 14 van het stamboek met invnr 1355 en scan 16 van invnr 1356.
Hun ouders worden 15 juni 1846 gedegradeerd tot arbeidersgezin in Veenhuizen en staan dan op scan 14 van invnr 1574. De ouders overlijden mei en juli 1847 en op 10 oktober 1847 worden de kinderen 'overgeplaatst in de zalen'. Bedoeld wordt de zalen van het kindergesticht te Veenhuizen. Vandaar komt Anne Jans Boersma 30 augustus 1859 in het Instituut, waar hij het k-nummer 13 krijgt. Hij wordt 30 december 1860 overgeplaatst naar Willemsoord hoeve 12.

Marten Jans Boersma, 6 maart 1842, Wilhelminaoord
Zie over de familiegeschiedenis hierboven bij Anne Jans Boersma. Hij staat op scan 16 van invnr 1356 en scan 14 van invnr 1574. Vanuit Veenhuizen komt hij 30 augustus 1858 in het Instituut, waar hij het k-nummer 16 krijgt. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar Wilhelminaoord hoeve 97.

● Jan van den Bos, 11 april 1844, Zwolle
Hij komt 19 januari 1854 in de kolonie aan op het contract met het Armenbestuur der Hervormde Gemeente te Zwolle, krijgt het B-nummer 583 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt uit Willemsoord hoeve 168 op 28 april 1859 naar het Instituut, kwekelingnummer 54. Hij wordt 27 oktober 1860 teruggeplaatst naar Willemsoord.

● Karel Lodewijk Brouwer, 4 november 1843, Utrecht
Hij komt 11 oktober 1854 in de kolonie aan op het contract met de Regenten van de Aalmoezenierskamer te Utrecht, krijgt het B-nummer 334 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt 3 oktober 1859 naar het Instituut en krijgt hij het k-nummer 71. Hij loopt 21 april 1860 weg uit de koloniŽn en weet weg te blijven.

Roelof Bruning, 2 april 1845 te Loppersum, Groningen
Hij komt 14 september 1858 in de kolonie aan op het contract met de Kerkenraad der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 503 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt 30 augustus 1859 in het Instituut, waar hij het k-nummer 7 krijgt. Hij wordt van 27 oktober 1859 tot 3 mei 1860 tijdelijk geplaatst in kolonie 1 hoeve 60, maar is daarna weer in Wateren tot hij 27 oktober 1860 wordt overgeplaatst naar Willemsoord hoeve 7.

Jacobus Johannes Calamť, 19 juli 1846, Den Haag
Hij komt 4 augustus 1859 in de kolonie aan op een nieuw contract met de Burgemeester van Den Haag en wordt ondergebracht bij gezinnen in Willemsoord. Hij komt op 5 september 1859 van Willemsoord hoeve 168 naar het Instituut, krijgt het k-nummer 52 en wordt 27 oktober 1860 teruggeplaatst naar Willemsoord.

● Jan Cornelis Dirks, 18 november 1841, Enkhuizen
Hij komt 9 maart 1850 in de kolonie aan op het contract met de Direkteuren van het BurgerWeeshuis te Enkhuizen, krijgt het B-nummer 34 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt vanuit Willemsoord hoeve 94 op 19 september 1859 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 69 krijgt. Hij wordt 3 december 1860 teruggeplaatst naar Willemsoord.

● Albert Andries Everts, 7 februari 1841, Groningen
Hij komt 5 oktober 1849 in de kolonie aan op het contract met de Armbestuurderen der Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 486a en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt uit Willemsoord hoeve 74 op 5 september 1859 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 51 krijgt. Hij wordt 10 november 1860 overgeplaatst naar Frederiksoord.

Anthony Gerardus Frantzen, 28 oktober 1839, Monnickendam
Hij komt 26 november 1855 (tegelijk met zijn broer Pieter) in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Gereformeerd Weeshuis te Monnickendam, krijgt het B-nummer 9 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt vanuit Willemsoord hoeve 132 op 19 mei 1859 in het Instituut, waar hij het k-nummer 73 krijgt. Hij wordt 31 augustus 1860 ontslagen.

Pieter Frantzen, 5 december 1837, Monnickendam
Hij komt 26 november 1855 (tegelijk met zijn broer Anthonie Gerardus) in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Gereformeerd Weeshuis te Monnickendam, krijgt het B-nummer 1 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord, met tussendoor een tijdje in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt vanuit Willemsoord hoeve 35 op 14 mei 1859 in het Instituut, waar hij het k-nummer 66 krijgt. Hij wordt op 7 april 1860 ontslagen.

● Freerk Nicolaas Freerks, 24 september 1837, Groningen
Hij komt 29 april 1853 in de kolonie aan op het contract met de Kerkenraad der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 501 en wordt eerst ondergebracht bij kolonisten te Frederiksoord en daartna in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt is op 30 augustus 1859 naar het Instituut, waar hij het kwekelingnummer 17 krijgt. Hij wordt 27 oktober 1860 overgeplaatst naar Frederiksoord.

● Roelf Freerks, 30 januari 1842, Groningen
Hij komt 29 april 1853 in de kolonie aan op het contract met de Kerkenraad der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 500 en wordt ondergebracht bij kolonisten te Frederiksoord. Hij komt op 19 mei 1859 van Frederiksoord hoeve 147 naar het Instituut en krijgt het kwekelingnummer 3. Hij wordt op 27 oktober 1860 teruggeplaatst naar Frederiksoord hoeve 5a.

● Adrianus Albert Hartog, 18 juli 1837, Zaandam
Adrianus Albert Hartog is de enige kwekeling die in de koloniŽn is geplaatst op de 'tweede helft van het contract van 16-19 juni 1826'. Hij komt 24 december 1856 in de kolonie aan, krijgt het bij dit contract behorende nummer 477bis en wordt ondergebracht bij kolonisten in Frederiksoord. Hij komt 3 oktober 1859 van Frederiksoord hoeve 4 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 32. Dit contract is een overeenkomst met de overheid en dus moet hij in het kader van de afsplitsing op 24 december 1859 naar het tweede gesticht te Veenhuizen.

