Naar het overzicht
van stukken over WATEREN



De verschillende functies bij het landbouwkundig instituut te Wateren en wie die vervulden, vanaf de start in 1824 tot de opheffing in 1860 - per functie gerangschikt

De oorspronkelijke opzet van het Instituut te Wateren voorziet in een Instituteur en een onderinstititeur. Na een aantal jaren vervalt de functie van onderinstituteur en komt er een onderdirecteur, soms twee onderdirecteuren. En een opzichter van de landbouw. Het is af en toe wat moeilijk te volgen, maar de algemene tendens is dat men steeds meer overschakelt naar eigen kweek.

Een eerste poging het op een rijtje te krijgen is te vinden in De kinderkolonie pagina 136, hier gaan we verder. Dit overzicht is samengesteld uit een keur aan personeelsregisters, die niet allemaal in even leesbare staat bewaard zijn gebleven. Omdat die pas in 1828 beginnen, is de periode ervoor tot stand gekomen dankzij brieven en besluiten.

Ik heb ook een overzicht van het personeel op chronologische volgorde gemaakt, zie deze pagina. Daar staan ook de verdiensten bij, hier gaat het vooral om de personen.

De Instituteur

Dit is het meest overzichtelijk, want die functie blijft altijd bestaan en er zijn er maar drie geweest:

● Vanaf de start van het Instituut in de zomer van 1824 is dit Kornelis Mulder. Geboren 21 september 1800. Hij is op kosten van een 'weldoener' opgeleid bij Fellenberg in Zwitserland. Kornelis Mulder wordt per juli 1831 adjunct-directeur van de Ommerschans, zie hier, en als gevolg van dit besluit wordt zijn functie overgenomen door

Jan Hessels van Wolda die het naast zijn adjunct-directeurschap voor alle onderwijs in de koloniŽn doet. Iets meer informatie over Van Wolda is te vinden op deze pagina. Hij doet het tot zijn overlijden op 21 april 1844. Daarna wordt benoemd:

Jan Hendrik Geraets,een zoon van een proefkolonist die in het begin altijd Gerards genoemd werd, zie hier.

De onderinstituteur

● De eerste is Goossen Albers van Veen, geboren in 1783. Hij was eerst zaalopziener in de kindergestichten te Veenhuizen en is op een onbekend tijdstip ergens begin 1826 tot onderinstituteur aangesteld. Maar hij neemt begin november 1826 de benen als ontdekt wordt dat hij een verhouding heeft met een Veenhuizens weesmeisje, zie deze pagina.

● Hij wordt opgevolgd door Klaas Kuiper, geboren 24 september 1779. Hij wordt vermoedelijk november of december 1826 aangesteld, maar op 15 maart 1829 ontslagen als hij stomdronken door kwekelingen moet worden thuisgebracht, zie deze pagina.

Hendrik Jacob Flierman uit Groningen wordt per 1 oktober 1829 aangesteld met een besluit op 4 september 1829 N10. Aan zijn onderinstituteursschap komt een einde als hij per 29 september 1831 wordt benoemd tot hoofd schoolonderwijzer bij het tweede gesticht te Veenhuizen. Zie over hem deze pagina.

Thomas de Jong is de vierde onderinstituteur en de eerste van eigen kweek. Hij is volgens de kolonieadministratie geboren op 28 februari 1813 en is op 2 mei 1825 vanuit het Heilige Geest- of Arme Wees- en Kinderhuis in Leiden naar Veenhuizen gebracht. Hij staat met weesnummer 1248 op de scans van de wezenregisters met de invnrs 1572, 1410 en 1411. Hij wordt als 'voorlopig onderinstituteur benoemd op 29 september 1831, maar hij vertrekt 22 maart 1833 om in Leiden wever te worden.

Nicolaas Hofman, de tweede uit eigen kweek. Hij is volgens de kolonieadministratie geboren 19 april 1807, en afkomstig van Tholen. Hij wordt per 31 augustus 1833 benoemd en doet tevens de boekhouding van het Instituut. Zie voor meer over hem op deze pagina.

