Naar het overzicht
van stukken over WATEREN



De kleding van de kwekelingen te Wateren is vanaf september 1826 om je vingers bij af te likken

Tijdens de jaarlijkse logeerpartij van Jeremias Cornelis Faber van Riemsdijk bij Johannes van den Bosch in Frederiksoord, nemen ze op 26 september 1826 een besluit over de kleding van de kwekelingen. De gedachte erachter is dat zichtbaar moet zijn dat uitverkiezing voor het Instituut een grote eer is.

Ze willen bereiken dat andere koloniebewoners jaloers worden hoe gedistingeerd de kwekelingen er bij lopen en ook bij dat elitekorps willen horen. Het besluit maakt als nummer 56 deel uit van een hele lange lijst besluiten waarvan een deel is afgedrukt op deze pagina, het wordt beschreven op pagina 521 van De kinderkolonie en het luidt als volgt:

Besloten voor de Kweekelingen van het Instituut te Wateren te doen aanmaken, blaauwe buizen en lange broeken, de buizen met geele knopen met het opschrift Kweekschool der Maatschappij van Weldadigheid te Wateren, alsmede blaauwe linten om de hoeden. met hetzelfde opschrift; zijnde het lid Faber van Riemsdijk hiermede belast.

Linten

Uit een latere brief van de directeur der kolonin in 1834 blijkt dat de lange broeken van pijlaken zijn en uit een andere brief van de directeur in 1832 blijkt dat voor de knopen en voor het lint op de hoed gezorgd wordt door de permanente commissie in Den Haag. Die laatste brief is van 11 december 1832, invnr 131 scan 586, heeft nummer N2373 en luidt:

Er zijn bij het Instituut te Wateren nog 15 dozijn groote en 12 dozijn kleine kooperen knoopen, met een randschrift wegens gebruik en bijgevoegd monster benoodigd, welke tot hiertoe door de zorg van UwEdG bekomen zijn, benevens wederom 65 nieuwe gele hoedenlinten, waarop gedrukt staat Instituut te Wateren, gelijk UwEdG mede gewoonlijk verschaft hebben in eens, naar mijne herinnering bij Guinta Albani zijn gedrukt geworden.
Ik neem de vrijheid UwEdG daarom te verzoeken. De laatste kunnen des noods nog wel eenige tijd worden ontbeerd, de eerste minder, en zou het niet voordeeliger zijn, hiervan eene kleine voorraad te doen vervaardigen.

Guinta d'Albani

De herinnering van de directeur wat betreft de linten is waarschijnlijk juist. Op 4 september 1826, invnr 81 scan 35, meldt de kassier van de Maatschappij dat er een mandaat gecreerd is voor Guinta d'Albani van 36 gulden. Dat is dus al vr Johannes en Jeremias besluiten, maar het komt wel vaker voor dat er vooruit gelopen wordt op nog te nemen besluiten, want er is toch niemand die het gore lef heeft om er bezwaar tegen te maken.

Op 17 oktober 1826, invnr 81 scan 558, schrijft de kassier dat het geld ook daadwerkelijk aan Guinta d'Albani betaald is. Vermoedelijk was dat dus ook voor het bedrukken van de gele linten. Zie voor meer over drukkerij Guinta d'Albani deze pagina op de site van de Stichting Haags Industrieel Erfgoed, welke pagina grotendeels gebaseerd is op dit artikel.

Einde van de hoeden

Het houdt na 1832 wel op, want op 26 september 1834, invnr 151 scan 297, in een brief met nummer N1803, schrijft de directeur over de hoeden:

(...) waaromtrent ik UWEdG onder de aandacht moet brengen, dat de kweekelingen, sedert vele jaren, eene pet dragen, die door hen zelven wordt aangeschaft, naar verkiezing; dat er geen hoeden meer in de kolonin worden vervaardigd, onder anderen omdat de hoedenmaker naar de Ommerschans is verwezen, en dat de weinige hoeden, die aangekocht worden, van nog geen gulden het stuk waarde, den kweekelingen minder goed zouden staan dan de thans door hen gedragen wordende petten, welke vrijlating UWEdG, mitsdien, wordt voorgesteld nader vast te stellen.

De directeur overdrijft behoorlijk met het 'sedert vele jaren' niet meer dragen van hoeden, want minder dan twee jaren ervoor had hij nog gevraagd om hoedenlinten. Bovenstaande wordt ook genoemd op pagina 209 van De kinderkolonie.

