Naar het overzicht
van stukken over WATEREN



Evert Kalfsterman is twee jaar lang 'een buitengewonen kweekeling' op het Instituut te Wateren

Je moet altijd voorzichtig zijn met speculeren over de afkomst van vondelingen, maar ik kan het niet helpen als ik me af en toe toch een beetje laat gaan. De meeste informatie op deze pagina over Evert Kalfsterman is afkomstig van Jan Deelstra van Dutch Root Tours.

De vondst

Hij wordt donderdagavond 19 juni 1828 om elf uur gevonden op de Keizersgracht bij de Spiegelstraat, op de stoep voor nummer 678, Stadarchief Amsterdam, toegang 344 Archief van de Inrichting voor Stadbestedelingen, invnr 384 scan 117. Er is geen briefje bij. In dezelfde bron staat dat hij 'oud na gissing vier maanden' is (dus rond 19 februari 1828 geboren), dat hij Evert Kalfsterman zal heten en gereformeerd zal gedoopt worden. Dat zijn dingen om verderop in de gaten te houden.

Hoe de Inrichting voor Stadsbestedelingen aan de naam Evert Kalfsterman gekomen is, is onduidelijk. Het lijkt te verwijzen naar de boerderij Het Kalfster nabij Almen in Gelderland. Maar anderzijds wordt zeven jaar later op ongeveer hetzelfde stukje Keizersgracht weer een kind gevonden dat Evert Kalfsterman wordt gedoopt, wat er op duidt dat er enig verband is tussen de bewuste plek en de naam Kalfsterman. Is er misschien een huis met een kalf (een tussendorpel) op die hoogte?

Eerste jaren

Jan Deelstra: 'Het kind verblijft in het Stadsbestedelingenhuis en krijgt daar twee keer een min (voedster) toebedeeld om vervolgens in huis te komen bij een schoolmeester (van Wijk). Dan komt in 1834 opeens de dan nog niet getrouwde Jacob Willem van den Biesen op de proppen met een akte, opgemaakt door notaris Commelin, waarin Evert door Van den Biesen wordt geŽcht als zijnde zijn eigen kind. Tevens eist hij bij het Stadsbestedelingenbestuur het kind op. Het bestuur gelooft Van den Biesen niet, omdat hij geen enkel bewijs overlegt en ook niet eerder naar het kind heeft omgekeken. De zaak wordt hoog opgespeeld. Notaris Commelin en advocaat Cosman behartigen de belangen van Van den Biesen. Het bestuur maakt de zaak aanhangig bij de burgemeester van Amsterdam. Ook advocaat Cosman blijkt bij de burgemeester langs te zijn geweest.
Als het bestuur de tweede keer bij de burgemeester terugkomt is de boodschap kort en krachtig. Ze dienen mee te werken aan het afstaan van Evert. Dan doet het bestuur nog een poging om Evert tenminste bij de onderwijzer te laten wonen, maar dat wil Van den Biesen ook niet.'

Optreden voor een derde

Het klopt niet dat Jacob Willem van den Biesen (de oprichter van het Algemeen Handelsblad) werkelijk de vader van Evert Kalfsterman is. DNA-vergelijking tussen nazaten van Van der Biesen en Kalfsterman heeft dat inmiddels bevestigd. Het ligt voor de hand dat Van der Biesen optreedt voor een derde.

Bij de vraag in welke hoek we die derde moeten zoeken, is het goed te bedenken dat Van der Biesen op het moment dat hij Evert claimt op vrijersvoeten is. Hij zal 11 februari 1835 trouwen met Elisabeth Petronella Heere, die maart 1833 weduwe is geworden. Mannen op vrijersvoeten willen wel eens acties ondernemen waar ze normaliter voor zouden terugdeinzen.

Voor zover bekend heeft Evert nooit een dag bij Van den Biesen gewoond nadat die hem heeft opgeŽist. Hij verblijft lang in een kostschool in Winterswijk.

Van den Bosch

Vanaf 1839 is er schriftelijk contact over Evert Kalfsterman tussen Van der Biesen en Johannes van den Bosch, bewaard gebleven in het archief Van den Bosch bij het Nationaal Archief. Van den Biesen informeert daarin Van den Bosch over het wel en wee van Evert en vraagt hem om gunsten. Hij spreekt daarbij over de u bekende jongeling, uw beschermeling en pupil.