● Hendrik Leendert de Heer, 27 september 1845, Tholen
Komt ook voor als Leendert Hendrik de Heer. Hij komt 25 februari 1857 (tegelijk met zijn oudere broer) in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Weeshuis te Tholen, krijgt het B-nummer 890 en wordt (samen met zijn broer) ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt 14 september 1859 van Willemsoord hoeve 168 naar Wateren, waar hij het k-nummer 67 krijgt. Hij wordt op 3 december 1860 teruggeplaatst naar Willemsoord.

● Pleun de Heer, 20 januari 1843, Tholen
Hij komt 25 februari 1857 (tegelijk met zijn jongere broer Hendrik Leendert) in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Weeshuis te Tholen, krijgt het B-nummer 873 en wordt (samen met zijn broer) ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt 28 april 1859 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 43. Hij wordt 28 augustus 1860 (pas 17 jaar oud) ontslagen.

Johannes Hollegraaff, 2 oktober 1846, Groningen
Hij komt 20 januari 1854 in de kolonie aan op het contract met de Armbestuurderen der Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 477 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt op 30 augustus 1859 naar het Instituut, krijgt het k-nummer 2 en wordt op 10 november 1860 overgeplaatst naar Frederiksoord hoeve 36.

● Willem Houtsma, 8 juni 1846, Rotterdam
Hij komt in de kolonie aan op 27 mei 1852 op het contract met de Commissie van Oppertoezigt over 't Algemeene Armbestuur te Rotterdam, krijgt het B-nummer 116 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt uit Willemsoord hoeve 88 naar het Instituut op 28 april 1859 en krijgt het kwekelingnummer 44. Hij wordt 27 oktober 1860 teruggeplaatst naar Willemsoord.

● Roelof Hunderman, 13 augustus 1844, Groningen
Hij komt 1 juni 1855 in de kolonie aan op het contract met de Armbestuurderen der Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 482 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij is vanaf het moment dat zijn broer ontslagen is al drie keer gedeserteerd, zie onderaan deze tuchtzitting, maar mag toch naar het Instituut als de weesjongens uit Veenhuizen terug moeten. Hij komt er op 30 augustus 1859, krijgt het k-nummer 5 en gaat 28 januari 1860 met ontslag. Dan is hij pas 16 dus familie zal zich over hem ontfermd hebben.

Stoffel de Jonge, 31 januari 1841, Tholen
Hij komt 25 oktober 1849 in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Weeshuis te Tholen, krijgt het B-nummer 878 en wordt ondergebracht bij kolonisten te Frederiksoord. Hij komt vanuit Frederiksoord hoeve 129 op 14 september 1859 in het Instituut, waar hij het k-nummer 42 krijgt. Hij wordt 28 augustus 1860 ontslagen.

● Nicolaas Kuipers, 18 juli 1841, Utrecht
Hij komt in de kolonie aan op 11 mei 1854 op het contract met de Regenten der Aalmoezenierskamer te Utrecht, krijgt het B-nummer 820 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Wilhelminaoord.  Hij komt uit Wilhelminaoord hoeve 65 naar het Instituut op 5 september 1859 en krijgt het kwekelingnummer 24. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar Frederiksoord. Geen familie van de volgende.

● Wouter Kuipers, 27 mei 1841, Utrecht
Hij komt in de kolonie aan op 11 mei 1854 op het contract met de Regenten der Aalmoezenierskamer te Utrecht, krijgt het B-nummer 811 en wordt ondergebracht bij de kolonisten op hoeve 67 van Wilhelminaoord. Vanuit die hoeve komt hij naar het Instituut op 15 september 1859 en krijgt hij het kwekelingnummer 50. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar kolonie 1.

● Frederik Lappain, 22 december 1838, Groningen
Hij komt 5 oktober 1849 in de kolonie aan op het contract met de Armbestuurderen der Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 486a en wordt ondergebracht bij kolonisten te Willemsoord. Hij gaar 3 oktober 1859 vanuit Willemsoord hoeve 23 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 65. Hij vertrekt met ontslag op 14 januari 1860.

● George Friederich van Lettow, 1 oktober 1844, Rotterdam
Hij komt in de kolonie aan op 28 mei 1852 (tegelijk met twee broers) op het contract met de Commissie van Oppertoezigt over 't Algemeene Armbestuur te Rotterdam, krijgt het B-nummer 96 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt naar het Instituut op 19 april 1859 en krijgt het kwekelingnummer 12. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar Wilhelminaoord.

Frederik Hendrik Matthies, 16 augustus 1835, Bolsward
De achternaam komt ook voor als 'Mathias' en hij staat in het bevolkingsregister van Steenwijkerwold met de voornamen Frederik Ferdinand. Als geboortejaar komen ook 1834 en 1836 voor, maar wel altijd op 16 augustus. Hij komt 11 april 1842 in de kolonie aan op het contract met de Armvoogden van de stad Bolsward, krijgt het B-nummer 861 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt vanuit Willemsoord hoeve 8 op 3 oktober 1859 naar het Instituut, waar hij het kwekelingnummer 70 krijgt. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar Willemsoord.

● Anthonie van der Meijden, 7 juni 1841, Utrecht
Hij komt 16 december 1850 in de kolonie aan op het contract met de Regenten der Aalmoezenierskamer te Utrecht, krijgt het B-nummer 810 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Willemsoord. Hij komt op 3 oktober 1859 vanuit Willemsoord hoeve 69 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 74. In invnr 1274 is genoteerd: '24 April 1860 weggeloopen'.