Terwijl Hofman dit werk doet, verdwijnt de functie onderinstituteur. Men werkt toe naar hetzelfde systeem als in de gestichten te Veenhuizen en Ommerschans met een onderdirecteur voor binnen het gesticht en een onderdirecteur voor buiten:

Onderdirecteur binnen tevens boekhouder

Nicolaas Hofman, zie boven. Hij blijft dit doen tot hij op 30 november 1836 wordt benoemd tot boekhouder op de Ommerschans. Hij wordt opgevolgd door:

Frederik Christiaan Haarman, aangesteld bij besluit van 16 november 1836 en hij begint 26 november 1836. Hij is geboren 11 juli 1812 en hij is in 1828 naar de kolonie gekomen met zijn moeder, de weduwe Haarman. Meer over hem en de familie Haarman op deze pagina.
Hij doet dit werk tot 1 juni 1844 en dan vertrekt hij naar Veenhuizen waar hij is aangesteld als hoofdonderwijzer voor het derde gesticht.

Martinus Vink, zie bij de schrijvers.

Onderdirecteur voor den landbouw

De eerste onderdirecteur voor de landbouw is:
 
Adriaan Kaspar, tot die tijdelijk wordt overgeplaatst naar Veenhuizen, zie op deze pagina. Hij wordt opgevolgd door

Cornelis Johannes Machielsen.

Adriaan Kasper, zie boven. Per 15 augustus 1837 veranderen dingen vanwege het overlijden van Jan Beenen. Adriaan Kasper volgt Beenen dan op als 'Opziener te Groot en Klein Wateren' en zijn functie als onderdirecteur voor de landbouw wordt overgenomen door:

Adriaan Hendrikse, geboren 27 september 1810, ook eigen kweek. Wees uit Tholen. Hij zal dit werk blijven doen tot aan de opheffing van het Instituut, al wordt hij op een gegeven moment ziek. Zie voor meer over hem op deze pagina.

Opziener te Groot en Klein Wateren

Deze functie bestaat vanaf 13 februari 1832. Dan wordt in die functie aangesteld:

Jan Beenen.

Aspirant-ambtenaren, adsistent, schrijver

Ik heb dit samengenomen, want volgens mij wordt met deze drie verschillende termen een en dezelfde soort werk bedoeld. Daarvoor pleit dat de term aspirant-ambtenaar uit de personeelsregisters verdwijnt als de term adsistent opduikt, en die laatste term weer verdwijnt als er schrijvers in de registers staan. Vanaf 1835 komt alleen die laatste term voor. Meer over onderstaande kwekelingen is te vinden op deze pagina.

● Jan Post
● Johannes Verwer
● Johannes Jacob van Roijen
● Daniel Was
● Jacobus van Engelen
● H. van der Meulen, bedoeld zal zijn Gijsbertus van der Meulen
● Jan Willem Albert Luca
● Martinus Vink
● Andries (Pieter Jan Everhard) A. Walter
● Joost Dirks Fenema
● Ernest (Christiaan). van Eindhoven
● Evert Peelen
● Dirk Frederik Telder
● Cornelis van Maanen
● Louwerens Stormmesand
● Georg Ros
A. Luijten,

Melkmeid

Deze functie komt slechts ťťn keer voor in de registers. In het jaar 1832 wordt die vervuld door ene H. Goldhoorn die volgens mij in de omgeving van de kolonie woont, maar niet tot de kolonie behoort. Of er zijn na 1832 geen melkmeiden meer in dienst en de bevolking van het Instituut melkt de koeien zelf, of er zijn nog wel melkmeiden, maar die worden niet uit de gewone personeeelskosten betaald. 

Waschmeid

Deze functie wordt altijd vervuld door een weesmeisje, hetzij uit Veenhuizen, hetzij uit de vrije koloniŽn. Welk weesmeisje dat doet is alleen aangetekend in invnr 1007 en niet in andere personeelsregisters, ťn in de stamboeken van kwekelingen. Het is nog een hele uitzoekerij welke weesmeisjes de functie vervullen en dat heb ik gedaan op een aparte pagina.

Wijkmeester

Deze functie bestaat pas vanaf 1845 en het lijkt erop dat die na 1849 ook weer verdwijnt. Ik kom tegen:
● Reinier van Nispen
● Jan Smit
● Andries Adriaanse
● Laurens Kwakkelaar
● Gerardus Bos
● H. van Dee