Er wordt overlegd wat er met de jongen moet gebeuren. Johannes van den Bosch stelt voor hem naar de zeevaartschool in Amsterdam te sturen, maar dat wil Van den Biesen niet. Hij schrijft aan Van den Bosch dat hij Ďom wel bekende redenen het kind absoluut niet in Amsterdam wil hebben'.
Van der Biesen schrijft dat het onderhoud van Evert hem financieel zwaar valt, 'zeker nu ik zelf kinderen heb' (ook uit deze uitspraak blijkt dat Evert geen kind van hem is) en verzoekt Van den Bosch, op dat moment minister van de overzeese gebiedsdelen, hem op 11-jarige leeftijd naar IndiŽ te sturen. Blijkbaar vindt Johannes van den Bosch dat daar eerst nog wat opleiding voor nodig is en uiteindelijk wordt het dus Wateren.

Op 19 maart 1840 schrijft Van der Biesen aan de permanente commissie, invnr 226 scans 64-65. Hij heeft bericht gehad van Faber van Riemsdijk dat Evert op het Instituut te Wateren geplaatst kan worden en hij vraagt hem een contract ter ondertekening te sturen.

Geboortedatum

Hij noemt in deze brief 28 januari 1828 als geboortedatum van Evert. Dat scheelt drie weken met de 'na gissing vier maanden' op 19 juni 1828. Of hij weet meer, of hij kan niet rekenen (wat mij vrij rampzalig lijkt voor een beurshandelaar) of hij slaat er maar een slag naar.

Voor het laatste pleit dat hij op het contract waarschijnlijk als geboortedatum heeft ingevuld 3 januari 1828, want dat is de datum die gebruikt wordt in de registers van de Maatschappij, die meestal van dit soort documenten overgeschreven worden.

Contract

Op 3 april 1840 stuurt de permanente commissie dat contract dat Van der Biesen op 5 april ondertekend terugstuurt met een begeleidende brief. Dat contract voor de plaatsing van Evert Kalfsterman in de koloniŽn wordt als E 128 genoemd in het contractenboek, invnr 1394. Het contract zelf is voor zover bekend niet bewaard gebleven.

Curieus is dat er in het contractenboek een bedrag van 120 gulden bij is ingevuld, terwijl een E-contract normaliter 60 gulden per jaar is. Of het is op dat moment al zeker dat het contract twee jaar gaat lopen en bedoeld wordt een betaling ineens of Van der Biesen betaalt dubbel. Ik denk het laatste, want in het register van kwekelingen met invnr 1611 is sprake van een 'contract ad É 120,- sjaars'. Zie plaatje:


Als dat klopt, is dat het enige bekende contract voor die prijs, dus ze hebben hem wel een poot uitgedraaid.

In de begeleidende brief, invnr 227 scans 152-153 schrijft Van der Biesen dat het de bedoeling is dat Evert Kalfsterman na Wateren en 'vervolgens te Breda in de Maleisische taal en het verder hem noodige te zijn onderwezen, bestemd is om in de Oost Indien als ambtenaar te worden geplaatst'.

Godsdienstige gezindheid

Hij meldt dat hij Evert 'tot dus verre voor de roomsch katholijke leer bestemd' heeft. Dat is dan een breuk met de oorspronkelijke bedoelingen van de Inrichting voor Stadsbestedelingen en dat moet gebeurd zijn nadat hij hem in 1834 geclaimd heeft. Waarom heeft hij dat gedaan?? Het is in die tijd best een grote stap.
Ik denk dat we mogen aannemen dat de derde namens wie Van der Biesen optreedt katholiek is. Zonder daar conclusies aan te verbinden mag opgemerkt worden dat de schoonouders van Van der Biesen rooms zijn, zie hier.

Van der Biesen meent echter van Johannes van den Bosch begrepen te hebben dat het belijden van de roomse godsdienst in IndiŽ 'eenig obstakel in zijn vooruitkomen' zou kunnen betekenen, dus hij laat het aan de permanente commissie over in welke godsdienst ze hem verder opvoeden. Oftewel, de godsdienstige gezindheid is nu ineens helemaal niet belangrijk meer! Opgemerkt mag worden dat de schoonvader van Van der Biesen in 1836 is overleden.