Johannes Molier, 23 september 1842, Den Haag
Hij komt 24 november 1859 in de kolonie aan. Volgens een notitie in invnr 1611 is dat 'Bij contract met Diakenen der Hervormde Gemeente' en heeft hij het B-nummer 544, maar men is inmiddels opgehouden het boek van op contract geplaatste koloniebewoners met invnr 1389 bij te houden en waar het nu geadministreerd is weet ik niet. Bij aankomst gaat hij rechtstreeks naar het Instituut, waar hij het k-nummer 6 krijgt. Hij wordt op 3 december 1860 overgeplaatst naar Frederiksoord hoeve 67.

Hermanus Gerardus Johannes Mondriaan, 12 mei 1840, Den Haag
Hij komt 22 april 1858 in de kolonie aan op het contract met Burgemeesteren der stad s Gravenhage, krijgt het B-nummer 437 en wordt ondergebracht bij kolonisten op hoeve 35 van Wilhelminaoord. Vandaar gaat hij op 3 oktober 1859 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 60 krijgt. Hij is op 24 februari 1860 'weggeloopen', oftewel gedeserteerd.

● Coenraad Andries Philips, 12 december 1842, Utrecht
Hij komt in de kolonie aan op 23 juni 1853 op het contract met de Regenten der Aalmoezenierskamer te Utrecht, krijgt het B-nummer 826 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Wilhelminaoord. Hij komt van Wilhelminaoord hoeve 99 naar het Instituut op 14 of 15 september 1859 en krijgt het kwekelingnummer 55. Hij wordt 3 december 1860 teruggeplaatst naar Wilhelminaoord.

Henri Lucas Eduard de Richemont, 26 mei 1825, Amsterdam
Hij komt in de kolonie aan op 9 augustus 1851 op het contract E 243 voor 60 gulden per jaar met A. Spijker te Amsterdam, krijgt het B-nummer 1036 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Frederiksoord. Hij komt van Frederiksoord hoeve 6 naar het Instituut op 16 juni 1859 (34 jaar oud!) en krijgt het kwekelingnummer 28. Hij wordt 3 december 1860 teruggeplaatst naar Frederiksoord.

Johannes Robach, 12 december 1838, Groningen
Hij komt 30 augustus 1845 in de kolonie aan op het contract met de Kerkenraad der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 496 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Wilhelminaoord. Hij komt 3 oktober 1859 vanuit Wilhelminaoord hoeve 11 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 57. Hij wordt 24 maart 1860 ontslagen.

Dirk Roos, 27 april 1846, Monnickendam
Hij komt in de kolonie aan op 27 juni 1857 op het contract met de Regenten van het Gereformeerd Weeshuis te Monnickendam, krijgt het B-nummer 3 en wordt eerst ondergebracht bij kolonisten in Frederiksoord en daarna in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt naar het Instituut op 19 mei 1859 en krijgt het kwekelingnummer 64. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar Frederiksoord.

Derk Roskam, 4 februari 1845, Zwolle
Hij komt 8 september 1854 (tegelijk met zijn broer Klaas) in de kolonie aan op het contract met het Armenbestuur der Hervormde Gemeente te Zwolle, krijgt het B-nummer 581 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Frederiksoord. Hij komt vanuit Frederiksoord hoeve 104 op 1 oktober 1859 in het Instituut, waar hij het k-nummer 41 krijgt. Hij wordt 3 december 1860 teruggeplaatst naar Frederiksoord.

● Klaas Roskam, 30 april 1846, Zwolle
Hij komt 8 september 1854 (tegelijk met zijn broer Derk) in de kolonie aan op het contract met het Armenbestuur der Hervormde Gemeente te Zwolle, krijgt het B-nummer 582 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Frederiksoord. Hij komt vanuit Frederiksoord hoeve 104 naar het Instituut op 14 september 1859 en krijgt het kwekelingnummer 48. Hij wordt op 3 december 1860 teruggeplaatst naar Frederiksoord.

● Lambertus van Rozendaal, 25 mei 1837, Zaltbommel
Hij komt 29 mei 1845 in de kolonie aan op het contract met de Diakonen der Hervormde Gemeente te Zaltboemel, krijgt het B-nummer 409 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Wilhelminaoord. Hij gaat 2 oktober 1859 vanuit Wilhelminaoord hoeve 71 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 58 krijgt. Hij wordt 25 mei 1860 ontslagen.

Johannes van Santen, 7 september 1846, Den Haag
Hij komt in de kolonie aan op 22 april 1858 op het contract met de Burgemeesteren der stad s Gravenhage, krijgt het B-nummer 440 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Frederiksoord. Hij komt vanuit Frederiksoord hoeve 127 naar het Instituut op 28 april 1859 en krijgt het kwekelingnummer 7. Hij wordt 27 oktober 1860 teruggeplaatst naar Frederiksoord hoeve 15.

● Harmen Smit, 21 juli 1841, Steenwijk
Hij komt in de kolonie aan op 14 februari 1850 op het contract met de Armmeesteren der Gereformeerde Gemeente te Steenwijk, krijgt het B-nummer 86 en wordt ondergebracht bij kolonisten te Wilhelminaoord. Hij komt vanuit Wilhelminaoord hoeve 71 naar het Instituut op 28 april 1859 en krijgt het kwekelingnummer 30. Hij wordt op 3 december 1860 teruggeplaatst naar Wilhelminaoord.

● Cornelis Steenpoorte, 22 februari 1840, Tholen
Hij komt 24 september 1851 in de kolonie aan op het contract met de Regenten van het Weeshuis te Tholen, krijgt het B-nummer 875 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Wilhelminaoord. Hij komt 30 augustus 1859 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 18. Hij wordt 28 augustus 1860 ontslagen.

