Naar het overzicht
van stukken over WATEREN



Statistische gegevens over de jongens die als kwekeling op het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding te Wateren geweest zijn - Deel 2

In deel 1 ging het over het aantal kwekelingen en hun herkomst, op deze pagina wordt gekeken naar hun leeftijd als ze naar het Instituut komen en over hun verblijfsduur. Er is ook nog een deel 3 dat kijkt naar de verschillende manieren waarop zij het Instituut verlaten.

De leeftijd bij aankomst in het Instituut

Zoals op de eerste statistische pagina gemeld worden (op 8 na) de kwekelingen geselecteerd door de Instituteurs en de leeftijden waarop zij in Wateren aankomen vormen dus een indicatie wanneer die instituteurs denken dat een aanvullende opleiding uit pedagogisch oogpunt nuttig zou zijn. Maar als de afsplitsing van de koloniën nadert, lijken pedagogische argumenten niet of minder te gelden.

De 48 jongens die na 1 januari 1859 naar het Instituut komen, hebben een gemiddelde leeftijd van 17½ jaar. Daar zitten diverse tussen van 21, 22, 24 jaar en zelfs eentje (Henri Lucas Eduard de Richemont) van 34 jaar. Het lijkt dan meer te gaan om het gevuld houden van het gebouw dan om de vervolgopleiding.

Om een beter idee te krijgen van de pedagogische bedoelingen met het Instituut, is het verstandig deze groep buiten beschouwing te laten. Zie voor meer over hen op deze pagina. Zoals bij alle andere bewerkingen worden ook niet meegenomen de wasmeiden, de foute inschrijvingen en de tweede opnames van jongens die vaker dan één keer ingeschreven zijn.

Zonder dezen gaat het dan nog om 652 kwekelingen en daarvan is de gemiddelde leeftijd bij aankomst 15,38 jaar oftewel 15 jaar en 139 dagen dus grofweg 15 jaar en 4 maanden en 19 dagen.

De jongste kwekeling is Hendrik Maij die 10 jaar en 128 dagen is als hij in 1833 naar Wateren komt, de oudste Johannes Hendrik Roelofs die in 1856 naar het Instituut komt als hij 24 jaar en 219 dagen is. Er zijn er acht die ouder zijn dan 20 jaar. Naast de al genoemde Johannes Hendrik Roelofs zijn dat Antoine Nicolaas Fortanier (20,63 jaar), Cornelis Gerardus Blom (20,67 jaar), François Johannes Wilhelmus Heghuizen (20,82 jaar), Dirk Storkhorst (21,19 jaar), Pieter Karel van Gemert (22,50 jaar), Jan Smit (die uit Den Haag, 23,01 jaat en Alexander Schonewald (23,23 jaar).

De verdeling in leeftijden in getallen:

tussen de 10 en 10½ jaar
3
tussen de 10½ en 11 jaar
--
tussen de 11 en 11½ jaar
6
tussen de 11½ en 12 jaar
9
tussen de 12 en 12½ jaar
12
tussen de 12½ en 13 jaar
33
tussen de 13 en 13½ jaar
28
tussen de 13½ en 14 jaar
61
tussen de 14 en 14½ jaar
63
tussen de 14½ en 15 jaar
59
tussen de 15 en 15½ jaar
87
tussen de 15½ en 16 jaar
66
tussen de 16 en 16½ jaar
59
tussen de 16½ en 17 jaar
44
tussen de 17 en 17½ jaar
43
tussen de 17½ en 18 jaar
28
tussen de 18 en 18½ jaar
21
tussen de 18½ en 19 jaar
7
tussen de 19 en 19½ jaar
7
tussen de 19½ en 20 jaar
8
ouder dan 20 jaar
8

En afgerond op hele jaren als diagram:


Ik vroeg mij af of er verschil is in de leeftijden van kwekelingen bij de drie Instituteurs:
■ Kornelis Mulder van 28 juni 1824 tot zijn overplaatsing op 1 juli 1831 (7 jaar);
■ Jan Hessels van Wolda van 1 juli 1831 tot zijn dood op 21 april 1844 (afgerond op 13 jaar) en
■ Jan Hendrik Geraets vanaf dan tot de sluiting, maar ik neem hem maar tot 1 januari 1859 en tel de daarna aangekomen jongens niet mee, en dan is hij afgerond 14½ jaar aan het bewInd:


aantal jongens dat aankomt
aankomsten per jaar
gemiddelde leeftijd
Kornelis Mulder
110
15,8
15,04
Jan Hessels van Wolda
223
17,1
15,03
Jan Hendrik Geraets
320
22,1
15,75