De permanente commissie is altijd bloedje voorzichtig met godsdienstige gezindheden en gaat niet op eigen gezag iets wijzigen, dus Evert zal in de kolonie komen als 'Roomsch'.

Geboorteakte

Van der Biesen vraagt ook of hij absoluut nodig is een geboorteakte van Evert in te leveren. Er zijn 'bijzondere redenen' waarom hij dat liever niet doet.

De permanente commissie zal wat dit betreft onvermurwbaar zijn. Ze zijn de afgelopen jaren iets te vaak publiekelijk afgegaan door jongens (en zelfs meisjes) in het verkeerde jaar voor de militaire dienst in te schrijven. Op 4 juni 1840, invnr 230 scans 107-108, stuurt Van der Biesen dan de geboorte-akte. Die akte zou zich kunnen bevinden in invnr 1426.

Hij schrijft bij die gelegenheid ook dat hij de 'tegenwoordigen leermeester te Winterswijk' heeft gemeld dat Evert omstreeks primo juli zal overgaan. Dus hij komt van Winterswijk als hij op 2 juli 1840 in de kolonie aankomt en gelijk doorgaat naar het Instituut te Wateren. Hij krijgt het kwekelingnummer 32.

Ongemakkelijk

De brieven van Van der Biesen tonen iemand die vlot en goed formuleert, maar die zich in deze situatie ongemakkelijk voelt. Hij lijkt een kat in een vreemd pakhuis. Hij geeft bijzonderheden (over Everts toekomstige levenspad) waar niemand om gevraagd heeft en hij is veel en veel te dankbaar voor elke beetje hulp dat hij krijgt. Wat dat betreft zit hij hier goed, want Johannes van den Bosch en Jeremias Faber van Riemsdijk hebben al tientallen jaren ervaring (Willem en Marianne der Nederlanden bijvoorbeeld) met zaken waarin bijzonderheden absoluut onuitgesproken moeten blijven.

Over de twee jaar dat Evert Kalfsterman in het Instituut te Wateren verblijft zijn geen bijzonderheden te vinden. Hooguit zou er in invnr 1552 een lijst kunnen zitten van de zaalindeling en het eigen kledingbezit per juli 1840. Hij staat vermeld in de registers van kwekelingen met de invnrs 1582 en 1611 en op scan 317 van het boek met alle op contract geplaatste koloniebewoners met invnr 1389.

Vertrek

Op 16 augustus 1842 schrijft Van der Biesen, invnr 263 scans 343-344. dat zijn pupil per 1 oktober aanstaande uit het Instituut ontslagen moet worden, 'ten einde hem aan eene kostschool te Delft te doen overgaan, alwaar hij zijne opleiding verder zal voortzetten, om, later, geplaatst te worden aan de met primo november aanstaande te Delft te vestigen Rijks-Industrie School, alwaar alle kweekelingen  tot ambtelijke betrekking in 's Rijks overzeese bezittingen bestemd, hunne voorbereidende studiŽn zullen moeten voltooyen'.

Hij brengt nog de 'hartelijkste en opregste dankerkentenis' over voor alle goede zorgen die te Wateren aan Evert Kalfsterman besteed zijn en inderdaad verlaat die op 30 september 1842 het Instituut.

Tot slot

Als uitsmijter achteraf is er begin 1844 een brief van Instituteur Jan Hessels van Wolda die tegen die tijd de voornaam van zijn leerling alweer vergeten is. Hij spreekt 20 februari 1844, invnr 286 scans 226-227, zijn 'blijden dank' uit voor 'een dedomagement van É 120,-' dat hem is toegekend 'wegens het tweejarig verblijf van den buitengewonen kweekeling Willem Kalfsterman'.

Er zou eens gekeken kunnen worden bij 12 februari 1844 N5 in invnr 549 of dat geld beschikbaar is gesteld door een derde of komt uit de kas van de in 1843 ternauwernood aan een faillissement ontsnapte Maatschappij van Weldadigheid. Ik denk het laatste, want het bedrag klopt mooi met de 120 gulden die Van der Biesen te veel betaald heeft voor zijn contract.

Evert Kalfsterman zal inderdaad later naar de Oost vertrekken, waar hij werkt als ambtenaar en een gezin sticht.