Jan Tollenaar, 21 december 1845, Zwolle
Hij komt 25 juni 1859 in de kolonie aan op het contract met het Armenbestuur der Hervormde Gemeente te Zwolle, krijgt het B-nummer 579 en wordt ondergebracht bij kolonisten op hoeve 20 van Frederiksoord. Vanuit die hoeve komt hij 8 september 1859 in het Instituut, waar hij het k-nummer 62 krijgt. Hij wordt 27 oktober 1860 teruggeplaatst naar Frederiksoord.

Hendrik van der Velde, 30 augustus 1845, Zwolle
Hij komt 22 september 1855 in de kolonie aan op het contract met het Armenbestuur der Hervormde Gemeente te Zwolle, krijgt het B-nummer 584 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Frederiksoord. Hij komt vanuit Frederiksoord hoeve 82 op 5 (invnr 2174) of 8 (invnr 1611) september 1859 in het Instituut, waar hij het k-nummer 59 krijgt. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar Willemsoord.

Willem van Veldhuizen, 9 juni 1844 te Zeist, Amersfoort
In de boeken staat alleen ; geboren in 1844', bovenstaande geboortedatum komt uit wiewaswie. Hij komt 11 mei 1853 met zijn vader aan in het bedelaarsgesticht op de Ommerschans nadat zij in Arnhem zijn opgepakt voor landlopen of bedelen. Zijn vader overlijdt 24 mei 1854. Willem met bedelaarsnummer 4592 en het signalement 1 meter 30 lang, rond en vol gezicht, lichtbruin haar, blauwe ogen, kleine neus en mond, ronde kin en 'geene merkbare teekenen', wordt per 4 oktober 1854 overgeschreven op het contract met de Regenten van het Weeshuis te Amersfoort, krijgt het B-nummer 286 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Frederiksoord. Hij komt vanuit Frederiksoord hoeve 73 op 8 oktober 1859 in het Instituut, waar hij het k-nummer 40 krijgt. Hij wordt op 3 december 1860 overgeplaatst naar Frederiksoord.

● Cornelis van Vliet, 9 januari 1844, Den Haag
Hij komt 19 mei 1859 in de kolonie aan op het contract met de Diakonen der Nederlandsche Hervormde Gemeente te 's Gravenhage, krijgt het B-nummer 540 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Wilhelminaoord. Hij komt 5 september 1859 vanuit Wilhelminaoord hoeve 37 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 29 heeft. Hij wordt al na drie maanden, op 5 december 1859, om voor mij onbekende redenen teruggeplaatst naar Wilhelminaoord hoeve 71.

● Antoon de Vries, 14 juli 1843, Bolsward
Hij komt in de kolonie aan op 17 februari 1850 op het contract met de Armvoogden van de stad Bolsward, krijgt het B-nummer 860 en wordt ondergebracht bij kolonisten in Wilhelminaoord. Hij komt van hoeve 65 van Wilhelminaoord op 19 mei 1859 naar het Instituut en krijgt het kwekelingnummer 34. Hij wordt op 3 december 1860 overgeplaatst naar Willemsoord.

Karel Wolters, 25 december 1840, Groningen
Hij komt 5 mei 1858 (tegelijk met zijn broer Wolter) in de kolonie aan op het contract met de Armbestuurderen der Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 479 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Van daar komt hij (tegelijk met zijn broer) 19 april 1859 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 15 krijgt. Hij vertrekt (tegelijk met zijn broer) op 14 januari 1860 met ontslag.

Wolter Wolters, 17 augustus 1843, Groningen
Hij komt 5 mei 1858 (tegelijk met zijn broer Karel) in de kolonie aan op het contract met de Kerkenraad der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 494 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Van daar komt hij (tegelijk met zijn broer) 19 april 1859 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 25 krijgt. Hij vertrekt (tegelijk met zijn broer) op 14 januari 1860 met ontslag.

Abraham Zuidhoff, 19 september 1839, Groningen
Hij komt 17 juli 1851 in de kolonie aan op het contract met de Kerkenraad der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 495 en wordt ondergebracht bij diverse kolonisten in Wilhelminaoord, met tussentijds een periode in de strafkolonie. Hij komt vanuit Wilhelminaoord hoeve 37 op 28 april 1859 in het Instituut, waar hij het k-nummer 21 krijgt. Hij vertrekt 24 maart 1860 met ontslag.

1a) Nadere gegevens over deze groep

Ze komen allemaal aan in 1859. Op 19 april (5 jongens), 28 april (6), 19 mei (5), 16 juni (1) en dan de grote mep in de periode dat de op contract met de Staat geplaatste weesjongens terug moeten naar Veenhuizen: 30 augustus (7), 5 september (5), 8 september (1), 14 september (4), 15 september (1), 19 september (1), 3 oktober (10), 8 oktober (1) en 24 november (1).

Van hen komen 13 uit het kindergesticht te Veenhuizen, 34 komen vanuit een woning in de vrije koloniŽn waar ze waren ingedeeld en eentje (Johannes Molier) komt rechtstreeks bij aankomst in de koloniŽn naar het Instituut. De gemiddelde leeftijd van deze groep is 17,49 jaar oftewel 17 jaar en 179 dagen dus grofweg 17 jaar en bijna zes maanden. Als volgt verdeeld:

12 jaar
3
13 jaar
6
14 jaar
5
15 jaar
8
16 jaar
2
17 jaar
4
18 jaar
6
19 jaar
4
20 jaar
2
21 jaar
3
22 jaar
3
24 jaar
1
34 jaar
1

Gegeven dat ze in 1859 aankomen en het Instituut op 30 december 1860 sluit, zijn ze dus allemaal binnen anderhalf jaar weer uit Wateren weg. De manieren waarop ze het Instituut verlaten: 12 krijgen hun ontslag uit de koloniŽn, 3 nemen zelf ontslag door te deserteren en zich niet te laten terugvinden, de rest (dus 33) wordt overgeplaatst, Adrianus Albert Hartog naar Veenhuizen, alle anderen naar een hoeve in de vrije koloniŽn. Nog even als mooi (kaas)plaatje:







2) Kwekelingen die vanwege de afsplitsing van de koloniŽn terug moeten naar Veenhuizen

In de tweede helft van 1859 worden 34 kwekelingen, die oorspronkelijk in de koloniŽn zijn gekomen op het contract met de Staat en die dus onder de verantwoordelijkheid van de Staat vallen, overgeplaatst van het Instituut naar Veenhuizen. Eerst hun namen en geschiedenissen, daarna nadere bijzonderheden.