Bezuiniging

Het speelt temidden van een poging van de permanente commissie om te bezuinigen op de kwekelingen. Die poging staat op deze pagina. Met eronder het ongemeen felle protest van de directeur, met als gevolg dat het plan de broeken voortaan van voerlaken in plaats van pijlaken te laten zijn, ijlings weer wordt teruggedraaid, zie het volgende besluit.

Knopen bijbestellen

Wat bij alle bezuinigingen onaangeroerd blijft, zijn de knopen met opschrift, die er blijkens de hierboven afgedrukte brief uit 1829 dus in twee soorten zijn: grote en kleine. Volgens diezelfde brief zorgt de permanente commissie dat die knopen in Den Haag gemaakt worden. Af en toe moeten er bij komen en zonder dat de directeur daar om gevraagd heeft, denkt de permanente commissie daar zelf aan.

Op 14 oktober 1831 bij agendapunt N49, invnr 393, besluit de permanente commissie

Den Directeur opgave vragen van de hoeveelheid knoopen die men voor de kweekelingen te Wateren acht noodig te hebben.

Op 28 oktober 1831 in een brief met nummer N1937, invnr 118 scan 444, schrijft de directeur:

In antwoord op UwEdG missive van den 14 dezer maand N49, heb ik de eer UwEdG optegeven dat men berekent 250 groote, en 212 kleine knoopen voor de lakensche pakken der kweekelingen noodig te hebben, van welke knoopen n van iedere soort hier is bijgevoegd.

Die brief wordt 9 november 1831 bij agendapunt N34, invnr 394, in advies gehouden, maar ondertussen wordt er wel aan gewerkt, want op 15 december 1831 N48, invnr 395, schrijven ze aan de directeur:.

Bij dezen hebben wij de eer UwEd in antwoord op de missive van 28 Oct. ll N1937, toetezenden
26 dozijn groote knoopen
25 dozijn kleine knoopen.
ten behoeve van de kweekelingen te Wateren.

Knopen vanaf 1837

Bij wie ze die knopen dan laten maken, weten we niet, maar zou bij de financile jaarstukken over 1831 te vinden moeten zijn. Vanaf 1837 is het de Haagse firma G. van Maanen die knopen levert aan de kolonie. De eerste aangetroffen rekening bevindt zich in invnr 1037, de financile stukken over 1840:


Geleverd ten dienste van de Maatschappij van Weldadigheid

Door G. van Maanen & Zoon





1839


October 23
30 douzijn groote koperen knoopen
  .75 22.50   

25 douzijn kleine   .37
  9.37



  31.87

voldaan
G. van Maanen & Zoon


De rekening van Van Maanen over 1842 tot 1846 is in invnr 1051 en dan zijn de knopen een stuk goedkoper:


Geleverd ten dienste van de Maatschappij van Weldadigheid

Door G. van Maanen & Zoon





1842


february 23
48 douzijn groote knoopen
  .45 21.60




1844



january
50 douzijn groote knoopen
  .45 22.50

16 2/3 douzijn kleine dito
  .30
  5.---




1846



decemb 9
72 douzijn groote knoopen
  .45   32.40

24 douzijn kleine dito
  .30    7.20



  88.70

voldaan
G. van Maanen & Zoon

Werkt het?

Volgens een bezoeker in 1837, geciteerd door Dorgelo op pagina 37 van De eerste Landbouwschool in Drenthe, werkt het niet. Hij constateert na een bezoek aan Wateren:

dat, vertrekken en hangmatten, maar vooral de kleeding der jonge lieden ten duidelijkst aantoonen, dat, van alle Vaderlandsche deugden, netheid en zindelijkheid hier t allerminst op prijs gesteld en in beoefening gebragt worden.

Maar Reinier van Nispen die als wees verblijft te Veenhuizen is anno 1838 wel onder de indruk als hij schrijft over het Instituut (Kinderkolonie pagina 269)::

Ook in mij werd de lust opgewekt om, als het kon, daarheen te gaan,
temeer daar de kleederen en het voorkomen der jongelingen welke zich
daar bevonden, en die ik van tijd tot tijd te zien kreeg, mij veel beter
bevielen als van mij en mijne lotgenooten.