We zien dat Jan Hendrik Geraets wat relatief oudere kwekelingen selecteert en dat het verloop tijdens zijn bewind groter is. Die twee zaken hebben natuurlijk met elkaar te maken: als je oudere leerlingen in huis haalt, hebben ze eerder de leeftijd om in militaire dienst of met ontslag te gaan.

Verblijfsduur in het Instituut

Hierbij worden niet alleen dezelfde groepen uitgesloten als hierboven bij de leeftijdsbepaling, maar er zijn hier nog meer kwekelingen die niet meegeteld moeten worden omdat ze anders het beeld zouden vertekenen.
Namelijk de 34 Veenhuizense wezen wier kwekelingschap eindigt wegens de afsplitsing van de koloniën, waardoor zij niet meer onder de verantwoordelijkheid van de Maatschappij van Weldadigheid vallen, maar onder die van de Staat, de tweede groep op deze pagina.
Plus de 12 kwekelingen die uit Wateren weg moeten omdat het Instituut gaat sluiten, de derde groep op diezelfde pagina.
De duur van hun verblijf wordt immers bepaald door externe omstandigheden.

Na die uitsluiting zijn er 606 kwekelingen over wier verblijfsduur iets zinnigs te zeggen valt. Gemiddeld blijven ze in het Instituut 3,55 jaar, oftewel 3 jaar en 201 dagen dus al naar gelang ieders voorkeur kun je zeggen 3 jaar en een dikke 6 maanden of drie jaar en een kleine 7 maanden.
De kortst verblijvende kwekeling is Martinus Christiaan Johannes Ooms die slechts 4 dagen te Wateren verblijft (maar dat kan te maken hebben met een op handen zijnd ontslag waarbij hij door familie opgenomen wordt). Degene die het langst op het instituut blijft is Laurens Kwakkelaar die op 10 dagen na elf jaar te Wateren woont.
De verblijfsduur in getallen:

Verblijfsduur
Aantal
Percentage
korter dan ½ jaar
46
7,6
tussen ½ en 1 jaar
42
6,9
tussen 1 en 1½ jaar
35
5,8
tussen 1½ en 2 jaar 43
7,1
tussen 2 en 2½ jaar 39
6,4
tussen 2½ en 3 jaar 46
7,6
tussen 3 en 3½ jaar 43
7,1
tussen 3½ en 4 jaar 56
9,2
tussen 4 en 4½ jaar 44
7,2
tussen 4½ en 5 jaar 55
9,1
tussen 5 en 5½ jaar 43
7,1
tussen 5½ en 6 jaar 42
6,9
tussen 6 en 6½ jaar 24
4
tussen 6½ en 7 jaar 19
3,1
tussen 7 en 7½ jaar 13
2,1
tussen 7½ en 8 jaar 5
0,8
tussen 8 en 8½ jaar 6
1
tussen 8½ en 9 jaar 2
0,3
tussen 9 en 9½ jaar 3
0,5
tussen 9½ en 10 jaar 0

tussen 10 en 10½ jaar 0

tussen 10½ en 11 jaar 1
0,2

En afgerond op hele jaren als diagram:

Ook hierbij heb ik gekeken of er verschil is tussen de drie Instituteurs. Het aantal aankomende jongens bij Geraets is nu een stuk lager, omdat de Veenhuizense jongens die vanwege de afsplitsing weg moeten en de jongens die wegens de sluiting weg moeten er niet bij zitten:


aantal jongens dat aankomt
gemiddelde verblijf (dagen) gemiddelde verblijf (jaren)
Kornelis Mulder
110
1602
4,38
Jan Hessels van Wolda
223
1459
3,99
Jan Hendrik Geraets
274
1042
2,85

Bedacht moet worden dat ik alleen kijk naar de aankomst. De onder Mulder aangekomen jongens zullen gedeeltelijk hun verblijf voortzetten onder Van Wolda en idem dito met Geraets. Maar er is wel duidelijk een afname in verblijfsduur zichtbaar.