● Hermanus Anthonie Besseling, 13 april 1840, Amsterdam
Aankomst in Veenhuizen 15 juli 1853, weesnummer 714, hervormd, designatie 909/002.  Van Veenhuizen naar het Instituut op 20 april 1857, kwekelingnummer 61, terug naar Veenhuizen op 24 december 1859. Vertrek uit de koloniŽn door op 13 april 1860 als milicien in deinst te treden bij het Regiment Infanterie.

● Jacob de Boer, 11 december 1842, Amsterdam
Aankomst in Veenhuizen 24 april 1854, weesnummer 760, hervormd, designatie 909/018. Van Veenhuizen naar het Instituut op 20 april 1857, kwekelingnummer 67, terug naar Veenhuizen op 30 augustus 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 20 oktober 1860.

● Willem Dweelaard, 17 oktober 1841, Haarlem
Aankomst in Veenhuizen 29 april 1852, weesnummer 557, hervormd, designatie 886/003. Van Veenhuizen naar het Instituut op 12 april 1858, kwekelingnummer 53, terug naar Veenhuizen op 1 oktober 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 26 mei 1861.

● Cornelis Everwinnink, 3 oktober 1843, Nieuwer Amstel
De naam komt ook voor als 'Everwennink', dus met een 'e'. Aankomst in Veenhuizen 1 juni 1855, weesnummer 971, rooms, designatie 915/22. Van Veenhuizen naar het Instituut op 24 mei 1856, kwekelingnummer 40, terug naar Veenhuizen op 1 oktober 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 20 april 1863.

Gerrit Gobel, 27 oktober 1839, Amsterdam
Aankomst in Veenhuizen 1 september 1855, weesnummer 1004, hervormd, designatie 916/4. Van Veenhuizen naar het Instituut op 29 november 1855, kwekelingnummer 13, terug naar Veenhuizen op 30 augustus 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 10 maart 1860.

Dirk Johannes Goedhart, 19 augustus 1842 te Rotterdam, Gouda
Aankomst in Veenhuizen 5 december 1854, weesnummer 902, hervormd, designatie 915/004. Van Veenhuizen naar het Instituut op 20 september 1856, kwekelingnummer 2, terug naar Veenhuizen op 30 augustus 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 23 mei 1862.

Ferdinand Gracht, 21 mei 1841, Amsterdam
Hij is een vondeling die ongetwijfeld op een van de Amsterdamse grachten gevonden is, waarna het de Regenten van de Inrichting voor Stadsbestedelingen een goed idee leek hem deze achternaam te geven. Aankomst in Veenhuizen 25 mei 1848, weesnummer 1952, hervormd, designatie 786/13. Van Veenhuizen naar het Instituut op 17 april 1855, kwekelingnummer 74, terug naar Veenhuizen op 1 oktober 1859. Vertrek uit de koloniŽn door 14 augustus 1862 vrijwillig in militaire dienst te treden bij het 8e Regiment Infanterie.

● Hendrik Hof, 13 mei 1841, Amsterdam
Aankomst in Veenhuizen 25 mei 1848, weesnummer 1995, Ev. Luthers, designatie 786/036. Van Veenhuizen naar het Instituut op 17 april 1855, kwekelingnummer 75, terug naar Veenhuizen op  13 september 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 11 juni 1861.

Carel Hendrik HŲlzel, 1 juni 1844, Amsterdam
Aankomst in Veenhuizen 27 april 1855, weesnummer 934, luthers, designatie 915/14. Van Veenhuizen naar het Instituut op 17 augustus  1857, kwekelingnummer 45, terug naar Veenhuizen op 6 oktober 1859. Vertrek uit de koloniŽn als hij op 27 mei 1863 ter koopvaardij vaart is aangenomen en als ontslagen wordt afgevoerd.

George Frederik HŲlzel, 6 februsri 1842, Amsterdam
Aankomst in Veenhuizen 27 april 1855, weesnummer 930, luthers, designatie 915/014. Van Veenhuizen naar het Instituut op 3 mei 1856, kwekelingnummer 60, terug naar Veenhuizen op1 oktober 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 4 april 1862.

Willem Hoogenberk, 10 oktober 1840, Amsterdam
Aankomst in Veenhuizen 4 april 1850, weesnummer 255, hervormd, designatie 843/18. Van Veenhuizen naar het Instituut op 12 mei 1853, kwekelingnummer 72, terug naar Veenhuizen op 24 december 1859. Vertrek uit de koloniŽn door op 13 april 1860 in militaire dienst te treden als milicien bij het Regiment Infanterie.

● Bernard Jans, 24 januari 1840 te Den Helder, Amsterdam
Aankomst in Veenhuizen 6 mei 1853, weesnummer 678, hervormd, designatie 905/2. Van Veenhuizen naar het Instituut op 8 september 1853, kwekelingnummer 9, terug naar Veenhuizen op 24 december 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 13 april 1860.

● Christiaan Janse, 1 september 1843, Haarlem
Hij komt 4 oktober 1849 aan in het kindergesticht te Veenhuizen op het Algemeen Contract met de Staat en krijgt het weesnummer 111. Hij komt 17 augustus 1857 naar het Instituut en krijgt het k-nummer 5. Hij gaat 30 augustus 1859 terug naar Veenhuizen. Vanuit Veenhuizen wordt hij op 7 mei 1863 ontslagen.

● Jan Gerrit Barend Janszoon, 12 oktober 1843, Amsterdam
Aankomst in Veenhuizen 1 mei 1857, weesnummer 1133, hervormd. Van Veenhuizen naar het Instituut op 12 april 1858, kwekelingnummer 65, terug naar Veenhuizen op 1 oktober 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 5 april 1861.

● Willem Pieter Lambooy, 27 januari 1839, Amsterdam
Aankomst in Veenhuizen 21 mei 1846, weesnummer 1167, hervormd, designatie 695/23. Van Veenhuizen naar het Instituut op 20 april 1854, kwekelingnummer 24. Hij deserteert 17 september 1855 en is weer terug op 29 september 1855. Een tuchtzaak over die desertie heb ik niet kunnen vinden. Hij gaat terug naar Veenhuizen op 30 augustus 1859. Vertrek uit de koloniŽn door 30 maart 1860 vrijwillig in militaire dienst te treden bij het 8e Regiment Infanterie.

Reindert op 't Landt, 11 augustus 1843, Haarlem
Aankomst in Veenhuizen 6 maart 1857, weesnummer 1125, hervormd, domicilie van onderstand is Medemblik. Van Veenhuizen naar het Instituut op 19 augustus 1858, waar hij wordt ingeschreven als 'Reindert op 't Land' (wiewaswie geboorteakte: 'Rijndert op 't Land'), kwekelingnummer 8, terug naar Veenhuizen op 30 augustus 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 1 april 1863.

● Aldert Laning, 24 mei 1843, Slochteren
Komt uit het bedelaarsgesticht N4752. Aankomst in Veenhuizen 17 juli 1856, weesnummer 1096, hervormd. Van Veenhuizen naar het Instituut op 12 april 1858, kwekelingnummer 57, terug naar Veenhuizen op 1 oktober 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 26 april 1861.

Gerrit Mouriks, 16 maart 1841, Amsterdam
In de wezenregisters is de naam gespeld als Mourickx. Aankomst in Veenhuizen 7 september 1849, weesnummer 59, hervormd, designatie 821/5. Van Veenhuizen naar het Instituut op 3 mei 1856, kwekelingnummer 48. Hij is een van de drie jongens (de anderen zijn Gerrit Wegman en Johannes Roeraade) die op 2 juli 1856 deserteren, snel worden teruggepakt en voor de tuchtraad van 4 juli 1856 verklaren dat ze te Wateren niet kunnen aarden en met hun vlucht hadden willen bereiken dat ze weer in het eerste gesticht te Veenhuizen opgenomen worden. Daar werkt de tuchtraad niet aan mee en na ze de straf van '8 dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water en brood' hebben opgelegd, moeten ze terug naar Wateren. Daar blijft Gerrit Mourickx tot hij 3 september 1859 teruggaat naar Veenhuizen, van waar hij 4 februari 1862 vrijwillig in militaire dienst bij het Oost-Indische leger gaat.

● Hendrik Philip Mussman, 6 september 1844, Vlissingen
De naam wordt later (toegang 0137.01 invnr 652) veranderd in Muschmann. Aankomst in Veenhuizen 15 maart 1851, weesnummer 409, zijn domicilie van onderstand is het Rijk, een mededeling daarover is gedaan op 24 januari 1854 N17, luthers, designatie 861/1. Van Veenhuizen naar het Instituut op 20 april 1857, kwekelingnummer 42, terug naar Veenhuizen op 1 september 1859. Vertrek uit de koloniŽn door 13 november 1862 vrijwiliig in militaire dienst te treden bij het 2e Regiment Infanterie.

● Willem Oostveen, 26 januari 1840, Rotterdam
Aankomst in Veenhuizen 21 juni 1856, weesnummer 1075, hervormd, designatie 916/28. Van Veenhuizen naar het Instituut op 12 april 1858, kwekelingnummer 56, terug naar Veenhuizen op 24 december 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 30 maart 1860.

Jan Willem Reijnen, 24 april 1840, Amsterdam
De naam wordt later (toegang 0137.01 invnr 652) veranderd in Reijne. Aankomst in Veenhuizen 28 mei 1847, weesnummer 1558, hervormd, designatie 739/30. Van Veenhuizen naar het Instituut op 17 augustus 1857, kwekelingnummer 46, terug naar Veenhuizen op 24 december 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 13 april 1860, 11 juni 1860 weer opgenomen, 11 juni 1861 ontslagen.

Johannes Hendrik Roelofs, 27 juli 1831, Utrecht
Aankomst in Veenhuizen 2 mei 1851, weesnummer 442, luthers, designatie 863/13. Van Veenhuizen naar het Instituut op 26 februari 1856, als oudste kwekeling ooit, kwekelingnummer 16. Hij deserteert 26 juni 1856 en is 27 juni weer terug. Een tuchtraad over die desertie heb ik niet kunnen vinden. Terug naar Veenhuizen op 30 augustus 1859. Vertrek uit de koloniŽn door 22 april 1862 vrijwillig in militaire dienst te treden bij het Oost Indische Leger.

Pieter Johan Christiaan Rohrbeek, 15 december 1842, Amsterdam
De naam komt ook voor als Rohrbeck, dus met 'ck' op het eind. Over de naam is door de permanente commissie een besluit genomen op 28 april 1858 N18. Aankomst in Veenhuizen 23 oktober 1857, weesnummer 1153, ev. luthers. Van Veenhuizen naar het Instituut op 12 april 1858, kwekelingnummer 77, terug naar Veenhuizen op 1 oktober 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 13 juni 1862.

Johannes Petrus Sandstra, 31 januari 1842, Amsterdam
Aankomst in Veenhuizen 1 juni 1849, weesnummer 32, hervormd, designatie 813/25. Van Veenhuizen naar het Instituut op 20 april 1857, kwekelingnummer 29, terug naar Veenhuizen op 30 augustus 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 13 juni 1862.

● Francois de Smet, 6 januari 1842, Amsterdam
Aankomst in Veenhuizen 20 oktober 1854, weesnummer 881, hervormd, designatie 914/6. Van Veenhuizen naar het Instituut op 20 april 1857, kwekelingnummer 69, terug naar Veenhuizen op 30 augustus 1859. Vertrek uit de koloniŽn door 4 mei 1861 vrijwillig in dienst te treden bij het 8e Regiment Infanterie.

● Cornelis Sneeuwjagt, 25 januari 1843, Amsterdam
Vondeling, die gezien de naam in winterse weersomstandigheden is gevonden. Aankomst in Veenhuizen 6 juni 1850, weesnummer 349, hervormd, designatie 850/32. Van Veenhuizen naar het Instituut op 3 mei 1856, kwekelingnummer 50, terug naar Veenhuizen op 13 september 1859. Vertrek uit de koloniŽn door 14 augustus 1862 vrijwillig in militaire dienst te treden bij het 8e Regiment Infanterie.

● Petrus Daniel Sodenkamp, 26 juni 1844, Amsterdam
Aankomst in Veenhuizen 11 november 1853, weesnummer 734, hervormd, designatie 909/9. Van Veenhuizen naar het Instituut op 20 april 1857, kwekelingnummer 63, terug naar Veenhuizen op 24 december 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 31 juli 1860.

● Willem Frederik Stuijfzand, 19 september 1842, Den Haag
Aankomst in Veenhuizen 10 mei 1849, weesnummer 2219, hervormd, designatie 807. Van Veenhuizen naar het Instituut op 20 april 1857, kwekelingnummer 80, terug naar Veenhuizen op 3 september 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 3 april 1863.

● Willem Anthonie van Tongeren, 24 februari 1841, Haarlem
Aankomst in Veenhuizen 20 maart 1851, weesnummer 415, luthers, designatie 862/2. Van Veenhuizen naar het Instituut op 15 mei 1854, kwekelingnummer 32. Hij deserteert op 25 oktober 1856, maar is op 28 oktober weer terug. Een tuchtzaak over die desertie heb ik niet kunnen vinden. Terug naar Veenhuizen op 1 oktober 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 8 juni 1861.

● Leendert Verel, 7 augustus 1843 te Pijnacker, Delft
Aankomst in Veenhuizen 12 oktober 1853, weesnummer 725, hervormd, designatie 909/7. Van Veenhuizen naar het Instituut op 15 juni 1857, kwekelingnummer 41, terug naar Veenhuizen op 1 oktober 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 3 april 1863.

● Teunis Gerbrand Verhoef, 30 april 1843, Amsterdam
Aankomst in Veenhuizen 30 juni 1856, weesnummer 1091, hervormd, designatie 916/30. Van Veenhuizen naar het Instituut op 18 oktober 1858, kwekelingnummer 18, terug naar Veenhuizen 30 augustus 1859. Hij overlijdt 2 februari 1862.

● Diederich Herman Vulling, 29 november 1840, Amsterdam
Aankomst in Veenhuizen 22 september 1855, weesnummer 1009, hervormd, designatie 916/6. Hij deserteert 24 oktober 1855 en is weer terug op 25 oktober. Er moet een foutje in die data zitten, want hij staat voor die desertie al terecht voor de tuchtraad van 20 oktober 1855. Hij krijgt '8 dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water en brood'. Van Veenhuizen naar het Instituut op 20 april 1857, kwekelingnummer 71. Terug naar Veenhuizen op 30 augustus 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 30 maart 1860.

Pieter Weijers, 31 oktober 1840, Kampen
Aankomst in Veenhuizen 26 april 1854, weesnummer 767, hervormd, designatie 909/19. Van Veenhuizen naar het Instituut op 3 mei 1856, kwekelingnummer 55, terug naar Veenhuizen op 13 september 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 30 maart 1860.

● Cornelis van der Zwaan, 15 mei 1842, Hervormd, Nieuwer Amstel
Aankomst in Veenhuizen 10 november 1854, weesnummer 899, hervormd, designatie 915/3. Van Veenhuizen naar het Instituut op 3 mei 1856, kwekelingnummer 58, terug naar Veenhuizen op 1 oktober 1859. Vertrek uit de koloniŽn met ontslag op 24 augustus 1860.

2A) Nadere gegevens over deze groep

Ze gaan in 1859 terug naar Veenhuizen op 30 augustus (11 jongens), 1 september (1), 3 september (1), 8 september (1), 13 september (3), 1 oktober (10), 6 oktober (1) en 24 december (6).
Teunis Gerbrand Verhoef zit er het kortst als hij terug moet, namelijk 10Ĺ maand, Willem Hoogenberk het langst, namelijk 6 jaar en 7Ĺ maand. Voor de hele groep was de verblijfsduur:




3) Kwekelingen die het Instituut moeten verlaten omdat het gaat sluiten

Twaalf jongens zijn al vůůr 1859 in het Instituut gekomen en moeten daar  eind 1860 weg vanwege de sluiting van het Instituut. Eerst de namen en geschiedenissen en dan nadere gegevens.

Arie Hellendoorn, 18 oktober 1843, Den Haag
Hij komt 25 november 1853 in de kolonie aan op het contract met de Diakonen der Nederlandsche Hervormde Gemeente te 's Gravenhage, krijgt het B-nummer 541 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Van daar komt hij 15 juni 1857 naar het Instituut, waar hij het k-nummer 23 krijgt. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar Wilhelminaoord.

Cornelis Anthonie Hoonings, 13 juli 1844, Utrecht
Hij komt in de kolonie aan op 12 januari 1855 op het contract met de Regenten der Aalmoezenierskamer te Utrecht, krijgt het B-nummer 825 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt naar het Instituut op 15 juni 1857 en krijgt het kwekelingnummer 26. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar Frederiksoord.

● Frederik Hendrik Hupkens, 8 juni 1842, Den Haag
Hij komt in de kolonie aan op 11 mei 1849 op het contract met de Burgemeesteren der stad s Gravenhage, krijgt het B-nummer 442 en wordt eerst ondergebracht bij kolonisten in Frederiksoord en daarna in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt naar het Instituut op 12 april 1858 en krijgt het kwekelingnummer 47. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar Willemsoord.

● Albert Jetzes, 22 januari 1839, Groningen
Hij komt de eerste keer in de kolonie aan op 18 augustus 1851 op het contract met de Armbestuurderen der Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 477 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij wordt op 26 augustus 1852 ontslagen, wat gezien zijn leeftijd zal zijn omdat familie zich over hem ontfermt. Hij is er weer op 25 juli 1853, nu op het contract met de Kerkenraad der Nederduitsch Hervormde Gemeente te Groningen, hij krijgt nu het B-nummer 506d en wordt opnieuw ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt op 17 februari 1854 naar het Instituut, waar hij het kwekelingnummer 22 krijgt. Hij blijft er tot hij op 30 december 1860 wordt overgeplaatst naar Willemsoord.

● Willem van Lettow, 30 augustus 1840, Rotterdam
Hij komt in de kolonie aan op 28 mei 1852 (tegelijk met twee broers) op het contract met de Commissie van Oppertoezigt over 't Algemeene Armbestuur te Rotterdam, krijgt het B-nummer 94 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt naar het Instituut op 15 mei 1854 en krijgt het kwekelingnummer 31. Hij deserteert 18 oktober 1859 en is 26 oktober weer terug, hij deserteert opnieuw op 30 juli 1860 en is weer terug op 3 augustus. Uit die periode zijn geen tuchtverslagen bewaard gebleven. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar Wilhelminaoord.

● Pieter Hubertus van Scheers, 28 augustus 1840, Dordrecht
Hij komt in de kolonie aan op 4 oktober 1849 op het contract met de Burgemeesteren der stad Dordrecht, krijgt het B-nummer 184 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt 3 mei 1856 naar het Instituut en krijgt het kwekelingnummer 33. Hij wordt op 3 december 1860 overgeplaatst naar Willemsoord.

● Jurjen Schilthuis, 4 februari 1841, Groningen
Hij komt in de kolonie aan op 8 november 1850 op het contract met de Armbestuurderen der Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 486c en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt naar het Instituut op 12 april 1858 en krijgt het kwekelingnummer 49. Hij wordt 10 november 1860 overgeplaatst naar Frederiksoord.

● Frederik SchrŲder, 30 maart 1845, Rotterdam
Hij komt in de kolonie aan op 28 mei 1857 (tegelijk met twee zussen en twee broers) op het contract met de Commissie van Oppertoezigt over 't Algemeene Armbestuur te Rotterdam, krijgt het B-nummer 113 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt 15 juni 1857 naar het Instituut en krijgt het kwekelingnummer 39. Hij wordt 3 december 1860 overgeplaatst naar Frederiksoord.

● Hendrik SchrŲder, 16 december 1840, Rotterdam
Hij komt in de kolonie aan op 28 mei 1852 (tegelijk met twee zussen en twee broers) op het contract met de Commissie van Oppertoezigt over 't Algemeene Armbestuur te Rotterdam, krijgt het B-nummer 100 en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt naar het Instituut op 29 november 1855 en krijgt het kwekelingnummer 4. Hij vertrekt als een van de allerlaatsten, op 30 december 1860, naar Willemsoord hoeve 7 of 70.

● Laurens van der Waal, 16 juli 1843, Vlaardingen
Hij komt in de kolonie aan op 24 maart 1850 op het contract met het Stadsarmbestuur te Vlaardingen, krijgt het B-nummer 316 en wordt ondergebracht bij kolonisten te Wilhelminaoord. Hij komt naar het Instituut op 6 november 1856 en krijgt het kwekelingnummer 10. Hij wordt op 3 december 1860 naar Wilhelminaoord teruggeplaatst.

Pieter Wieringa, 14 juni 1843, Groningen
Hij komt in de kolonie aan op 15 augustus 1856 op het contract met de Armbestuurderen der Hervormde Gemeente te Groningen, krijgt het B-nummer 486f en wordt ondergebracht in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt naar het Instituut op 20 april 1857 en krijgt het kwekelingnummer 55. Hij wordt 'den 3 December 1860 overgeplaatst naar kolonie No 3'.

● Johannes Simon van Zon, 10 november 1841, Den Haag
Hij komt in de kolonie aan op 11 februari 1853 op het contract met de Diakonen der Nederlandsche Hervormde Gemeente te 's Gravenhage, krijgt het B-nummer 543 en wordt eerst ondergebracht bij kolonisten te Wilhelminaoord en daarna in het kindergesticht te Veenhuizen. Hij komt naar het Instituut op 20 april 1857 en krijgt het kwekelingnummer 27. Hij wordt op 3 december 1860 teruggeplaatst naar Wilhelminaoord.

3a) Nadere gegevens

Ze worden eind 1860 allemaal overgeplaatst naar een hoeve in de vrije koloniŽn waar ze bij een koloniaal gezin worden ingedeeld. Dat gebeurt op 10 november 1860 (ťťn jongen), 3 december 1860 (9) en 30 december (2).
Albert Jetzes is er dan het langst, namelijk 6,87 jaar, en Frederik Hendrik Hupkens het kortst, namelijk 2,65 jaar. Voor de hele groep is de verblijfsduur op het moment van overplaatsing:





Vliet